% % Geredigeerd citaat uit Onderworpen van Houellebecq (ISBN: 978 90 295 3862 6; pp. 232-233) De protagonist, Francois, bekeert zich tenslotte tot de islam:
De bekeringsceremonie zelf zou heel simpel zijn; die zou zich waarschijnlijk afspelen in de grote moskee van Parijs, dat was het handigst voor iedereen. Gezien mijn relatieve belangrijkheid zou de rector aanwezig zijn, of in elk geval een van zijn naaste medewerkers. Rediger was er natuurlijk ook.
Het aantal aanwezigen was sowieso niet voorgeschreven; er zouden trouwens ongetwijfeld ook een paar gewone gelovigen zijn, de moskee ging niet dicht voor de gelegenheid, het was een getuigenis dat ik moest afleggen tegenover mijn nieuwe moslimbroeders, mijn gelijken voor God.
Die ochtend zou de hamam speciaal voor mij worden geopend, normaal was hij gesloten voor mannen; in een ochtendjas zou ik door lange gewelfde zuilengangen lopen, waarvan de muren versierd waren met uiterst verfijnde mozaïeken; dan, in een kleinere zaal die baadde in een blauwig licht en eveneens versierd was met geraffineerde mozaïeken, zou ik het warme water lang, heel lang over mijn lichaam laten spoelen, totdat mijn lichaam gezuiverd was. Ik zou me vervolgens aankleden, ik had nieuwe kleren meegenomen; dan zou ik de grote, voor de eredienst bestemde zaal binnen gaan.
Dan zou ik kalm de volgende formule uitspreken, die ik fonetisch uit mijn hoofd had geleerd: ‘Asj-hadoe an la ilaha ill-Allah wa asj-hadoe anna Moehammad-an rasoel-Oellah.’ Wat heel precies betekent: ‘Ik getuig dat er geen andere god is dan Allah en ik getuig dat Mohammed de boodschapper van Allah is.’ En dan zou het klaar zijn; vanaf dat moment was ik moslim.
Een paar maanden later zou het nieuwe collegejaar beginnen en zouden er natuurlijk studentes zijn – knap, gehoofddoekt, timide. Ik weet niet hoe de informatie over de bekendheid van de docenten rondging onder de studentes, maar die informatie ging rond, altijd al, en ik had niet het idee dat er echt iets was veranderd. Elk van die meisjes, hoe knap ook, zou blij en trots zijn als ze door mij werd uitverkozen, en vereerd dat ze mijn sponde mocht delen. Ze zouden de liefde waard zijn; en ik zou die liefde weten te tonen.
Zo’n beetje zoals dat een paar jaar eerder bij mijn vader was gebeurd, zou ik een nieuwe kans krijgen; en het zou de kans zijn op een tweede leven dat weinig met het eerste te maken had. Ik zou nergens spijt van hoeven te hebben. % % einde citaat % %
*

*
‘ Iedereen mag zeggen dat hij of zij “de armoede te lijf gaat.” Dat is niet per se on-waar, misschien (in de huidige Nederlandse context) een tikkeltje geschift, maar dat is een kwestie van smaak.’
- ‘ Precies. Mw. Bikker zegt niet “over-bevolkt” zelfs niet “dicht-bevolkt,” maar ze zegt: “druk-bevolkt” (dat is hooguit een neologisme, maar geen leugen). Dat klinkt bijna gezellig en positief-consumptief: de koopgoten en meubelboulevards zijn drukbevolkt, vooral op zaterdag en zondag. Wij leven tenslotte in een gaaf land, dat we moeten koesteren als een fragiel, teer en breekbaar vaasje. Nog meer banale baggerteksten? Roept u maar! En ze zegt ook niet dat haar partij, de CU, geen migrantenstop wil, maar dat ze duidelijk moeten willen gaan zijn ….. hûh … enzovoorts. Dat is prudent politiek taalgebruik. Toch? De CU heeft zelfs een Ministerie van Armoe opgetuigd (voor Carola Schouten), omdat armoei zo past in het narratief van brood-en-de-Bijbel. De CU ziet altijd politiek brood in de Bijbel. Dat mag. Alleen, die truc van de brood-en-vis-vermenigvuldiging mogen ze van UNILEVER en MONSANTO geloof ik niet meer als reclametekst gebruiken. We moeten aan het kweekkunstvlees en de insecten. Het wachten is nu op de reclame en spin met Jezus, die insecten in de woestijn at – hij is er niet oud mee geworden – en de meelwormpuree, de vliegen-en-muggen-pasta en de sprinkhanen-kever-tor-hamburgers.’
‘Ja hoor, dat mag allemaal, natuurlijk. Ze hebben de wonderbare vermenigvuldiging van vissen en broden gesubstitueerd door de wonderbare vermenigvuldiging van geld, dat drukken ze gewoon en dat noemen ze dan geloof ik “quantitative easing.” Dat komt via inflatie – vanwege dat vele bijgedrukte geld – uiteindelijk neer op diefstal door de overheid, maar het is niet verboden. Bovendien snappen de meeste mensen toch niet wat er precies gebeurt, en waarom alles almaar duurder wordt. Het doel is tenslotte: zetels scoren. Daar wordt politiek voor bedreven, al zal geen politicus dat zo formuleren, mits daar direct de disclaimer aan wordt toegevoegd dat zetels en macht nodig zijn om politieke idealen te verwezenlijken en het Algemeen Belang te dienen. Met die formules zit je als politicus tamelijk safe. Al die apekool met Socrates en Plato, de Waarheid en de gifbeker, dat was iets voor die rare oude Grieken. Die hypocrieten zijn tenslotte toch als een Trojaans paard met behulp van Goldman Sachs de EU binnengeglipt (they cooked the books) en de rest weten en voelen we. Dus laat die gekke en grijpgrage Grieken ons asteblieft niet komen vertellen wat “bonafide waarheid” is.’
- ‘ Hear! Hear! Dus hebben hebben “ze” eerst de gymnasia afgeschaft en toen het referendum in beton gegoten, gedumpt en afgezonken. Dat is Realpolitik-met-een-strategie. Dat heeft niks met gisse Grieken of complotdenken te maken. Toch? Wel met het WEF, met BlackRock en met Vanguard en zo, en met Klaus Schwab, Bill Gates, George Soros en met Elon Musk. Maar dat zijn gewoon handige jongens, die doorlopend gaten in de markt zien, waar ze vervolgens in springen en met veel geld uit opduiken. Dat mag.’
‘Ja hoor. Daar is nik mis mee. Onlangs riep een buschauffeur naar een verkiezingsposter in een bushokje, met daarop de facie van een politiek-pratend-hoofd: “Gaat lekkûr zellûf naar Lampedoesa en daar in je eigen sop gaarkooooke! Mafketel!” Hij kon verhalen vertellen over asielmigranten, “waar de honden geen brood van lusten, mevrouwtje. Ze krijgen alles gratis en dan steken ze je nog een mes in je lijer …” ’
- ‘ Dat stuk in het AD over die journalisten die naar de graziger weiden van oliesjeiks vertrekken, staat achter zo’n registratie-betaalmuur, dus ik heb het niet gelezen, maar dat hoeft eigenlijk ook niet. Wel?’
‘ Neen, dat lijkt mij ook. De Arabieren kunnen alles kopen, ook het “nieuws,” net zoals ze onze godsdienst (ik bedoel natuurlijk het foebal) hebben gekocht. Houellebecq is opnieuw zinderend actueel. Geen wonder dat de Franse politieke nomenklatoera hem wel kon schieten – letterlijk; hij moest een poosje onderduiken, in Ierland. Hij beschrijft de nomenklatoera (én de labbekakkige intelligentsia, inclusief de MSM) met de broek op de enkels en dat geldt ook voor de Duitse en Nederlandse pratende hoofden: veel gekwek, gezwatel, gemiezemuis, maar nul komma nul effectief beleid. Ze kùnnen het gewoonweg niet. Ze zijn incapabel, incompent en bovendien zijn de meesten nog corrupt ook.
Houellebecq lezen, naast de twee boeken van Syp Wynia (Tegen de onzin en 70 actieve herinneringen), plus het boek van Ariejan Korteweg over het Haagse moeras en je hoeft geen verkiezingsprogramma meer in te kijken.’
*
