De Oekraïne, democratie en het EU associatieverdrag-referendum op 6 april 2016

citaat Zizek choice

“Waarom staat die Zoya nou met die dure systeemcamera en die Gucchi-tas op haar buik op de foto met Van Gogh? Moet iedereen weten dat George Soros en de EU-lobbyisten Engelssprekende Oekraïners omkopen om reclame pró het associatieverdrag te maken ….? Suffe troel! En dan staat ze nog bij het verkeerde oor ook!”
“Nou ja, als ze omgekocht is, dan wordt ze er tenminste nog wijzer van. Soit! Tot daaraantoe, maar er worden ook mensen geronseld om pró-propaganda te maken, onder bedreiging en middels chantage …… Maar jij windt je op, omdat je niet tegen slechte Volksverlakkerij kunt, nietwaar? Dit is allemaal te doorzichtig.”
“Precies. Iedereen weet dat hij doorlopend wordt belazerd en bedonderd, maar laat ‘ze’ het dan zo doen dat je nog met enig goed fatsoen kunt doen alsóf je het niet doorhebt. Dit broddelwerk is een moedwillige belediging!”
“Nou ja, ze wrijven het bij je in, om je ervan te doordringen dat je machteloos bent en maar beter kunt doen alsof je gelooft wat ze van ‘overheidswege’ aan propaganda over je uitgieten.”
“Serhiy had een goed punt toen hij opmerkte dat ‘wij’ in het Westen ons schijnheilig druk maken over de Oekraïne, terwijl we niets doen om echt en werkelijk te helpen. Dat laatste zou in de eerste plaats betekenen de relatie met Rusland normaliseren en niet extra provoceren met escalatie van troepen en wapentuig aan Ruslands Westgrens. Alleen omdat het Amer-Europese financieel-politiek-militair establishment daar nog rijker mee wordt.”

citaat SLMyers annexUkraine

“Wat is het verschil tussen Ruslands annexatie van de Krim en Amerika’s boycot en afknijpen van Cuba? Puur om te laten zien dat ze spierballen hebben en dat de Russen er niets tegen (kunnen) doen? Zonder wroeging wurgen die Amerikaanse gangsters het Cubaanse volk en de wereld kijkt toe, of wendt de blik af. Nu bombarderen de Yanks als proxy’s van de superrijke Saoedi-kalief de Syriërs. Intussen demoniseren ze Putin. Putin zegt: Okay, jullie vernederen Rusland door Cuba (ooit communistische cliënt) aan de rand van de afgrond te brengen, dan pak ik jullie via Bashar Assad terug. Dat, zoals met Cuba zal ons Russen geen tweede keer gebeuren. Met Afghanistan hebben we Amerika al een poepie laten ruiken, maar Amerikanen zijn ontzettend hardleers. kap_viva Cuba
De vluchtelingestroom uit Syrië, die is ‘uitval’ van de politiek-financiële machinaties. Het komt goed uit dat die mensenstroom meteen de EU ontwricht, want dat tuig daar in Brussel en Frankfurt, dat spant samen met de geopolitieke financiële maffiosi en poppenspelers in het Westen om ons op de knieën te krijgen. Dus hebben we hun rating agencies er maar vast uitgedonderd. Ongeveer dit verhaal, in grote lijnen.”
“Juist. De Krim en de Oekraïne liggen geopolitiek fysiek-geografisch aan de Russische grens en binnen Ruslands invloedssfeer, net zoals Cuba, Graneda, Mexico, de Filippijnen en wat al niet, binnen de invloedsfeer van Amerika en kompanen liggen – dat beweren de Amerikanen tenminste, de respectieve bevolkingen hebben niks te willen. Het is louter hegemoniaal armpje drukken wat er aan de gang is.”
“Serhiy zegt heel terecht dat ‘wij’ hypocriet zijn, met onze ronkende reclame van Democratie voor de Oekraïne: Pfffff …. Jullie kunnen niet eens kiezen of je uit de euro wil of er in blijven. Jullie kunnen zelfs niet kiezen of je de EU groter wilt laten worden, of liever laat krimpen. Dat beslissen de bankiers en beroeps-politici voor jullie, of je het er nou mee eens bent of niet. Net als de uitverkoop van jullie verzorgingsstaat, middels (pseudo-)privatiseringen, door het neoliberale establishment.
Je hebt evenmin iets te zeggen over de aantallen vluchtelingen die jullie politieke pipo’s mede-veroorzaken en vervolgens in azc’s in jullie achtertuinen dumpen. Overgoten met de demagogische saus van asielrecht en weeë onoprechte christelijke naastenliefde! Hoeveel burgers bij jullie weten dat de EU in jullie naam gewoon meevecht in Libië en Syrië? Dat gaat allemaal stiekem en stilletjes buiten jullie om. En jullie willen de Oekraïne in die derderangs drab-democratie van jullie trekken? Om ook uitgezogen te worden door Wall Street, de ECB en de Londense City zeker?
Straks, dan ga je opnieuw democratisch stemmen, op dezelfde gewetenloze oorlogshitsers en cynische zakkenvullers. In naam van de Westerse Beschaving! En jullie beweren in een democratie te leven!? Weet je eigenlijk wel waarover je het hebt?
De gewone Oekraïner is vooral gebaat bij goede relaties met Rusland. Het ambtelijk-politiek establishment in de Oekraïne is 95% corrupt en die corrupte mensen hebben natuurlijk belang bij toegang tot de vleespotten van Brussel, Frankfurt (ECB) en de bankrekeningen en financiële faciliteiten van Zwitserland – dat land krijgt trouwens géén EU-lidmaatschap opgedrongen. Al die propaganda die je over je heen krijgt, al die nobele praatjes over vrijheid en democratie, die is betaald door zulke mensen als George Soros. Soros heeft grote zakenbelangen in Oost-Europa, die verkoopt hij onder een vlag van humanitaire projecten. De Oekraïnse massa is net zo gedwee en simpel als de massa bij jullie, in het Westen. De economie van de Oekraïne is peanuts, en van geen enkel belang voor de gewone EU-burgers. Het gaat puur om de netwerken van de respectieve establishments! Laat je niets wijsmaken.”
“Amen. Laat de Oekraïners dus alsjeblieft met rust en bemoei je met je eigen zaakjes. Daar heb je je handen meer dan vol aan. Gewoon: de boel bij elkaar houden! Geen narcistische en megalomane politieke projecten, waar de gewone burger niets voor koopt. Integendeel zelfs!”

citaat SLMyers EurasianUnion

 
Slavoi Zizek (2001): On Belief / New York, London: Routledge / ISBN: 0-415-25532-5 (paperback)
Steven Lee Myers (2015): The New Tsar / London: Simon & Schuster / ISBN: 978-1-4711-3935-2 (paperback)
Caroline de Gruyter:  ‘De zelfmoordenaars weten waar zij heen willen. Wij niet’ / column NRC zaterdag 26 maart 2016
 
donetsk-lugansk_60prct
Alternatieve nieuws-sites:
Follow the Money     https://www.ftm.nl/
http://sputniknews.com/politics/20160327/1037045025/nato-russia-history.html
http://europe.chinadaily.com.cn/
Crooked Timber     http://crookedtimber.org/
 
Li Feng China daily_my Job

ChinaDaily opgewarmde lucht

 
 
 
 
 
 
 
 

De speld en de hooiberg: ‘Fehlleistung’, falsificatie en fjelljo. Over ‘Nooit meer slapen’ van W.F. Hermans

Jerry Mager – maart 2016

citaten LWitt_WFH
Waarom begint Alfred Issendorf, de 25-jarige hoofdpersoon uit de roman ‘Nooit meer slapen ’ van W.F. Hermans, in hemelsnaam aan een onderneming die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, bij voorbaat tot mislukken gedoemd lijkt? Omdat hij protagonist is in een Hermans-verhaal. Dan staat mislukking van te voren vast en zit het leesplezier hem in het ontdekken hoe Hermans de fiasco’s in elkaar steekt, hoe hij de mislukking gestalte geeft en het falen dwingend en aannemelijk construeert.
Nooit meer slapen is echter vooral de beschrijving van een ideaaltypische freudiaanse Fehlleistung (lapsus, parapraxis). Dat wil zeggen: ‘Een handeling waarbij het beoogde doel niet wordt bereikt, doordat het onbewuste storend tussenbeide komt.’ Ik citeer uit het registerdeel elf van de Boom-uitgave uit 2006. Het komt neer op onbewust zelfsaboterend gedrag.
Wie de roman meerdere keren grondig gelezen heeft – en W.F. Hermans vereist vooral close reading – moet concluderen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat hoofdpersoon Alfred Issendorf in een niet-fictieve werkelijkheid zou beginnen aan zijn wetenschappelijke avontuur in Finnmark, Noord-Noorwegen, binnen de randvoorwaarden die de schrijver stelt.
De grootste makke in de roman is het feit dat Alfred zijn onderneming doorzet zonder ooit de relevante luchtfoto’s van Finnmark onder ogen te krijgen. Dat wordt op den duur onwaarschijnlijk. Hoe problematisch Alfred psychologisch ook in elkaar zit. Hermans doet het echter uiterst gewiekst. Daarom lezen we geboeid verder. Hermans maakt Alfred’s Fehhleistung blijkbaar erg aannemelijk, want herkenbaar voor de meeste lezers.
Zelfs onder het bizarre pathogene regime van outputfinanciering dat tegenwoordig in Nederland vigeert en ons onderwijs gestaag erodeert en onherroepelijk uitholt, is een expeditie als door Arne wordt ondernomen, ongeloofwaardig. Sibbelee kan dan nog zo’n scoringsbeluste labbekakpromotor zijn, die met zo min mogelijk werken zo veel mogelijk proefschriften van de lopende band wil laten rollen, dit onbekookte avontuur gaat zelfs voor ons huidige naargeestige academische business model nog te ver. Hermans moest zich met Onder professoren revancheren.
Nooit meer slapen verscheen in 1966 en bestaat uit 47 genummerde hoofdstukken die niet al te lang zijn. In totaal beslaat het verhaal  zo’n 260 bladzijden. Omdat de paginering per druk verschilt, verwijs ik naar hoofdstukken middels getallen tussen haken. Verwijzingen naar de bundel Scheppend nihilisme komen als SN tussen haken vergezeld van paginanummer.
De pas afgestudeerde promovendus Alfred gaat proberen om de hypothese van zijn promotor Sibbelee te staven. Sibbelee wil bewezen zien dat sommige van de kratervormige impressies waarmee de bodem van Finnmark in Noord-Noorwegen is bezaaid, zijn veroorzaakt door meteorieten. Hoe Sibbelee aan dit idee komt, wordt niet uit de doeken gedaan.
De gangbare verklaring voor de ronde gaten in de bodem van Finnmark is vijftig jaar geleden door de Noorse nestor in de geologie, Ørnulf Nummedal, te boek gesteld: het zijn doodijsgaten, met misschien wat pingo-ruïnes er tussendoor.
Alfred onderneemt de tocht in gezelschap van drie Noorse onderzoekers: Arne Jordal, Qvigstad en Mikkelsen. Jordal en Alfred kennen elkaar al van vroeger contacten.
Waarom begint Alfred Issendorf aan een heilloze onderneming in Finnmark? Omdat zijn moeder Aglaia wil dat hij een briljante wetenschappelijke carrière zal maken en daarmee wijlen zijn vader zal evenaren en liefst overtreffen. Een ambitieuze, eerzuchtige, manipulatieve, moeder, die haar zoon een richting op duwt die hij zelf niet wil, omdat die zoon haar hang naar status moet bevredigen. Dit is de wortel en kern van alle complicaties waarmee Hermans het verhaal heeft volgestopt.
‘Mijn moeder heeft mij opgevoed in het denkbeeld dat ik de carrière die hij niet heeft kunnen afmaken, moet voltooien.’ (16)
Alfred (7) koestert die ambitie niet en zou liefst een gewoon leven leiden: ‘Ik wilde fluitist worden, beroepsfluitist in een groot orkest.’
Dat Alfred zijn moeder haat (27: ‘Op een bepaalde manier haat ik mijn moeder en alles wat zij doet. Het is of zij mij een onuitwisbaar slecht voorbeeld geeft’ ) is niet vreemd. Hoe verknipt moet Alfred echter worden neergezet om aannemelijk te maken dat hij datgene doet wat Hermans hem 47 hoofdstukken lang laat doen? Maakt de schrijver op overtuigende wijze van zijn hoofdpersoon iemand die bijna moedwillig een kapitale Fehlleistung wrocht?
Alfred was liever fluitist geworden, gewoon en deel van een orkest en geen solo-sterspeler, niet per se een groot fluitist. De dood van zijn vader is spelbreker. Aglaia Issendorf fixeert haar ambitie op haar zoon (7): ‘Allereerst had mijn vader niet moeten verongelukken toen ik zeven jaar oud was. Maar als dat niet gebeurd was, zou ik misschien wel helemaal dit vak niet zijn gaan studeren, was ik mogelijk helemaal niet gaan studeren en fluitist geworden. Een groot fluitist? Dat is de vraag. Spijt? Nee. Spijt heb ik al lang niet meer. Als fluitist zou ik mijn vader nooit hebben kunnen wreken, zou ik nooit goed hebben kunnen doen wat hij verkeerd gedaan heeft.’
Blijkbaar heeft Alfred senior iets verkeerd gedaan. Het verhaal gelezen hebbende, kan echter niet anders dan worden vastgesteld dat het enige wat de man volgens Aglaia op zijn kerfstok had, was, dat hij doodviel voordat hij zijn veelbelovendheid ten volle had laten schijnen. Daarmee boorde hij Aglaia de status waarnaar zij haakt, door de neus. Dat manco moet zijn zoon compenseren. Hij moet de briljante wetenschapper worden die zijn vader heeft nagelaten te realiseren.
Aglaia haalt haar gram via de zoon. De vader heeft haar tekort gedaan en de zoon moet dat goedmaken. Een geval van triangulatie: moeder en zoon nemen positie in tegen de (dode) vader, waarbij de moeder de zoon min of meer gijzelt en voortdurend chanteert. Dat belooft  een complex relaas met veel duister drama.
In hoofdstuk 34 verzucht Alfred : ‘Werkelijk, goed beschouwd ben ik niet rijk gezegend met eigenschappen die mij te pas kunnen komen in de geologie. Vergeetachtig. In staat zelfs de weg kwijt te raken die ik goed ken. Onsportief, slecht geoefend. Onleesbaar schrijvend, houterig tekenend. Wat een ellende! Ik doe deze dingen alleen maar omdat ik zo graag wil en niet omdat ze mij vanzelf afgaan. Ik heb alleen mijn uithoudingsvermogen. Ook bezit ik de gave gauw te begrijpen wat er in een boek staat, waardoor ik al mijn examens vlug en heel goed heb afgelegd.’
Alfred is allerminst dom, maar hij zal nooit een briljant geleerde worden. Aan gezond zelfinzicht ontbreekt het hem onder normale omstandigheden niet. Hij zou tevreden zijn met een rustig leven als degelijk middenmoter in het beroep van keuze: fluitist.
De weduwe Aglaia, de trickster in het verhaal, praat haar zevenjarige zoon echter aan (7) dat hij veel ambitieuzer dient te zijn en zij prent hem in dat hij een unicum is, een uitzonderlijk mens: ‘[E]en fluitist mag meestal enkel maar meespelen met een groot orkest. En weet je wel dat je als fluitist in het gunstigste geval toch nooit iets anders doet dan naspelen wat een ander bedacht heeft? Dat argument gaf de doorslag. Ik begon stenen te verzamelen, want bioloog worden, als mijn vader, wilde ik niet. Liever dan fluitist zou ik een geleerde worden.’ Alfred wordt waartoe hij op rampzalige wijze lijkt voorbestemd: neuroot en narcist (7): ‘Niet Prometheus die het vuur ontdekte is de grootste geleerde van de Oudheid, maar Narcissus.’
Uit alles blijkt dat Alfred op het verkeerde pad is. Toch gaat hij als een lemming door op de ingeslagen weg. In hoofdstuk 31 steekt Hermans bijna de draak met zijn personage. Alfred beseft in feite al dat het met zijn expeditie op niets zal uitlopen. Hij heeft in hoofdstuk 30 ontdekt dat Mikkelsen luchtfoto’s bij zich heeft en is ervan overtuigd dat Nummedal zijn student Mikkelsen de luchtfoto’s heeft gegeven die eigenlijk voor Alfred bestemd waren. Misschien zou Mikkelsen zelfs Alfred’s onderzoek willen stelen.
Uit de tekst valt nergens op te maken dat Alfred’s verdenkingen ook maar in het geringste juist kunnen zijn, hoewel Hermans er veel werk van maakt de lezer te verleiden dezelfde conclusies te laten trekken als de geflipte Alfred.
Alfred heeft zonder resultaat de luchtfoto’s van Mikkelsen bestudeerd en spreekt zichzelf toe: ‘Dit is, zeg ik hardop en plechtig, een heel belangrijk ogenblik in het leven van een onervaren jongeman. Ik bevind mij in een situatie waarin mij niets anders overblijft dan dat te doen, waarvan ik vrees dat het verkeerd is. De verkeerde richting ingeslagen, maar het is te laat om terug te keren. Op het verkeerde paard gewed, maar de wedstrijd is al half voorbij. Als ik de conclusies trek uit alles wat ik nu geconstateerd en bedacht heb, kom ik tot de slotsom dat ik zo gauw mogelijk naar Nederland terug dien te gaan, dat ik tegen Sibbelee moet zeggen: Het spijt me, professor. Dit onderzoek zal u noch mij opleveren wat we ervan verwachten. Ik groet u.’
We krijgen niet te lezen welk gebied de luchtfoto’s die Mikkelsen bij zich heeft, bestrijken. Logisch gedacht zal het een areaal zijn dat niet onmogelijk ver ligt van de plek waar de vier zich bevinden. Het moet immers zijn te belopen. Arne helpt Alfred bij het bestuderen van Mikkelsens luchtfoto’s (31) en laat daarbij zien dat hij feilloos weg weet met de luchtfoto’s en de geografische landkaart. Indien er hiaten in Mikkelsens foto’s zouden zijn (Alfred vraagt zich wantrouwig af of Mikkelsen hem wel alle foto’s laat zien die hij bij zich heeft) zouden die Arne zijn opgevallen. Op de luchtfoto’s zijn geen aanwijzingen te vinden die op meteoorkraters zouden kunnen wijzen.
In plaats van na deze domper terug te keren naar Nederland onder het motto: beter ten halve gekeerd, blijft onze held hardnekkig met de Noren meehobbelen. Dit lijkt op poriomanie te wijzen. Hermans hing de overtuiging aan dat iedere periode, elke eeuw, zijn eigen dominante persoonlijkheidsstoornis had: ‘ de era van de ontdekkingsreizen stond in het teken van de poriomanen [dwangmatige zwerfzucht, van het Griekse ‘poreia’, reis; een dwangmatig weglopen; jm],  en in onze tijd is de toekomst aan de schizofrenen.‘ (Wittgensteins levensvorm)
Volgens dat adagium zou hij Alfred dan vooral tot schizofreen hebben geboetseerd. Is Alfreds expeditie naar Finnmark echter niet ook deels als poriomanie te beschouwen? Hij blijft tegen beter weten in door de toendra struinen. Hij loopt immers weg van zijn manipulerende moeder, die hij zelfs zegt te haten. Zijn bruuske weglopen van Arne in hoofdstuk 34 valt hiermee ook te plaatsen.
Ik citeer de passage uit 34: ‘Ik pak mijn kompas en bepaal vast in welke richting het zuidwesten ligt. Arne kijkt op zijn eigen kaart en staat op.
– Daarheen! Hij wijst in een richting loodrecht op de richting die ik zojuist bepaald heb.
– Ach kom nou! Daar! Arne zet een gezicht alsof hij zijn lachen niet bedwingen kan en trekt aan het rafelige touwtje zijn padvinderskompasje van plastic uit zijn borstzakje. Ik buk, laad mijn rugzak op en begin te lopen, het kompas nog steeds opengeslagen op mijn linkerhand.
Ik kan mij niet vergissen! Arne zal mij wel achternakomen als het tot hem doordringt dat hij het bij het verkeerde eind heeft.’
In boven geciteerde passage laat Alfred zich niet door Arne (een surrogaatouder, die hem bovendien uitlacht) gezeggen. Hij gooit zijn kont tegen de krib en gaat letterlijk in de contramine: hij loopt precies de andere kant uit dan die welke Arne aanwijst. Op een ‘symbolisch niveau’ kun je in dit weglopen interpreteren als een poging alsnog de mislukte separatie-individuatie (Margaret Mahler; bij Freud ‘vervreemding’) uit de jeugd te forceren – Alfred wil zelfstandig zijn. Zijn separatie van Arne is echter disfunctioneel en zelfsaboterend.
Het vertelprincipe dat Hermans in de roman hanteert is eenvoudig: telkens wanneer het personage onder spanning, stress, komt te verkeren, treedt afweer in werking en schakelt Alfred over op dwangmatig gedrag om de intrapsychische spanning te neutraliseren. In psychotechnisch jargon: het conflict manifesteert zich in een symptoomhandeling (lapsus) waarbij drift en afweer gelijktijdig opspelen. De psychische prikkel wordt afgevoerd door middel van routinematig en repetitief handelen, inclusief fantaserende (dag-)dromen.
Alfreds astrante weglopen is hier een symptoomhandeling die zijn oorsprong heeft in het onbewuste conflict met de moeder.
Tragikomisch is dat Alfred aan de onderneming begint met de bedoeling meteorietkraters te vinden, maar allengs stenen gaat determineren in de hoop op Issendorfiet te stuiten. ‘[I]k wil geen stenen vinden die al eerder op aarde zijn geweest. Ik zou het liefst een meteoriet vinden, een brok afkomstig uit de kosmos en ik zou willen dat het uit een materiaal bestond, dat op aarde nog nooit was aangetroffen. De steen der wijzen, of minstens een mineraal dat naar mij zou worden genoemd: Issendorfiet.’
Hij vervalt in hetzelfde gedrag als zijn vader, die botanicus was en plantjes determineerde. Alfred en zijn vader vallen samen, al viel vader Issendorf vijftien jaar tevoren in Zwitserland dood en is samen vallen in fysiek opzicht strikt genomen dus niet aan de orde. Qua studie-object betreft zijn ze elkaars tegenpool, immers: Alfred senior bestudeert planten (levende materie), terwijl zijn zoon, Alfred junior, zich op dode materie (stenen) stort. Bovendien wil Alfred zijn vader overtreffen door hem te imiteren. Zou het te maken kunnen hebben met een niet helemaal gelukte separatie-individuatie-fase? Wittgenstein blijft in het verhaal meest onderhuids, maar is wel overal aanwezig.
In dit kader is het aardig om te lezen hoe Hermans het woordje ‘vaak’ angstvallig lijkt te vermijden als hij vertelt (7) dat Alfred zijn geologische kompas van zijn ‘domme’ zusje Eva krijgt, tijdens zijn eerste studiejaar: ‘ Het is een vrij groot instrument, met een nauwkeurige graadverdeling, rechthoekige grondplaat, vizieren, hellingmeter, waterpas en spiegel. Ik klap het open en bekijk mijn gezicht in het spiegeltje. Eva zei, toen ze het mij gaf, dat zij het daarom juist zo’n gek cadeau vond.
Ze zei: – Ik wist niet dat de geologie een wetenschap was, waarbij je voortdurend in de spiegel moet kijken. Toen was ze twaalf jaar, mijn kleine zusje.
Niet alleen is zij de eerste geweest die deze stelling onder woorden bracht: Wat mij betreft had ze zeker gelijk. Ik heb in de loop der jaren het kompas misschien wel tienmaal zo dikwijls uit zijn etui genomen om mijzelf erin te bekijken, als om er metingen mee te verrichten. ‘
(Dit dwangmatig in de spiegel kijken wordt in hoofdstuk 21 saillant onder de aandacht gebracht.)
Wanneer ik deze centrale verhaalpassage voor mezelf in gedachten breng, zeg ik in plaats van ‘voortdurend’ meestal ‘doorlopend’ of ‘vaak’; voortdurend klinkt naar mijn gevoel te onophoudelijk. Waar Hermans schrijft: ‘tienmaal zo dikwijls’, zeg ik: tien keer vaker.
Onlangs bedacht ik echter dat in doorlopend het werkwoord ‘lopen’ zit en dat ’vaak’ de achternaam is van de zandman: Klaas Vaak. In Zuid-Nederland betekent vaak nog steeds slaap: ik heb vaak. Waarom mijdt Hermans volgens mij hier ‘doorlopend’ en ‘vaak’? Omdat Alfred steeds meer gaat strompelen (Oedipus) in plaats van dat hij loopt en omdat je in een roman met de titel Nooit meer slapen liever niet Klaas Vaak in het onderbewustzijn van de lezer moet planten. Zou dit een freudiaantje zijn? Bij wie?
De lezer krijgt in 47 boeiende hoofdstukken de Werdegang van een verknipt personage voorgeschoteld en opgediend. Hermans zet een freudiaanse Fehlleistung neer, die klinkt als een klok. In een interview in 1966 (SN, 95) geeft hij een verdekte hint  dat bij ‘Nooit mee slapen’ een Fehlleistung aan de orde is, maar hij doet dat in de roman tegelijk met een verleidelijke suggestieve afleidingsmanoeuvre achteraf, die impliciet blijft: Alfred’s kompas zou van slag kunnen zijn geraakt (34) vanwege een aardmagnetisch veld (46) dat op een meteoriet zou kunnen duiden. Daarom loopt Alfred weg van Arne en struint hij de verkeerde kant op. Voor zover ik weet, is tot nogtoe iedere exegeet op dat doodlopende dwaalspoor (auf den Holzweg) verdergegaan, om zoals Ørnulf Nummedal Alfred in het eerste hoofdstuk waarschuwt: te gaan zoeken op plaatsen waar niets te vinden is.
Na de expeditie is Alfred’s kompas, net als Arne Jordal, niet meer voorhanden om onderzocht te worden op malfunctioneren, of, in het geval van Arne, bevraagd te worden. Alfred stoot per ongeluk zijn kompas, waar hij letterlijk naar op moet kijken, gebruik makende van het spiegeltje (‘De steen is zo hoog, dat ik het kompas moet aflezen in het rechtop gezette spiegeltje’), per ongeluk in een rotsspleet. Arne valt in het diepe kloofdal. Het kompas kreeg Alfred van zijn zusje, zijn nutteloos geworden horloge van zijn moeder. Dat zijn heel veel rijmende echo’s tegelijk in een hoofdstuk.

citaat SS symptoom en vondeling

symptomen
Hermans lardeert het verhaal met Alfred’s ‘symptoomhandelingen’. Het meest bekende dwangmatig gedrag valt vermoedelijk in het schema van de persoon die tig keer per dag haar handen moet wassen, of die ‘s morgens op weg naar de bushalte steeds naar huis terug moet om te verifiëren of hij wel echt alle ramen heeft gesloten, of het werkelijk gas uit is en wat al niet nog meer. Alfred kijkt voortdurend in de spiegel (7 – ‘ik zou het spiegeltje niet kunnen missen’, 9,21!,34); hij telt zijn voetstappen (1,7,18,20,36,38 – zijn neurose redt hem! ). In hoofdstuk 7 zien we het dwangmatige controleren:  ‘Voor ik ga ontbijten, controleer ik nog eenmaal de badkamer, de kast, het schrijfbureautje en het tafeltje naast het bed. Nee, niets laten liggen. Zelfs in de laden en kasten die ik helemaal niet heb gebruikt, kijk ik of ik niets vergeten heb. Bij mij mag nooit iets misgaan. Dingen laten slingeren, onvoorbereid in situaties terechtkomen, met je mond vol tanden staan, grotere gruwel ken ik niet.’
Enkele alinea’s hiervoor heeft Alfred voor de zoveelste keer de inhoud van zijn rugzak gecontroleerd. De grap zit hem hier in dat zinnetje: ‘Bij mij mag nooit iets misgaan.’ Intussen gaat alles mis wat maar mis kan gaan. In hoofdstuk 6 verdwaalt hij op de terugweg naar zijn hotel. Hij is gedesoriënteerd, want de zenuwen gieren Alfred door de keel. Hij gaat immers de bush in en heeft nog geen luchtfoto’s. Die hoopt hij tenslotte in Trondheim te bemachtigen.
Gesteld dat hij de luchtfoto’s krijgt. Dan nog is het de vraag wat die luchtfoto’s te zien geven en waar de eventueel voor Alfred interessante plekken zouden liggen. Moeten Arne en de beide andere Noren toevallig dezelfde kant uit? We weten niets over de onderzoek locatie, noch over de voor Alfred’s veldonderzoek begrote tijd.
Ter informatie: Finnmark beslaat 48.618 km² en is daarmee 7123 km² groter dan Nederland. Er wonen in Finnmark ongeveer zoveel mensen als in de stad Gouda. Dat Alfred uiteindelijk na zes weken stopt en naar huis gaat, komt doordat Arne Jordal doodvalt. Alfred banjert op de bonnefooi blindelings de Noorse bush in. Hij heeft zich door ene labbekakprofessor Sibbelee laten opzadelen met het zoeken naar de speld in de hooiberg.
Alfred’s narcisme komt het duidelijkst in beeld in de hoofdstukken 41 en 42, via zijn gedachten en houding en ten aanzien van zijn verongelukte vriend Arne. Zacht gezegd, kan het Alfred weinig schelen wat er met Arne gebeurt. Hij toont alleen belangstelling voor de pagina’s in Arne’s notitieboek waar zijn, Alfred’s, naam op voorkomt en doet bijvoorbeeld geen moeite om het Noors te laten vertalen, zodat hij kan achterhalen waar Arne mee bezig was.
Hella Haasse oppert in ‘Doodijs’ het idee dat Alfred zijn vriend een zet in de rug gegeven zou kunnen hebben, waardoor die doodviel. De vraag is of Alfred’s narcisme dermate ernstig is dat hij vanwege het gevoel door de Noren niet serieus genomen te worden (narcistische krenking), gevoegd bij de groeiende frustratie over zijn onderzoek, tot moord in staat moet worden geacht.
Zelfs met de gedissocieerde toestand die Hermans in hoofdstuk 33 suggereert, tijdens de woeste afdaling in het kloofdal – het onderbewuste – als het Es het grotendeels overneemt van Ego en Superego, wordt de eventuele moord in te tekst nergens expliciet: ‘Wat ik ook doe, wat mij ook zal gebeuren, ik zal het niet hebben gewenst. Een geheim bewustzijn ontbloot zich. Op dit moment gaat een tipje van de sluier omhoog die over het hele leven ligt: dat ik altijd en in alles weerloos, machteloos en vervangbaar als een atoom ben en dat alle bewustzijn, alle wil, hoop en vrees alleen maar manifestaties zijn van het mechanisme waar volgens de menselijke moleculen zich bewegen in de peilloze kosmische materiedamp.’
Wat Alfred in deze geestes- en gemoedstoestand ook moge uithalen: hij is ontoerekeningsvatbaar, geen meester over zichzelf. In hoofdstuk 34 loopt hij weg van Arne, en zwerft onbepaalde tijd wezenloos rond, zonder kompas en horloge, todat hij Arne in hoofdstuk 38 dood terugvindt. Zijn neurotische gewoonte zijn stappen te tellen, redt hem
Een bijkomende overweging voor een moord kan zijn dat Alfred niet wil dat bekend wordt wat hij in Finnmark doet en dat die poging op een fiasco uitliep. Arne is de enige aan wie Alfred vertelt (16) wat hij komt doen. In het hele verhaal lezen we verder niets over Alfred’s onderzoek en worden summier (29) ingelicht over de bezigheden van de Noren. Arne doet iets met gabbro’s lezen we (42) na zijn dood. We moeten Alfred dus op zijn woord geloven. Doet Arne dat ook, of doet hij maar alsof en denkt: laat ik deze jongen in hemelsnaam heelhuids terugbrengen in de bewoonde wereld?
Arne’s ongeluk betekenent bovendien dat de expeditie met goed fatsoen beëindigd kan worden. Arne’s woorden in hoofdstuk 13 krijgen een omineuze klank: ‘Het komt doordat in iedereen, hoe wijs ook, een krankzinnige zit verstopt. Een wilde krankzinnige en die krankzinnige groeit uit hetzelfde waaruit alle krankzinnigen groeien: uit het kind dat wij geweest zijn toen wij een, twee, drie jaar oud waren…’  Hermans is een virtuoze rijmelaar (SN, 167).
citaat Hermans_Wright_grap
Hoofdstuk 7 is het hoofdstuk waar de expeditie begint. Hij verlaat de beschaving, dus Alfred is gespannen, vandaar al die handelingen die hem een gevoel van zekerheid moeten verschaffen. Een saillant detail is het bijna ‘vergeten’ van de ansichtkaart aan zijn labbekak-promotor Sibbelee, waarop Alfred een onoprecht beleefd verhaaltje schrijft, dat in flagrante tegenstelling is met wat hij de lezer vertelt. Een op het nippertje gecorrigeerde Fehlleistung. De luchtfoto’s krijgt Alfred ook in Trondheim (9) niet. Toch vliegt hij noordwaarts om met de heilloze onderneming aan te vangen. Poriomanie?
Andere symptomen waarmee Hermans zijn protagonist opzadelt, zijn het fantaserende dagdromen wanneer de spanning hem te veel wordt. Alfred dwaalt dan als het ware tussen werkelijkheid en waan, waarbij het onderscheid vaag wordt. Nadat hij bijvoorbeeld in hoofdstuk 35 fysiek flink heeft afgezien en even de ogen sluit, krijgt hij een waanvoorstelling van een orkest met een fluitist en een meisje dat de bekkens hanteert: ‘Ik weet dat het meisje het eigendom is van de fluitist. Zij bekrachtigt dit met een oorverdovende bekkenslag, die mij wakker maakt.’
In hoofdstuk 27 fantaseert hij tegenover Arne dat hij net zo goed een vondeling had kunnen zijn. Het als Klein Duimpje lopen langs met steentjes afgebakende voetpaden (32, 40) alludeert op hetzelfde thema: het kind dat de ouders te veel is en wordt verkocht, aan vreemden meegegeven of te vondeling wordt gelegd. Bij Freud en Stack Sullivan lezen we dat mensen die fantaseren dat hun ouders niet hun echte ouders zijn en dat hun werkelijk ouders heel belangrijke, rijke en machtige mensen zijn, aan paranoïde wanen kunnen lijden. Alfred maakt het met zijn grootheidsfantasieën behoorlijk bont (34): hij zou warempel Jezus Christus, de zoon van god kunnen wezen. Over Arne komen we ook dingen te weten, die tot vraagtekens verleiden. Hij heeft een shabby uitrusting, maar beweert dat zijn vader rijk is (27). ‘ Dus jij kunt goed opschieten met je vader? -Te goed misschien. Mijn vader, weet je, is nogal rijk. Hij heeft altijd veel succes gehad. Ik ben zijn enige zoon. Dat schept ook problemen. Wel te rusten.’ De roman had misschien evengoed ‘Verknipte vaders en zonen’ kunnen heten?
Met mijn opstel pretendeer ik geenszins een ‘officieel professioneel klinisch’ portret te construeren, waarmee Alfred Issendorf waterdicht  wordt gecertificeerd voor de GGZ, maar ik ga impressionistisch, eclectisch te werk, als een strandjutter en bricoleur-doe-het-zelver. Tenslotte is Nooit meer slapen een ‘scriptible’ tekst, die tot mee-construeren noodt en noopt.
Wanneer de lezer het basisschema doorheeft volgens welk Hermans te werk gaat, kan zij met een beetje puzzelen een eigen roman-neuroticus in elkaar knutselen. De lezer moet daartoe opletten welke situaties voor de protagonist emotioneel, spannend of stressvol zijn en vervolgens het op de situatie betrekking hebbende en vertoonde gedrag bijeen lezen, en vice versa.
Alfred Issendorf is niet bepaald een ongecompliceerde, evenwichtige en harmonieuze persoonlijkheid. Hermans zet hem extra onder druk met de middernachtzon, een licht dat niet uitgaat en Alfred uit de slaap houdt, net als de fjelljo die te pas en te onpas onbezoldigd heggen snoeit. Dan zijn er de bloedzuigende steekvliegen en is er de dagelijkse fysieke afmatting die de ongetrainde Alfred niet in de koude kleren gaan zitten. Er is niet zo heel erg veel nodig om de labiele Alfred Issendorf door het lint te jagen.

Tunturikihu_9897 (Stercorarius longicaudus) Long-tailed Skua, Varanger, Norway, heinakuu / July 2006
Tunturikihu_9897 (Stercorarius longicaudus) Long-tailed Skua, Varanger, Norway, heinakuu / July 2006

schizofreen
Er wordt nogal in de secundaire literatuur over NMS nogal eens verwezen naar de dubbele structuur van Paul De Wispelaere terwijl Hella Haase opteert voor drie structuren. Mevrouw Haasse: ‘Paul de Wispelaere heeft twee structuren gesignaleerd in de roman Nooit meer slapen: het reisverslag van het personage Alfred, en de waarnemingen en ervaringen van een ‘groter’ bewustzijn, dat De Wispelaere aan de alwetende verteller van de roman toeschrijft. Ik zou voor drie structuren willen opteren: Alfreds reisreportage, vervolgens zijn herinnering, of geheugen, dat de gegevens verschaft waardoor het grondpatroon van zijn leven zichtbaar wordt, en tenslotte een derde vorm van bewustzijn, die slechts tijdelijk van Alfred bezit neemt, en wel in de periode waarin hij, zonder zijn tochtgenoot Arne, moederziel alleen ronddoolt …’
De tweedeling van De Wispelaere deed me denken aan schizofrenie: zou Alfred het verhaal met twee tongen verteld kunnen hebben? Of zouden Issendorf senior en junior een duet spelen? De splitsing van de meteoriet waarvan aan het slot van de roman wordt verteld associeer ik meteen met mogelijke schizofrene geestestoestanden waarin Alfred over de Noorse toendra zwerft. De Lappen kennen tenslotte de sjaman en het sjamanisme.
De driedeling van Hella Haasse riep de associatie op van triangulatie: Aglaia en dochter Eva tegen Alfred, of Alfred senior en Aglaia tegenover Alfred? Ik werk het niet uit, maar geef het als tip voor de liefhebber.
Karl Popper
Hermans neemt in Nooit meer slapen in een moeite door het demarcatie-criterium van Karl Popper op de korrel. Alfred moet immers Sibbelees hypothese verifiëren en dus zo mogelijk de theorie van Nummedal falsifiëren; dat zijn hier twee kanten van dezelfde medaille.
Overigens heeft Alfred het in hoofdstuk 26 over ‘de stoutmoedige hypothese van Sibbelee’ om dat aan het slot (44) af te waarderen als ‘een suggestie’, ‘bepaalde denkbeelden, en ‘veronderstellingen’ die ik moest verifiëren. Alfred geeft toe dat Sibbelee maar wat aanrommelt. Net als Popper – volgens Hermans.
Over Popper schrijft Hermans in een opstel uit 1981 getiteld ‘Over Popper’ als volgt: ‘Popper bracht in 1935 naar voren dat een bewering of een complex van beweringen (bij voorbeeld een wetenschappelijke theorie) des te minder informatie verschaft naarmate de formulering ervan algemener is. Minder algemene, meer specifieke theorieën, verschaffen meer informatie, wat met zich meebrengt dat een dergelijke theorie in meer opzichten op juistheid kan worden gecontroleerd.
Omdat er meer controlemogelijkheden zijn, neemt de kans toe dat een van de controles tot de conclusie voert dat de theorie niet klopt. Daarmee is een dergelijke theorie dan gefalsifieerd.
Voor de in het geheel niet-falsifieerbare theorieën geldt wel dat ze een hoge graad van waarschijnlijkheid hebben – maar hun wezen brengt het met zich mee, dat er dan ook (feitelijk) niets feitelijks in wordt beweerd.
Een vanzelfsprekend uitvloeisel van Popper’s grondstelling bestaat hierin, dat in hoge mate falsifieerbare theorieën in hogere mate wetenschappelijk zijn dan andere. Onfalsifieerbare theorieën hebben een geringe wetenschappelijke waarde, wat zeggen wil dat ze geen betekenis hebben, ze delen niets wetenswaardigs mee.
Een bezwaar tegen Popper’s falsificatietheorema is het feit dat fysische theorieën, tenminste in de moderne tijd, maar zelden totaal gefalsifieerd zijn (zoals Popper lijkt te denken).
Voor de natuurwetenschappen zijn Popper’s ideeën niet van wezenlijk belang. Men kan zich zeer goed en succesvol met natuurwetenschappelijk onderzoek bezighouden, zonder zich ooit in de filosofie van de natuurwetenschappen te hebben verdiept. [M]aar voor de niet-zakelijke wetenschappen, althans voor grote gedeelten daarvan (algemene theorievorming e.d.) zijn Popper’s ideeën dodelijk. ’ [citaat met enige redactie door mij; jm]
Hermans heeft geen al te hoge pet op van Popper’s filosofie: ‘Voor zover Popper’s stellingen oorspronkelijk zijn, zijn ze toch maar varianten op zulke waarheden als koeien dat het nietszeggende niet kan worden weerlegd. Oftewel dat spreken zilver is en zwijgen goud.’
Hermans laat Alfred het verhaal dan ook nogal bête-obligaat besluiten met de constatering dat hij weliswaar met twee cadeau gekregen halve meteorieten in de vorm van manchetknopen zit, maar geen enkel bewijs heeft voor de hypothese die hij moest bewijzen.
Hermans (SN, 98) mag dan over Nooit meer slapen beweren: ’ In mijn boek is geweldig belangrijk of grote wetenschappelijke ontdekkingen helemaal aan het toeval moeten worden toegeschreven of niet’, de vraag is natuurlijk hoeveel toeval geloofwaardig is voor de lezer. Zelfs de meest genereuze willing suspense of disbelief kan niet eindeloos worden opgerekt en dit begin is ongeloofwaardig. Alfred per toeval op een meteoorkrater laten stuiten dan wel Issendorfiet laten vinden, zou op onoverkomelijke romantechnische problemen stuiten. Het sterkste excuus is dat met Nooit meer slapen een Fehlleistung moest worden neergezet, die staat als een huis. Daarin is Hermans wat mij betreft geslaagd, dus neem ik als lezer de wat minder geloofwaardige trekjes van Alfred Issendorf voor lief.

citaten freud_Stack moeder-vader

Alfred is weliswaar behept met een baaierd van herkenbare neurotische tics en toegerust met een scala aan symptomen, die voor een belangrijk deel lijken te wortelen in de moeizame relatie met zijn moeder. Ook heeft hij de oedipale fase vermoedelijk niet normaal doorlopen, omdat hij immers zijn vader op zevenjarige leeftijd verloor. Toch rijst de vraag of Hermans er helemaal in is geslaagd personage Alfred Issendorf op een volledig geloofwaardige wijze neer te zetten als een neuroticus van wie met redelijke waarschijnlijkheid kan worden aangenomen dat hij alles doet waartoe Hermans hem in staat acht. Ook die dingen die in de roman impliciet blijven.
De dramatische uitsmijter bewaart Hermans voor de laatste alinea van het laatste hoofdstuk, als Afred denkt: ‘er is geen enkele instantie in mijn omgeving die iets anders van mij wil, dan wat ik zelf ook altijd heb gewild.’ Alfred heeft het hele verhaal door alleen maar gedaan wat anderen (inclusief zijn onbewuste) van hem verlangden of wat hij dacht dat er van hem verlangd werd, om dat op einde te rationaliseren. Iedereen wil alleen wat hij wil, zodat hij nooit hoeft te doen wat iemand anders van hem wil, want dat wil hijzelf ook.
Hoe verknipt is het personage Alfred Issendorf? Zadelt Hermans zijn anti-held met correcte, herkenbare, symptomen op? Boeiend om dat uit te puzzelen met de digitale Freud op schoot en misschien DSM-x-y-z in de hand, onderwijl, af en toe, hier en daar, in Wittgenstein glurend.
Het laatste woord over Nooit meer slapen is nog niet geschreven of gesproken. Tijdens het her-herlezen, vroeg ik me steeds vaker af wanneer het verhaal geschreven is. Kan het wezen dat ‘Nooit meer slapen’ en ‘De donkere kamer van Damokles’ hetzelfde boek zijn? Hermans zelf houdt staande (SN, 20) dat ‘eigenlijk elke romanschrijver steeds weer dezelfde roman schrijft.’
Toen hij Damokles (1958) schreef, zat Alfred Issendorf vermoedelijk op zijn schouder en tijdens het wrochten van Nooit meer slapen (1966), had Henri Osewoudt zich in het brein van de schrijver genesteld. De Paranoia (1948) van Cleever (spreek uit: cleaver) vinden we terug in onder andere de schizofrenie van Osewoudt en Issendorf. De gespleten meteoriet en manchetknopen zijn er het tastbare bewijs van. Er is, om Hermans te gerieven, zelfs een schisma in het westerse denken (SN 13) ontstaan: voor en na Freud. Damokles en Nooit meer slapen zijn post-freudiaans, daarom is het niet verwonderlijk dat beide romans zijn uitgevallen als de familieroman van een neuroticus (zie voor de Nederlandse vertaling: Freud Verzamelde Werken deel 4).
Volgens biograaf Willem Otterspeer klaagde Hermans in 1981 tegen Hermans-fan Frans Janssen dat hij er genoeg van had om zijn verhalen keer op keer op de conventionele manieren en volgens canonieke receptuur, ritualistisch herkauwd te zien worden. Dat was in de tijd dat de gedrukte media het publicatie-monopolie hadden. Met de steeds snellere inburgering van internet en andere digitale publicatiemiddelen en -methoden, wordt die periode in rap tempo afgesloten en kunnen de ramen en deuren open worden gezet.
Zeker zulke knappe teksten van een schrijver als W.F. Hermans verdienen een frisse bries.

 

 
LECTUUR (* betekent speciaal aanbevolen):
W.F. Hermans (1993, 23ste druk): Nooit meer slapen – Amsterdam: Bezige Bij / isbn: 90 234 0173 5
W.F. Hermans (1990): Wittgenstein – Amsterdam: Bezige Bij / isbn: 90 234 3192 8
W.F. Hermans (1983): Klaas kwam niet – Amsterdam: Bezige Bij / isbn: 90 234 0834 9
W.F. Hermans (1977): Het sadistische universum – 1 –  Amsterdam: Bezige Bij (hierin o.a. Wittgensteins levensvorm, 1964)  /  isbn 90 234 0120 4
* W.F. Hermans (1979): Scheppend nihilisme (interviews; samengesteld door Frans A. Janssen) – Amsterdam: Loeb & van der Velden / isbn: 90 6213 134 4 / op internet
Sigmund Freud, Werken (2006 / in 11 delen uitgegeven door Boom in Amsterdam, bezorgd door Wilfred Oranje Freuds werken zijn inmiddels vrij van auteursrechten en op internet te vinden, o.a. in het Duits, Engels en Nederlands
* Harry Stack Sullivan (1975/1940): Begrippen voor een toekomstige psychiatrie / Bilthoven: Ambo / isbn: 90 263 2004 3 / vertaling van Conceptions of Modern Psychiatry door Henk van Aller Werken van Stack Sullivan werden uitgegeven door The William Anson White Psychiatric Foundation by Norton & Co, New York
https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Stack_Sullivan
http://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1521/psyc.2012.75.1.3
Ludwig Wittgenstein (1976): Tractatus logico-philosophicus – Amsterdam: Polak & Van Gennep /  isbn: 90 253 1534 8 / vertaald en van een nawoord en aantekeningen voorzien door W.F. Hermans
Raster, nummer gewijd aan Hermans: V, 2, zomer 1971, hierin ondermeer het artikel van * Hella Haasse: ‘Doodijs en hemelsteen’ / op internet  http://www.willemfrederikhermans.nl/tekst/haas013dood01_01/haas013dood01_01_0001.htm
Willem Otterspeer (2013): Freud en Hermans (en zijn biograaf)’   http://www.de-gids.nl/artikel/freud-en-hermans-en-zijn-biograaf
Margaret S. Mahler & Manuel Fuhrer (1969): On human symbiosis and the vicissitudes of individuation / London : The Hogarth Press and the Institute of Psycho-Analysis / isbn: 0 701 20 319 6
Margaret S. Mahler , Fred Pine & Anni Bergman (1975): The psychological birth of the human infant: symbiosis and individuation / New York : Basic Books / isbn: 0 465 06 659 3
Elizabeth Wright (1993/1984): Psychoanalytic Criticism – London & New York: Routledge / isbn: 0-415-04583-7
Gemma Venhuizen over het Finnmark onderzoek van Svein Olav Krøgli in de NRC van 25 september 2010 http://www.nrc.nl/handelsblad/2010/09/25/niet-elke-cirkel-is-een-krater-11947759
Voor de foto’s, even omlaag scrollen: ‘Maskevarri Ráhppát in Finnmark, northern Norway – is it an earthquake-induced landform complex?’ (2014) http://www.solid-earth.net/5/683/2014/se-5-683-2014.pdf
Jef van de Sande (1983): W.F. Hermans. ‘Nooit meer slapen’ / Vaassen-Apeldoorn: Walva-boek / isbn: 90 6675 601 2
Het Grote Willem Frederik Hermans Boek. Onder redactie van: Dirk Baartse en Bob Polak, m.m.v. Rob Delvigne / Uitgever: Nijgh & Van Ditmar / maart 2010
J.J.L. Derksen (1993): Handboek persoonlijkheidsstoornissen / Utrecht: De Tijdstroom / isbn: 90 352 1482 X / NUGI 712
http://www.psychoanalytischwoordenboek.nl/
 
 

Lapland Finnmark_80prct

…………  ……………  ……………  …………………………….  …………………………..  ……………….

 
 

De asielmigranten-narigheid en -ellende, van dag tot dag in beeld …

Carlos Latuff refugees and rebels_txt
Kaminsky Juncker_5
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

nostalgie ….. liedje van  Louis Davids: We gaan naar Zandvoort, al bij de zee  ….
www.youtube.com/watch?v=Nlt5Md7yQv

Tom Jan beschaafde sheiks_5
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Cai Meng ChDaily_5
Li Min Chin Daily_cock au vin
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
MarKamensky survival fittstpeterschrank-Angela_txt
P SChrank_EUinburgeren

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Peter Schrank Verschrikkelijk

Latuff Syrië_zien
J Forsythe Lorelei_Bommel. jpg

‘Die Lorelei’ (Heinrich Heine)  –  www.youtube.com/watch?v=0lQyXCGRNj4

http://www.beleven.org/verhaal/de_maagd_van_de_lorelei

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1849477/2011/01/21/Schipbreuk-bij-de-Lorelei.dhtml

 
 
 
 
 
 
 

'Twee mannen in een kloof'. Over 'Nooit meer slapen' van W.F. Hermans

citaten uit NMS

Is Alfred Issendorf, de hoofdpersoon uit Hermans’ roman Nooit meer slapen (NMS), een moordenaar? Je kunt een roman niet vaak genoeg op verschillende manieren lezen, vooral omdat ik geloof dat de meeste lezers inderdaad geneigd zijn ook naar romanpersonages te kijken “zoals je meestal naar anderen kijkt: zonder werkelijk iets van ze af te weten, door gebrek aan bewijs gedwongen aan te nemen dat zij wel ongeveer hetzelfde zijn als je zelf bent” (mijn parafrasering van een tekst uit Het behouden huis [i]; jm). Ik blijf graag half en half geloven dat Alfred zijn vriend Arne gedood kan hebben.
Een sluitend bewijs dat zijn schuld onomstotelijk aantoont, zou afbreuk doen aan mijn leesplezier. Daarom heb ik het artikel van Max van Duijn (MvD), die beweert [ii] dat Alfred zijn vriend Arne halverwege hoofdstuk 33 mogelijk een zetje geeft, waardoor Arne in het ravijn te pletter stort, met belangstelling gelezen. In tegenstelling tot Alfred die eropuit trekt om Sibbelees theorie te verifiëren, probeer ik juist MvD’s beweringen te falsifiëren.
Het ravijn of kloofdal in hoofdstuk 33 vervult een centrale rol in het verhaal, maar op een andere manier dan bij MvD en misschien bij de door hem aangehaalde Hella Haasse [iii]: “Heeft Alfred, toen hij – na het incident met de kompassen – voor het eerst bij het kloofdal terugkwam, Arne van de helling geduwd? Of hem, beneden in het ravijn, in de rug aangevallen …? “
Hieronder kom ik erop terug. Eerst bespreek ik de twee volgens mij zwakste plekken in MvD’s artikel, die afbreuk doen aan zijn redenering die tot doel heeft Alfred als moordenaar aan de kaak te stellen. Vervolgens werk ik deels aan de hand van hetgeen MvD betoogt enkele van mijn interpretaties uit, om af te ronden met observaties van algemenere aard.
twee zwakke plekken
De eerste zwakke stee bevindt zich in de paragraaf “Onbetrouwbaar verslag” en de tweede in de paragraaf “Plaats en tijd delict.” In de eerste paragraaf schrijft MvD dat Inger-Marie de enige is die Arnes boek te zien krijgt voor Alfred het bij Nummedal deponeert. Echter, vóórdat Inger-Marie in hoofdstuk 42 Alfred uit Arnes aantekeningenboek vertalend uit het Noors in het Engels voorleest, heeft iemand van de politie zeker dezelfde pagina gelezen (“ Hij leest met aandacht de pagina waar mijn naam op voorkomt … ”) en uit Arnes aantekeningen, gecombineerd met Alfreds verslag, blijkbaar niets belastends voor Alfred kunnen destilleren. MvD noemt in deze paragraaf tevens twee voorbeelden van discrepanties tussen Alfreds gedachten en daden, maar hij laat na de belangrijkste te noemen: Alfreds uitgebreide fantasie in hoofdstuk 30 waarin hij Mikkelsen de schedel intrapt: “Ik wil hem… ik kijk rond of Arne en Qvigstad in de buurt zijn. Tegelijkertijd weet ik zeker dat ik Mikkelsen toch de hersens niet zal intrappen. …  Mikkelsen doodtrappen, hem niet eens met mijn handen aanraken, niet eens met mijn linkervoet. Alleen met de rechtervoet tegen zijn gezicht schoppen. Hij doet niets terug, stuiptrekt, dat is alles, slaakt een roestige kreet bij elke nieuwe trap, hikt, beweegt tenslotte niet meer uit zichzelf, wordt alleen nog in beweging gebracht door mijn schoppende voet.”
Dit zijn ontlastende bewijzen, want Alfred laat het immers bij fantaseren. De betreffende passages demonstreren dat hij primitieve impulsen onder controle kan houden. Alfred is afdoende gedomesticeerd en geconditioneerd om zowel tegen Nummedal als Sibbelee te kunnen veinzen en liegen. Dat hij op de briefkaart aan Sibbelee niet schrijft wat hij denkt, is in overeenstemming met wat de meesten van ons – misschien helaas – hoogstwaarschijnlijk tot normaal gedrag rekenen. Zeker gezien de omstandigheden zoals Hermans ons die in de roman schildert.
De tweede zwakke plek is MvD’s aanname dat Alfred en Arne “ binnen enkele momenten zó ver van elkaar verwijderd raken dat ze elkaar dagenlang niet meer terugvinden.” Binnen enkele momenten? Bij nauwkeurig lezen van hoofdstuk 34, moet de conclusie zijn dat de tekst geen enkel houvast biedt om precies te bepalen hoeveel tijd er verloopt tussen de respectieve voorvallen. MvD merkt dan ook terecht op dat uit Alfreds relaas gedurende de tijd dat hij alleen rondzwerft niet is op te maken “ waar hij zich ophoudt en hoe lang het precies duurt voordat hij Arnes lijk vindt.”  Arne kan bij wijze van spreken zijn doodgevallen nadat Afred zich tien passen heeft verwijderd. Het terrein is hobbelig, dus het zicht is niet onbelemmerd. “Ik bestijg een heuvel, maar zie Arne nergens. Ik ga de heuvel aan de andere kant weer af.”
Hermans goochelt met Alfreds horloge en diens schattingen van tijd en richting. Dat is helemaal niet vreemd, want Alfred is na hetgeen hij in hoofdstuk 33 heeft meegemaakt volledig van de kaart. Hij is letterlijk en figuurlijk: van streek. De streken van zijn kompas moet hij dan nog kwijtraken. Alfred zou onder andere graag met zijn “hoofd naar voren, in de slaapzak kunnen kruipen …. als Arne er zijn slaapzak ook nog overheen gooit” staat halverwege hoofdstuk 34 (cursief in mijn origineel [iv]; jm). Zulke zinnen hebben in deze context een speciale betekenis, zoals in de loop van mijn betoog duidelijk wordt.
Het precieze tijdsverloop en de locaties zijn dus niet te reconstrueren. In ieder geval is er hoogstwaarschijnlijk veel meer tijd mee gemoeid dan de enkele momenten die MvD stipuleert en Hermans eventueel zou kunnen willen suggereren. Hermans zet Alfred en ons voortdurend faliekant op het verkeerde been.
Dit zijn de twee opvallendste zwakke plekken in MvD’s bewijsvoering die mij als eerste opvielen. In zijn betoog vind ik echter meer passages, waar ik waarschijnlijkere interpretaties tegenover denk te kunnen stellen.
Kom! Pas! Kom!
MvD vindt het incident met de kompassen in hoofdstuk 34 – dat de aanleiding vormt voor het weglopen van Alfred van Arne – “het meest ongeloofwaardige voorval uit de roman.” Waarom? Het enige dat uit de tekst valt te halen, is dat Arne blijkbaar een andere weg, route, wil volgen om bij het meer te geraken dan Alfred. Uit de tekst is niet eens op te maken of Arnes kompas een andere richting aangeeft dan Alfreds instrument. Alfred weigert op Arnes kompas te kijken. Beide kompassen kunnen best correct het zuidwesten aanwijzen.
“Op de kaart lijkt het of je er, niet door belangrijke obstakels gehinderd, bijna in rechte lijn naartoe kunt lopen.” Dat wil zeggen naar het meer, hetgeen in deze context een extra gewicht krijgt, omdat het symbool staat voor het vrouwelijke. Hieronder wordt duidelijk waarom. Arne kent het terrein, Alfred niet, maar Alfred is overstuur, verward en vol tegenstrijdige emoties door hetgeen er pas is gebeurd met Arne en hem. Ik schrijf ‘met’ omdat hij in hoofdstuk 33 beweert: “ Wàt ik ook doe, wàt mij ook zal gebeuren, ik zal het niet hebben gewenst.” [v] Alfred zit bepaald niet te springen om zelfinzicht. Vlak voor deze passage denkt hij aan doodvallen en vlak erna ziet hij Arne vallen. Frappant dat hem het noodlot evenals zijn vader overkomt, terwijl of doordat hij omlaag gaat in een spleet tussen rotsen. In hoofdstuk 27 denkt Alfred: “De val die ik heb gemaakt, is een repliek van de fatale val die mijn vader maakte. Dezelfde kwade geest die hem in de afgrond geworpen heeft, heeft mij voortgestuwd naar soortgelijke avonturen als de zijne, om mij een soortgelijke dood te doen sterven. Maar het is mislukt. Ik heb mijn tol betaald. Ik heb het overleefd.” Al blijkt zijn noodlot in hoofdstuk 33, 34 misschien (deels?) een ander dan dat van zijn vader?
Zijn weglopen van Arne heeft niets van doen met het functioneren van kompassen of kunnen kaartlezen. Dit gedrag is een gevolg van de aangrijpende ervaringen welke onmiddellijk voorafgaan aan het incident met de kompassen.  Kom! Pas! Kom!
Het is goed mogelijk dat Alfred in die gemoedstoestand Arne bewust van zich heeft afgeschud, en zich realiseert (of wenst hij het geheim te houden?) dat niemand dat kan bewijzen: “Niemand zal kunnen beweren dat ik mij bij het aflezen van het kompas opzettelijk vergist heb, dat ik Arne met voorbedachten rade van mij af geschud heb …” Wat Hermans Alfred allemaal met zijn kompas laat uithalen en knutselen, dient louter om de lezer zand  in de ogen te strooien. Net als het gedoe met het horloge dat erna komt. Alfred blijkt tenslotte zonder horloge en kompas prima de weg te kunnen vinden.
ai, lady Macbeth ..
Hermans’ tekst doet ook mij ondermeer aan Shakespeares stuk Macbeth denken, maar vooral aan lady Macbeth, die gedreven door eerzucht haar echtgenoot aanzet tot zijn gruweldaad. Zij geeft hem figuurlijk dat zetje dat Alfred Arne volgens MvD letterlijk geeft, waardoor Arne doodvalt.
De weduwe Issendorf zet, na haar man de dood in gedreven te hebben vanwege haar hang naar de status van partner van een briljant wetenschapper, haar zoon aan de carrière van zijn vader voort te zetten, daarbij zijn vader met terugwerkende kracht te doden en desnoods zelf het leven te laten. Hermans manipuleert hier naar believen zowel de Oedipus-mythe als het verhaal van Shakespeare over Hamlet, door ze binnenstebuiten te keren, te spiegelen, ondersteboven en achterstevoren te houden, in stukjes te knippen en willekeurig opnieuw in elkaar te steken.
Sigmund Freud behandelt in zijn Droomduiding Oedipus en Hamlet naast elkaar op bladzijde 261 tot en met 265: “ In Oedipus wordt de fundamentele wensfantasie van het kind, evenals in de droom, aan het licht gebracht en verwezenlijkt; in Hamlet blijft ze verdrongen, en wij worden haar bestaan – analoog met de situatie bij een neurose – alleen gewaar door de remmende invloeden die ervan uitgaan.” (264)
Ik acht het zeer waarschijnlijk dat Hermans aan de hand van Freuds Droomduiding de karakters van Oedipus en Hamlet over Alfred en Arne verdeelde, daarbij met dichterlijke vrijheid te werk gaande. Denk aan de twijfelende Arne die voordat hij een foto neemt steevast perhaps monkelt, terwijl Hamlet bij Shakespeare de weifelaar is. Als Alfred hem in hoofdstuk 27 hierover bevraagt, bekent Arne dat hij geen nieuw fototoestel van zijn vader durft te krijgen. Dit vind ik zacht gezegd een opmerkelijke redenering. Alfred haat zijn moeder en Arne is afhoudend jegens de potentiële blijken van genegenheid van zijn vader. Wat zou Freud hiervan maken?
Op pagina 265 merkt Freud en passant op: “ Zoals Hamlet de relatie van de zoon met de ouders behandelt, zo berust het in de tijd dichtbij liggende Macbeth op het thema van de kinderloosheid.” Voor karaktereigenschappen van de ambitieuze Aglaia hoefde Hermans dus ook niet ver te zoeken. Op dezelfde bladzijde noemt Freud de naam Brandes, deze naam verschilt maar een letter met de naam van Alfreds vriend, Brandel. “Bovendien is het bekend dat Shakespeares vroeg gestorven zoon de naam Hamnet (identiek met Hamlet) droeg,” schrijft Freud op pagina 265. Hermans lacht zich een kriek.
Nota bene. Direct na de dood van haar man is Aglaia Issendorf met haar eigen carrière begonnen, vertelt Alfred in hoofdstuk 27 aan Arne: “Mijn moeder, zeg ik, is de grootste essayiste van Nederland. Ze is dat al vrij vlug na mijn vaders dood geworden en ze heeft het jaren volgehouden. Bovendien reist zij door het hele land om lezingen te houden. Zij is een onbetwistbare autoriteit. Zij is draagster van het Legioen van Eer en doctor honoris causa van de kleinste universiteit in Noord-Ierland …” Waarom ook niet? Tenslotte zijn haar initialen eveneens A.I., dus dezelfde als die van haar man en zoon en is “romanschrijven wetenschap bedrijven zonder bewijs.” [vi] Draai de laatste zin om terwijl je hem binnenstebuiten keert en je hebt Hermans’ idee over wetenschap – de natuurwetenschap uitgezonderd.
Aglaia Issendorf heeft na de dood van haar man haar zoon voor zijn dode vader ingewisseld als degene die haar de zo begeerde status moet bezorgen. In de tussentijd is ze vast voor zichzelf begonnen. Alfreds schampere beschrijving in hoofdstuk 27 van zijn moeders werkzaamheden is tegelijkertijd een sneer naar al die andere bedriegers waarvan de wereld is vergeven, die zijn moeder met haar voze werk als autoriteit erkennen, van haar stelen, haar klakkeloos napraten, zonder bronvermelding. Alfred: ”Ik heb soms medelijden met haar. Ik lees nooit een boek, bang te ontdekken dat ze er onzin over geschreven heeft. …..  Ach, mijn moeder is zo’n schat! Ik zou haar niet durven vragen of zij zelf vindt dat haar kritieken iets te betekenen hebben.”
MvD haalt uit het laatste hoofdstuk van NMS een interessante passage aan die mijn redenering over de substitutie van vader Alfred door zoon Alfred, lijkt te ondersteunen: “Ze heeft me alle bijzonderheden over Arne’s dood gevraagd, slaakt een diepe zucht en vat in enkele woorden samen waar het voor haar op neerkomt: -Het is een verschrikkelijk ongeluk, maar hoe dan ook, jij hebt het er tenminste goed af gebracht. Ik ben trots op je.” Hermans heeft de zin “Ze heeft ….. neerkomt” bij de vijftiende druk toegevoegd, vermeldt noot 9. Die toevoeging heeft de passage er volgens mij in meer dan een opzicht begrijpelijker op gemaakt. Aglaia Issendorf ondervraagt haar zoon zo gedetailleerd over het ongeluk, omdat zij benieuwd is of Arne op precies dezelfde wijze om het leven kwam als Alfred senior: heeft de zoon de vader vermoord. Waar het voor haar op neerkomt, is dat het – nog steeds – een verschrikkelijk ongeluk is, dus niet wàs. Zij heeft immers nog steeds niet waar ze naar haakt: de status van vrouw/moeder van een briljant geleerde. Dat haar zoon op zijn zachtst gezegd nogal lauw en laconiek reageert op de dood van zijn vriend belet haar niet trots op hem te zijn. Voor haar telt alleen dat Alfred nog steeds beschikbaar is voor haar project. Lady Macbeth verbleekt erbij. Ik ben vooralsnog geneigd Alfreds ambiguë houding jegens de dode Arne te duiden vanuit het dubbele gevoel dat hij er ten aanzien van Arne op nahoudt. Niet omdat hij een kwaad geweten zou hebben vanwege een moord. Uit het navolgende blijkt waarom.
de meteoriet
Alfred is dus niet verlost van de eerzucht en statushonger van zijn moeder, want hij heeft zijn vader immers nog niet voor haar gewroken. Alfred zal niet cum laude promoveren. Op grond van zijn mislukte onderzoek in Finnmark kan hij geen briljant proefschrift produceren. Toch krijgt hij nu al, dus vóórdat hij is gepromoveerd, het cadeau dat zijn moeder had bestemd voor zijn promotie. Dat cadeau blijkt de meteoriet te zijn die zijn vader vlak voor zijn dood voor Alfreds zevende verjaardag kocht.
Aglaia Issendorf heeft de meteoriet niet alleen jarenlang verdonkeremaand, maar hem in tweeën doen zagen (kloven, splijten) om er manchetknopen van te laten maken die ze haar zoon nu reeds geeft als voorschot. Dus eerst vertraagt ze, vervolgens transformeert ze door de steen in twee helften te zagen en tenslotte overhandigt ze de meteoriet vóórtijdig! Ze hernieuwt en verzwaart hiermee haar claim op Alfred; haar zoon zál promoveren en de carrière van zijn vader voortzetten om haar aan haar status te helpen. Ze zadelt Alfred op met een zware hypotheek waaraan ze hem boeit met de machetknopen.
Zijn promotiegeschenk heeft Alfred voortijdig van zijn moeder gekregen, maar het cadeau van zijn vader komt door haar vele jaren later dan bedoeld. Aglaia transformeert niet alleen het geschenk van de vader middels tijd en fysieke vervorming (zij maakt van natuur cultuur), maar verpakt het geheel bovendien als uitdrukking van vaders laatste wil – Alfred moet ook van zijn vader een briljante wetenschappelijke loopbaan verwezenlijken: “Ik ben zo trots dat je die beurs gekregen hebt, Alfred, en ik weet zeker dat je met een briljante dissertatie voor de dag zult komen. Als je vader dit nog had kunnen beleven! Och hemel, ik weet nog, toen het gebeurde, dat jij toen net in die periode was waarin je aan allerlei mensen vroeg of ze je niet aan een ‘meteoor’ konden helpen. Papa heeft daar een van de eerste tekenen van je wetenschappelijke aanleg in gezien.”
Voortaan zal Afred niet alleen zijn vader als last met zich meezeulen, maar ook nadrukkelijk zijn eerzuchtige moeder in zijn nek voelen hijgen.
het kloofdal, waar alles om draait
Hoofdstuk 33 begint aldus: “ ’s Middags om drie uur zitten wij aan de rand van het diepste ravijn dat ik ooit gezien heb. Het is of een bijl van kosmische afmetingen de aardkorst hier heeft gekloofd. De wanden van de kloof zijn bijna loodrecht en met enorme scherpkantige rotsblokken bezet.”
Het kloven van de aardkorst, het intrappen en splijten van schedels en het doorzagen van een meteorietsteen, ze maken alle deel uit van hetzelfde web van onderlinge verwijzingen. Het ravijn dat hier wordt beschreven is een vergrote versie van de spleten waarin Alfreds kompas en zijn vader vallen: het is in feite niets anders dan een gigantische vagina dentata. De vrouwelijke vore, een vulva, een schede met tanden, die mannen castreert. In hoofdstuk 45 legt de Amerikaanse Wilma het aan Alfred uit aan de hand van de treksluiting van de gulp in haar broek. Ook Aglaia Issendorf is een vrouw die de broek aanheeft.
Wat gebeurt er in dat kloofdal tussen Alfred en Arne? Wat doen Osewoudt en Dorbeck in the Darkroom van Damokles?  Hermans lacht in zijn vuistje, want hij is nooit opgehouden zijn boeken te herschrijven zodat die boeken blijven wat ze waren, dat wil zeggen: wat ze al hadden moeten zijn nadat en voordat wij ze (her-)lezen.
Alfred komt er abrupt achter dat hij erotische gevoelens ten aanzien van Arne koestert. Arne is in deze context heel aannemelijk in de rol van verleider en inwijder van de groene Alfred: “Hij steekt het [i.e. zijn kompas; jm] naar mij uit of hij een chocoladereep presenteerde, maar ik weiger erop te kijken.” Hermans’ beschrijving van de duizelingwekkende afdaling in de kloof is de beschrijving van hun copulatie: “… nu ik Arne achternaloop en de diepte van de afgrond als een onzichtbare binnenstebuiten gekeerde vloedgolf op mij aanstormt: Wat ik ook doe, wat mij ook zal gebeuren, ik zal het niet hebben gewenst. Een geheim bewustzijn ontbloot zich. Op dit moment gaat een tipje van de sluier omhoog die over het hele leven ligt ….” De aanval in de rug waarover Hella Haasse het heeft, past hier prima in.
Alfred en Arne beleven wat in het Frans ook wel la petite mort wordt genoemd en steken daarna een sigaret op, wat meer mensen schijnen te doen na de daad. Hermans was een verwoed roker. De dialoog die Alfred en Arne aan het begin van hoofdstuk 34 voeren en die MvD als “merkwaardig” treft, is niet zo merkwaardig. Waarover praten mensen in zo’n situatie, na een heftige ervaring die vermoedelijk voor een van hen overdonderend als een complete verrassing kwam?
Gezien hetgeen er tussen hen voorviel, is het abrupt weglopen van Alfred in hoofdstuk 34 evenmin verwonderlijk. Alfred is compleet van zijn sokken geblazen en op zijn existentiële fundamenten teruggekwakt. Hella Haasse karakteriseert de gemoedstoestand waarin hij zich bevindt als: “een derde vorm van bewustzijn, die slechts tijdelijk van Alfred bezit neemt, en wel in de periode waarin hij, zonder zijn tochtgenoot Arne, moederziel alleen ronddoolt: een gemoedstoestand die zijn ontstaan dankt aan ‘the repressed material of the immensely powerful unconscious, the kingdom of darkness, […] bound to reappear in sickness, crime, madness – or in art and deeds of might’ … ” Dat vind ik geloofwaardig, hoewel een tikkeltje melodramatisch en theatraal geformuleerd, maar dat komt vast omdat sociale taboes en conventies kruien en moraal tenslotte “niets anders is dan een werkhypothese van tijdeljke duur.” (in: De donkere kamer van Damocles)
kunnen Kretenzers kompaslezen?
In de paragraaf “alle Kretenzers” komt MvD opnieuw op het kompas, ditmaal om aan te tonen dat Alfred een onbetrouwbare verteller is. Ik acht het aannemelijk dat Alfred in hoofdstuk 47 inderdaad tegen Eva zegt dat hij haar kompas heeft weggegooid. Ook als hij daardoor liegt. Een voor de hand liggende verklaring voor zijn liegen tegen Eva is dat hij zijn zuster liever kwetst dan toegeeft dat hij zo onhandig was om het kompas van een steen te stoten waarna hij het niet kon terughalen.
Op dit moment uit de kast komen en zijn moeder en zus vertellen dat hij ontdekt heeft dat hij homo is, kan van Alfred al helemaal niet gevergd worden. Want, let op de bewoordingen waarin hij motiveert waarom hij het kompas heeft weggegooid: “… want het wees toch maar de verkeerde richting aan.” Van de verkeerde richting zijn, betekent zeker in de tijd dat NMS werd geschreven: homosexueel of lesbisch zijn. Alfred loopt van Arne weg vanwege een kompas dat de verkeerde kant op wijst. Hij wil lijnrecht naar het meer, symbool voor het vrouwelijke. Compleet in de war doolt hij rond, waarbij hij zwalkt tussen een berg, een meer en een kloof. Dit is het beeld van een Hamlet tussen fallus en vulva, terwijl hij in wezen van beide niets moet hebben. Aan het slot van hoofdstuk 42 slaat Inger-Marie haar armen om Alfreds nek en geeft hem een lange kus: “Ik kus haar tenslotte nog twee keer op elke wang en loop in verwarring van gevoelens naar buiten.”
Indien Alfred in deze context liegt tegen Eva, maakt hem dat voor mij niet per se tot een onbetrouwbare verteller, zeker niet in morele zin.
Het diabolische aan deze situatie is dat Alfred door zijn queeste zichzelf (zijn sexuele identiteit) ontdekt, maar geen meteorietkraters. Voor Aglaia zijn de meteorieten belangrijk vanwege het proefschrift en de carrière, terwijl zij de andersgeaardheid van haar zoon hoogstwaarschijnlijk alleen als negatief voor diens carrière zal waarderen. In haar ogen zou Alfred dubbel mislukt zijn: geen proefschrift en als klap op de vuurpijl nog homosexueel ook.
De passages over fluiten, fluitles en fluitisten in de hoofdstukken: 7, 17, 27, 35, 38 en 45 vallen via Freud op hun plaats.  Ik heb met Alfred te doen. Het is niet niks waar W.F.H. hem mee opzadelt.
moordenaars …
MvD begint zijn artikel met het exemplarische opvoeren van de anonieme hoofdpersoon uit Het behouden huis en Henri Osewoudt uit De donkere kamer van Damocles. Hij kwalificeert hen als bruten. Zij behoren tot de Hermans-karakters die onder de ogen van de lezer moorden begaan en ermee wegkomen, schrijft hij in zijn slotparagraaf. Wat erger is: ze wekken bij de lezer begrip en sympathie. Hermans weet namelijk een uitzonderlijk perspectief te laten ontstaan, “dat de lezer welhaast medeplichtig maakt.” (cursief MvD; jm)
Wat NMS betreft, meent hij: ” … al sinds de roman verscheen tonen talloze lezers en critci hun begrip voor de miserabele omstandigheden waaronder de expeditie van de ‘arme Alfred’ mislukt, terwijl deze ondertussen wegkomt met het plegen van een moord en het vertellen van leugens.” Dat “uitzonderlijk perspectief” waarover MvD het heeft, behelst volgens mij een tamelijk conventioneel verteltechnisch ingrediënt, namelijk: extreme omstandigheden, die als hogedrukpan functioneren.
Gedurende oorlogssituaties en tijdens een strompelende martelgang over een toendra onder het permanente licht van de midzomernachtzon, reageren de meesten van ons vermoedelijk anders dan ze normaliter in hun gebruikelijke habitat plegen te doen, wanneer ze de kinderen naar school brengen, naar het werk gaan, hun echtelijke plicht aan elkaar vervullen en zaterdags de boodschappen inslaan.
Max van Duijn besluit met de raad aan de lezer die “zich alsnog van een rein geweten wil verzekeren” de roman te herlezen “en Alfred nog eens bladzijde voor bladzijde op zijn provisorisch in onschuld gewassen vingers te kijken.” Ik sluit me daar van harte bij aan, want Nooit meer slapen behoort tot de romans die naar mijn idee niet vaak genoeg gelezen kunnen worden. Wie weet, laat Alfred Issendorf zich bij een verrassende (her-)lezing alsnog op heterdaad betrappen.
 
[i]  in: Paranoia (2003: 90) Amsterdam; Van Oorschot
[ii] zie De Gids, nr. 4; 2012: 22 – 25
[iii] in: Doodijs en hemelsteen, in Raster nr. 2, jrg. 5, 1971: 177 – 206 en ook op internet te vinden
[iv]  Bij deze lezing gebruik ik de zesentwintigste druk uit 1997, uitgegeven door De bezige bij. Omdat de paginanummering per druk en uitgave verschilt en de 47 hoofdstukken kort zijn, verwijs ik naar hoofdstukken.
[v]  Pro memorie, Hermans (1974: 100 – 101): “Nederlandse romans gaan altijd over personages die geleefd worden en nauwelijks proberen op eigen houtje te leven. Predestinatie en fatalisme zijn oppermachtig…” in: Een Nederlandse detectivefilm? in: Het sadistische universum (Amsterdam; De bezige bij)
[vi]  W.F. Hermans (1974: 108) in: Experimentele romans,  in: Het sadistische universum (Amsterdam; De bezige bij)
 

# #  #

J. Mager (oktober 2012)

deze tekst is 25 februari 2016 op de site geplaatst; de digitale verwijzingen (links) zijn na die dag ingevoegd

* * *

http://literatuurmuseum.nl/verhalen/hermans/nooit-meer-slapen

http://www.maxpam.nl/2006/09/binnenkort-verwacht/

De dvd van Max Pam is zeer de moeite waard; een tijdje terug lag hij in de ramsj (jm)

  beslist ook leuk om te hebben:  www.literairnederland.nl/het-grote-willem-frederik-hermans-boek/

 
 

Het establishment, desintegreert en destabiliseert …

Je Suis Paris

Leyla vat het samen: “Het establishment desintegreert, waarbij desintegreren betekent: 1) onze maatschappij wordt door het establishment gedesintegreerd (bijvoorbeeld door het ongecontroleerd binnenlaten van grote aantallen vreemdelingen en het voortdurend uitbreiden van de EU) en 2) het establishment lijdt in toenemende mate een zelfstandig bestaan, gaat een eigen leven leiden, dat steeds minder voeling heeft met het brede maatschappelijke gebeuren, zoals de gewone burger dat beleeft, ervaart en ondervindt. Het establishment desintegreert dus zelf.“
Leyla pauzeert even, en vervolgt:  “De tweede vorm van desintegratie uit zich bij de autochtonen (de inheemse) burger door voorkeur uitspreken voor partijen als de PVV (Nederland), Pegida (Duitsland) en Front National (Frankrijk) of door niet meer te stemmen. Bij de allochtonen uit zich het 1) in apathie (vooral onder de eerste generatie immigranten) en 2) in militant optreden (bij de tweede en derde generaties) zoals in Keulen op oudejaarsnacht en afreizen naar strijdtonelen zoals nu in Syrië.”
Taecke: “Voor het werkwoord destabiliseren geldt hetzelfde: het establishment destabiliseert in de overgankelijke en onovergankelijke werkwoordvorm. Het establishment destabiliseert zelf en het establishment destabiliseert de maatschappij. Malika Sorel en vele anderen gebruiken nog het woord ‘elites’, maar wij beschouwen het establishment niet meer als een elite, geen meritocratie van lieden die op grond van verdienste en competentie hun bevoorrechte posities innemen, zoals ooit nog overwegend het geval was,  maar een kleilaag, een leemlaag en een maatschappelijke korst waarvan de leden maatschappelijke vooruitgang eerder frustreren dan dat ze die faciliteren en positief stimuleren. ”
thanksgiving-Vanessa Valadez
“De desintegratie van het establishment is de oorzaak van de maatschappelijke desintegratie en destabilisatie,” zucht Marieke. “Vervolgens onderscheiden we drie integratie-probleem-groepen: 1) allochtone allochtonen (nu vooral instromende Syriërs en andere migranten, die bovendien overwegend moslim zijn), 2) autochtone allochtonen (tweede en derde generatie immigranten vooral Maghrebi, zoals waarschijnlijk in Keulen zal blijken, ook moslims), 3) autochtonen (dus oorspronkelijke ingezetenen van de respectieve landen, meest seculieren).”
“De grootste en gevaarlijkste tweedeling die zich momenteel in rap tempo voltrekt, is die tussen het establishment (de gevestigde orde) en de rest van de maatschappij,” zegt Leyla. “Die des-integratie, het losraken van establishment en de rest, veroorzaakt het uiteenvallen van de respectieve maatschappijen en ook van het aggregaat dat Europa heet, dus de andere desintegraties zijn een logische afgeleide, een automatisch gevolg,  van de basis-desintegratie van de establishments.”
“Inderdaad,” zegt Taecke, “en wij maar ‘hopen’ dat de rellen en Keulen en Zweden rechtstreeks in verband zouden zijn te brengen met leden van de IS, liefst bewijsbaar door IS-infiltranten waren veroorzaakt. Dat zou de zaak een stuk overzichtelijker maken. De onderzoeken in Keulen ontkrachten ons paradigma helaas en de aanslag in Jakarta op 14 januari – vermoedelijk door Indonesische  foto Jakarta_txtIS-franchisers – onderschrijft die ontkrachting. De IS werkt vooralsnog vanuit het patroon: van dik hout zagen we planken, moorden dus. Geen subtiele psychologische oorlogvoering. Wij dachten te euro(pa)-centrisch. Tenminste, vooralsnog. Het kan zijn dat de IS zijn strategie en tactieken in de toekomst bijstelt, natuurlijk.”
“Dat hoeft de IS eigenlijk niet eens te doen,” beweert Marieke, “want het establishment hier, doet het ontregelende werk voor ze. De IS kan zich beperken tot fungeren als katalysator. In bijna alle EU-landen gaat dat op. Je zou de opstanden in Polen en Hongarije tegen de Brussel se bureaucraten kunnen beschouwen als ‘de Europese lente.’ Net zoals het klootjesvolk in Egypte en andere Midden-Oosten landen in opstand kwam tegen het establishment daar, zo komen de Polen en de Hongaren in opstand tegen het Brusselse establishment hier. Het referendum dat we op 6 april 2016 in Nederland houden over het associatieverdrag met de Oekraïne is net zo goed een rebellie tegen dat establishment. Vooral omdat het associatieverdrag al is beklonken door het establishment (dat zich legitieme volksvertegenwoordigers noemt) neemt het symbolische rebelliegehalte toe en de democratische legitimatie erodeert en kalft verder af.”
Leyla: “De IS is een rebellie tegen het religieuze establishment van de Saoedi wahabisten, dus islam-endogeen, maar wel volk tegen het establishment, tegen de Saoedi-Arabische kalief. De IS sticht dus zijn eigen kalifaat. Deze grondvorm ontwaren we overal: wrevel jegens een autoritair establishment, die zich ontlaadt in rebellie. Alleen de invulling, de lading en de uitingsvormen verschillen per regio en per land. Al naar gelang de cultuur en de vigerende institutionele kaders. In Europa werkt de euro inmiddels eerder desintegrerend (centrifugaal) en dus omgekeerd als door de Brusselse bureaucraten werd verwacht, namelijk samenbindend (centripetaal). Brussel heeft met de EU al genoeg integratieproblemen en vergroot die enkel door grote aantallen niet-Europese immigranten (meest moslims) binnen te laten.”
“Hier, in West-Europa, speelt de islam mee als extra desintegratie bevorderend ingrediënt bij de hier gevestigde moslim allochtonen,” zegt Marieke. “De establishments hier zijn nog overwegend samengesteld uit niet-moslim, seculiere, blanke, autochtonen. Dat werkt ook desintegratie-bevorderend. Lees de roman ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq er maar op na.”
“De islam bevordert ook de desintegratie bij autochtonen (de Nederlandse Nederlanders) ,” corrigeert Leyla, “want de islam wordt hoofdzakelijk belichaamd door (allochtone) medeburgers die nog lang niet allemaal tot geïntegreerde burgers kunnen worden gerekend. Ik formuleer het maar als understatement. De grote instroom van vreemde moslims, vergroot het aanwezige ongemak bij de autochtonen, de Nederlandse Nederlanders. Die keren zich af van de establishment politici. Óf ze stemmen op de PVV van Wilders – dat doen in mijn opinie de echte tokkies, de eencelligen –  óf ze stemmen helemaal niet meer. Dat is niet zo vreemd, vind ik.”
Marieke: “Okay, dat komt er bovenop: half- of ongeïntegreerde moslims, dat is dubbelop vreemd en bedreigend. Wat er gebeurt als ongeveer de helft van de kiesgerechtigden niet meer stemt, kunnen we nu, real time, zien in Polen: 37,6 procent beslist wat er daar gebeurt. Of dit slecht of goed is voor Polen, weet ik eigenlijk niet. De PiS van Jaro Kaczinsky heeft in ieder geval een samenhangend programma. Dat heeft Wilders (met opzet) niet, want Wilders wil helemaal niet regeren. Wilders wil alleen pro-fiteren, dus Wilders doet precies dat wat hij ‘de vreemdelingen’ verwijt: profiteren en uitvreten. De meesten van ons stemmen ook niet meer, om de eenvoudige reden dat we niet zouden weten op wie. Wilders is voor ons namelijk geen optie, dus ….?”
“De massa, het volk overal, ook in het rijke West-Europa, dus ook wij, behoren tot de globaliseringslosers. Leden van de respectieve establishments houden elkaar in het zadel en op het pluche. Dat is een nefast effect van de globalisering. Die Saoedische miljarden oliedollars kennen geen grenzen. terrorism_tomas_15_ROME
Zo bombarderen ‘wij’ via de Amerikanen als proxy’s (duvelstoejager, knechtje) voor het Saoedi-establishment en laat ons establishment de vruchten van die bombardementen (ontheemden) massaal toe bij ons, “ zegt Taecke, “hetgeen de aanwezige en aan de gang zijnde binnenlandse (de endogene) desintegratiekrachten en -tendensen versterkt (want die massa-migranten moeten immers ook integreren). Ze fungeren als versneller voor des-integratie.
Leyla heeft gelijk. De grote aantallen nieuwkomers verwateren het moeizame integratieproces van onze autochtone allochtonen. Tegelijkertijd bevorderen zij de vervreemding tussen de gewone man en het establishment; dat is evengoed desintegratie. We zetten dus stappen terug op het integratiepad, in plaats van vooruit. Met het project Europa zien we hetzelfde: desintegratie (centrifugaliteit) in plaats van integratie (centripetalitit) en saamhorigheid.”
“Een actuele update,” breekt Marieke in, “net meldt een bericht op internet dat de IS in Oost-Syrië zo’n 300 vrouwen en kinderen heeft vermoord. Combineer dat met de info uit de kranten van dit weekend (de immigranten bestaan hoofdzakelijk uit jonge mannen – Canada neemt als enige land maatregelen hiertegen!) en het plaatje wordt weer een stuk completer.
Het establishment achter de knoppen, doet-maar-wat, ze hebben geen visie, geen idee, ze zien geen causale verbanden, geen grotere samenhangen.”
“Visie is niet nodig zegt VVD-premier Mark Rutte,” lacht Leyla, “we moeten ad hoc improviseren op de snel wisselende omstandigheden. Alsof een visie, een ideologie, die improvisatie niet juist naar een hoger kwaliteitsniveau zou kunnen tillen. Toch zit zo’n man daar, op die plek. Het schijnt democratisch gegaan te zijn ook nog. De Polen zijn helemaal niet gek.”
“De huidige establishments zijn een verlengstuk van het financieel-politieke-militaire complex,” beweert Taecke, “dat zie je aan het bombarderen van Syrië. Wie bombarderen daar wie en wat en waarom? Laat de kranten en andere media ons dat maar eens bij herhaling en haarfijn uitleggen. Dan weten we tenminste waarom die vluchteling-migranten hierheen stromen.”
“Nu vluchten die media gretig halsoverkop in ‘verklaringen’ van etnische herkomst van plegers van seksuele misdrijven, “ zegt Marieke grinnikend, “dat is sensationeler en politiek correct tegelijkertijd. De journailleurs bellen links en rechts deskundologen en die geven hun opinies – voor ‘normale’ omstandigheden. Makkelijk gescoord. Het leidt de aandacht van de vraag waarom er zoveel mensen op drift zijn en raken – door oorlogsgeweld. Wie hebben belang bij en voordeel van die oorlogen, waarom wordt er in Syrië gebombardeerd?! Herinner ons daar s.v.p. voortdurend aan!”
Leyla vat samen: “Dus: de nieuwkomers, de allochtone allochtonen, moeten integreren, de vervreemde autochtone allochtonen (in de Franse banlieus bijvoorbeeld) moeten integreren en de vervreemde autochtonen moeten ook integreren. Intussen drijven overal in de rijke landen de establishments verder af van het volk. Dat betekent dat desintegratie koning is, terwijl iedereen in de media de mond vol heeft van integratie.”

* VROLIJKHEID *

“We zullen zien hoe we ons paradigama verder uitwerken. Veelbelovend ziet het er niet uit.”
“De activiteiten van de IS hebben welsiwaar niet direct met de rellen in Keulen te maken, maar indirect natuurlijk wel degelijk, “ zegt Taecke. “Immers, 1) de IS verdrijft mensen door hun terreur, 2) de IS trekt bombardementen aan van partijen die Assad en/of de IS weg willen hebben (de Saoedi en via hen de Amerikanen en ‘wij’) en partijen die Assad juist niet weg willen hebben (Poetin, Rusland), 3) de stromen migranten die hier instromen (allochtone allochtonen), wekken de verongelijktheid en jaloezie op van de autochtone allochtone immigranten (waarom zij wel, en wij niet?), maar ook van de autochtonen (zij krijgen een huis en wij blijven op de wachtlijst staan).
Terwijl NIEMAND tegen het asiel bieden aan vervolgden is. Wij kijken niet anders naar vluchtelingen dan vroeger. Wij willen best en vanzelfsprekend onze rijkdom delen met de nooddruftige medemens die in nood verkeert. Wij vragen ons alleen af waarom het er nu plotseling zo veel zijn, terwijl daar geen natuurlijke rampen (bijvoorbeeld tsunami’s en droogte) als oorzaken voor zijn aan te wijzen.
.
Dit paradigma kunnen we nog verder uitspinnen, en dat gaan we de komende dagen vast ook doen.”
 

Godsdienst__oleksy_kustovsky

* * *

Thanksgiving Day (dankzeggingsdag), vaak verkort tot Thanksgiving, is een nationale feestdag in de Verenigde Staten en Canada waarop dank wordt gezegd (traditioneel aan God) voor de oogst en voor allerlei andere goede dingen. In de Verenigde Staten wordt deze dag gevierd op de vierde donderdag in november. In Canada, waar de oogst eerder in het jaar eindigt, wordt het op de tweede maandag in oktober gevierd. In protestants-orthodoxe kerken in Nederland bestaat de Dankdag voor het Gewas.
Khouri en Ennabi (in de cartoon van Valadez) zijn christen-Arabische achternamen
Kleis Jager / Malika Sorel: ‘De elites brengen ons in gevaar’ in Trouw,  13.12.2015
Malika Sorel : “La France s’autodétruit sans rendre service aux immigrés”
Jan Techau (directeur van Carnegie Europe): ‘Als het Westen zijn meest essentiële verworvenheid niet meer herkent, kan het zichzelf wel afschrijven’ /  in de Volkskrant 29 januari 2015,
Valeri Hudson: ‘Europa heeft een mannenprobleem.’ / NRC 2016.01.16
Als gevolg van de migratiecrisis telt Zweden nu 123 zestien- en zeventienjarige jongens op elke honderd meisjes van die leeftijd. En dat is niet goed, schrijft Valerie Hudson. Bestudeer Canada!
 
Totale, directe democratie is onwerkbaar. Vertegenwoordigende, representatieve, democratie werkt echter alleen goed wanneer de kiezers, het volk, de door hen gekozenen (kunnen) vertrouwen.
Recente lectuur hierover:
David Van Reybrouck: Tegen verkiezingen / ISBN 978 90 234 7459 3, 128 pagina’s
‘Loten, dat geeft de burger macht’ / Volkskrant  5 oktober 2013
‘Loten is democratischer dan stemmen’ / Trouw 6 oktober 2013
Thijs Kleinpaste:  ‘Het tegengeluid van de Poolse intelligentsia’ / De Groene Amsterdammer van 13 januari 2016
Ekke Overbeek: ‘Wilt u de totale democratie?’ in Trouw,  17/01/2016, 14:25
Menno Sedee: ‘Oud-militair opgepakt voor doden IS-strijders’ NRC 15 januari 2016 ‘Het is verboden als Nederlander in het buitenland dodelijk geweld te gebruiken, ook tegen terroristen. ‘

bommel_weet van hoed en rand

 
 
 
 
 

Speculeren over de toekomst van de Oekraïne, en de ontzuiling van Europa

European_Union_Ukraine

Friends, Romans ...

“Zelfs indien het de Oekraïne (economisch) beter zou gaan doordat ze handel met de EU drijft,” zegt Taecke. “Voor mijn part schrijf je die voorspoed op conto van het ‘associatieverdrag’ met de EU, waarvan ik niet weet wat het precies inhoudt, behalve dat het verdrag de handel met de EU zou moeten liberaliseren en de weg vrij maken voor een vrijhandelsakkoord. Stel dat het de Oekraïne na in werking treden van zo’n associatieverdrag voor de wind zou gaan en stel dat die vooruitgang wordt veroorzaakt door handel met de EU. Hoe zou Poetin dat opnemen? Wat denk je?”
“Daar zou Vladimir Poetin beslist niet vrolijker van worden,” antwoordt Zorah, “zeker niet indien het met Rusland niet beter zou gaan, of misschien zelfs slechter. Het contrast tussen de Oekraïne / EU en Rusland wordt te groot.”
“Niet denkbeeldig dat Poetin de eventuele stagnatie in Rusland op conto ván die associatie van de Oekraïne met de EU zou schuiven,” meent Yaël (♀), “en wat dan?”
“Wel,” zegt Taecke terwijl hij de kring rondkijkt, “dan zou Poetin kunnen ingrijpen in de Oekraïne. Wat doet Brussel dan? Stuurt Mario Draghi troepen naar het oosten om de Oekraïners tegen de Russen te helpen? Maakt Luxemburger Juncker de Oekraïne meteen lid van de NAVO/NATO? En dan? Raken wij dan ook in oorlog met Rusland en Amerika ook, want Amerika is NATO-lid? Ik acht het erg onwaarschijnlijk dat Obama de oorlog aan Rusland zou verklaren om ‘ons’  vanwege de EU te helpen.”
Yaël: “Kijk eens hoe Rusland is ingesloten door NAVO-landen. Sommige van die landen zijn geen EU-lid. Best vreemd eigenlijk. Poetin en de Russen zullen zich opgesloten voelen en zelfs bedreigd. Een rariteit blijf ik Zwitserland vinden: midden in de EU en toch geen euroland en ook geen NATOland. Daar moeten dus zowel Russische bobo’s als West-Europese en Amerikaanse bobo’s (persoonlijke?) belangen hebben liggen.”
Zorah meent dat Amerika helemaal geen belang heeft bij een Europa dat te sterk en economisch te zelfstandig is. “Dat zou Amerika ten opzichte van de EU in dezelfde positie plaatsen als Rusland ten opzichte van de Oekraïne: het contrast EU – Amerika wordt te opvallend, in het nadeel van de USA.”
“Dus draait het waarschijnlijk uit op dezelfde Amerikaanse truc die ze met de Koerden in Irak hebben uitgehaald en de rebellen in Syrië: de Amerikanen wekken de verwachting dat ze zullen helpen, maar wanneer puntje bij paaltje komt, laten ze je doodleuk zakken,” zegt Yaël. “Maar, de steun van Amerika is met betrekking tot de Oekraïne hypothetisch, want Amerika zal niet toestaan dat de Oekraïne lid van de NATO wordt. Dan krijgt de VS het immers via de NATO aan de stok met Rusland en daar zit Amerika niet op te wachten.”
“Je kunt ook zeggen dat Amerika het in zijn voordeel vindt om de EU (politiek) te verzwakken door de Oekraïne juist naar de EU toe te duwen,” meent Zorah, “ik weet gewoon niet wat er achter de schermen speelt. Polen en Hongarije gedragen zich momenteel niet bepaald als gehoorzame vazallen van Brussel en Frankfurt (waar de ECB onder Mario Draghi zetelt).”
“Amerika heeft al geweigerd een officieel verbond met ‘de Europese geallieerden’ tegen de IS te vormen,” merkt Yaël op, “onofficiële samenwerking bij het bombarderen in Syrië is okay, maar geen officieel-formele alliantie. Dat zegt me dunkt voldoenden over de koers van Amerika. Die willen hun vingers niet branden. Ze moeten waarschijnlijk bombarderen in Syrië als proxy (knechtje, duvelstoejager en handlanger) van de Saoedi en de Israëli, en dat brengt al wrijving met Rusland met zich. De Oekraïne erbij nemen, dat gaat Amerika denk ik te ver. Obama zal geen Irak in Europa willen veroorzaken, zo op het eind van zijn regeerperiode. Zorah heeft gelijk: ik weet ook niet wat er achter de schermen allemaal speelt bij dit touwtrekken om de Oekraïne. Yana en Katya vertellen ons andere verhalen dan ik in de kranten hier lees.”
Zorah: “Wij speculeren natuurlijk, maar ik vind onze analyses en verhalen meestal geloofwaardiger en overtuigender dan wat ik in de (Nederlandse) media voorgeschoteld krijg. De meeste artikelen zetten Poetin en Erdogan neer als domme booswichten. Alsof zij geen plannen voor Rusland en Turkije zouden hebben. De EU-politici zijn steevast de democraten die voor vrijheid, geluk, welvaart en vrije meningsuiting zijn. En voor de overconsumptie, natuurlijk.”
“Weet je wat ik zo bizar vind?” zegt Taecke, “dat er hier zelfs ‘experts’ rondlopen die openlijk in de media uitventen dat zij politieke hervormingen in de Oekraïne broodnodig vinden. Die politieke reorganisaties zijn volgens deze zogenaamde experts noodzakelijk om de handel tussen de Oekraïne en de EU gesmeerd te laten verlopen.” Hij tikt tegen zijn voorhoofd en zegt: “Dit komt in mijn optiek zowat neer op een provocatie van Rusland, bijna een daad van openlijke agressie zelfs.”
“De tactiek van Juncker en zijn EU-kliek met betrekking tot de Oekraïne lijkt voor mij als twee druppels water op de overvaltactiek waarmee de EU-bureaucraten ons de euro in de maag hebben gesplitst: het er-is-geen-weg-terug scenario. Parachutes worden niet verstrekt, reddingboten zijn er niet en nooduitgangen evenmin. Eenmaal handelsassocié, moet de Oekraïne bijna onvermijdelijk wel een semi-lidmaat van de NATO worden.” Yaël klinkt somber, “Zo’n proces krijgt zijn eigen momentum, en dan hebben we de poppen aan het dansen. Poetin hoeft maar naar ons en de invoering van de euro te kijken om te zien wat hem via de Oekraïne te wachten kan staan, indien hij de zaak op zijn beloop laat.
Dat Poetin de boel blauw-blauw laat, kan ik mij niet voorstellen. Wat er achter de schermen wordt bedisseld en bekokstoofd en tussen wie allemaal, daar kunnen we slechts naar gissen.
Dit kaliber politici dat nu aan de knoppen zit, kan dat slechts tot op zeker hoogte behappen. Het zijn geen zwaargewichten, behalve in de letterlijke zin natuurlijk.
Juncker en kumpenie speculeren er waarschijnlijk op dat Poetin het niet tegen de NATO zal willen opnemen. Bluffen dus.Maar zal Poetin de Oekraïne zonder slag of stoot opgeven? Kán hij zich dat veroorloven? Het lijkt mij onwaarschijnlijk. De Oekraïne is fysiek een stuk van Ruslands westgrens.”

“Met Jean-Claude Juncker hebben we hetzelfde als met alle huidige beroepspolitici,” zegt Taecke, “je weet niet meer voor welke partijen ze nog meer de belangen behartigen en lobbyen. Juncker was premier van Luxemburg, dat onder zijn regering (1995 – 2013) aan agressieve belastingontwijking deed.

Members of the European Parliament in Strasbourg, France, holding signs in support of a motion to censure the European Commission under Jean-Claude Juncker because of the aggressive tax-avoidance policies pursued by Luxembourg while Juncker was prime minister, November 2014
Sinds november 2014 is Juncker  voorzitter van de Europese Commissie en beijvert zich vóór de ratificatie van het associatieverdrag met de Oekraïne. Formeel doet Juncker dat uit hoofde van zijn positie, in ons aller belang, maar wie weet wat hem nog meer drijft? Is dat allemaal in het belang van de Oekraïners en van ons, Neder-Europeanen? “
Yaël refereert aan het Hagenpreek seminar over lobbyisten, imagined communities en de ontzuiling van Nederland. “Dat vond ik werkbare vergelijkingen die de actualiteit voor mij inzichtelijk maken, “ zegt ze, “dat stuk van Tom-Jan Meeus (NRC 09.01.2016) illustreert de ontzuiling van Nederland in de praktijk. Politici voelen zich niet langer verbonden met een achterban, ze zijn losgezongen van hun zuil, maar gebruiken hun partijlidmaatschap steeds vaker om andere belangen te promoten en aan de man te brengen. Belangen zijn handelswaar geworden, commodity’s. Denk bijvoorbeeld aan Ben Bot en Neelie Kroes.
Op super- en supra-nationaal niveau gebeurt hetzelfde, ontzuiling: politici voelen zich geen patriot, geen Nederlander, Fransman of Duitser meer, maar in-euro-uitbetaalde-interimmanagers, die er geen been in zien tegenstrijdige belangen te behartigen. Soms zelfs tegelijkertijd, simultaan van twee of meer walletjes eten. Soms zien zij zelfs de tegenstrijdigheid niet eens, omdat ze geen totaal overzicht (kunnen/willen) hebben. Ze fladderen en flipperen van kaasstolp naar kaasstolp, zitten permanent in hetzelfde wereldje (groupthink) en verliezen snel het noodzakelijke contact met de werkelijkheid. Daardoor neemt de kans op inschattingsfouten snel, exponentieel, toe.”
“Vandaar dat onnatuurlijke fanatisme met betrekking tot voetbalclubs en ‘sterren’,” zegt Zorah, “mensen hebben nu eenmaal een vaderland en een identiteit nodig ter oriëntatie, en dat vinden ze tegenwoordig in een voetbalploeg en een ‘personality’. Hoe vager en amorfer onze leefwerelden worden, hoe fanatieker we ons focussen op fragmenten die nog houvast lijken te bieden.
Het klootjesvolk vereenzelvigt zich met Ronaldo de voetballer en Raymond de darter en het establishment bijt zich vast in het uitbreiden van zijn actieradius en de banencarrousel met de dikke salarissen die dat mogelijk maken. Pak even de jet naar New York voor een lunch en race daarna naar Acapulco voor een aperitief, waarna een diner in Parijs of Rome volgt. Tussendoor stop je in Bern om cash geld bij te tanken van je cijferrekening bij een Zwitserse bank. “

* VROLIJKHEID *

Zorah gaat verder: “ Voor mij een leeg, bizar en verkwistend leefpatroon, maar voor een steeds groeiend aantal lieden intussen heel gewoon. Dus: groeien en drijven de zogenaamde volksvertegenwoordigers en het volk dat ze zouden moeten vertegenwoordigen uit elkaar. Dat kun je aan ontzuiling illustreren, ja.”
“De beroepspolitici ontkennen de ingebeelde, gemeenschap, van de zuil en de natie,” zegt Taecke, “want zulke ideeën zitten hun procesmanagement in de weg. Sy konden by malkander niet komen. Alleen is hier van wederzijdse liefde geen sprake.”
Yaël knikt: “Het zou raar zijn indien de Oekraïners niet ook keken naar wat zich nu in Polen en Hongarije afspeelt. Zijn ze daar zo gelukkig met de EU? Zijn de Polen vrij om de regering te kiezen die ze willen, zonder inmenging van Brussel? Dat lijkt er niet op. In ieder geval zijn noch Polen  noch Hongarije happig om op bevel van Brussel nog meer migranten te absorberen.”
“Pool/Hongaar, Oost-europeaan behorend tot het Slavische volk, Europeaan, bewoner van deze planeet; concentrische cirkels van toenemende vreemdheid, zoals Bill Schuddespier al wist: vrienden, Romeinen, landgenoten,” maar ja, tegenwoordig zitten er ongeletterden op het pluche en achter de knoppen en dat blijkt zich keer op keer te wreken. Kortzichtigheid, visieloosheid, ad hoc kippedrift, allemaal troef.”
“Juncker en Draghi hebben hun handen vol, “ grinnikt Zorah, “die moeten een Task Force naar zowel Polen – Hongarije sturen, alsook naar de Oekraïne en tegelijkertijd blijven bombarderen in Syrië en omstreken. Het schijnt dat veel Zuid-Amerikanen zich als huurling aanbieden. Die hebben ruime ervaring in het neerslaan en uitroeien van dissidenten. Dan zal Executive Outcomes / Blackwater / Academi, hoogstwaarschijnlijk met Frontex een soort globale BV stichten, met een postbusnummer op de Amsterdamse Zuid-as en cijferrekeningen in Luxemburg, op de Caymans en in Zwitserland?” executive outcomes

* VROLIJKHEID *

“Is het ook niet raar dat de EU-politici, terwijl ze in hun hemd staan wat betreft de migrantenstroom en nu de aanslagen in Turkije, Duitsland en Frankrijk, dat ze terwijl ze voor de hele wereld te kijk staan als hampelmannen, juist nu de Oekraïne erbij willen nemen als probleem?” Taecke schudt zijn hoofd: “Terwijl de EU-politici voortdurend een testimonium paupertatis afgeven, een brevet van onvermogen, gaan ze dat onvermogen bevestigen en onderschrijven met de aanpak van de kwestie Oekraïne. Hoe bizar wil je het hebben?”
“In een stuk van slaviste Laura Starink (Volkskrant, 11.01.2016) wordt de reden voor de liefde voor de Oekraïne aan het slot onthuld,” zegt Yaël en ze leest voor: > ‘Vergeet de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China), dat is zó 2015’, schreef ABN Amro begin deze maand. Bij de opkomende markten staat Oekraïne voor de bank nu bovenaan. Volgens de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling is het land grotendeels veilig en door zijn fantastische landbouwgrond een grote kans voor Nederlandse agrarische bedrijven. <  Het zijn financiële instellingen die een positief attest afgeven: de ABN Amro en  Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Niet politici, maar bankiers hebben de touwtjes in handen, maar dat wisten we al.”
“Tja, die fantastische Oekraïense landbouwgrond zal Poetin ook niet zijn ontgaan, denk ik,” zegt Taecke grinnikend, “en dan niet te vergeten de Oekraïense bodemschatten. In Roemenië wordt de landbouwgrond momenteel uitbundig geplunderd door de vrije jongens, vooral uit West-Europa,  en de landloze Roemenen komen deze kant op om hun goedkope arbeidskracht aan te bieden.”
“Helaas krijgen ze nu concurrentie van de nog goedkopere migranten,” zegt Zorah, “want de Brusselse boys willen de migranten net zo ‘helpen’ als ze de Oekraïners zeggen te willen helpen. Ik vraag me steeds dringender af wie hier uiteindelijk het meeste belang bij hebben, cui bono, wie spinnen het meeste garen bij dergelijke ontwikkelingen die onder de paraplu van de EU plaatsvinden?”
Your guess is as good as mine,” zegt Yaël, “we kunnen alleen afwachten wat er gaat gebeuren en er het beste van hopen. ‘Onze’ politici hebben het initiatief niet in handen. Zij kunnen alleen reageren op wat er op ons afkomt. Binnenlands kunnen ze nog wat aanrommelen, zoals de formule ‘bij de gratie Gods’ willen schrappen (D66) en onze kusten vrij geven voor commerciële uitbaters (VVD). En natuurlijk gemeenten verblijden met azc’s, dat zouden we haast vergeten. Maar wat er van buiten op ons afkomt, daar hebben ze geen passend en effectief antwoord op.gebitshereniging_Bommel
“Vergeet de SP niet,” zegt Taecke, “die roept bij monde van Harry van Bommel: ‘Geen wapens meer naar Saoedi-Arabië!’ Hûh, hoezo? Wie leveren die wapens, weet je dat nauwkeurig? En kun je dat vervolgens tegenhouden? Neen, natuurlijk niet, maar je roept tenminste iets dat bij de SP hoort, nietwaar?”
“Denk erom dat de PvdA niet achter blijft in daadkracht,” zegt Zorah, “want PvdA-minister Jet Butsenmaker gaat de lerarenopleidingen meer in overeenstemming met de praktijk brengen. Wat dat behelst, weet ze zelf niet, maar het zal er in elk geval niet toe leiden dat er geen onderwijsinstellingen gegarandeerd niet meer failliet gaan, omdat ze te groot groeien, in renteswaps handelen – waar ze geen verstand van hebben – of omdat ze giga afdelingen met vastgoed-experts draaiende houden. Kortom: kippendrift te over en doodgeboren daadkracht in overvloed.”
“Dan zullen de kleine stiekemerds van de SGP en de CU ook wel gauw met iets komen,” meent Taecke, “vermoedelijk op het gebied van abortus en euthanasie, want andere smaken kennen ze niet. Het CDA, tja, hoe gaat die vreemde kongsi zich positioneren in de opmaat naar de verkiezingen? En natuurlijk Wilders. Die moet ook nog opvallen. Wat heeft die snakker intussen verzonnen aan choquerends en stuitends. Een antiterroristen fop-bomgordel misschien, die implodeert in plaats van explodeert? Je zou er haast nieuwsgierig naar worden.”
“Enne, de Oekraïne dan?” vraagt Yaël, “wat doen we daar mee? Gaat die deel uitmaken van onze Europese imagined community,  of blijven ze liever op veilige afstand van de EU-imperialisten?”
“Ik vermoed toch dat Vladimir Poetin daar hoofdzakelijk over gaat,” zegt Zorah, “en toen kwam die olifant met die lange snuit en die blies het verhaaltje uit.”
“Toch niet de olifant van Mark Rutte hè, vraagt Taecke ongerust, “want die zit de godganse dag achter de flipperkast, maar hij kan met z’n poten de knoppen niet goed bedienen. Dus scoort hij beroerd  laag en dan gaat ‘ie amok trappen! Die willen we hier niet hebben hoor!”

BvdSchot-Volgers-5

  • * * *

Malika Sorel: ‘De elites brengen ons in gevaar’ /  Kleis Jager – Trouw 13.12.2015 / Hetgeen Sorel over het Franse establishment verteelt, geldt evenzeer voor het Europese establishment: de kloof tussen de ‘vertegenwoordigers’ en degenen die zij beweren en behoren te vertegenwoordigen, groeit.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4206682/2015/12/13/De-elites-brengen-ons-in-gevaar.dhtml
Met ons huidig systeem van verkiezingen krijgen we niet langer die politici die we denken te kiezen.Sinds ongeveer vijfendertig jaar – zeg grofweg vanaf 1980 –  zijn de authentieke volksvertegenwoordigers steeds meer vervangen door pratende hoofden, makelaars in standpunten en meningen, de woordkramers die zich verbaal positioneren in de kiezersmarkt. De meesten zijn fantomen, die zich met behulp van marketingadviseurs presenteren en door spin doctors laten verkopen, maar die geen vakrelevante bagage hebben, geen degelijk politieke inhoud belichamen. Ze beschouwen Volksvertegenwoordigertje spelen als een goed betalende managementfunctie.
Dat wreekt zich steeds meer, juist omdat de wereld waarin politici opereren steeds complexer wordt en de causale verbanden niet eendimensionaal meer zijn.
De Belg David Van Reybrouck heeft recent over dit verschijnsel gepubliceerd en wat we ertegen zouden kunnen doen.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/3522206/2013/10/06/Loten-is-democratischer-dan-stemmen.dhtml
Oliver Stone’s Untold History of the United States laat ondermeer zien hoe de relatie tussen de VS en Rusland zich onder verschillende presidenten ontwikkelde.
Het biedt tevens een historische context om de huidige soap rond de Amerikaanse verkiezingen in te plaatsen.
http://www.eci.nl/film/untold_history_of_the_united_states-dvd-8717344752374?utm_source=google&utm_medium=google_shopping&utm_content=8717344752374&utm_term=untoldhistoryoftheunitedstates&gclid=CP729-37psoCFQkXwwod6LIBJQ
untold-history-of-the-united-states-dvd-coverpg
 
 

De goudvissen van Gershom Wald. Over migranten, muren, identiteiten, integratie, romans en realiteiten

citaat Oz_judas_1

“Integreren, inburgeren, assimileren, ja, ja, maar intussen! Overal in de wereld trekken volken, naties, nationaliteiten, muren rondom hun territoir op om zichzelf enigszins te beschermen tegen de tastbare invloeden van buiten:  Turkije bouwt momenteel een muur tegen de IS, Saoedi-Arabië bouwt een muur, de Israëli hebben een muur tegen de Palestijnen gebouwd, De Hongaren en Polen leggen prikkeldraad om hun land en ga maar door. Maar wij, in het Vrije Westen van de Euro (let wel: de ), wij, onze politieke vertegenwoordigers zeggen juist: weg met grenzen en laat iedereen maar binnenkomen.” David zegt het met zucht. “Zijn zij nou extreem verstandig, honderdtwintig procent uitgeslapen en compleet bij de tijd, of zijn wij gewoon weer de gekke Henkie van de wereld?”
“Je doelt nu vooral op de weigering van de Israëlische machthebbers om het laatste boek van Dorit Rabinyan, getiteld Gader Haya (vertaald met Grensleven), op het officiële onderwijsprogramma te zetten?” vraagt Ilham, terwijl ze op het papier wijst dat David in de hand houdt,  en ze vervolgt: “Rabinyan beweert dat haar roman integratie tussen joden en niet-joden kan bevorderen. Tja, dat vindt zij. Maar de roman is niet verboden, toch? Iedereen kan het lezen, het mag alleen niet in het officiële curriculum worden opgenomen, niet in de canon dus. Wat is daar tegen? Indoctrinatie vind ik nooit zo geslaagd. Iedereen kan een roman schrijven over een liefdesrelatie tussen een jood en een niet-jood en eisen dat die verplicht op scholen gelezen wordt, omdat het verhaal integratie bevordert. Een schrijver kan het als omzetverhogende stunt gebruiken. Neen, ik vind het sop de kool niet waard.”
“De Israëli zijn in mijn gedachten en voor mijn gevoel, permanente migranten,” zegt Marieke, “die eigenlijk geen eigen land hebben, al wonen ze in een gebied dat Israël heet. Dat is best curieus, maar zo voelt het voor mij wel. Op bladzijde 56 van Judas haalt Gershom Wald woorden van Chaim Weizmann aan:  > Chaim Weizmann heeft eens gezegd, in zijn wanhoop, dat een joodse staat nooit ofte nimmer zou kunnen bestaan, omdat die een tegenstrijdigheid bevat: als er een staat komt, is het geen joodse staat, en als hij joods is, zal het zeker geen staat worden. Zoals geschreven staat: het is een volk dat lijkt op een ezel.’ <
Uiteindelijk hebben ze het land waar ze op wonen toegewezen gekregen, zonder dat de Arabieren die daar toen woonden enige zeggenschap hadden. Vreemd idee. Je moet welhaast super-orthodoxe fundamentalitische joodse gelovige zijn om met een gerust geweten dat land het jouwe te durven noemen en toch rustig te slapen.”
Ilham: “Lang niet alle Israëli zijn orthodox of zelfs religieus en de orthodoxe joden hoeven niet het leger in. Weizmann spreekt geen totale onzin, hij legt een tegenstrijdigheid bloot. Woonden er alleen ‘echte’ joden in Israël dan hadden ze geen leger. Dan zou Israël niet lang bestaan, vrees ik. Israël heeft een heel sterk en effectief leger, dat dus bestaat uit niet-echte joden. Tja, lusjenogpeultjes? Niet dat ik de Israëli hun land misgun of ze slechte dingen toewens, maar Marieke heeft gelijk als ze zegt dat het alles bij elkaar een beetje gekunsteld aandoet.”
“Het is als met het lezen van romans,” meent Marieke, “wij lezen romans nu heel anders dan vijftig jaar terug. We accepteren tot op zekere hoogte cannonieke duidingen, maar gaan al snel kritisch zelf op betekenisverlening uit. Het verhaal van en over de staat Israël wordt dus ook steeds anders gelezen. Dat is niet te vermijden.”
“Laat ik het er voor mijzelf voorlopig maar op houden dat Israëli en jood niet per se synoniem zijn,” lacht Ilham. “Ik kan me de nachtelijke marathondiscussies, met onder andere Yigal, hierover nog levendig herinneren.”
David: “Dus, de vraag over de roman is een afgeleide vraag, zij het een belangrijke. De kernvraag luidt natuurlijk: waarom hoeven en willen de joden, de tegenwoordige Israëli, niet integreren in het Midden-Oosten? Dorit Rabinyan dringt daar op aan, middels haar roman. Ze is niet de enige en zeker niet de eerste. Iedere Arabier uit Syrië die hierheen vlucht vanwege Amerikaanse bombardementen, krijgt direct te horen: wees inburgerbereid en pas je vanaf eergisteren aan bij ons. Er bestaat momenteel zelfs een PvdA-minister, een nominale nepsociaaldemocraat, die iedere nieuwe Nederlander (!) een ‘participatiecontract’ onder de neus duwt en zegt: tekenen bij het kruisje a.u.b., u bent verplicht u te verbinden onze waarden te omhelzen en uit te dragen.”
“Wat Lodewijk Asscher wil, dat schijnt juridisch niet te kunnen,” zegt Ilham, “dat is pure politieke propaganda. Maar om aan te sluiten bij de casus Rabinyan: moet van nieuwkomers in Nederland worden geëist dat ze bijvoorbeeld romans over de Herenliefde lezen, of verplicht een examen Gerard Reve  – Nader tot U zou een supersterke zijn zeg! – en Andreas Burnier afleggen als onderdeel van hun inburgercursus? Kom nou toch!”
“Okay, okay!” roept David, “maar diezelfde Arabier, die pal naast de Israëli woont, die weet vanaf zijn geboorte dat zijn buren de joden zich nergens hoeven in te burgeren. Hoezo niet? Omdat ze vriendjes zijn met Amerika soms? Hebben wij, Arabieren, de sjoa, holocaust, bedacht en op touw gezet? Bombarderen de Amerikanen ons, Syriërs, niet alleen als proxy (duvelstoejager, knechtje en handlanger) van de Saoedische koning, maar ook als proxy van de Israëli? Met hoeveel en met welke maten wordt er eigenlijk gemeten?”
“Nou,” valt Marieke in, “ik heb toevallig ook hierover gemaild met Yigal, en die vindt het een grensgeval, een borderline, om speels te alluderen op de titel van de roman, Grensleven. Het gaat om bewust streven naar uiteindelijk samen leven van Israëli en niet-Israëli. Yigal en Ghaada konden niet in Israël trouwen, want Ghaada is niet-joods (maar Palestijns-Duits!)  en dan krijg je het hele naargeestige – althans ik vind het behoorlijk naargeestig – verhaal van ongewenste vermenging, bla, bla, bla. Yigal (en met hem vele andere joden) is voorstander van de integratie van Israël in het Midden-Oosten.
Zo lang Israël een uitzonderingspositie claimt, zal het etteren blijven. De Arabieren zijn namelijk niet op hun achterhoofd gevallen en hebben donders goed door dat zij worden gediscrimineerd. Door ons?  Jawel, ook door ons. Amos Oz’s roman ‘Judas’ gaat in mijn lezing voor een belangrijk deel over die uitzonderingspositie van Israël in de regio.”
“Juist, en daarom wonen Yigal en zijn gezin nu in Denemarken, of niet soms?” David klinkt opgewonden. “Dat bizarre verhaal van het uitverkoren volk, dat er mede toe leidt dat iemand als Adolf Hitler kan zeggen: Wat? Willen jullie hier apart uitverkoren zitten wezen, te midden van ons, hoog beschaafde Duitsers? Wel, dat vinden we maf en helemaal niet goed, want toevallig zijn wij uitverkoren. Dus vangen we alle joden die we kunnen vangen en zetten ze scheep naar Madagascar. Dan kunnen jullie daar in je uppie de uitverkorenen spelen ….. toch? Assimileren en integreren, of anders: wegwezen, moven!“ Titanic_Hitler antisemit_5
Ilham: “Toevallig, heel toevallig, staat er in de NRC van afgelopen zaterdag een berichtje over de roman Grensleven (Derk Walters schrijft: ‘Een roman over een Joods-Palestijnse liefde past niet in het Israëlische onderwijs, vindt het ministerie.’), pal naast een bericht dat Hitlers meesterwerk Mein Kampf nu vrij van Duits copyright is.
De vraag in Duitsland met betrekking tot Mein Kampf is dezelfde als die in Israël met betrekking tot Grensleven: moet het boek in het officiële schoolcurriculum worden opgenomen? Echter: de Duitse minister van Wetenschap en Onderzoek vindt juist dat Mein Kampf op scholen gelezen moet worden. David vindt dit, mijns inziens terecht, een afgeleide vraag, die komt ná de vraag: waarom vertikken de Israëli het te integreren in de regio?”
HEAR HEAR!” roept Marieke. ”Marc Leijendekker in de NRC: ‘Het Duitse copyright van Mein Kampf is vervallen. Historici geven het werk nu uit, met 3.500 kanttekeningen. Minister van Wetenschap en Onderzoek Johanna Wanka heeft gesuggereerd dat het boek op school moet worden gebruikt.’ Gaat de sjoa, de holocaust, niet uiteindelijk over deze vraag: wie erbij hoorden en wie niet?”
Ilham: “Wie bepalen dat: wie wel en wie niet …. Toch niet Brussel, wel?”

* VROLIJKHEID *

“Adolf Hitler draaide het als het ware om,” zegt David. “Hitler zei tegen de joden: jullie horen hier niet thuis. Niks uitverkoren volk, dat zijn wij, Edelgermanen, namelijk. Jullie zijn Untermenschen en Ungeziefer (ongedierte) dat , ausradiert, getilgt, moet worden.”
Ilham: Kijk op de site van Der Stern en lees dat de historicus Christian Hartmann >  und das Institut für Zeitgeschichte hatten die Idee [hatten], “Mein Kampf” mit Fußnoten zu entkräften. Fußnoten, die Hitlers Gedankenwelt hinterfragen, ihre Ungereimtheiten herausarbeiten, ihre Botschaften widerlegen. Hartmann will mit der Kraft der Aufklärung den Wahn besiegen. Er sagt: “Wir sind gewissermaßen der Kampfmittelräumdienst, wir drehen die Zünder raus.” < Dus Hartmann wil de onstekingsmechanismen uit de bom draaien door de ongerijmdheden bloot te leggen en zo ‘Mein Kampf’ kalt stellen, ontzekeren, ontzenuwen, als bom.
Enfin, een bescheiden rel lijkt geboren, lees maar na op de Duitse site. Het boek verbieden kan niet vanwege de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek. Net zo min als Grensleven in Israël verboden kan worden, alleen wordt Grensleven niet op het officiële schoolcurriculum gezet.”
Mein Kampf was al lang op internet te lezen,” merkt Marieke op, “en wij hebben er met onze Hagenpreek clubs hele passages uit gelezen. Ook in een Nederlandse vertaling. Wie werd daar warm of koud van? Het tractaat is gewoon niet te verstouwen. Ik ben een beetje bang dat juist de commotie eromheen het geschrift populair maakt bij specifieke groepen. Nou ja: populair, is misschien net te veel gezegd, want je moet flink doorkauwen om de tekst tot je te nemen.”
David, grinnikend: “Hitler wordt waarschijnlijk heel snel net zo triviaal vanwege het algemene ‘ver-amuseren’ als alle andere ‘kennis’, hier, hoor maar:  > Hitler bedient heute das Bedürfnis nach grenzwertiger Unterhaltung: Hitlers letzte Stunde, Hitlers liebste Hunde. Vor Kurzem erschien eine Studie über die Zahnhygiene des Führers, Titel: “Dentist des Teufels“ < Ik heb op de site van het satirische blad  ‚Titanic‘ gesurfd en daar staan me rauwe items tussen. Foei zeg!“ Titanic-Kruzifix_5
Marieke: ‘‘Al met al niet mis hoor. Meneer Hartmann heeft gelijk als hij waarschuwt Mein Kampf niet te licht op te vatten, want wat het boek beschrijft wordt naderhand werkelijkheid:  > Das Buch formuliere in groben Umrissen vieles, was später zur Tat wurde. Hitler schreibt etwa explizit über die Eroberung von Lebensraum im Osten und davon, unliebsame Volksgenossen gewaltsam zu unterdrücken, er verfasst hasserfüllte Abschnitte über seine zahlreichen Gegner: Juden, Marxisten, aber auch Bürgerliche oder die Kirchen. Deutschland, fabuliert er in einer bekannteren Passage, hätte den Ersten Weltkrieg nicht verloren, wenn es entschlossen gewesen wäre, die Juden “unbarmherzig auszurotten”, und wenn man “12.000 oder 15.000” von ihnen “unter Giftgas gehalten” hätte. <
Toe maar: Duitsland zou de Eerste Wereldoorlog niet hebben verloren, indien ze vastberaden waren geweest de joden genadeloos uit te roeien > und wenn man “12.000 oder 15.000” von ihnen “unter Giftgas gehalten” hätte <  Tjonge, die Adolf Hitler had bepaald geen schroom. Eigenlijk een rasechte politicus. Vermoed ik althans. Die lui die vandaag de dag achter de knoppen zitten, nou …..   ‘Wäre alles anders gekommen, hätten die Deutschen damals “Mein Kampf” nur gründlicher gelesen?‘ nou, ik weet het zo net nog niet hoor.“
“Is het toeval dat zo’n roman als Onderworpen van Michel Houellebecq en Judas van Amos Oz, net nu, in deze periode het licht zien?,” vraagt Ilham. “Dat denk ik niet. Ik geloof dat goede schrijvers zoals Houellebecq en Oz, de tijdgeest haarscherp aanvoelen en dat ze die weergaloos weergeven in hun boeken. Bij hen gaat het immers over het actuele thema anders-zijn en apartheid, maar onderhuidser dan bij Rabinyan denk ik.”
“Zo ongeveer als A. F. Van der Heijden met de tandeloze tijd,” merkt David op.
“Ja, maar dan vilein analytisch en kritisch,” meent Marieke. “Veel mensen lezen over de kritiek bij Oz en Houellebecq heen, daarom worden ze vooralsnog als ongevaarlijk beschouwd door de machthebbers. Echter, indien de maatschappijkritiek expliciet en evident is, zoals vermoedelijk in de roman van Dorit Rabinyan, dan wordt het door establishment openlijk afgekeurd. Het gaat altijd over kritiek op het establishment, zowel bij Houellebecq als bij Oz.”
Ilham: “Zowel Michel Houellebecq als Amos Oz voeren een literaire vivisectie uit op huidige maatschappijen. Met name op die neoliberale imperiums in de Westerse hemisfeer. Zogenaamd seculier, maar intussen doordesemd van markt fundamentalisme, dat fanatiek wordt beoefend als een religie.”
David: “Amos Oz komt in Israël weg met de schimpscheuten die hij zijn personages in de mond legt, omdat Jezus uiteindelijk niet de messias blijkt te zijn. Hij komt immers niet van het kruis af en verlost de joden niet van hun onderdrukkers, de Romeinen.” boekomslag Gader Haya_5
“Hoe raken de goudvissen van Gershom Wald uit de roman Judas van Amos Oz, in hemelsnaam verzeild op de omslag van de roman Grensleven van Dorit Rabinyan?” vraagt Ilham. “Zijn de vissen bij Amos Oz een toespeling op het symbool voor christendom, ichtus? Raakt Grensleven via de vis gecontamineerd met christendom?”
“Bij een schrijver als Oz zou me dat niet verbazen,” grinnikt David, “maar welke lezers zien dat er in? Wie weet nog waar ichtus voor staat, wat het betekent? Ik acht Oz best in staat om de christelijke-ideologie-volgens-Oz op deze wijze in het verhaal te smokkelen.”
“Dan zit er ook ironie in,” zegt Marieke: “de stomme vissen, tegenover de spraakwaterval Gershom Wald. De joodse Wald kan dus gewoon geen christen zijn.” Marieke grinnikt: “Tenminste niet volgens Amos Oz. Best geestig eigenlijk.”
Ilham: “Wanneer je Judas grondig en vaak leest, zit het vol humor, soms grimmige humor. Bij Amos Oz flopt de romanfiguur Jezus van Nazareth als project en product van Judas Iskariot.
Oz wijdt hoofdstuk 32, bladzijde 184 – 194, aan de mislukte marketing van Jezus door Judas. Dat is ongeveer midden in het verhaal. Op (193) staat: ‘Judas Iskariot was dus de bedenker, de impresario, de regisseur en de producent van het spektakel van de kruisiging.’ Op (190) schrijft Oz dat Judas degene is die begrijpt hoe ‘public relations’ (sic) werkt en hoe hij Jezus aan het grote publiek kan verkopen. Judas stippelt de strategie uit en zet het draaiboek in elkaar. Jezus laat zich manipuleren en uiteindelijk als een lam aan het hout spijkeren. Judas ziet zijn investering – financieel en moreel? – naar de gallemiezen gaan en verhangt zich.”
David onderbreekt haar: “In dit centrale hoofdstuk steekt Oz in mijn lezing de draak met zowel de figuur Jezus, een kinderziel, als met de manipulator Judas. De romanpersonages zijn karikaturen van de onnozele jood die zich laat misleiden door de sluwe jood. Joden zijn net mensen. Lees maar op (56), waar Gershom Wald tegen Sjmoeël Asj zegt: ‘Maar de waarheid, jonge vriend, de echte waarheid zien wij hier immers in het Land Israël recht voor onze ogen: precies zoals de oude jood is ook de nieuwe jood die hier zogenaamd is opgegroeid, helemaal niet sterk en kwaadaardig, maar hebzuchtig, sluw, luidruchtig, bang en verteerd door achterdocht en angsten.’
De onnozelaar Jezus wordt nota bene de grondlegger van een wereldgodsdienst, het christendom. Ik lees het als een-op-de-hak-nemen van gevestigde ideologieën, canons en interpretaties. Wat dit betreft, toont Amos Oz zich een evenknie van Michel Houellebecq.”
Ilham knikt en ze zegt zacht: “Die naam ‘Asj’ (Asch, as) vond ik van meet af onheilspellend klinken, want het doet me denken aan de as van de Duitse ovens.”
“Het is dat je erover begint,” zegt Marieke, “hij heet Sjmoeël Asj, dus: S.A.. Het Horst Wesselied klinkt me in de oren” Ze zingt: “SA marchiert mit ruhig festem Schritt …. Of Amos Oz dit heeft bedacht en bedoeld, weet ik natuurlijk niet, maar dat doet ook niet ter zake: de roman is er en ik lees hem op mijn manier. Daar heeft de schrijver niets over te zeggen. Net zo min als Hitler iets over zijn boek Mein Kampf te zeggen heeft. De kwestie is, hoe wij, lezers, met een boek omgaan, en dat verschilt per context en per lezer.”
Ilham grinnikt en zegt: “Grappig dat Sjmoeël Asj juist niet mit ruhig festem Schritt marcheert, maar als een ukkie, een kleine peuter die net kan lopen, zijn hoofd achterna rent. Hier, op bladzijde 12, aan het begin van het verhaal stelt Oz hem aan ons voor: ‘..  zijn manier van lopen, waarin altijd een latent rennen aanwezig was: trappen nam hij altijd met twee treden tegelijk, drukke straten stak hij schuin over, haastig, met gevaar voor eigen leven, zonder naar rechts en naar links te kijken, zijn bebaarde hoofd met krullen krachtig, krijgslustig naar voren gestoken. Het leek altijd alsof zijn voeten uit alle macht zijn lichaam achternazaten, dat zelf weer zijn hoofd achternazat ….’ zo dribbelt een ukkie.
En, ook Jezus krijgt op bladzijde 190 van Oz een kinderhart: ’Jezus twijfelde hevig of hij de raad van Judas moest opvolgen en naar Jeruzalem moest gaan. Diep in zijn kinderhart knaagde voortdurend de worm van de twijfel: ben ik de mens? Ben ik daar niet te onbeduidend voor? Stel dat de stemmen mij misleiden? Of dat mijn vader in de hemel mij op de proef stelt? Een spelletje met me speelt? Mij gebruikt voor een doel waarvan het geheim voor mij verborgen wordt gehouden?’ Het valt niet mee de messias te zijn.”

* Vrolijkheid *

“Ja,” zegt David, “zelfs in verband met die vader-in-de-hemel klinkt kinderhart toch koddig voor een messias. Het verband tussen Sjmoeël Asj en Jezus zou via kinderlijk kunnen worden gelegd. Ik vind het humor voor de fijnproever.”
“Helemaal waar,” zegt Marieke, “wat dat kinderloopje betreft: ga maar bij de Kindergarten hier op de hoek kijken, dan zie je die ukjes achter hun grote hoofdjes aan dribbelen. Oz laat Sjmoeël Asj bovendien in kringetjes rennen. Lees maar even verder op dezelfde bladzijde: ‘Elke dag van zijn leven zag hij als een uitputtende cirkelvormige hindernisbaan die hem van de slaap waaraan hij ’s ochtends werd ontrukt, terugvoerde naar de winterdeken. …. Hij hield graag betogen tegen iedereen die het horen wilde, vooral tegen zijn vrienden uit de Kring voor Socialistische Vernieuwing’: de Kring! Asj rent de hele dag in kringetjes rond.”

  * Vrolijkheid *

Ilham gaat verder: “Sjealtiël Arbabanel is symbolisch pseudo-gevaarlijk, omdat hij in zijn opvattingen over samenleven van Arabieren en joden (235) door de christelijke ideologie angehaucht lijkt.  Maar christus blijkt een kinderlijke charlatan en geen messias, dus vanuit die optiek,  ongevaarlijk. Wat ik bijvoorbeeld op bladzijde 280 lees, klinkt – zeker nu – erg redelijk:  > De voornaamste Arabische bezwaren, beweerde Abarbanel, golden niet het bestaande zionistische project, dat hoofdzakelijk bestond uit een handvol stadjes en enkele tientallen dorpen in de  kustvlakte, maar het verzet kwam voort uit de angst voor de toenemende macht van de joden en hun vergaande ambities. Ze noemden hem [Arbabanel] ook een verrader omdat hij in 1947, en zelfs nog in 1948, op het hoogtepunt van de Onafhankelijkheidsoorlog, bleef beweren dat het besluit om een joodse staat te stichten een tragische vergissing was. Het was beter, zo zei hij altijd, dat er in plaats van het verkruimelende Britse mandaat een internationaal mandaat zou komen of een tijdelijk Amerikaans bewind.
Hoogstwaarschijnlijk, zei hij, zouden honderdduizend overlevenden van de Sjoa uit de doorgangskampen her en der in Europa toestemming krijgen om naar het land te immigreren, zelfs de Amerikanen steunden een dergelijke eenmalige immigratie, en dan zou de joodse gemeenschap van 650.000 groeien naar driekwart miljoen. Daarmee zou de meest urgente nood van de joodse displaced persons gelenigd zijn. Daarna zouden we het beste wat terughoudend kunnen zijn, de Arabieren de kans geven geleidelijk aan, in de loop van tien of twintig jaar, te wennen aan onze aanwezigheid in het land. In de tussentijd zou er misschien rust heersen, op voorwaarde dat we niet langer zouden zwaaien met de eis van een Hebreeuwse staat. <
Vergelijk dit bedachtzame scenario nu eens met het geforceerde tempo waarin de Brusselse boys, de eurobobo’s, de testosteron kids, ons het project Europa door onze keel wringen. Getemporiseerd, geleidelijk aan, met de nodige gewenningstijd, zou oneindig veel beter zijn geweest. Nu schuurt en wringt het aan alle kanten en wij worden steeds kopschuwer van Europa en van politici.”
“Het grote verschil tussen Europa en de staat Israël, hun respectieve politici, vind ik de ideologie,” zegt Marieke, “het feit dat de Israëlische bobo’s joods zijn. Deze euro-kids zijn grotendeels ideologie- en identiteitloos. Hun enige religie is geld. Ze denken dat ze alles door correcte procedures en prijskaartjes alleen kunnen fixen en dat werkt gewoon niet, dat zien we keer op keer. En toch gaan ze fantasieloos ijzeren Heinig door. Ze kunnen ook niet anders, want ze weten niet beter. Ze zijn Europeaan noch Nederlander, Fransman, Duitser of wat dan ook. Het zijn uiteindelijk kleurloze bureaucraten, anonieme procesmanagers, die opdrachten uitvoeren. Ze vergaren genoeg centen en netwerkrelaties om naderhand, na gedane zeken, elders hun tenten op te slaan, terwijl ze ons met hun rokende puinhopen opgescheept laten.
Israëlische politici zijn waarschijnlijk geen haar beter als het om ethos en moraal gaat, maar ze blijven in elke geval altijd en overal joods, hetzij nadrukkelijk uit eigen keuze dan wel doordat de anderen hen genadeloos als joods definiëren, en dat maakt dat ze gedwongen hun eigenbelang verbinden met dat van Israël. Het is misschien schamel en armetierig als basis voor een motivatie tot fatsoenlijke politiek jegens je kiezers , maar ik vind dat nog altijd meer dan wat deze jongens en meisjes schijnt te drijven.”
”Dat is inderdaad een ander soort ‘geen nooduitgang’ dan wat de euro heet te zijn, “ zegt David. “De EU-no-exit geldt eigenlijk alleen voor de massa, het klootjesvolk dat als kanonnenvoer dient.” Hij zucht, en vervolgt, ‘’’Maar wat wil je? Wij kiezen ze toch zelf? Wij legitimeren die politieke prutsers toch? Maar, de Israëlische politici – ook in de roman Judas – ontberen net zo goed een visie op de lange termijn. Vanuit dat perspectief zijn het net zulke zieke Judassen, die Israël en de massa, het klootjesvolk, de tokkies, verraden. Als ik de persoon Amos Oz goed lees, is dat ook grotendeels zijn mening, maar dat is mijn lezing.”
“De betekenissen kantelen tijdens het lezen voortdurend,” zegt Marieke, “maar dat moet toch ook, bij een goed verhaal?”
David, die in de roman heeft zitten bladeren, kijkt op uit het boek en zegt: “Over de middenpositie van hoofdstuk 32 valt nog iets te zeggen met betrekking tot jaartallen. Oz vertelt meteen aan het begin wanneer zijn roman speelt: ‘Dit is een verhaal dat zich afspeelt in de winterdagen van 1959 en het begin van 1960. Dit verhaal bevat vergissing en begeerte, teleurgestelde liefde en een religieuze kwestie die hier onbeslist blijft.’
Dat betekent dat het verhaal zich afspeelt ná de Eerste Arabische Oorlog van 1948 en ná de Suez-oorlog van 1956 (de Tweede Arabisch-Israëlische Oorlog) , maar vóór de Derde Arabische Oorlog (de Zesdaagse) van 1967 en vóór de Jom Kipoer Oorlog  van 1973. Dus ‘in het midden’ van vier oorlogen. De Jom Kipoer werd op het nippertje niet verloren door Israël, maar Golda Meir trad daarna wel af (en Moshe Dayan kreeg ook voor zijn andere oog een lapje ….) moshe_dayan_jaartallen
Dit past volgens mij naadloos op de laatste zin van het verhaal op bladzijde 388: ‘Sjmoeël bleef staan waar hij stond, midden in de lege straat. Hij haalde de plunjezak van zijn schouder. Zette hem op het stoffige asfalt. Op de plunjezak legde hij zijn jas en ook zijn stok en zijn muts. En hij bleef staan om zich af te vragen.’ Hij bleef staan om zich af te vragen   …….  “
“Hoe zal het verder gaan ….?”
“Heerlijk toch, om zo te kunnen lezen,” jubelt Marieke. “Leve het ouderwetse onderwijs!”
“Ik ben een mooi voorbeeld tegengekomen van conventioneel lezen en denken ten aanzien van Houellebecq’s roman Onderworpen,” zegt Ilham met een brede glimlach. “Het staat in een bespreking van de roman, in Tirade 460, 2015: ‘De toekomst als mythe.’ De bespreker heeft weliswaar door dat Houellebecq niet in de eerste plaats de Franse moslims op de korrel neemt, maar hij kan zich blijkbaar niet voorstellen dat het Franse establishment Houellebecq zou willen uitschakelen. Hij kan Houellebecq’s venijn jegens het Franse establishment niet helemaal doorzien en kan zich bepaalde reacties van dat establishment niet voorstellen. Alleen moslims kunnen immers met moordaanslagen en terreur reageren. Hoe deze reviewer de bombardementen op Syrië duidt, vind ik niet moeilijk te raden.
Op bladzijde 13 schrijft hij: ‘Het is dan ook moeilijk te begrijpen waarom Houellebecq om dit boek moest worden beveiligd (behalve misschien tegen rabiate feministes zoals zijn eigen, in 2010 overleden moeder die zijn bloed wel kon drinken). Van moslim zijde valt hem hoe dan ook weinig te verwijten…’ Hij gaat er zondermeer van uit dat Houellebecq alleen van moslim zijde iets naars te duchten zou kunnen hebben. Weten jullie nog wat onze vrienden in Parijs zeiden?”
Charlie Hebdo 20160104_txt“Jazeker,” zegt Marieke, “dat ze angstiger zijn voor de woorden en daden van Franse politici en mediapiepeltjes, dan voor aanslagen door moslims. De moslims kunnen weliswaar aanslagen plegen, maar dan toch vooral als reactie op domme politiek van fantasieloze onverantwoordelijke politici. Bijvoorbeeld bombarderen. De reviewer in Tirade beweert overigens dat Ben Abbes een Algerijn is, maar volgens Houellebecq is Ben Abbes een Tunesische Fransman. Dat kan ook bijna niet anders vanwege zijn leidende positie in Moslimbroederschap, de ikhwan. Houellebecq heeft degelijke research gepleegd. De Tunesiërs hebben de fundi’s onlangs in verkiezingen verslagen.”
“De figuur op de Charlie Hebdo omslag,” vind ik dubbelzinnig,“ zegt Ilham. “Wie en wat kun je daar in zien? Een Arabier, een jood, een vrijmetselaar, een lid van de illuminatie, een combinatie van dit alles? Kijk eens naar die driehoek achter zijn hoofd. Staat daar het ‘Alziend Oog’ in verbeeld en waar verwijst dat dan eventueel naar? Ik weet het niet, maar het is allemaal satire. Nietwaar?”
“Éloise en Peyronne waren nog specifieker,” herinnert David zich. “Die suggereerden dat Houellebecq naar Ierland uitweek, omdat hij wellicht een risico liep op last van het Franse establishment geneutraliseerd te worden op een wijze die suggereren zou dat moslims het gedaan hadden. Tenslotte zijn er in Amerika weliswaar mannen gearresteerd voor de moorden op John F. en Robert Kennedy, maar of de echte moordenaars zijn gepakt, is voor veel Amerikanen nog steeds de vraag.”
“De gebroeders Kennedy namen hun taak te serieus,” zegt Ilham, “die dachten werkelijk dat ze ook de grote en fundamentele corruptie konden aanpakken en uitroeien, en dan ga je onherroepelijk de mist in. De belangen zijn gewoon te groot.”
“Tja, Obama heeft twee dochters, dus …” zegt David, “waar kies je als vader voor.”
“Houellebecq en Oz hebben hun kritiek zo subtiel in satire verpakt, dat de meeste mensen er overheen lezen,” meent Marieke, “of ze gaan snobistisch aan de haal, zoals de bespreker in Tirade, die het holle personage, de windbuil Robert Rediger in Onderworpen allerhande verheven ideeën toedicht.”
“Ik heb gegoogeld naar reacties en reviews van Rabinya’s roman,” zegt Ilham, “en ik stuitte op enkele verrassende, bijvoorbeeld deze van Menachem Schwartz, die schrijft dat de integrale  identiteit en (culturele?) erfenis van de scholieren beschermd en bewaard moet blijven: > ‘Dorit Rabinyan’s “Gader Haya” (known in English as “Borderlife”) was rejected because of the need to maintain “the identity and heritage of students in every sector” and the belief that “intimate relations between Jews and non-Jews threatens the separate identity.” <
Ene Shahar Chai schrijft dat de afzonderlijke identiteiten van Arabieren en Joden niet door de roman gecompromitteerd mogen worden: > “Intimate relations, and certainly the available option of institutionalizing them by marriage and starting a family – even if that does not happen in the story – between Jews and non-Jews, are seen by large portions of society as a threat on the separate identities (of Arabs and Jews),” said acting Pedagogic Secretariat Dalia Fenig. < “
“Dus,“ concludeert David: “komen joden Europa gewoon niet in, want ze vertikken het om te integreren.”

* VROLIJKHEID *

“Ho, ho, zegt Ilham nuchter, ”de roman van Dorit Rabinyan is zover ik weet vrij te koop en iedereen die dat wenst kan hem lezen. Het boek wordt alleen niet verplicht gesteld via het curriculum; het wordt niet geïnstitutionaliseerd.
Indien je zou doen wat mevrouw Rabinyan wil, dus haar roman verplicht stellen, dan doe je precies hetzelfde wat de Duitsers met Mein Kampf deden. Dat boek werd op een gegeven ogenblik van staatswege cadeau gedaan aan ieder bruidspaar en bij iedere andere officiële gelegenheid die zich daartoe leende. Hitler werd multimiljonair aan royalties en zijn ideologie werd ook nog eens massaal door de strot van zijn brave Duitsers gestampt. Wat kon Hitler zich beter wensen? Het mes sneed aan twee kanten.
Amos Oz’s  Judas, is volgens mij – ik heb Grensleven niet gelezen – veel knapper geschreven en zal waarschijnlijk op den duur, net als Houellebecq’s roman Onderworpen, veel werkzamer blijken. Al kunnen we nu al vaststellen dat slechts een beperkte groep lezers de boeken zo lezen als wij doen.”
Marieke: “En laat dat nou uitgerekend die lezers zijn die ‘geen problemen veroorzaken’ zoals Houellebecq in zijn roman zegt. Helaas pindakaas. Weest echter getroost, want pindakaas is heerlijk en voedzaam.”
“Ik hoop maar dat Hitlers Mein Kampf ook vooral wordt gelezen door personen die geen problemen veroorzaken,” zegt David, “maar dat zou weleens heel anders kunnen uitpakken. Het gaat om de vraag hoe de Duitse samenleving met Hitler omgaat, 70 jaar na zijn dood. Juist nu, terwijl de laatste ooggetuigen sterven: ‘Es geht um die Frage, wie die deutsche Gesellschaft mit Hitler umgeht, 70 Jahre nach dessen Tod, jetzt, da die letzten Zeitzeugen sterben.‘ ”
“Of de euro, de uitbreidingsmanie en de ongebreidelde kippendrift van de eurocraten uiteindelijk tot algehele Europese integratie zal leiden, is voor mij zeer de vraag. Eerlijk gezegd heb ik er een zwaar hoofd in en zie ik vooral steeds heviger desintegratie inzetten, maarre Mein Kampf zou ik op Nederlandse scholen eventueel alleen als zwaar strafwerk vertalen-uit-het-Duits verplicht willen stellen,” besluit Marieke.

= = = = = = =

Vrouwen weer normaal-50prct

Dorit Rabinyan: Gader Haya (roman)  > googelen

Derk Walters over de roman van Dorit Rabinyan in de NRC van zaterdag 2 januari 2015
Menachem Schwartz: ‘Novel banned from Israeli schools out of assimilation fear’ First Published: 12/30/2015 http://www.israelnationalnews.com/News/News.aspx/205723#.VofFTE1gm70
Shahar Chai: ‘Book on Israeli-Palestinian love excluded from schools’ – Published: 12.31.2015 http://www.ynetnews.com/articles/0,7340,L-4746725,00.html
Paul Goldman:  ‘Israel Bans Teaching of ‘Borderlife’ Novel With Jewish-Arab Love Story’ http://www.nbcnews.com/news/world/israel-bans-teaching-borderlife-novel-jewish-arab-love-story-n488401
Nicolas Büchse: ‘Gibt es “Mein Kampf” von Adolf Hitler bald in deutschen Buchläden?’ –  Der Stern,  31. Dezember 2015 http://www.stern.de/politik/deutschland/mein-kampf-von-adolf-hitler-kommt-auf-den-markt—gibt-es-das-buch-bald-im-buchladen-6625552.html
Marc Leijendekker  –  http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/01/02/geen-geintjes-over-mein-kampf-1575581
Jan Techau (directeur van Carnegie Europe:  ‘Het Westen zal zich vooral onderwerpen aan zijn kleinzielige zelf’  / Volkskrant29 januari 2015 / http://www.volkskrant.nl/opinie/het-westen-zal-zich-vooral-onderwerpen-aan-zijn-kleinzielige-zelf~a3839605/
Malika Sorel:  ‘De elites brengen ons in gevaar’  / http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/4206682/2015/12/13/De-elites-brengen-ons-in-gevaar.dhtml
Amos Oz (2014): Judas (roman)  ISBN: 9789023492399 > googelen https://www.youtube.com/watch?v=xpeje4eQriM   Gepubliceerd op 16 nov. 2015
https://www.youtube.com/watch?v=Xrrmo1UR4cE
Michel Houellebecq (2015): Onderworpen (roman) / Amsterdam: Arbeiderspers / ISBN: 978 90 295 3861 
 
Tirade (letterkundig tijdschrift), 460, 2015: ‘De toekomst als mythe’ – over de roman ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq http://www.magvilla.nl/magazine/5433/tirade
Titanic –  Duits satirisch magazine  –  http://www.titanic-magazin.de/

citaat Oz_judas_2

$ $ $

Historische achtergrond Saoedi-Arabië en de regio in vogelvlucht

A_Dangerous_Man_-_Lawrence_After_Arabia
De Arabieren worden verraden en verkocht door het Westen (met name door de Judassen: Frankrijk (Georges Clémenceau) en Engeland (David Lloyd George en George Curzon).
Prins Faisal die met T.E. Lawrence de Turken verdreef, wordt vervangen door Ibn Saoud (stamvader van het nu regerende koningshuis), die kneedbaarder was voor de westerse grootmachten en in ruil voor oliebelangen de onafhankelijkheid van Saoedi-Arabië compromitteerde.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sykes-Picotverdrag
https://nl.wikipedia.org/wiki/Faisal_I_van_Irak
http://www.vecip.com/default.asp?onderwerp=403
de film A Dangerous man, Lawrence after Arabia is op dvd verkrijgbaar
https://en.wikipedia.org/wiki/A_Dangerous_Man:_Lawrence_After_Arabia
https://www.youtube.com/watch?v=a729KpqD5oI
* Adam Shatz: ‘Magical Thinking about Isis’ / London Review of Books, december 2015
 

Curzon doggerel