De uil en de fenix, van smaad en racisme

 

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/12/01/cliteur-onder-vuur-op-universiteit-a4022270

https://www.trouw.nl/politiek/paul-cliteur-ik-ben-solidair-met-baudet-en-zijn-ideologische-lijn~ba6c9c96/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
 
‘  “ Wat ik nog het jammerste vind, is dat de Forum-uil hoogstwaarschijnlijk geen fenix zal blijken en dat de club FvD definitief finito is. “  Dat zei ze dus, de roodharige mevrouw, in het OV.‘

  • ‘ Was ze van plan op de FvD te stemmen, of was ze misschien zelfs lid van de FvD?’

‘Nou, neen, dat niet, maar de FvD zou heel wat stemmers – let wel: stemmers en geen kiezers – bij de kliek van Rutte en kompanen weg houden, dacht zij. Ze hield haar hart vast, zo zei ze, dat de VVD de grootste wordt en Rutte met trawanten doodgemoedereerd door kunnen gaan met Nederland verkwanselen en slopen. Onder de trawanten rekent ze alle andere partijen. Er waren volgens haar maar twee Kamerleden die ze min of meer “normaal te vertrouwen” achtte: Martin Bosma en Pieter Omtzigt. Maar daar ging ze natuurlijk niet op stemmen, omdat ze dan op de PVV of het CDA moest stemmen en dat deed ze voor geen goud: “Dan stem je meteen een hele sliert uitvreters, neuspeuteraars, ladenlichters en zakkenvullers op het pluche onder die kaasstolp, en daar bedank ik feestelijk voor.” ’

  • ‘ Tja, zo werkt dat in onze democratie nog steeds. Ik vind het ook een verouderd systeem dat al lang niet meer past bij de huidige maatschappij en haar ethos van verdienmodellen. Dit systeem van om de vier jaar op een partij stemmen, is de kat op het spek binden. Geen wonder dat “ze” niet wisten hoe snel ze de mogelijkheden om referenda op te tuigen, in beton gegoten, diep moesten begraven en dat ze het kiesgedrag van de Kamerleden niet inzichtelijk maken middels Kamerlid-volgsystemen, zoals bij leerlingvolgsystemen in het onderwijs gebeurt.’

‘ Juist ja, en wat ik ook opmerkelijk vond, was dat deze roodharige dame haar ergernis en afschuw voor de VVD-met-de-rest, steeds meer leek te koppelen, te projecteren, op Thierry Baudet, want die had FvD tenslotte naar de Filistijnen geholpen, vond ze.’

  • ‘ Hmm, een vorm van het afweermechanisme dat in de psychoanalyse “verschuiving” wordt genoemd: de boosheid en frustratie jegens Rutte en zijn trawanten, richt zich op, verschuift naar, Baudet. Tegen Rutte & kumpenie kan ze weinig tot niets uitrichten. Indien veel Nederlanders op het merk VVD stemmen, geven ze hoogstwaarschijnlijk via die club, mandaat aan Rutte. Rutte behartigt bepaalde belangen nu eenmaal het beste en Unilever, Shell, de NAM en andere toko’s varen daar wel bij. En dus profiteren de aandeelhouders van die bedrijven. Heel simpel. Het heet democratie.
    Baudet is nu de zielepoot die niet alleen onderligt, maar die er ook nog eens voor heeft gezorgd dat zoveel mensen die anders op FvD gestemd hadden, straks op Rutte stemmen. Logisch dat ze zo denkt. Zo zullen er meer redeneren, vermoed ik.Baudet staat inmiddels voor een chaotische ondergang, voor grillige onberekenbaarheid, terwijl Rutte tenminste een geleidelijke ondergang, middels gestage aftakeling en ondermijning, belooft en belichaamt. Een onafwendbare ondergang maar ook dat verschaft een gevoel van zekerheid. Dat laatste proces berokkent minder pijn, en wanneer je je realiseert dat je het moeras in verdwijnt, ben je eigenlijk al dood en dan is het niet meer zo heel erg. Je kunt er aan wennen.’

‘ Zo kun je het wel samenvatten, denk ik. Interessant vind ik een uitstapje naar “haten en haatzaaien.” De roodharige dame kan op een gegeven moment besluiten, of zich realiseren, dat ze Rutte als VVD-voorman háát, zonder dat ze strafbaar is. Echter, wanneer ze die haat operationeel maakt en vanuit die haat gaat aanzetten tot geweld, dan wordt ze wel strafbaar. Bekijk dit thema eens aan de hand van een gesprek onder leiding van Floris van den Berg,  tussen Paul Cliteur en Meindert Fennema maar eens.’

  • ‘ Dat kan ik een ieder aanraden. Dit levert een bruggetje naar het strafrecht op. Zou die mevrouw Lieke Smits – docent kunstgeschiedenis universiteit Leiden – kunnen worden vervolgd vanwege smaad die zij Paul Cliteur aandoet, met haar oproep – zover ik begrijp beschuldigt zij Cliteur niet van racisme, maar roept zij op tot onderzoek – om Cliteur te onderzoeken op racistische opvattingen, uitingen en wellicht ook sympathieën.’

‘ Nou ja, ik vind het eerder naar reputatieschade-berokkenen neigen en in Amerika zou deze dame weleens van een hele dure koude kermis kunnen zijn thuisgekomen. Ik kan me echter voorstellen dat Cliteur het niet over deze band speelt, omdat hij daarmee zijn eigen principe van grote ruimte willen laten aan alle vormen van meningsuiting, geweld zou aandoen. Als deze dame, genaamd Lieke Smits,  oprecht vindt dat zij Cliteurs vermeende racisme aan de kaak moet stellen in het algemeen belang – zie art. 262, lid 3 wetboek van Strafrecht – dan gaat ze vrijuit. Maar, tja, de geur van onwelvoegelijkheid blijft Cliteur wel aankleven. Vind ik. Ik vraag me af hoe zij schilders als Manet, Rubens en Israëls, om er maar enkelen te noemen, bespreekt en behandelt. Vermoedelijk slaat ze die gewoon over. Overigens werd de roodharige dame eerder bevangen door een grondige afkeer van Rutte c.s., dan door haat, geloof ik.’

  • ‘ Mooi. Dat is beter voor haar. Zeg, wat is racisme precies? Cliteur en Fennema zetten de zaak al grotendeels op een rijtje, maar ik zou racisme samenvattend benopt omschrijven als ”geperverteerde discriminatie.” Discrimineren, onderscheid maken, is onvermijdelijk en dat doen we de hele dag. Ook discrimineren op huidkleur en andere soort-/raskenmerken, maar je kunt niet een normale discriminatie doortrekken en perverteren naar achterstellen of voortrekken van bepaalde groepen of individuen op basis van die kenmerken, attributen. Dat is geperverteerde discriminatie en nefast racisme. Indien je het op basis van godsdienst of levensovertuiging doet, zou je het ****fobie kunnen noemen: islamofobie, katholiefobie, refofobie, boeddahahahafobie en ga zo voort.’

‘ In het geval van professor Meijer van de Cleveringa-lezing, wordt “ras” (joods) verbonden aan geloofsovertuiging (misschien? Was Meijer een praktiserende joodse professor? Wat doet het ertoe, nietwaar?). Je kunt hier een eindeloze haarkloof- en spijkers-op-laag-water-zoeken-discussie van maken, maar laten we dat niet doen.
De onderliggende redenen bij deze Cliteuritis-Baudetiade is volgens mij het thema van de natiestaat. Dat wordt door sommige “geleerden” meteen hijgerig en hitsig gerelateerd aan “nationalisme.” En wat veel erger is: EU-scepsis en anti-immigratie-wens. Nou en, nationalisme? So what. Noem het desnoods patriottisme of whatever you care to call it …’

  • ‘ Ja, de natiestaat, zeker, maar vergeet de potentiële stemmentrekker Baudet niet hè. Het moest alleen fatsoenlijk geframed worden, en dat is met de enthousiaste medewerking van Baudet himself prima gelukt. Dat gevaar is nu voor de kartelclubs geëlimineerd, denk ik. De uil zal hoogstwaarschijnlijk geen fenix blijken. FvD is finito en volgens de peilingen krijgt Rutte veel stemmen. De frustratie daar om van de roodharige mevrouw – en niet van haar alleen – vind ik alleszins begrijpelijk.’

 ‘ Kijk eens hier, twee echte Oppenheimer-cartoons. Deze mijter-cartoons van Ruben Oppenheimer relateren onder andere distantie aan afstand tussen blank en zwart, maar dan via de smoes van Corona-besmettingsgevaar, waarbij het Sinterklaas-zwarte-Piet-gedoe impliciet wordt meegegeven. Blank Nederland vierde Sinterklaas, zonder enige (bij-)gedachte aan racisme. Toen kwamen er exotische negers naar Nederland en was de boot aan. Standbeelden werden omvergetrokken en zwarte Piet werd gekruisigd, want wij blanken zijn nakomelingen van slavenhouders. Zwarte en neger mag niet meer gebruikt worden en moet voortaan tot-slaaf-gemaakte gaan heten. Vrouwen zijn intussen personen-met-een-baarmoeder gaan heten. Nou ga daar maar aanstaan: een tot slaaf gemaakte persoon met een baarmoeder. Is dat wat? Behalve kolderieke koddige kromme kletskoek.’

  • ‘ Nou, die afstand is intussen er bij sommige mensen wel degelijk ingeslopen; die willen geen trammelant en daarom houden ze afstand van negers. Niet omdat ze racist zijn, maar uit voorzorg – zo beweren ze tenminste.
    Bij de Oppenheimercartoons speelt wat mij betreft tevens het thema van ontucht met kinderen door katholieke geestelijken mee, vandaar die bisschopsmijter en zwarte Piet aan het kruis. De zwart-gele bies representeert het geïnstitutionaliseerde karakter en staat voor de handhaafpolitie. De Sint gepersifleerd als kleffe kindervriend met een zwarte knecht die voor de aanvoer moet zorgen – stoute kinderen gaan in de zak en Pieterbaas neemt ze mee naar ******** voor het letterlijke kruis-verhoor, als-u-begrijpt-wat-ik-bedoel.
    Dat vind ik bij elkaar een knap ingewikkelde symboliek. Een onschuldige, zwarte, Jezus gekruisigd als zwarte Piet. Je zou het als dubbelop-racisme kunnen zien, immers: Jezus is èn jood èn hier getekend als neger. Of Jezus ooit bestaan heeft is trouwens de vraag, want onomstotelijke bewijs is er niet voor.
    Wat fijn dat er geen katholieken (of anderssoortige christenen) met messen of zagen komen opdraven om mensen te onthoofden vanwege het tekenen en vertonen van zulke cartoons! Is dat nou een teken van beschaving en verlichte emancipatie? Nou, dan zijn we toch een flink eind opgeschoten hoor.’

‘O ja, deze zinsnede viel me ook op (zie Philip de Witt Wijnen): “  Critici noemen het wel een broedplaats voor radicaal, conservatief gedachtegoed, waar studenten niet alleen worden beoordeeld op juridische kennis of redeneringen maar ook opvattingen krijgen ingeprent.”
Bij iedere studie krijg je opvattingen ingeprent. Zeker bij een degelijke rechtenopleiding. Wat is rechtvaardig en wat niet, bijvoorbeeld. Sommige opvattingen neem je al dan niet gemodificeerd (tijdelijk) over en andere verwerp je meteen of naderhand. Dat is nu juist de clou van vrije kennisverwerving, dunkt mij. Curieus hoor, zo’n frasering.’

  • ‘ Zullen we het hier maar bij laten? Er zal vast nog een staartje aan het gedoe komen, en ik ben toch benieuwd hoe het mevrouw Lieke Smits zal vergaan: wordt het smaad en laster, pek-met-veren, of zinkt het pruttelend als een losse flodder in de zomp? Racisme onder het mom van Kunst is tenslotte ook niet niks.’

‘ O ja, er was nog iets wat die rode mevrouw opmerkte dat me als behartenswaardige observatie trof. Ze zei: “Wie zou er zo gek zijn om Rutte te willen opvolgen? Diegene moet tenminste tien jaar rotzooi opruimen. Daarbij gaat het vooral om een verwrongen mentaliteit, en een mentaliteit is hardnekkig en taai. Wie is er zo gek? Neen, degene die na Rutte premier wordt, die gaat gewoon verder in dezelfde augiusstal, die gaat geen puinruimen, maar dobbert met de stroom mee en vult al dobberend haar of zijn zakken.”  Dat vond ik helemaal geen dom scenario.’
 

 
 
 

Golfen en golven

 
Wetenschappers waarschuwen voor hersenbeschadiging die mogelijk verband houdt met Covid-golf /  Scientists warn of potential wave of COVID-linked brain damage
By Kate Kelland  /  Reuters  –  July 8, 2020
<<   LONDON (Reuters) – Scientists warned on Wednesday of a potential wave of coronavirus-related brain damage as new evidence suggested COVID-19 can lead to severe neurological complications, including inflammation, psychosis and delirium. >>

cartoon Ruben L. Oppenheimer  /  NRC 10.11.2020    https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/10/ruben-l-oppenheimer-a4019399

* * *

President Donald Trump has tested positive for the pandemic coronavirus. EVAN VUCCI/AP   How might President Donald Trump fare with COVID-19?  /  By Jennifer Couzin-Frankel – Oct. 2, 2020
<<  *Update, 2 October, 4:40 p.m.: The White House released a statement regarding the treatment the president has received: “Following PCR-confirmation of the President’s diagnosis, as a precautionary measure he received a single 8 gram dose of Regeneron’s polyclonal antibody cocktail. He completed the infusion without incident. In addition to the polyclonal antibodies, the President has been taking zinc, vitamin D, famotidine [Pepcid], melatonin and a daily aspirin.” >>
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Toch maar weer Ministerie van Veiligheid & Justitie? Of nu meteen maar: het Mysterie van Justitie?

 

‘ Terug naar de naam Veiligheid & Justitie? Vanwege die Grapperhuis-oekaze inzake journalisten? Ja, jij lacht erom, maar zo’n simpele naamsverandering door omkering kost al gauw miljoenen. Zoek maar op wat de vorige naamsverandering heeft gekost. Al het schilderwerk op de gebouwen en het briefpapier. Dat zijn lucratieve verdienmodellen voor velen. Afgezien van de verwarring in al die buitenlanden, over die vreemde Hollanders met hun ministeries van J&V of V&J. Ze spreken daar inmiddels van Mystery en niet meer van Ministery.’
Ilham grinnikt na: ‘ Het is toch ook een mysterie? Die bedoening daar in Den Haag is voor mij intussen één gróót mysterie hoor. De figuranten zelf weten al lang niet meer wie ze zijn en welke rollen ze spelen. Als ze op dat mysterie – pardon: ministerie – maar een flintertje visie en een spatje gezond verstand hadden, dan hebben ze al die meuk bewaard, van toen het nog Veiligheid & Justitie heette. Met deze propagandeuze pipo’s en bimbo’s daar onder de Haagse kaasstolp wéét je gewoon dat zo’n naam als zwaar politiek propagandistisch geschut kan worden ingezet. Aan zo’n flauwekul-issue over een phony, een nep-etiket, worden uren peperdure vergadertijd verspild, wat ik je brom. Wat verkwisting van belastinggeld aangaat, zijn die lui absoluut gewetenloos en apert mateloos.’
‘ Natuurlijk. Gewoon: Ministerie van Justitie, en daarmee is de kous af. Al die opgeklopte hypocriete ambitie die in dat Veiligheid zit, brrrrrrr! Hoor dit eens: “De maatregel zelf is ongerijmd. De Raad van State wees er al op dat het kabinet uit het wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak terrorisme [,] de strafbaarstelling van het loutere verblijf voor iedereen juist heeft geschrapt.”
Dat “loutere” vind ik hier trouwens wel mooi staan. Doet me aan de Louteringsberg van Dante denken, Purgatorio. De loutere Louteringsberg, en dat in relatie met CDA-meneer Ferdydurke Grappenhuis op het mysterie van justitie. Niet dat die gelouterd is hoor, want dan doe je niet aan dit soort grapjasserij.’
Ilham roept: ‘Die man is het mysterie van justitie!’
‘ Wat een onzalige gedachten hebben die piepeltjes toch. De Tweede Kamer ging akkoord! Met de registratie van journalisten die af gaan reizen. Nog zo’n kleffe club: de Tweede Kamer. Registratie dus, want daar komt toestemming vragen op neer: registratie.’
Ilham: ‘Als ik dit NRC-commentaar lees en ik zou zo’n journalist zijn dan zou ik gaan met de uitgebazuinde expliciete intentie om daar te gaan vechten – want dan heb je immers geen toestemming nodig – zonder echter, eenmaal daar aangekomen, ooit een schot te lossen, dus dan ben ik niet strafbaar. Toch? Of ben ik te spitsvondig? Het loutere verblijf is niet strafbaar, alleen het verblijf-met-lossen-van-een-schot is strafbaar.’
‘Ja, ja, heel leuk, maar het grootste gevaar schuilt hem precies in die registratie. De onfrisse en louche figuren in zo’n negorij – plus hun handlangers die van buitenaf de zaak voor hen in de gaten houden – hoeven zo’n mysterieus (of ministerieel) bestand maar te hacken, om te zien wie er allemaal in hun oorlogsgebied rondscharrelen als correspondent. Met dank aan Ferdydurke G..  Dan hebben ze meteen de personalia van de familie in het thuisland van de betreffende journalisten. De rest laat zich raden. Zeker indien zo’n persmuskiet de krijgsheren onwelgevallige berichten ventileert en hun identiteiten openbaart.’
Ilham: ‘Juist. Je zou wensen dat er geregistreerd werd omwille van de veiligheid van de journalisten, zodat je wanneer zo’n vogel in gevaar mocht komen, effectief gerichte extractie kunt bewerkstelligen. Ik stel een amendement voor. In de NRC staat: “In die zin is dit wetsvoorstel een sprekend voorbeeld van een oplossing op zoek naar een probleem.” Dat vervang ik dan graag door:  op zoek naar een nog groter probleem dan er in eerste instantie eventueel al zou kunnen zijn. Eigenlijk maakt Grapperhaus (met de collaboratie van de pipo’s, bimbo’s en jojo’s die de Tweede Kamer bevolken) zich schuldig aan het in gevaar brengen – door de beoogde verplichte registratie – van journalisten die verslag willen gaan doen van de situatie in oorlogsgebieden.’
‘ Die kant denk ik eerder op: intimidatie en ontmoedigen door een minister, van het voornemen om als correspondent te gaan naar oorlogsgebieden, onder het mom, het frame, van veiligheid. Veiligheid voor wie? Dat komt uiteindelijk neer op breidel, zonder dat die breidel expliciet wordt gemaakt.’
‘Typisch de houding van een onvolwassene,’ beslist Ilham, ‘Ferdydurke is tenslotte de Peter Pan van Barrie en de Oskar uit de Blikken trommel van Grass.’
‘ Nou ja, Oskar alleen fysiek dan, maar niet geestelijk, want Oskar Mazerath roert zijn trom omdat hij het onheil ziet naderen en wil waarschuwen. Grapperhuis en consorten daarentegen lijken juist onheil aan te trekken.’
 

 

Jos Collignon: Zure bommetjes

 
 
 
 
 
 

Schijnheiligheid, neoliberaal groepsdenken en lucratieve ver-assing

 

‘Hypocrisie betekent het jezelf anders (meestal: beter en nobeler) voordoen dan je bent. Oordeel je dan milder over jezelf dan over anderen? Je oordeelt niet eens, maar je doet je anders voor dan je bent.’ Marieke legt haar laptop neer.
‘Waar wil je heen?’ vraag Semanur, ‘gaat het over dat stukje van sociaal psycholoog Roos Vonk op de site van de NRC? Over de VVD’er Henry Keizer?’
‘Ja,’ antwoordt Marieke, ‘mevrouw Vonk schrijft: “Hoe strenger iemand oordeelt over anderen en hoe soepeler over zichzelf, des te groter is het verschil. We spreken dan van hypocrisie.” Welnee, niks hypocrisie. Ze geeft een illustratie van gebrekkige zelfkennis en krakkemikkige sociale intelligentie, maar niet van hypocrisie.
Mevrouw Vonk schrijft een paar regels daarvoor dat VVD’ers volgens haar geen benul van maatschappelijke waarden en normen hebben, want: “ Net als andere VVD’ers die in opspraak raakten, lijkt partijvoorzitter Henry Keizer er oprecht van overtuigd dat hij niets verkeerd deed. Dat zou verklaren dat VVD’ers integriteitsgrenzen blijven overschrijden, ondanks hun kennelijke overtuiging dat fatsoen belangrijk is.” Die VVD’ers meten hun fatsoen dus niet af aan het normale maar aan hun eigen particuliere handelingsrepertoire. Meneer Keizer heeft het in het verhaal van mevrouw Vonk over een VVD-fatsoen en daaraan oriënteert hij zich. Nou ja, wat wil je dan nog? Dat VVD-fatsoen is niet congruent met het standaard-fatsoen van de meeste mensen en aangezien de VVD de lakens uitdeelt, is dat standaard-fatsoen dat de meeste normale mensen als maatstaf nemen dus fout. Volgens mevrouw Roos Vonk tenminste.’
‘Dan zijn VVD’ers dus onnoemelijk arrogant,’ zegt Semanur grinnikend, ‘tenzij zij veinzen dat ze niet beter weten of VVD-fatsoen valt samen met normaal fatsoen, maar in wezen weten ze volgens mij drommels goed beter. In dat geval zijn die VVD’ers zwaar en pathologisch hypocriet, misschien zelfs met psychopathische, of sociopathische, aanleg.’
‘Ik zou hen eerder oerdom noemen,’ vindt Marieke, ‘want deze meneer Keizer zou eenieder langs de integriteitslat leggen. Welke integriteitslat dan? Die van hem, Henry Keizer, zelf? Wat een kolder toch! Iemand die niet snapt wat integriteit inhoudt, breekt in de VVD de staf over integriteitszondaars? Dat is pas hypocriet zeg! Ze snateren maar in het wilde weg.  Wat een bizarre club is die VVD en wat bizar dat die lui opnieuw op het regeringspluche kleven!’
‘Ho, ho, wacht even,’ zegt Semanur terwijl ze een vinger omhoog steekt, ‘dit schrijft mevrouw Vonk en niet meneer Keizer. Ik geloof dat Roos Vonk de zaak eerst voor haarzelf scherp moet stellen.
Wat ze ook niet in de beschouwing betrekt, is dat het niet om “een VVD’er” gaat, maar om de voorzitter van de club. De man bekleedt een publieke functie en zal dus vanzelfsprekend worden beoordeeld aan de hand van de algemeen geldende maatstaven. Niet aan de hand van particuliere maatstaven voor een subcultuur. Als meneer Keizer als anonieme VVD-ondernemer die scoop met zijn hoogovens had gemaakt, had ik kunnen zeggen: ach ja, ’t is een VVD’er, dus wat verwacht je ook.
Wanneer ik vlees koop bij de kiloknaller en een last minute ticket score en daar gewoon voor uitkom, kun je me hooguit asociaal gedrag verwijten, maar geen schijnheiligheid. Toch? Zeker wanneer ik anderen die hetzelfde doen niet ostentatief de maat neem vanwege dat gedrag.’
‘Juist. Maar Keizer is niet alleen VVD-voorzitter, maar hij is bovendien Mister Integrity, ‘zegt Marieke. ‘Kortom: oliedom en oersimpel. De boosheid is dan des te groter omdat uitgerekend zulke dumbo’s keer op keer financieel binnenlopen met dergelijke deals. En ze zitten nog aan de knoppen ook. Dat maakt het allemaal erger. Normale mensen houden zich met normale dingen bezig en denken niet eens aan dealen in crematoria met het doel miljoenen binnen te slepen.’
‘Tja, de redenering van Vonk over de onvermijdelijkheid van de blinde vlek vind ook niet erg sterk,’ zegt Semanur, ‘ik denk in dit kader eerder aan groupthink. Met dat begrip moet een sociaal psycholoog toch vertrouwd zijn? Een wat vreemde apologie voor VVD’er Keizer. Je zou er haast van alles bij gaan denken, en dan bedoel ik niet dat ik denk dat Roos Vonk lid is van.’
Marieke: ‘Wereldvreemd. Terwijl de neoliberalen alom maatregelen nemen die de eigen-volk-eerst-mentaliteit bevorderen! Denk aan het experimenteren met de individuele pensioenpot, het default trouwen op huwelijkse voorwaarden, de mallotige aanbestedingen in de zorg – omwille van concurrentie en marktwerking – zijn ze geschift of niet?, de hypotheekrente trucs, straks krijgen ongetwijfeld de ellende over ons heen met woningen die momenteel worden gedereguleerd en geprivatiseerd. Dat laatste gebeurt voorlopig onder de radar, met de rare indeling in Daeb woningen en niet-Daeb huizen, maar eens krijgen we ook de gevolgen daarvan op ons brood, net als met die crematoriumdeal.’
Ze zucht en voegt eraan toe: ‘Zij zijn net zo geschuffeld als wij, want wij blijven sullig naar de stembus sjokken om deze verdwaasde marktfundamentalisten te legitimeren met onze stem. Vorige week nog hoorde ik in de trein een paar personen politici prijzen en omhoog steken die – naar hun verhalen te oordelen – alles doen om juist hen af te knijpen en te bestelen. Ze kwijlden over de spiegeltjes en kralen die ze kregen toegeschoven. Ach, iedere kudde krijgt de politici die het verdient. Hoe wáár dat is!’
‘Weet je wat,’ zegt Semanur, ‘denk maar dat het draait om wat mevrouw Vonk noemt: “Mensen met een individualistische of competitieve instelling (zoals relatief veel VVD’ers)”, en die “zien diezelfde keuze juist als een teken van intelligentie.” ‘

* Vrolijkheid *

 

https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-henry-keizer-ook-de-laatste-centjes-van-een-koninklijke-vereniging-wegsluisde?share=1
 

 

Zijn de oprichting van het Haagse Strafhof (ICC) en het invoeren van de euro, geen bewijzen voor de noodzaak de werkelijkheid maar af te schaffen?

let-the-weekend-begin

Het jaar 2002 is een gedenkwaardig jaar, omdat in dat jaar zowel het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag werd opgericht, alsook in 12 landen de euro als eenheidsmunt ingevoerd.
Het ICC werd opgericht zonder dat Rusland, China en Amerika zich als lid meldden en de euro werd tot eenheidsmunt geslagen zonder dat de EU een politiek-fiscale unie was.
Intussen heeft er een Brexit plaatsgevonden, kraakt de EU in zijn voegen en schudt op zijn grondvesten. Wellicht volgen meer landen het voorbeeld van Groot Brittannië (dat overigens nooit de euro had), zoals bijvoorbeeld Italië. Bij het ICC verloopt de uittocht sneller. Gambia heeft onlangs te kennen gegeven zich uit ICC-verband terug te trekken, nadat Burundi en Zuid Afrika eerder deze maand aangaven hun samenwerking met het ICC te beëindigen.
De invoerders van de euro verwachtten en hoopten dat de eenheidsmunt de lidstaten zou dwingen naar elkaar toe te groeien en daadwerkelijk een eenheid te worden. Bij de oprichting van het ICC zou alleen een enkele naïeveling gedacht kunnen hebben dat China, Rusland en Amerika zich te zijner tijd tot lidmaten van het ICC zouden bekennen. Toch moesten we allemaal Europeaan worden en transformeren tot wereldburgers die zich bekennen tot universele criteria op een uniform palet van rechtswaarden en -normen en wereldwijd dezelfde criteria voor gerechtigheid en rechtvaardigheid onderschrijven. Met uitzondering van de drie grote jongens: Rusland, China en Amerika. Het niet-meedoen van de drie haalde meteen het universele karakter onderuit en degradeerde de hele santekraam tot vrijblijvend, zij het super-deftig ronkend en ultra-gewichtig snorkend, gefröbel. Het riep de zoveelste vette-banencarrousel voor beroepspolitici en hun coterieën in het leven. Een ICC zonder de grote jonges is net zo gemankeerd als deze EU met de euro en er wordt in naam van globaal recht en universele mensenrechten net ze geknutseld en gestoethaspeld als met “het Project” Europa. Nog even en de contraproductieve effecten van de wrochtsels der koekenbakkers en brouwsels der tovenaarsleerlingen zullen de weinige positieve effecten hoogstwaarschijnlijk gewelddadig overwoekeren en karikaturen maken van alle goede bedoelingen en nobele intenties. Dan zijn de rapen eerst goed gaar.
Hoe heeft het ooit zover kunnen komen dat zowel het ICC werd opgericht en de euro tot eenheidsmunt werd verordonneerd? Vanuit de hierboven vermelde realiteiten, op grond van bizarre aannames en wereldvreemde, uitgangspunten. Roekeloze zelfoverschatting gepaard aan tomeloze ambitites en adembenemende arrogantie.
Het beklemmende is dat je weliswaar van te voren (hardop) had kunnen waarschuwen dat noch de euro, noch het ICC het op de respectieve bases gegrondvest, zullen redden, maar dat je dan grote kans liep te worden opgesloten in een gesticht of anderszins maatschappelijk geïsoleerd. De Walen hebben het onlangs aan den lijve ervaren, toen hen het CETA-verdrag alsnog door de strot werd gewurmd.
Wat ons momenteel het meeste zorgen moet baren, is dat dezelfde politieke opperbazen het voor het zeggen zijn blijven hebben. Wat kan ons doen verwachten en vertrouwen dat hun toekomstige besluiten en beslissingen beter zouden aansluiten bij een werkelijkheid, die zich blijkbaar van hun bedisselen en bekokstoven bar weinig aantrekt en er juist een diabolisch plezier in lijkt te scheppen steevast en nadrukkelijk te kiezen voor de contramine?
Er zit niets anders op dan de werkelijkheid af te schaffen. Bepaalde gebeurtenissen, waaronder de aan de gang zijnde “presidentsverkiezingen” in Amerika, doen sterk vermoeden dat de werkelijkheid zichzelf reeds stiekem en buiten ons om aan het afschaffen is geslagen. Nota bene! Dat zou zo maar gebeuren zonder dat wij er zelfs een referendum over hebben kunnen houden.

je-kunt-me-wat

 
 
 
 

WTC 9/11/2001, Kredietcrisis 2008 en omgekeerde kolonisatie

Latuff_New World Order

“Het wachten is dus op een terroristen-brein als dat achter de WTC, Pentagon en Witte Huis aanslagen, of lees ik de blog over ‘Terreur onder Panamese vlag’ niet op de juiste manier?”
“Het verhaal over de Panama-terreur gaat over losers versus winners. Wij versus zij. Degenen die in de PP voorkomen – althans: degenen van wie de namen openbaar gemaakt worden – horen bij de losers. De winners blijven onder de radar, buiten zicht. De winners zijn te groot to reveal. Net zoals de veroorzakers van de financiële Meltdown in 2008 too big to fail waren, bovendien hadden veel politici bij 2008 bergen boter op het hoofd, dus alle belang bij de doofpot. Bekijk de video’s zoals Inside job en de Frontline docu’s maar.”
“En wat is het verband tussen WTC 2001 en ‘Kredietcrisis’ 2008?”
“Het WTC stond symbool voor het Westers financieel-politiek complex dat vanuit Wallstreet, de Londense City, Frankfurt, Tokio enzovoorts opereert. De laatste zijn virtuele centra, loci (meervoud van locus), die kun je dus niet fysiek treffen. Net zo min als je flitsgeld kunt lokaliseren. Dus kozen Osama & Cie je een tastbaar symbool, een icoon. Niet het Amerikaanse vrijheidsbeeld, of een godsdienstig symbool zoals een kathedraal of kerktoren, maar een icoon dat voor immorele (moreel-religieus neutraal) geldproductie staat. Perfect gekozen. Met het Pentagon en het Witte Huis als gerelateerde doelen.”
“Het financieel-politiek-militair complex. De Onzalige schijnheilige Drie-eenheid.”

* VROLIJKHEID *

“Vanuit dat frame bekeken: inderdaad briljant!”
“En in 2008 stortte met Lehman Bros en de rest, een veel groter financieel kaartenhuis in elkaar, met veel meer slachtoffers. Het lijkt bijna een verhaal van Michel Houellebecq!”
“Die slachtoffers van de crash in 2008 blijven merendeels onzichtbaar. Daar was geen rondspattend bloed en vielen er geen rondslingerende ledematen bijeen te zoeken. Dus geen camera’s met halfgare half hysterische reporters die niet verder dan een millimeter diep gingen wat oorzaken en verbanden betreft. Kijk naar de berichtgeving over de huidige migrantenstroom: informeer het publiek vooral niet op een degelijke en solide manier, maar focus op zichtbare human interest en platte sensatie. Versla rellen rond azc’s en schilder de protesterende burgers af als halve fascisten en dolle honden, maar ga vooral niet in op de oorzaken en de gammele nationale infrastructuur die geacht wordt al die (moslim!) migranten te absorberen. ”
Tj.Royaards Fingangsters_5
“Bizar, inderdaad. Moslims hebben een afkeer van de laïcité, de seculariteit, en uitgerekend de seculieren – de visieloze platte profiteurs en hap-snap-opportunisten – verbieden middels zelfcensuur over de godsdienstige dimensie te praten! Bizar en zelf saboterend! Wat leven we in feite in een buitenaards systeem!”
“Dus 2008 gebeurde in feite al in 2001! Alleen zagen we het niet zo. Dat heeft blijkbaar tijd nodig om in te dalen. De daders van die vliegtuigaanslagen waren bereid hun leven te geven voor een zaak waar ze in geloofden. De stiekeme schoften die de Kredietcrisis 2008 op hun kerfstok (ik had bijna ‘geweten’ gezegd, maar ze hebben geen geweten) hebben, kwamen er rijker uit dan ze voor de crisis waren.”
“Klopt. De aanslagplegers uit 2001 zijn tot on-mensen gemaakt, maar van de criminelen die achter de Meltdown in 2008 zaten, is niemand de gevangenis ingedraaid. Het werd nota bene nog bizarder, want bijna iedereen van die financiële gangsters kwam er vele malen rijker en vermogender uit! Doordat de slachtoffers hun belastinggeld moesten offeren om de schurken-banken overeind te houden. Inmiddels zijn dezelfde pipo’s nijver in de weer met de volgende heist. De EU en de eurozoneclub vormen een winstgevend project voor precies dezelfde gangsters. Het is opnieuw een financieel-politiek conglomeraat, met een militaire poot, zoals je kunt zien aan het intimideren van Rusland door de NAVOlanden en het bombarderen in Syrië en Irak.”
“En ze leiden onze aandacht af middels ‘terreurverdachten’. Het derde garnituur welteverstaan. Niet het formaat dat de WTCaanslagen bedacht en organiseerde. Deze dinkey toy terroristen uit de kansarme strata in negorijen als Molenbeek en de Parijse banlieues behoren tot de losers. De jongens van al Qaeda, destijds, dat was een elite: hoogopgeleid, vermogend, gemotiveerd en effectief. Alleen ontbrak het ze aan de juiste PR en hadden ze geen lobby-firma’s in de arm genomen. Te ideologisch-idealistisch, bijna te puur, kun je zeggen.” Tjeerd Royaards sept11_5
“Wat nu gebeurt met de dinkey toy terroristen is wel hinderlijk hoor; ze verstoren de dagelijkse routines van de massamensen.”
“Helemaal waar, maar ze spelen hun tegenstander – het politiek-financieel-complex – er ook mee in de kaart, want dat establishment verschuift de tegenstelling wij/zij van publiek/politici, naar publiek/terreurverdachten. Dus het zijn de losers die elkaar afmaken, terwijl de aanstichters van alle narigheid lachende derde zijn.”
“Klopt. De tegenstellingen die in een volwassen democratie in de politieke arena’s zouden moeten worden uitgevochten, worden verschoven naar tegenstellingen daarbuiten. De ‘terreurverdachten’ tot de bedreigende vijand maken, kun je zien als een productinnovatie van de marketingbureaus die het beleid in feite de facto al lang maken. Politieke merken bieden geen aangrijpingspunten voor emotionele identificatie en investeringen meer. Politieke partijen worden gemarket als dozen wasmiddel, middels reclame en productdifferentiatie en de kiezer voelt dat natuurlijk. Voetbal kan de tribale behoeften enigszins kanaliseren, net als tv-wedstrijden als ‘the Voice’ en nu oorlogen tussen motorclubs, maar je wilt toch iets van ‘het Echte’ want plastic gaat op den duur tegenstaan. Dus wordt nu ‘de terreurverdachte’ gepromoot als de gevaarlijke Ander. Nog even en de slachtoffers, of hun nabestaanden, van de meest dramatische aanslag krijgen van Talpa een prijs! Dat wil zeggen, als de lijkcijfers – zei ik lijkcijfers? Dat is freudiaans. Als de lijkcijfers tenminste hoog genoeg zijn.”

* VROLIJKHEID *

“Je kunt het proces reconstrueren aan de hand van deel III van Houellebecq’s roman ‘Onderworpen.’ Het stuk dat loopt van ‘maandag 30 mei tot en met ‘dinsdag 31 mei.’  Waarin de net-geschorste AIVD-man Alain Tanneur aan het woord is. Tanneur ventileert interessante zienswijzen, die je eventueel vastgeroeste denkraam kunnen kantelen. Wij hebben daar de theorie van inverse neo-kolonisatie op geënt.”
De nieuwe kolonisatoren
“Wij worden al lang geregeerd door ‘de’ oliestaat-bobo’s, want die hebben de koorden van de beurs met oliedollars in handen. Wij zijn met ons allen koloniën van de vermogenden (d.w.z. geld-bezitter en geldmaker inéén), maar die regeren ons via onze eigen respectieve establishments. Precies zoals ‘wij’ dat vroeger deden in onze koloniën. Wat Nederland betreft in Nederlands-Indië en in India als het om Engeland gaat. Toen domineerden christenen de heidenen en nu trekt de islamitische kalief aan de touwtjes en laat ons via onze establishments doen wat hij wil. Houellebecq laat de grootste collaborateurs zich bekeren tot de islam, net zoals vroeger de fanatiekste inheemse collaborateurs in de koloniën christen werden. Dat was goed voor hun carrière.
Soms gaan de huidige establishment-zetbazen wat ruw te werk, zoals met het afknijpen van de Grieken bijvoorbeeld en waarschijnlijk ook met de massale roof en plunder van onze pensioenkassen, maar tot nog toe heeft bijna niemand dat narratief in de gaten. De meerderheid verkeert nog steeds in de waan dat het via democratische verkiezingen zijn eigen lot bepaalt. Met David Van Reybrouck als grote uitzondering! Op den duur moeten ook hen de schellen van de ogen vallen, want er valt politiek helemaal niets meer te kiezen: alles is moreel-neutraal, ideologisch hol en leeg, totaal gelubt en uitgebeend. Alleen geld scoren geldt. Zonder dat er veel tastbare toegevoegde waarde of aanwijsbaar nut gegenereerd wordt. De echte losers moeten het noodzakelijke handwerk blijven doen.”
“Houellebecq schetst die kolonisatie verbazend subtiel. Het gebeurt hoofdzakelijk door het verder corrumperen van het toch al corrupte establishment, zoals de ruggegraatloze opportunist Robert Rediger. Een prachtige karikatuur, die toch soms schrijnende waarheden debiteert. Kijk naar die lieden bij ons die momenteel pleiten voor onbeperkt toelaten van moslims die straks zouden kunnen dienen als nieuwe bestuurders van de kalief, zoals de Tunesiër Ben Abbes bij Houellebecq. Tegelijk zorgen ze voor de complete pervertering van het asielrecht. Dus verdere uitholling van onze waarden.”

* VROLIJKHEID *

“Houellebecq is een complotdenker! Maar, inderdaad, kolonisatoren lijmen het establishment en kunnen zo de kolonie op afstand met hun pink besturen, dat wil zeggen uitbuiten en leegzuigen. Nu kan dat zelfs digitaal, nog veel kostenneutraler dus.” Godsdienst
“Je zou bijna gaan denken dat ze hier op de universiteiten net als in Houellebecq’s roman al worden betaald door de Saoedi en de Qatari.”
“Is dat dan nog niet zo? Waarom zijn Nederlandse universiteitsmanagers zo tuk op het stichten van franchise-ondernemingen in die regio’s. Ook in China trouwens. Denk je dat ze daar mogen onderwijzen wat ze hier (nog) mogen? Ik denk het niet. Bij Houellebecq moet collega-flapdrol-docent Steve, na de democratische machtsovername door Mohamed Ben Abbes, zijn studenten voortaan wijsmaken dat Arthur Rimbaud zich tot de islam had bekeerd. Is dat eigenlijk nog satire? Ik denk dat het hier en daar al praktijk is hoor. Als ik bijvoorbeeld Mister One Percent beluister, met zijn migrantenverhaal, dan denk ik ook al: nou nou, wat stelt het vak geschiedenis eigenlijk nog voor?”
“Zou Talpa in China geen Talpa-universiteit stichten met Talpa bobo als Hoofdprofessor?”

* VROLIJKHEID *

“Weet je, ik vind het steeds verontrustender dat het establishment in Frankrijk Houellebecq’s roman ‘Onderworpen’ zo vijandig ontving. Alsof ze door een adder werden gebeten: betrapt en met een heel kwaad geweten. Zou het zo zijn dat ze de gang van zaken die Houellebcq schetst in de praktijk al faciliteren?”
“Voor dat establishment schetst Houellebecq’s roman een verboden, geheime, utopie en geen dystopie. Dat is echter niet politiek correct, sus schreeuwen ze om het hardst dat Houellebcq een smerige lasteraar is en een nestbevuiler. Het establishment laat zich maar wat graag omkopen door de Saoedi. In ruil houden zij de diverse inheemse populaties onder de duim. De terroristen uit de banlieues zijn voor het establishment hinderlijk wanneer die zich via de IS – zonder dat de meeste dinkey toys daar stil bij zullen staan – tegen de Saoedi kalief keren. Precies wat Osama ook deed: tegen de Saoedi en hun lakeien en proxy’s: de Amerikanen. De leden van de establishments vervullen voor de nieuwe kolonisatoren dezelfde functie en rol als de inlandse establishments destijds. Niet eens zo’n heel onaannemelijk scenario.”
“Je moet er even aan wennen, want we zijn geïndoctrineerd met andere verhalen, maar uiteindelijk draait het vandaag de dag om business modellen en hoe je die ‘in de markt zet’. Politieke overtuigingen hebben daar niets mee te maken. Hoe verneuk en til je het klootjesvolk, bij voorkeur zonder dat die het in de gaten hebben en hoe hou je er zelf het meeste aan over. Daar ga je tegenwoordig de politiek voor in.”
“Dat is het mission statement van de meeste beroeps- en carrièrepolitici.”
“De kolonisatie kan tegenwoordig makkelijker worden verdoezeld, omdat alles via het geld en financieringsconstructies loopt. Dus niet met zichtbare en herkenbare militaire macht. De botte militaire methode heeft bewezen niet effectief te werken. Laatst nog in Irak en Afghanistan, en nu in Syrië, hoewel dat via bombarderen gaat. Helemaal zonder militaire inzet gaat het niet, al was het alleen maar omdat nieuwe technologieën het beste op levende mensen getest kunnen worden.”
Off shoes_60
“Voorlopig zullen we helaas nog veelvuldig worden vergast op duffe ‘berichten’ over schlemielige terreurverdachten en zou je haast geneigd zijn je af te vragen wanneer er nou eindelijk weer een echte intelligente en spectaculaire terreuraanslag van formaat plaastvindt. Die de juiste slachtoffers maakt. Als je dat tenminste zo kunt stellen, de juiste slachtoffers.”
“Waar wij trouwens bijna nooit bij stilstaan, is dat het kalifaat van Saoedi-Arabië helemaal geen verkiezingen kent. Dat is een familiebedrijf met godsdienst als belangrijkste marketing-instrument en wanneer iemand het volgens de kalief te bont maakt, gaat z’n kop er simpelweg af. Zoals bij Alice in Wonderland: off with his head! Dus wanneer je in en aan dat bestel iets wilt veranderen of wijzigen ben je haast automatisch aangewezen op gewelddaden. Dat zou je een regio- en cultuurgebonden methode kunnen noemen. Geen terrorisme. We noemen Saoedi-Arabië geloof ik officieel een staat en het heeft allerlei zetels in wereldgremia, maar op basis waarvan? Geld. Onnoemelijk veel geld en onuitputtelijke voorraden olie. Dan mag je alles en praat iedereen je naar de mond.“
“Ik ga ‘Onderworpen’ van Houellebecq weer eens herlezen. Gisteren stuitte ik bij bladeren op de passage over het distributivisme: ‘Het distributivisme, zou Ben Abbes later preciseren, was volledig verenigbaar met de lessen van de islam.’ Natuurlijk. Dat wordt me steeds duidelijker. Prachtig, hoe allerlei establishment-deskundologen doodserieus gingen uitleggen wat het distributivisme betekent, terwijl Houellebecq gewoon de hedendaagse praktijken van gelegaliseerde roof door het establishment bedoelt! Satire van hoge kwaliteit. En even verderop: ‘Op vergelijkbare wijze stelde Da Silva dat de gezinsband, met name de vader-zoonband, onmogelijk gebaseerd kon zijn op liefde, maar alleen op de overdracht van een ervaring en een erfgoed.’ Alsof Thomas Piketty aan het woord is.”
“Je moet ‘Onderworpen’ blijven herlezen, want de ontwikkelingen in de actualiteit voegen zich steeds levensechter naar de roman! Knap van de realiteit, nietwaar?”
“Wie is er eigenlijk benieuwd naar de evaluatie door de Regering (uiterlijk in september 2016) van de referendum-uitslag van het 06 april OekraÍne-referendum? “
* Uitbundige VROLIJKHEID  en de zon schijnt gelukkig …. *

Citaten Houellebecq

Michel Houellebecq (2015): Onderworpen / De Arbeiderspers / 978 90 295 3861 9 vertaling van Soumission
Jan Techau: Het Westen zal zich vooral onderwerpen aan zijn kleinzielige zelf  /  Volkskrant 29 januari 2015
Michel Houellebecq (2011): De wereld als markt en strijd / Arbeiderspers / 978 90 295 7547 8
 
Cartoons van Tjeerd Royaards  –   http://www.tjeerdroyaards.com/
 

PvStraaten_privatis_5

 
Inside Job
Frontline documentaires
Breaking the Bank
Inside the Meltdown
The Warning
 
 
 
 
 
 

Ná ons de zondvloed … pompen en toch verzuipen

citaat G Kepel

“Het gaat maar om 1%, dus waar maken de econoom Thomas Piketty en de Occupy Wall Street beweging zich druk over? Slechts 1% van de wereldbevolking heeft 80% van het wereldvermogen in bezit of op z’n minst ter beschikking! Wat is dat nou? Één procent! Slechts 1% van de Europese bevolking bestaat uit vluchtelingen, zegt de Denkster des Vaderlands (Trouw zaterdag 9.4.2016), die de Immigratiedeskundoloog des Vaderlands aanhaalt.”

* Vrolijkheid *

“Het beeld van de regen, de dijken en de verkopers van waterlaarzen, oliejassen en rubberboten, vind ik meesterlijk! Stel je eens voor. De regen valt met bakken naar beneden. De dijken beginnen te lekken en de lekkages worden snel erger. Entree van de marskramers die waterlaarzen en oliejassen verkopen. Mensen, trek waterlaarzen en een oliejas aan, dan blijf je droog. Denk maar niet aan de dijken.
Fase twee is: mensen leer watertrappen, want het water blijft stijgen. De waterlaarzen, oliejassen en rubberbootjes zijn trouwens uitverkocht. Niet aan de dijken of de regen denken.
Fase drie: sorry mensen. Pech. Wíj gaan vast de Ark in en als ik jullie was zou ik snel een terp opzoeken, want de dijken houden het niet langer en het blijft regenen. De plaatsen in de Ark zijn beperkt en uiteraard bestemd voor  ….. ahum, in ieder geval niet voor jullie.”

* Vrolijkheid *

“Hoe lang zouden deze mensen uit deze parabel doen wat de kwakzalvers ze verkopen? Natuurlijk zijn waterlaarzen, oliejassen en rubberbootjes handig als eerste redmiddel, maar iedereen begint toch direct de dijken te dichten? Zandzakken vullen en stoppen die bressen. Neen hoor, wij niet. Wij laten de grenzen open, want wij hebben ‘een open houding ten opzichte van vluchtelingen’! De asiel-migranten maken slechts een fractie uit van de totale Europese bevolking. Dat heeft de Deskundoloog des Vaderlands net nog op de Comeniuslezing verkondigd. Voor een gehoor van 0,0000…% (??) van de Europese bevolking. De meesten van zijn toehoorders hebben in ieder geval een luxe hut op de Ark. Dat was een exclusief arrangement: toegangsbewijs/uitnodiging voor de Comeniuslezing mét voucher voor luxe hut op de Ark.”  ark_Noah_txt

* Vrolijkheid *

“Als bonus: verschoond blijven van geventileerde wijsgerigheden van de Denkster des Vaderlands! S.v.p.!
“Curieus nietwaar? En dan die kloof die ze verklaart met de tegenstelling, tussen stad versus platteland. Bingo! Dat is de verklaring voor het verzet tegen de ongelimiteerde en ongecontroleerde instroom van migranten. Niet de kloof tussen establishment en het klootjesvolk. De migranten worden op het platteland gedumpt en daar leven de vers-uit-de-klei-getrokkenen Neanderthalers. Terwijl alle boerderijen intussen zijn opgekocht door yuppen en andere establishment-personages. Hoe denkt zo’n Denkster des Vaderlands in hemelsnaam?”
“Ik denk dat wij in het verkeerde vaderland zitten.”

* Vrolijkheid *

“Geen woord, geen toespeling op de oorzaken van de stortbuien. Kan het toch, heel misschien, een heel klein beetje, aan mensgerelateerde klimaatveranderingen liggen? Kan het wezen dat oorlogen (zijn dat natuurrampen?) vluchtelingen genereren – naast ‘natuurrampen’ zoals droogte en echte overstromingen?”
“Dat heeft de denkster-mevrouw ook bedacht: ‘brandhaarden’ noemt ze die oorlogen, zonder daar verder een wijsgerige gedachte aan vuil te maken. O ja, er is een columniste in Trouw, die met en stalen facie beweert dat de elite wel degelijk probeert te luisteren naar het klootjesvolk – natuurlijk, want als je dat ontkent, word je door de elite niet tot de elite gerekend. Geweldig vind ik haar vaststelling: ‘Veel politieke partijen hebben de klachten omgezet in beleidsvoornemens.’
Beleidsvoornemens. Dat hoor ik per dag per nieuwsuitzending minstens twee keer, als het niet vaker is: Minister Zus & Zo wil ………. Er wordt geen track record bijgehouden van wat er van die voornemens is verwezenlijkt, dus ministers kunnen willen wat ze willen, en doen dat dan ook als een diarree. Een beleidsvoornemen ventileren, volstaat om als politicus voor vol aangezien te worden.
In het voorbeeld van de regen: de regering wil dat er als de bliksem een Ark wordt gefabriceerd, want het ziet ernaar uit dat het voorlopig blijft hozen (oorlogen zullen blijven woeden). Voorts is de regering voornemens om mensen van verdrinken te redden door hen op de Ark  ……. “
“Ja, ja, stop maar! Het wordt té realistisch! Er bestaat inderdaad helemaal geen kloof tussen het establishment en het klootjesvolk! Wij bevinden ons gewoon in het verkeerde vaderland.”
“Zou er ooit een referendum komen om een Denker des Vaderlands te kiezen?”
“Hebben we zo’n figuur nodig? We kunnen allemaal zelf toch ook denken? Ik ben nog nooit getroffen door wat een DDV had te zeggen …..”
“Nou ja, Paljassen des Vaderlands hebben we te over , dus een Denker zal het ‘m niet doen, vrees ik.”Zelfs een gróóót denker niet.”
“In Bulgarije dichten ze de kloof tussen establishment en klootjesvolk door leden van het establishment op te sluiten bij het plebs. Hier gaat dat niet werken, want de kakkers krijgen vast in Scheveningen- naar de Bijlmer gaan ze al helemaal niet – een eigen appartement mét roomservice.”
ark-in opstand
 
Dagblad Trouw van zaterdag 9 april 2016, met daarin o.a. een interview met de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev
Islamexpert Gilles Kepel: „Der Islamische Staat ist nicht die Rote Armee Fraktion“
http://www.faz.net/aktuell/politik/kampf-gegen-den-terror/islamexperte-ueber-den-dschihadismus-in-frankreich-14023327-p3.html#/elections

 * * *

Europe Has a Choice: Democracy or ‘Eurocracy’ / Europa kan kiezen tussen Democratie of Eurocratie. Aldus Juris Paiders, hoofd van de Letse Vereniging van journalisten op de Russische nieuwssite Sputnik.
“The people of the Netherlands have forced Dutch authorities to take account of their voice, voting against the EU-Ukraine Association Agreement being pushed by Brussels. Unfortunately, Latvians do not have the kinds of opportunities the Dutch do, suggests Juris Paiders, the head of the Latvian Journalists’ Union.”
 
 
 
 
 
 
 

De asielmigranten-narigheid en -ellende, van dag tot dag in beeld …

Carlos Latuff refugees and rebels_txt
Kaminsky Juncker_5
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

nostalgie ….. liedje van  Louis Davids: We gaan naar Zandvoort, al bij de zee  ….
www.youtube.com/watch?v=Nlt5Md7yQv

Tom Jan beschaafde sheiks_5
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Cai Meng ChDaily_5
Li Min Chin Daily_cock au vin
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
MarKamensky survival fittstpeterschrank-Angela_txt
P SChrank_EUinburgeren

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Peter Schrank Verschrikkelijk

Latuff Syrië_zien
J Forsythe Lorelei_Bommel. jpg

‘Die Lorelei’ (Heinrich Heine)  –  www.youtube.com/watch?v=0lQyXCGRNj4

http://www.beleven.org/verhaal/de_maagd_van_de_lorelei

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1849477/2011/01/21/Schipbreuk-bij-de-Lorelei.dhtml

 
 
 
 
 
 
 

De derde man in Hermans' 'Donkere kamer van Damokles'

door Jerry Mager
op de blogsite Work In Progress in de periode januari 2015 – 02 februari 2015

‘’Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. Men zou kunnen willen zeggen: ‘‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’’ – Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.’
Ludwig Wittgenstein:
Philosophische Untersuchungen.
“If I see two men at once, I cannot by any such direct experience identify both of them with a man I saw before. I can only identify them if I regard them, not as the very same, but as two different manifestations of of the same man.”
C.S. Peirce (1978/1940:93): The principles of phenomenology
“Er zijn twee soorten schrijvers. De eerste soort wil zich, zichzelf, rechtvaardigen als mens. De tweede soort wil zich rechtvaardigen als schrijver. De diepere werkelijkheid van de tweede soort schrijver is een onmiddellijk als mythologisch geconcipieerde werkelijkheid. Hij is geen realist en gelooft niet aan ‘de’ werkelijkheid. Zijn romanpersonages zijn geen zelfportretten of portretten van personen die de schrijver heeft ontmoet. Maar het zijn de incarnaties van de wilde jungledieren die onder de dubbele bodem van de menselijke ziel huizen.”
W.F. Hermans in
Het sadistische universum

Bij de debatten en discussies over ‘De donkere kamer van Damocles’ van W.F. Hermans ging en gaat het nog altijd hoofdzakelijk over de vraag of Osewoudts ‘dubbelganger’ Dorbeck al dan niet bestaat of bestaan kan hebben. Hermans voert in zijn roman echter een tweede dubbelganger ten tonele: Egbert Jagtman. Deze Jagtman zou Dorbecks dubbelganger kunnen zijn en dus – in commissie – ook die van Osewoudt. Aan dit personage Jagtman is door de analysten en critici verrassend weinig aandacht besteed, terwijl het toch een belangrijk aspect belichaamt van de mate waarin Hermans in zijn verhaal consistent en geloofwaardig is.
aannemelijk?
De drie personages Osewoudt, Dorbeck en Jagtman moeten door de schrijver op aannemelijke wijze als voor elkaar inwisselbaar gepresenteerd worden. Als Jagtman het evenbeeld is van Dorbeck en Dorbeck dat van Osewoudt, dan is Jagtman dus ook het evenbeeld van Osewoudt. Is het waarschijnlijk dat Jagtman op Dorbeck en dus ook Osewoudt lijkt? Is de manier waarop de geallieerde autoriteiten te werk gaan bij de verificatie van de eventuele overeenkomsten tussen het kadaver en Osewoudt en Dorbeck, waarschijnlijk?
In deze posting enkele ideëen.
In de roman introduceert Hermans het personage Jagtman via Dorbeck, op bladzijde 30. (Mijn paginaverwijzingen zijn naar het gratis exemplaar dat in november 2012 werd verspreid door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek ter gelegenheid van de actie Nederland leest, isbn: 978 90 5965 179 1). We bevinden ons dan in de begintijd van de Duitse bezetting, rond eind 1940. Tot op bladzijde 278 – de roman telt 328 bladzijden – horen we daarna niets over Jagtman (en Dorbeck). Op bladzijde 278 zijn we vier jaar verder en in de prille dagen na de bevrijding van Nederland (april – mei 1945) beland en bevindt Osewoudt zich in Nederlandse detentie op verdenking van spionage, sabotage en liquidaties in opdracht van de Duitsers, ten tijde van de bezetting. Tot zijn verdediging voert Osewoudt aan dat hij voor het geallieerde verzet werkte en op instigatie en aanwijzingen van Dorbeck handelde. Alle pogingen om Dorbeck na de bevrijding op te sporen echter, mislukken. Ieder spoor loopt dood.
Op bladzijde 278 informeert de Nederlandse politieman Spuybroek Osewoudt dat er een massagraf is ontdekt: “We hebben bericht gekregen van een Engelse commandant ergens in de buurt van Oldenburg. Ze hebben daar een massagraf opgegraven. Bij de lijken die tevoorschijn gekomen zijn, schijnt er een te wezen dat aan de beschrijving beantwoordt.” Het betreffende kadaver zou Egbert Jagtman kunnen zijn. Spuybroek: “Herinner je je nog, dat je een verhaal verteld hebt waarin de naam Jagtman voorkwam. Jagtman… een naam en een adres die je van Dorbeck had opgekregen. Je moest daar foto’s naartoe sturen. Het was op het Legmeerplein in Amsterdam. Maar toen je daar eens ging kijken, bleek dat er juist de vorige nacht een vliegtuig was neergestort op dat huis en dat de hele familie Jagtman daarbij was omgekomen? Was het zo niet?
– Ja, ongeveer.
– Nou. Weet je wie zich aangemeld heeft? De tandarts van die familie Jagtman. Hij weet precies hoe de gebitten van die mensen eruitzagen. Als nu het gebit van dat lijk in Oldenburg overeenkomt met dat van een lid van die familie Jagtman, dan zijn we heel wat verder. Dan wordt het begrijpelijk waarom niemand van Dorbeck heeft gehoord. Dan ligt de veronderstelling voor de hand dat Dorbeck een schuilnaam geweest is en dat hij in werkelijkheid Jagtman heette.”
Ze gaan naar Oldenburg. De tandarts wordt onderweg opgepikt en tussen Osewoudt en hem ontspint zich het volgende gesprekje.
“Pas toen de auto aan de ingang van de Engelse legerplaats te Oldenburg stopte, kreeg Osewoudt de kans enkele woorden te wisselen met de tandarts die zij onderweg hadden opgepikt.
– Meneer, vroeg Osewoudt, u heeft dus de hele familie Jagtman goed gekend?
– Ja, ze waren allemaal bij mij in behandeling.
– En er was er een bij die op mij leek?
– Ik zou zeggen van wel. Daarom heb ik ook de politie opgebeld toen ik die foto van Dorbeck in de krant zag. Maar u moet wel begrijpen, het is alweer vijf jaar geleden dat ik hem het laatst gezien heb. Ik houd geen fotoalbum bij van mijn patiënten.
– Hoe heette hij precies?
– Egbert.
– Egbert. Heeft u hem na mei 1940 nog gezien?
– Dat is het hem juist. Hij is het laatst bij mij geweest in augustus 1939 – Daarna is hij gemobiliseerd.
– Was hij bij de artillerie?
– Ik zou het niet precies kunnen zeggen.
– Hoe oud was hij?
– Drie en twintig.
– Maar als nu een andere tandarts terwijl hij in dienst was, een heleboel aan zijn gebit veranderd heeft?”
Osewoudt heeft op het moment dat dit voorval in Oldenburg zich afspeelt alweer zijn gewone witte dunne haar. Als de tandarts vindt dat Jagtman op de foto (is die van Dorbeck of Osewoudt?) lijkt, dan moet Egbert Jagtman licht haar hebben gehad. Zelfs op een zwart-wit foto is te zien of iemand wit of zwart haar heeft. Over de haarkleur van Jagtman en Osewoudt wordt echter met geen woord gerept, terwijl de tandarts Osewoudt toch in persoon voor zich heeft. Dan is er de kwestie van de lichaamslengte. Osewoudt is vanwege zijn kleine postuur afgekeurd voor militaire dienst – hij was een halve centimeter te kort – terwijl Egbert Jagtman officier zou zijn geweest. Valt Osewoudts geringe lichaamslengte de tandarts niet op en komt die overeen met die van zijn patiënt Jagtman? Dorbeck zou bijna even kort als Osewoudt moeten zijn, maar net een halve centimeter langer. Dat was Dorbeck althans tijdelijk, want Dorbeck beweert dat hij zich vlak voor de militaire keuring heeft uitgerekt. Na de keuring moet Dorbeck tenminste een halve centimeter zijn teruggezakt, als een pudding, misschien zelfs iets meer dan die halve centimeter indien hij zich vóór de keuring verder dan een halve centimeter had opgerekt. Ook Jagtman moet dus tamelijk klein van stuk zijn geweest. Hoe kort of lang was Jagtman? Hierover rept Hermans met geen woord.

het kadaver
Op bladzijde 284 wordt in Oldenburg het kadaver onderzocht dat eventueel van Dorbeck zou kunnen zijn. “Helemaal achterin lag het lijk dat hij bedoelde. Het had een kruis van rode menie op de lichtblauwe, opgezwollen buik. De ogen waren open, maar de oogballen verdwenen. Op de wangen kleefde een dunne zwarte baard. Ook het hoofdhaar was zwart.
– Is dit Dorbeck? vroeg Selderhorst. Osewoudt aarzelde.
De tandarts hurkte, zette zijn spatel tussen de gesloten kaken van de dode, en wrikte de mond open. In de andere hand hield hij zijn zaklantaren.
– Al gezien! riep hij, zich weer oprichtend, heeft geen tand of kies meer in de mond!”
Ook over het postuur van dit lijk geeft Hermans niet de informatie die je onder de gegeven omstandigheden mag verwachten: hoe lang is de dode man en is zijn zwarte hoofdhaar van nature zwart, dus niet zwart geverfd. Heeft hij ook zwart oksel- en schaamhaar? De lezer krijgt er niets over te lezen. Op de wangen van het kadaver kleefde een “dunne zwarte baard” terwijl van Dorbeck op bladzijde 24 wordt gemeld dat hij blauwe kaken had vanwege een zware baardgroei: “ Hij had zwart haar en langs zijn onderkaak lag een blauwe schaduw van baardstoppels.” Waarom zouden de autoriteiten Osewoudt en de tandarts naar Oldenburg slepen, terwijl ze al wisten dat het lijk geen gebit en geen ogen had? Op z’n minst hadden ze de lichaamslengte van de dode kunnen doorgeven. Spuybroek zegt dat ze afgaan op een beschrijving, maar aan welke beschrijving beantwoordt het lijk dan? Waarom ligt het kadaver dat onderzocht zal worden nog tussen de andere lijken in de drab en smurrie, terwijl de Engelsen weten dat de delegatie in aantocht is om het lijkt te inspecteren? Het massagraf werd nota bene tien dagen ervoor al gevonden. Hermans verstrekt geen forensische gegevens over het kadaver, behalve de opgezwollen buik (284). Als lezer kun je onmogelijk nagaan of het kadaver geloofwaardig “vers” genoeg is, juist te vers, of net over de waarschijnlijke houdbaarheidsdatum onder die omstandigheden.  Men sleept Osewoudt wel heen en weer naar Engeland (bladzijde 242-255) om hem te ‘verhoren’ maar gaat blijkbaar erg nonchalant met dit belangrijke lijk om. Uiterst vreemd en niet bijster overtuigend.
Hermans’ wisseltruc met shifters

“Der Held interessiert Dostojewski nicht als ein Phänomen der Wirklichkeit, das bestimmte, fest augeprägte sozialtypische und individuell-charakteristische Merkmale aufweist, nicht als eine äuβere Gestalt, die sich aus eindeutigen und objektiven Zügen zusammensetzt, welche in ihrer Gesamtheit die Frage > Wer ist er? < beantworten. Dostojewskij kommt es nicht darauf an, was sein Held in der Welt darstellt, sondern darauf , was die Welt für den Helden, was der Held für sichselber darstellt.”
Mikhail Bakhtin (1985:86): Literatur und Karneval.

Hermans haalt echter een wisseltruc uit met Osewoudt en met de lezer. Dat doet hij middels de shifters Osewoudt, Dorbeck en Jagtman. Een shifter (Otto Jespersen, Roman Jakobson) is een taalteken dat verwijst naar een situationele context, naar de concrete taalgebruikssituatie. Het zijn deiktische uitdrukkingen (bijvoorbeeld: die, gisteren, jij, hier) waarvan de referentie – hetgeen waarnaar ze verwijzen – afhangt van en verandert met de gebruikssituatie. Smulders gebruikt zeer overtuigend ‘cross-world identity’ (google bijvoorbeeld op de filosoof David Lewis), maar ik prefereer shifters. In een ander stuk zal ik uitleggen waarom.
De namen Dorbeck, Osewoudt en Jagtman ( aan het eind strooit Hermans met de naam Elkan, zand in de raderen) verwijzen naar steeds andere personages, afhankelijk van de taalgebruikssituatie. Terwijl we denken een passage te lezen die over Osewoudt lijkt te gaan, blijkt achteraf – daar kun je door oefening tot op zekere hoogte op leren anticiperen – dat het eigenlijk over Dorbeck/Jagtman gaat, en andersom, omgekeerd, achterstevoren en binnenstebuiten.
Immers Osewoudt, Slegtenhorst, Spuybroek en de tandarts van Egbert Jagtman gaan naar Oldenburg om een kadaver te inspecteren dat mogelijkerwijze de dode Jagtman kan zijn. Dat meldt Spuybroek op bladzijde 278-279 aan Osewoudt. Maar ook Spuybroek is niet eenduidig. Hij heeft het over “de beschrijving”, maar zegt niet van wie de beschrijving afkomstig is en wie er beschreven wordt: de politie, Osewoudt, Jagtman of Dorbeck?
Osewoudt beweert dat hij Dorbeck kent, maar (291) nooit heeft beweerd dat Jagtman en Dorbeck dezelfde zijn. Hermans laat Slegtenhorst een wisseltruc uithalen om Osewoudt in zijn verwarring te bevestigen, zodat die straks terecht als verrader voor het gaas kan. De tandarts echter gaat mee om te verifiëren of het kadaver misschien van zijn patiënt Jagtman zou kunnen zijn, niet van Dorbeck, want de tandarts kent Dorbeck helemaal niet.
Slegtenhorst stelt Osewoudt echter de vraag of het lijk Dorbeck is (284). Osewoudt aarzelt, logisch, want hij heeft Jagtman nooit gezien en Dorbeck hoogstwaarschijnlijk ook niet (Smulders: is het noodzakelijk dat Dorbeck bestaat?) .
Voordat Osewoudt iets kan zeggen, laat Hermans de tandarts melden dat het lijk geen tand of kies meer in de mond heeft. Hij kan dus niet vaststellen of het Jagtman is. De tandarts bekijkt alleen het gebit en niet het hele kadaver. Hij zegt niets over de lengte van Jagtman. Of het kadaver van Jagtman kan zijn, kan de tandarts niet vaststellen, of het Dorbeck is, kan Osewoudt evenmin zeggen. (boek Smulders, 249) Slegtenhorst dringt niet verder bij Osewoudt aan en de lezer krijgt dus hom noch kuit.
Smulders’ redenen

“It appears to me that this mystery is considered insoluble, for the very reason which should cause it to be regarded as easy of solution”
E.A.Poe, in: ‘The Murders In The Rue Morgue’

De Neerlandicus Smulders heeft vast niet toevallig een naam die ook met een S begint en bovendien op een s eindigt: een molenaar – “mulder” – tussen essen. Om te smullen! Wilbert Smulders zegt op bladzijde 50 – 51 van zijn boeiende boek dat hij zich niet wil bezighouden met de vraag omtrent het al dan niet bestaan van Dorbeck. Hij concludeert dat de roman van Hermans een onoplosbaar interpretatieprobleem met zich brengt en stelt zich ten doel te achterhalen welke redenen daarvoor verantwoordelijk zijn.
Smulders is geïnteresseerd in de redenen die de lezer nopen zich op een gegeven moment de vraag te stellen of Dorbeck al dan niet bestaat. Het knappe van Smulders is dat hij postuleert dat die redenen (die volgens Smulders de lezer dus zullen dwingen) dezelfde zijn die ervoor zorgen dat op de vraag of Dorbeck wel of niet bestaat, geen antwoord mogelijk is. Smulders’ formulering deed me sterk denken aan een passage bij Poe – zie citaat hierboven.
Het gaat bij Smulders dus om dezelfde redenen die een ander doel niet dienen. Kan dit, zeg ik het zo correct? Bij Smulders gaat het om identieke redenen terwijl het in Hermans’ roman om identieke personages gaat. Slaagt Smulders in zijn queeste? Wie een antwoord op die vraag wil, moet Smulders’ verhandeling zelf lezen. Die is zeer de moeite waard.

“Het centrale idee van het boek [i.e. Damokles; jm] is dat van het misverstand. Het is ook een kwestie van zichzelf verkeerd beoordelen, dat kun je geen misverstand noemen. Het is mogelijk dat de mens innerlijk verandert, dat de man die vandaag leeft niet meer kan onderschrijven wat hij gisteren heeft gedaan. Mensen uit één stuk bestaan in mijn romans niet. Die verandering, dat is juist het vreemde, die is niet discontinu, maar juist continu, maar omdat we geen houvast hebben aan iets dat voortdurend verandert, stellen we ons dus onophoudelijk de vraag, wat is authentiek in wat we doen en wat we denken.”
W.F. Hermans (1959,1962) over ‘De donkere kamer van Damokles’ in ‘Scheppen riep hij, gaat van Au’

Op eigen ervaring afgaande, meen ik dat je je als lezer van Damokles op verschillende momenten tijdens het lezen de vraag stellen kunt of zelfs moet, of Dorbeck/Jagtman bestaan, en dat die vraag bij iedere lezing van het verhaal op een ander moment gesteld zal worden en het antwoord steeds wisselend moet zijn. Je stelt je die vraag als lezer echter bijna nooit bewust en dat veroorzaakt de desoriëntatie waarover Smulders het heeft in hoofdstuk 4 van zijn verhandeling.
Dat de mens ook innerlijk verandert, geldt zowel voor de lezer als voor het personage waarover hij leest. Wie verandering bij wie veroorzaakt, weet ik niet en dat interesseert me ook niet. De redenen die Smulders misschien vandaag verstrekt, waren gisteren vermoedelijk al niet meer valide. Dat doet aan mijn leesplezier – van zowel Hermans als Smulders – evenwel geen sikkepit af.
In plaats van de ‘mise en abyme’ / het Droste-effect (Smulders, 248), opteer ik tijdens lezing daarom toch eerder en vaker voor Derrida’s ‘différance’, dat doet mij me meer thuis voelen bij het lezen, omdat ik het voortdurende uitstellen van betekenis, inherent aan de (non-)identiteit, als een natuurlijk gegeven ervaar. Ik denk in dit kader ondermeer aan die niet-op-elkaar-lijkende-namen Osewou-dt en Dorbe-ck, waarvan Osewoudt beweert dat ze op elkaar lijken. Alleen omdat je niet kunt horen dat Dorbeck met ‘ck’ geschreven wordt en Osewoudt met ‘dt’. Is dit een geval van functionele redundantie?
het negatief van de pudding

 “Geen enkel verhaal, hoe realistisch ook, geeft antwoord op alle vragen die eraan zouden kunnen worden gesteld. De kunst van de realistische auteur is alleen dat hij te krasse tegenspraken vermijdt, dat hij in waarnemingsvermogen niet achterstaat bij de gemiddelde waarnemer. Kortom, hij weet de indruk te wekken dat ‘het klopt’.
Toch geeft hij op eenvoudige vragen geen antwoord. Zijn kunst is het scheppen van een sfeer waarin bepaalde vragen niet passen.”
W.F.Hermans (1974:117): ‘Het sadistische universum’

Indien Jagtman dezelfde persoon zou zijn als Dorbeck, dan nog moeten zowel Jagtman als Dorbeck op Osewoudt lijken. Maar lijkt Osewoudt wel op Dorbeck? Op bladzijde 25 ziet Ria Dorbeck en ze meent: “ Hij leek precies op jou, zoals een negatief van een foto lijkt op een positief. Jij lijkt op hem zoals een mislukte pudding lijkt op een… weet ik veel… op een pudding die wel gelukt is.” Lijkt een negatief op een positief? Probeer maar eens van zes postieven en de zes bijbehorende negatieven bij ieder positief het juiste negatief te vinden. Zelfs met behulp van een lichtbak zal dat een hele klus blijken.
Ria vindt Dorbeck en Osewoudt beiden op een pudding lijken, dus zij waardeert Dorbeck heel anders dan Osewoudt, die Dorbeck adoreert en idealiseert. Ria is misschien geen sympathieke vertelinstantie, maar is zij daarom een onbetrouwbare? “De mensen waar romans over handelen, worden door de lezers onderscheiden in sympathieke en antipathieke. Wat is een sympathiek romanpersonage? Het is een personage waarover de schrijver niet meer bekend maakt dan de massa, in zijn op schijnwaarden gebaseerde onderlinge verkeer, in het openbaar over zichzelf wil weten.”
Kun je spreken van betekenisvol onderscheid tussen een gelukte en een mislukte pudding? Voor mij is pudding pudding, de puddingachtige substantie maakt het wezenlijke van pudding uit.
En dan Osewoudts mond (19), die “deed denken aan de opening waardoor laagstaande dieren hun voedsel opnemen, geen mond die ook lachen en praten kon.” Over Dorbecks mond (24) vertelt Hermans niets. We worden alleen over zijn witte tanden geïnformeerd: “Zijn witte tanden stonden zo recht en aaneengesloten, dat het leek of zijn gebit uit twee ononderbroken messen van ivoor bestond.” Over Osewoudts gebit krijgen we niets te lezen. De beschrijvingen van Osewoudts mond (“bek”) en Dorbecks gebit suggereren alleen dat het onwaarschijnlijk is dat de monden van Osewoudt en Dorbeck op elkaar lijken.
De enige die Dorbeck zo op Osewoudt vindt lijken dat ze inwisselbaar zouden zijn, is Osewoudt. Marianne zegt bij het zien van het op het bioscoopscherm geprojecteerde portret (bladzijde 139) “ Filip, wat is dat gek! Die man lijkt op jou!” Waarom vindt Marianne dat “gek”? Lijken op iemand wil nog niet zeggen dat je voor elkaars dubbelganger kunt doorgaan. Wat de mensen in de zaal precies voor een foto krijgen te zien, weten we niet. Is het een profiel foto, en face, half profiel? Osewoudt heeft “een neusje” (bladzijde 19, 289) dat aan het eind opwipt met brede dunne neusvleugels, doorzichtige afstaande oren en een bek in plaats van een mond. Worden al deze kenmerken zichtbaar op de geprojecteerde foto? Zou je bij deze beschrijving direct aan Dorbeck denken?
van fonemen en morfemen
Hermans haalt nog aardig een grapje uit op bladzijde 24. Ik geef de hele passage.
“Hoe is de naam?
– Dorbeck. Met ck. ‘Dorbeck’ schreef Osewoudt op het filmpje, met ck.
– Ik heet Osewoudt met dt, zei hij en legde het rolletje in de la van de toonbank.
– Dan lijken onze namen op elkaar.
De officier gaf Osewoudt een hand en keek hem recht in zijn ogen. Osewoudt zag dat de ogen van de luitenant op precies dezelfde hoogte als de zijne lagen. Het waren grijsgroene ogen, die hem aankeken of zij iets bijzonders in hem zagen. Nog nooit hadden ogen hem aangekeken op zo’n manier, behalve als hij zichzelf in de spiegel zag.
– U bent even lang als ik, zei Osewoudt, en ik ben afgekeurd voor de militaire dienst.
– Ik bijna ook. Maar ik heb mij uitgerekt.
Dorbeck lachte. Zijn witte tanden stonden zo recht en aaneengesloten, dat het leek of zijn gebit uit twee ononderbroken messen van ivoor bestond. Hij had zwart haar en langs zijn onderkaak lag een blauwe schaduw van baardstoppels. Het vel van zijn wangen leek daardoor des te witter, maar onder zijn jukbeenderen gloeide het roodachtig. Hij had een stem als een klok van brons. – Bedankt, zei hij. …”
Wie kan er nou beweren dat de namen Dorbeck en Osewoudt op elkaar lijken? Ze klinken anders en ze worden heel anders geschreven. Het enige waarin ze “op elkaar lijken” is dat je de “dt” en “ck” aan het eind niet hoort. Hermans vertaalt hier als het ware Wittgensteins uitspraak 4.1212 uit de Tractatus: “Wat getoond worden kan, kan niet worden gezegd.” Je moet de namen geschreven zien, of ze moeten voor je gespeld worden. (Jacques Derrida zal er zijn idee van het primaat van het schrift aan ontleend hebben).
Hermans zegt hier in feite dat Osewoudt en Dorbeck op elkaar lijken door iets wat er niet hoorbaar is. Bedenk dat Osewoudt een hoge piepstem heeft terwijl de schrijver Dorbeck een bronzen stemgeluid toebedeelt. In lemma 3.26 van de Tractatus beweert Wittgenstein bovendien: “De naam kan door geen enkele definitie verder worden ontleed: hij is een oerteken.” Hermans legt op bladzijde 175 van zijn vertaling van de Tractatus uit dat namen bij Wittgenstein niet verwijzen naar personen of dingen maar dat het de kleinste betekenisvolle eenheden (morphemen) in de volzin zijn.
De beide namen Osewoudt en Dorbeck lijken helemaal niet op elkaar, alleen hoor je het verschil tussen de ‘dt’ of ‘d’ of ‘t’ aan het eind van een woord in het Nederlands niet. In ‘hij deed’ en ‘hij doet’ klinken de eind-d en eind-t hetzelfde. Laat je een Nederlander de Engelse zin uitspreken: ‘He had a hat on his flat head’ dan zal in negen van de tien gevallen een native speaker Engels even moeten slikken bij het snel proberen te achterhalen wat de Nederlander precies bedoelt.
In het Engels zijn de eind-t en eind-d namelijk wel discriminerend, net als de ‘a’ en de ‘e’ in bijvoorbeeld ‘hat’ en ‘the Met’ (the Metropolitan). De ‘ck’ daarentegen spreek je ook het Engels eender uit als in het Nederlands, bijvoorbeeld in: ‘cheek’ en ‘check’. Wie hier verder in wil grasduinen googele om te beginnen bijvoorbeeld op ‘fonemen’.
Wie zegt in de hierboven gegeven tekst de woorden: “Dan lijken onze namen op elkaar.”?
Dat kan zowel Osewoudt als Dorbeck zijn. Wie informeert de lezer over de gelijke lengte van Dorbeck en Osewoudt middels: “Osewoudt zag dat de ogen van de luitenant op precies dezelfde hoogte als de zijne lagen.” Is diegene een betrouwbare verteller? Dorbeck beweert dat hij zich heeft uitgerekt. Zou Osewoudt dat niet ook hebben gedaan? En dan nog: de ogen kunnen aan halve centimeter hoger of lager in de schedel staan. Wordt het aannemelijker dat de ogen van Dorbeck, het kadaver, en Osewoudt op de gelijke plek in de respectieve schedels zijn gesitueerd door de oogballen van het kadaver kwijt te maken, of is dit ook zo’n typisch Hermans’ plagerijtje? Kortom, de sprekende gelijkenis tussen Osewoudt, Dorbeck – en Jagtmans – die Hermans ons, lezers, zo succcesvol probeert op te dringen, is helemaal niet zo vanzelfsprekend.
P.C. Hooft
Gebruik voor de aardigheid de P.C. Hooft-prijs eens in een dictee aan middelbare scholieren. De helft die niet weet wie P.C. Hooft is en dat er een literaire prijs naar hem is vernoemd, schrijft PC-hoofdprijs en denkt dat het om een prijs in de computerij gaat.
Er bestaan zelfs leerlingen die PC-hooftprijs opschrijven omdat zij én niet weten wie Hooft was nóch hoe je hoofd/kop spelt. Toch horen ze allemaal hetzelfde woord en bestaan zowel Hooft als hoofd.
wat heet ‘lijken op’?
Lijkt Osewoudt op Meursault van Camus?
Hermans kende het werk van Albert Camus op zijn duimpje; zeker de klassiekers ‘De vreemdeling’ en ‘De mythe van Sisyphus’. In ‘De vreemdeling’ van Camus wordt de hoofdpersoon Meursault door de gevangenisaalmoezenier ‘bezocht’. De priester probeert Meursault te bekeren. In feite beweegt hij hemel en aarde om Meursault zich tot beschaafde Fransman te laten bekennen, en beschaafde Europeanen zijn tenminste nominaal en formeel gristen – in dit geval: katholiek. L’Étranger speelt zich af in islamitisch Algerije, dat destijds een franse kolonie was.
Ook Hermans laat Osewoudt door een priester teisteren, maar maakt van de interactie tussen Osewoudt en pater Beer een komische akt voor twee mannen en zet pater Beers neer als een koddige imbiciel, terwijl Camus de priester als een schuimbekkend schlemiel portretteert. Zowel Meursault als Osewoudt moeten wachtend op hun executie de bezoeking door een zwartrok ondergaan.
Kun je zeggen dat ‘De donkere kamer van Damokles’ als twee druppels water lijkt op L’Étranger? Beide verhalen gaan over de absurditeit van het leven en ik weet bijna zeker dat Hermans zich bij het schrijven van De donkere kamer hevig door Camus (en Franz Kafka) heeft laten inspireren. Maar in hoeverre ‘lijken’ de respectieve verhalen en hun protagonisten op elkaar?
Nog een frappante ‘gelijkenis’ ontdekte ik in Hermans’ verhaal ‘Het behouden huis’ en ‘Nachttrein naar Lissabon’ van de Zwitserse filosoof Peter Bieri. De verteller Raimund Gregorius in Bieri’s verhaal valt het op dat in het huis de Portugese arts en denker Amadeu de Prado, in Lissabon, geen stof op de langbewaarde voorwerpen ligt.
De hoofdpersoon in Hermans verhaal valt tijdens zijn zoektocht in het huis eveneens op dat er nergens stof ligt: “Opeens wist ik het: er lag nergens stof. Zolang er in een huis geen stof ligt, leeft het nog …” Gregorius onderzoekt en evalueert zijn leven door zich aan andere levens te spiegelen, zijn leven met dat van andere te vergelijken. Osewoudt kijkt op belangrijk momenten in het verhaal in een spiegel en parasiteert via spiegelbeelden op het leven van Dorbeck. Lijken de verhalen van Hermans en Bieri op elkaar? Zo ja, in hoeverre?
de twee SS’ers aan geallieerde zijde
Een echt Hermansiaans grapje vind ik het laten figureren van twee SS’ers bij de Britten en de Nederlanders. De namen Smears – Slum (over speaking names gesproken!) en Slegtenhorst – Spuybroek beginnen vast niet toevallig alle vier met een ‘S’. De jonge SS’er op bladzijde 279 is ook niet toevallig zeventien jaar – Osewoudt was bijna net zo jong als het verhaal begint (zie bladzijde 18) – en heeft niet zo maar, net als Dorbeck groene ogen: “Het was een jongen van hoogstens zeventien jaar. Hij had een hoog voorhoofd en daaronder, in ondiepe kassen, de groene wolvenogen van de wildste germaanse stammen.”
Deze jongen zou de gelukte (169) Osewoudt kunnen zijn.
nazi-foto'sHieronder de tekst die Hermans de jonge SS’er op bladzijde 279-280 geeft: “- Jij bent die Osewoudt hè? Ik vind het interessant eens met je te praten. Iedereen heeft over je zaak gehoord. Als je het mij vraagt, dat onderzoek naar Dorbeck is een wandeling in een drijfzand! Elke stap naar voren is tegelijkertijd een stap naar beneden. Hoe denk je er zelf over?
– Dat gaat jou niet aan.
– Als je het mij vraagt ben je een grote klootzak, Osewoudt, ik zeg het niet om je te pesten, maar het is de waarheid. Weetje wat het met de meeste Nederlanders is? Ze hebben nooit denken geleerd. Kijk naar mij. Ik ben een jaar geleden in de ss gegaan. Ik ben een grote amorele theoreticus. Een theoreticus, want ik kan geen bloed zien en bovendien ging ik in de SS toen Duitsland de oorlog al verloren had en andere SS’ers een goed heenkomen zochten in de illegaliteit. Ik geloofde helemaal niet in de SS, het duizendjarig rijk en al die flauwekul waar volgens de kranten iedere SS-man in geloofd heeft. Maar wat ik wel geloof, dat is dat de moraal niets anders is dan een werkhypotese van tijdelijke duur en dat na de dood van de mens, elke moraal voorbij is. Jij hebt zeker niet veel gelezen, hè? Ik wel. Ik ben een intellectueel. Die waren er ook in de SS maar weinig. Het was een even groot stelletje stommelingen als de rest van de wereld. Er waren erbij die Himmler op handen droegen! Himmler! Een zeekoe met een lorgnet op! Ze dachten dat Hitler een genie was! Hitler! Een epileptische smaushond! Ze geloofden, godverdomme, in een betere toekomst! Als het van mij afhing gingen ze allemaal tegen de muur, nu, hier, onmiddellijk!”
Let op die echte Hermansiaanse zin: “Maar wat ik wel geloof, dat is dat de moraal niets anders is dan een werkhypotese van tijdelijke duur en dat na de dood van de mens, elke moraal voorbij is.” De moraal is een werkhypothese van tijdelijke duur.
Het motto dat ik aan het begin van deze posting heb gezet, staat in “De donkere kamer van Damocles” aan het slot van de tekst in Hermans’ vertaling van Wittgensteins tekst: “Ich kann ihn suchen, wenn er nicht da ist, aber ihn nicht hängen, wenn er nicht da ist. Man könnte sagen wollen: »Da muß er doch auch dabei sein, wenn ich ihn suche«. – Dann muß er auch dabei sein, wenn ich ihn nicht finde, und auch, wenn es ihn gar nicht gibt.“ Ook dat is niet toevallig, want na de “Damokles” schreef Hermans “Nooit meer slapen”. De hoofdpersoon van dat verhaal, Alfred Issendorf (let op dat ‘is’ in meervoud!), zoekt vergeefs naar een meteoriet.
Terzijde: Hermans vertelt in het Sadistische universum over ‘Het oor van Dionysius’ (“Even buiten de stad is een steengroeve te zien, een doodlopende grot die de vorm heeft van een s, ongeveer dezelfde vorm dus als het binnenste van een oor. Deze grot wordt nog altijd het Oor van Dionysius genoemd.”), mij valt die s-vorm en het doodlopen van de grot op.

“Bordewijk, die wis en zeker een Nederlands schrijver was, waarmee ik bedoel dat hij in veel opzichten oveenkomst met andere in dit land werkzame auteurs heeft, verschilt van hen soms door de verbijsterend oorspronkelijke manier waarop hij aan ook door hen gebruikte conventies een totaal nieuwe inhoud weet te geven.”
W.F. Hermans (1984:11): ‘Bordewijk’s miskende verhalen’

de queeste
Het gebruik van het werkwoord “zoeken” veronderstelt bijna dwingend dat iemand of iets naar wie of waarnaar gezocht wordt, gevonden kan worden omdat hij er is. Immers zoeken naar iemand of iets die niet bestaat, is een zinloze bezigheid. Juist die zinloosheid is bij Hermans des Pudels Kern.
Zowel Osewoudt als Issendorf (de held uit “Nooit meer slapen”) zijn volop verwikkeld in een queeste naar hun respectieve identiteit. Osewoudt zoekt quasi naar Dorbeck en Issendorf zoekt vergeefs naar een meteoriet. Beiden worden door hun moeder gefnuikt in hun “normale” ontwikkeling omdat Osewoudts moeder zijn vader vermoordt en mevrouw Issendorf haar echtgenoot de dood injaagt met haar hang naar maatschappelijke status. Osewoudt en Issendorf kunnen hierdoor hun Oedipale fase niet doorlopen.
E.A. Poe, Auguste Dupin en Charles Peirce

“The world of fact contains only what is, and not everything that is possible of any description. Hence the world of fact cannot contain a genuine triad. But though it cannot contain a genuine triad, it may be governed by genuine triads.”
C.S. Peirce (477, p. 256): Vol. I van de ‘Collected Papers of C.S. Peirce’

Zowel “De donkere kamer van Damokles” als “Nooit meer slapen” hebben sterke trekken van een detective-verhaal. W.F. Hermans was al vroeg geboeid door het werk van Poe (1809 – 1849). De amerikaanse filosoof Charles Sanders Peirce (1839 – 1914) was eveneens verslingerd aan het werk van Poe en zou zich zwaar hebben laten inspireren door de methode die Poes creatie, de detective Dupin, hanteert.
Peirce ontwikkelt – geïnspireerd door Poe?  – naast “deductie” en “inductie” het concept “abductie” en ontwerpt een “logische triade”: “Abduction is the process of forming an explanatory hypothesis. It is the only logical operation which introduces any new idea; for induction does nothing but determine a value, and deduction merely evolves the necessary consequences of a pure hypothesis. Deduction proves that something must be; Induction shows that something actually is operative; Abduction merely suggests that something may be. ”
(zie de Collected Papers, deel V, paragraaf 171, bladzijde 106 / uitgave uit 1934; Cambridge: Harvard UP).
Peirce bouwde zijn filosofie op trichotomieën en triadische relaties. Osewoudt, Dorbeck en Jagtman zullen vast ook op Peirceaanse wijze met elkaar zijn vervlochten. Het wachten is alleen op de onderzoeker die dit tot onderwerp van haar onderzoek waagt te maken.
Ik vermoed dat onderzoekers en analisten nog vele jaren bezig zullen kunnen zijn om het werk van Hermans onder andere met behulp van het filosofische apparaat van Peirce opnieuw onder de loep te leggen. Hermans las bijna alles, dus waarschijnlijk ook werk van Peirce [ Zie:  ” op diezelfde pagina veranderde Hermans de formulering ‘Matrices (waarheidstafels) waren al eerder gebruikt door Peirce, Frege, Post, Lukasiewicz’ in ‘Matrices (waarheidstafels) waren al eerder of onafhankelijk van W. gebruikt door Frege, Peirce, Post, Lukasiewicz’ (p. 144 en 145 in de editie, het tweede citaat daar met nog weer latere redactionele aanpassingen)], vooral vanwege hun gedeelde liefde voor Poe.
Aristoteles, Freud, David Cornwell en W.F. Hermans
Damokles gaat over gelijkenissen en Smulders (115-118) haalt aan de hand van conventies overeenkomsten en verschillen aan tussen Hermans’ Damokles (november 1958) en Le Carré’s verfilmde boek (januari 1964) The spy who came in from the cold. Hermans beweert, schrijft Smulders, dat Le Carré (= Cornwell) zijn Spy op Damokles had gebaseerd. Misschien, maar dan waarschijnlijk toch via de ‘Poëtica’ van Aristoteles en het werk van Freud.

“There is one moral quality without which a reasoner cannot escape fallacies, and that is a sturdy honesty of pupose. For the lack of that, we every day see creatures in the guise of men losing fortune health, and happiness too, deluded by their own sophisms.”
C.S. Peirce (1892): ‘Keppler’ (in ‘Writings’, vol. 8: 286-291)

Aristoteles raadt schrijvers aan om vooral bij de vooroordelen, stereotypen en conventies van hun publiek aan te sluiten. Dus voorzien zowel Hermans als Cornwell hun protagonisten van een getormenteerde jeugd met traumatiserende ervaringen, omdat die volgens Freud bijna honderd procent garant staan voor een abnormale ontwikkeling van de persoonlijkheid en wij intussen Freuds theorieën als belangrijke standaard hanteren bij de duiding en interpretatie van onze werkelijkheid. Ongeacht de ‘wetenschappelijk bewijzen’ die volgens de laatste stand van zaken in de psychiatrie zouden gelden. Bovendien kan de moderne psychiatrie natuurlijk niet dezelfde ‘mens’ tot onderzoeksobject hebben als die welke Freud op zijn divan had.
“De werkelijkheidsbeschrijving is aan mode onderhevig. De ontdekking van Freud dat er een onderbewustzijn bestaat dat zich aan de redelijke wil onttrekt, is niet meer weg te denken bij de beoordeling van het menselijk gedrag.”
Lees en bekijk trouwens Le Carré’s A perfect spy (1986) eens. Hermans zou misschien beweren dat Le Carré A perfect spy ook op Damokles baseerde. Aristoteles (384-322) “schreef” zijn Poëtica echter lang voordat Freud (1856-1939)  zijn Verzamelde Werken produceerde en Freud was er weer eerder mee dan Hermans en Corwell met hun romans.
De grootste gelijkenis tussen Magnus Pym (Perfect Spy) en Henri Osewoudt (Damokles) is dat hun moeders al vroeg in de ontwikkeling van hun zoons in een gekkenhuis belanden. Tevens draait zowel het werk van Cornwell als van Hermans om identiteiten, misverstanden, misleiding, verraad, bedrog en identiteitverwisselingen.
Hermans neemt Aristoteles’s raad om je als schrijver te voegen naar naar de stereotypen die je publiek erop nahoudt serieus. Daarom dat Mirjam Zettenbaum medicijnen studeert en psychiater Lichtenau ook joods is. Joodse mensen waren immers allemaal: of arts, of advocaat, of zakenman-handelaar, of muzikant. Ze zaten in de vrije beroepen. Natuurlijk, want dat was de enige niche waarin ze de ruimte kregen. Stel je – in die tijd – eens een Moshe Cohen voor als hoge officier bij de geallieerde contraspionage: ondenkbaar.
Dit aspect van opgelegde, opgedrongen, identiteit speelt eveneens door Damokles. Osewoudt krijgt zijn identiteit door zijn jeugd opgelegd en Mirjam en dokter Lichtenau krijgen hun joodse identiteit opgelegd door de duitsers. Of je je nu nederlander voelde of fransman, of oostenrijker, als de machthebbers je als joods klassificeerden, had je niets in te brengen en was het einde verhaal.

“Het belangrijkste avontuur dat een Nederlander schijnt te kunnen gebeuren is zijn bezoek aan de middelbare school.”
W.F. Hermans, in: ‘Scheppen riep hij gaat van Au’

Wie vaak, intensief en langdurig leest, zal misschien ontdekken dat zowel Le Carré als Hermans tenminste bepaalde saillante elementen en methoden aan de verhalen van E.A. Poe ontlenen. Zo noemt Cornwell zijn protagonist(-en) in de Spy niet toevallig Pym (vader en zoon) en ontleent Hermans aan Poe’s personage Dirk Peters karakteristieke trekken voor Osewoudt. Ik heb het hier natuurlijk over Poe’s “Narrative of A.G. Pym”, de Avonturen van Gordon Pym, die ook in het Nederlands is vertaald
vervreemding
Wat ik tot dusverre ook nog niet ben tegengekomen – maar ik heb natuurlijk lang niet alles over en van Hermans gelezen! – is de benadering van de russische formalisten zoals Viktor Sklovskij en Yuri Tynjanov (denk natuurlijk ook aan Bert Brecht) bij het bespreken van de vervreemdende effecten (ostranenje), aspecten en dimensies in Hermans belangrijkste romans.
Op bladzijde 90 van “Damokles” lees ik Hermans beschrijving van een erotische scene tussenOsewoudt en Marianne. Het doet me denken aan passages in het werk van Vladimir Nabokov en William Golding:

“- Ik verlang naar je, zei hij, greep haar hand en drukte die tegen zijn kruis, zonder precies te weten wat hij deed.
Marianne bleef glimlachen, maar het was nu eerder een treurige glimlach. Toch zei ze:
– Wie weet, misschien kan je verlangen bevredigd worden.
Voor zijn geestesoog rees hij op als een geweldige figuur, demon en heros,of minstens een sprookjesprins.”

Hermans beschrijft hier met humor vervreemdend de geweldige erectie die Osewoudt krijgt, een verrijzenis des vlezes zonder weerga.

De beschuldigingen van vaak pornografisch te werk te gaan, zullen hem siberisch hebben gelaten; hij neemt op de hem eigen wijze ook hier een loopje met de lezer.

“Wittgensteins doel was in feite helemaal niet wiskundig. Het onderwerp van zijn gedachten was, ook in de Tractatus-periode, de betrekking denken-wereld en niet de (al dan niet geidealiseerde) logische structuur van de taal of welk ander symbolenstelsel dan ook, op zichzelf.”
W.F. Hermans, in zijn aantekeningen bij zijn vertaling van de Tractatus, op bladzijde 163
“Een jaar geleden echter had hij in een bocht van diezelfde rivier de mokele mbembe vrijwel ten voeten uit in de modder zien staan. Een roodbruin beest, zo’n tien meter lang. Het lichaam deed denken aan een olifant, de poten aan een krokodil, de kop en nek aan een slang.”
Margriet de Moor (1992:31): Op de rug gezien
“Het was drie voet lang en maar zes duim hoog, met vier heel korte poten, voorzien van lange, vuurrode nagels, die iets koraalachtigs hadden. Het lichaam was bedekt met gekruld, zijdeachtig haar en volkomen wit. De staart was spits, zoals die van een rat en ongeveer anderhalve voet lang. De kop leek op die van een kat, behalve de oren, die naar beneden hingen als hondeoren. De tanden waren even vuurrood als de nagels.”
Edgar Allan Poe (1978:164-165): Het reisverhaal van Arthur Gordon Pym
‘’ Zie nu Behémoth, welken ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi gelijk een rund. … zijne kracht is in zijne lendenen, en zijne macht in de navel zijns buiks.
Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten. Zijne beenderen zijn als vast koper; zijne gebeenten zijn als ijzeren handboomen.
Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt dat hij den Jordaan in zijnen mond zou kunnen intrekken.
Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen? Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijne tong met een koord dat gij laat nederzinken?
Job: 40; 10 vv
 

LITERATUUR & BEELD:
W.F. Hermans (2012/1958): De donkere kamer van Damokles / Amsterdam / ISBN: 978 90 5965 179 1 / NUR 301 (gratis paperback) Volledige Werken deel 3 / zie met name ook het Commentaar op bladzijde 717 – 756  http://www.wfhermansvolledigewerken.nl/ In deel 3 zijn “De donkere kamer” en “Nooit meer slapen” in een band uitgebracht, met heel functioneel Wittgensteins lemma uit de Phil. Untersuchungen in het midden
W.F.Hermans (1974/1964): Het sadistische universum / Amsterdam: De Bezige Bij / isbn: 90 234 0120 4 (pbk)
Betlem (1966): De geboorte van een dubbelganger / artikel in het tijdschrift Merlyn. Jaargang 4 / Amsterdam: Polak & Van Gennep / op internet beschikbaar
Betlem (1967); Van Jean Paul tot Van der Waals. Nogmaals ‘De geboorte van een dubbelganger’ / artikel in het tijdschrift Raster. April 1967: 71-94 / niet op internet gevonden. In dit artikel geeft Betlem ondermeer een beknopt overzicht van de gelijkenissen tussen personages en gebeurtenissen in “De donkere kamer” en betrokkenen bij “De kwestie Van der Waals”.
Zie voor een eerste wijzer  http://www.dbnl.org/tekst/jans037over01_01/jans037over01_01_0010.php
Google in het kader van dubbelganger en W.F. Hermans voor de aardigheid eens op Ludwig Tieck (‘Ryno’ / ‘Nachgelassene Schriften, Auswahl und Nachlese’) en Jean Paul Richter: ‘Blume-, Frucht und Dornenstücke ….. Armenadvokaten F(irmian) St(anilaus) Siebenkäs’ & ‘Titan’.
Ludwig Wittgenstein (1976): Tractatus logico-philosophicus. Vertaald en van een nawoord en aantekeningen voorzien door W.F. Hermans / tweetalige uitgave: Duits – Nederlands / Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep / ISBN: 90 253 1534 8 (paperback)
De Philosophische Untersuchungen zijn in het Duits en Engels op internet te vinden
A Wittgenstein Dictionary door Hans-Johann Glock (1996): Oxford, UK – Cambridge, Mass.: Blackwell / isbn: 0-631-18112-1 (hbk)
W.H.M. Smulders (1983): De literaire misleiding in De donkere kamer van Damokles /  Utrecht: Hes / ISBN:  90 6194 074 5 / / Boeiend, doorwrocht, vernuftig en onderhoudend geschreven. Zeer aanbevolen.
Wilbert Smulders schreef ook een artikel waarin hij Hermans’ Damokles in verband brengt met werk van René Magritte (La reproduction interdite) en Maurits Escher. Het verscheen in Vooys en de Gids (googelen op http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=herm014)
Smulders legt in zijn artikel geen verband tussen de titel van Magrittes schilderij (Verboden te vermenigvudigen) en het doodgeboren kindje van Henri Osewoudt en Marianne/Mirjam  Sondaar/Zettenbaum. Ik leg een verband tussen Magritte, de zoon van een buitenechtelijke dochter van een engelse edelman (Edward James) die Magritte zou hebben afgebeeld en het “verbod” dat Osewoudt en Marianne Zettenbaum opgelegd krijgen zich te vermenigvuldigen (door de nazi’s hoogstwaarschijnlijk; Osewoudt is immers een crimineel, een misbaksel, en Marianne een jodin, dus volgens de Neurenbergse rassenwetten, waaraan orthodoxe rabbi’s lijken te hebben meegeschreven, is “baby Sondaar” joods, dubbel fout en zeer ongewenst). Ook Edward James was het resultaat van een overtreding van het gebod: verboden je te vermenigvuldigen. En natuurlijk Osewoudts nicht Ria, omdat zij immers al twee jaar was toen haar ouders wettelijk trouwden.
 Het grote W.F. Hermans boek (2010) onder redactie van Dirk Baartse en Bob Polak / Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar / isbn: 97890 388 93129  (dit leuke en verrassende boek heeft een tijd in de ramsj gelegen)
Saskia de Vries (1984): “De onkenbaarheid van ‘De donkere kamer’: het scenario van Willem Frederik Hermans” / opstel over de verfilming van Damokles door Fons Rademakers onder de titel Als twee druppels water – première 21 februari 1963 / artikel in Literatuur, 84/6, jaargang 1: 304-309 . De film is ook op dvd uitgebracht.
H.U. Jesserun d’Oliveira (1977): Scheppen riep hij gaat van Au (interviews) / Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep / isbn: 90 253 8020 4 (pbk) Het “interview” met Hermans staat aan het begin: 13-26
F. Bordewijk (1984/1950): De fruitkar – inleiding door W.F. Hermans / ’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar / isbn: 90 236 5608 3 (brochure van 30/31 pagina’s)
Margriet de Moor (1992/1988:31): Op de rug gezien / het debuut van De Moor, waarin naast Hij bestaat ondermeer de verhalen: Op de rug gezien en Robinson Crusoë / Amsterdam: Contact / isbn: 90-254-6916-7 (pbk)
Edgar Allan Poe (1978): Het reisverhaal van Arthur Gordon Pym (vertaald door A. Alberts) / Bussum: Unieboek – De Boer Maritiem / isbn: 90 228 1624 9 (hbk)
recent: On Edgar Allan Poe door Marilynne Robinson in de NYRoB, 2015 februari 05  /  “Marilynne Robinson’s article in this issue draws from her introduction to the new edition of The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket by Edgar Allan Poe, to be published by 
the Folio Society in February 2015. (February 2015)”
Poe, Edgar Allan
The Annotated Tales of Edgar Allan Poe / Stephen Peithman, editor / 1981, New York: Doubleday / isbn: 0 385 14990 5 (hbk)
Collected Works of Edgar Allan Poe in 3 volumes, 1978 / editor: Thomas Ollive Mabbott / Vol. 2 Tales and Sketches (1831-1842) / Cambridge, Mass. – London: Belknap Harvard UP / isbn: 0-674-13936-4 (hbk); Vol. 3 Tales and Sketches (1843-1849) / isbn: 0-674-13936-4 (hbk)
The Cambridge Companion to Edgar Allan Poe, 2002 / editor: Kevin J. Hayes / Cambridge, UK – New York etc.: Cambridge UP / isbn: 0 521 79326 2 (hbk) / hierin i.h.b.: Peter Thoms: Poe’s Dupin and the power of detection ( 133-147); Geoffrey Sanborn: A confused beginning: The Narrative of Arthur Gordon Pym of Nantucket (163-177)
E.A. Poe: The Murders In The Rue Morgue; Is op internet te lezen  http://www.eapoe.org/works/tales/morgued.htm
Edgar Allan Poe’s Influence on Sir Arthur Conan Doyle (schrijver van de Sherlock Holmes-verhalen)
Abduction and Geometrical Analysis. Notes on Charles S. Peirce and Edgar Allan Poe (benaderd op 17.01.2015)
Peirce, Charles Sanders
Sami Paavola: The evolution of Peirce’s conception of abduction / to appear in Semiotica http://www.helsinki.fi/science/commens/papers/instinctorinference.pdf (benaderd op internet op 18.01.2015)
C.S. Peirce (1978/1940): The principles of phenomenology in: The Philosophy of Peirce – Selected Writings – editor Justus Buchler / London: Kegan Paul / isbn: 0-404-14694-5 (hbk)
C.S. Peirce (1931) : Vol. I van de Collected Papers of C.S. Peirce (6 vols.) / eds. Charles Hartstone & Paul Weiss / Cambridge, Mass.: Harvard UP
C.S. Peirce (1868): Some Consequences of Four Incapacities, pp. 211-242 in deel 2 (1867-1871) van Writings of Charles S. Peirce / Christian J.W. Kloesel, editor / 1984 ; Bloomington & Indianapolis: Indiana UP / isbn: 0-253-37202-X (hbk)
C.S. Peirce (1883) A theory of Probable Inference – § v, pp. 420-423 in deel 4 (1879-1884) van Writings of Charles S. Peirce / Christian J.W. Kloesel, editor / 1986 ; Bloomington & Indianapolis: Indiana UP / isbn: 0-253-37204-6 (hbk)
C.S. Peirce (1885): One, Two, Three: Fundamental Categories of Thought and of Nature; pp 242-247 in deel 5 (1884-1886) van Writings of Charles S. Peirce / Christian J.W. Kloesel, editor / 1993 ; Bloomington & Indianapolis: Indiana UP / isbn: 0-253-37205-4 (hbk);
– (1886) One, Two, Three: An Evolutionist Speculation; pp 298 – 308 in deel 5 van Writings of Charles S. Peirce
John le Carré
A Perfect Spy – From Wikipedia, the free encyclopedia – http://en.wikipedia.org/wiki/A_Perfect_Spy
Dvd – A Perfect Spy – http://dvd.netflix.com/Movie/John-Le-Carre-s-A-Perfect-Spy/70045091
John le Carré: Behind the Smiley face, a man of mystery / Robert McCrum in The Observer, Sunday 9 March 2014 / http://www.theguardian.com/theobserver/2014/mar/09/john-le-carre-smiley-face-man-of-mystery-profile
John le Carré Has Not Mellowed With Age / Dwight Garner in The New York Times / Published: April 18, 2013
Graham Greene
De derde man (The Third Man) is een Engelse film uit 1949. Je kunt de novelle van Graham Greene en de film parallel of simultaan lezen en bekijken met Hermans “Donkere kamer”.
Van de Engelse film bestaat een dvd met Orson Welles in de rol van de derde man De protagonist Harry Lime (van het bekende Harry Lime theme) zou met een beetje goede wil voor Dorbeck kunnen figureren.
http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Third_Man
Dvd – The Third Man – http://dvd.netflix.com/Movie/The-Third-Man/1039377?trkid=222336
Mikhail Bakhtin (vertaling 1985): Literatur und Karneval. Zur Romantheorie und Lachkultur – hoofdstukken: Der Held im polyphonen Roman en Linguistik und Metalinguistik; bladzijde 86-106 / Frankfurt/M. enz. : Ullstein / isbn: 3 548 35218 9 (pbk)
Elizabeth Wright (1993/1984): Psychoanalytic Criticism. Theory in Practice / London – New York: Routledge / isbn: 0-415-04582-7 (pbk)

 aristotle_tkst

“Speaking generally, one has to justify the impossible by reference to the requirements of poetry, or to the better, or to opinion. For the purpose of poetry a convincing impossibility is preferable to an unconvincing possibility.   ….
The improbable one has to justify either by showing it to be in accordance with opinion, or by urging that at times it is not improbable; for there is a probability of things happening also against probability.”
Aristoteles, in de ‘Poetica’ (1461-b: 10-15) | gebruikte tekst uit The Complete Works of Aristotle, The Revised Oxford Translation, volume 2 / Bolingen series; 71-2 / edited by Jonathan Barnes; Princeton NJ: Princeton UP, 1984:pagina 2339  /  isbn: 0-691-09950-2 (hbk)