‘Waarom communiceren de boeren hun (en onze) zaak zo beroerd…?’

 

 

‘Nou, wanneer mevrouw Van Keimpema dit echt heeft gezegd, dan mag je je afvragen of de gekke koeienziekte bij haar niet volop heeft toegeslagen!?  Hoe kómt ze erbij zoiets te zeggen? Daarmee speelt ze idereen in de kaart die de boeren weg wil hebben! Het spoor saboteren, waarom in hemelsnaam? Degenen die verantwoordelijk zijn voor het bagger-boeren-beleid, die laten zich op onze kosten in dikke dienstauto’s rondrijden, die maken helemaal geen gebruik van het spoor. Dom, dom, oliedom!’

  • Tja, ie commmunicatie-uitingen van de boeren die gaan alle kanten op, behalve de goede. Daar hebben de boeren geen boter-melk-kaas van gegeten. Eerst dat onhandig bord met de ironisch bedoelde verkoopaankondiging van de boerderij en nu dit weer. Waarom huren ze geen nette communicatie-adviseur in? Ze moeten zich onthouden van dit soort ongecontroleerde taaluitingen. Bij sabotage op het spoor denk je in de eerste plaats aan het NS-management. Dat weet als geen als geen ander hoe ze onze spoorwegen moeten saboteren, en wanneer ze er weer eens een puinzooi van hebben gemaakt, is niets zo eenvoudig als naar het het middel van sabotage grijpen om alle ongrechtigheden te bedekken en weg te moffelen. Hoe kómen die boeren erbij zich voor dat karretje te laten spannen?

 

 

 

 

“Laten we er nou niet wéér invliegen…!”

 

 

Reken maar dat personen die het officiële narratief van overheidswege, over 9/11, al jaren tijd hebben geslikt en voor de enige waarheid hebben aangenomen, dat die mensen met een schier onoverkomelijke cognitieve dissonantie te maken zouden krijgen, wanneer zij alternatieve verhalen, frames, narratieven toe zouden laten en mentaal moesten verstouwen; narratieven die hun geloof en overtuiging in Frage zouden kunnen stellen. Dat gebeurt echt niet zo gauw hoor.

  • La gente es así, pleegt mijn Spaanse schoonzusje te zeggen, terwijl ze enkele stierenvechterspassen maakt en de bijbehorende poses aanneemt – ze heeft namelijk een paar stierenvechters-curussen gevolgd aan een heuse stierenvechtersacademie, en een van haar broers is een bekende stierenvechter. Dat is de Spaanse cultuur hè.

Aháááá. Claró está! Olé guapa! Cojones de toro!

  • Guapa, dat is Manuela zeker. Dan zal mijn broer wel cojones de toro hebben – vermoed ik, maar dat zou ik bij mijn moeder moeten navragen.

Spannende familie heb jij. Hier, Paul Watzlawick: Wie weet is het ook anders. Mag je van me hebben.

  • Wat vind je van de cartoons van Hajo en Ruben Oppenheimer?

Die zijn top! Nederland heeft héééle goede cartoonisten, en deze jongens hebben een brede Algemene Ontwikkeling.

 

 

 

 

 

‘Ironie in Bermuda’ (met Richard Rorty en AI-Copilot)

 

*

Dit gaat vooral over ‘ironie’ naar aanleiding van de podcast van Bergsma & Bennink, nr 47 (08.09.2026).
Nou, daar komt inderdaad een ris cliniclowns voorbij; da’s niet te weinig zeg. Laten we onze dicussie met AI-Copilot maar op de site zetten, maar wel ingekort, want anders komen we ruimte tekort.

*

Prompt voor AI: Kun jij de puntjes op de ‘i’ zetten bij Rorty’s boek:  Contingency, Irony and Solidarity.
Bijna iedereen weet wel wat ‘contingency’ ongeveer betekent (toevalligheid, ongewisheid ….), ironie en solidariteit, maar waarom zet Rorty ze bij elkaar in een boek en waarom in deze volgorde?

Copilot said: Jazeker, die volgorde is allesbehalve toevallig. Sterker nog: de drie begrippen vormen bij Rorty een soort opbouw. Jullie hinten olijk op de Heilige Drie-eenheid, maar die laat ik graag als speelse zijsprong voor jullie rekening. Het boek laat zien hoe een moderne, liberale mens kan leven nadat alle aanspraken op absolute waarheid zijn weggevallen.
1. Contingency: niets heeft een noodzakelijk fundament
Rorty begint met contingency omdat dit voor hem het meest fundamentele inzicht is.
Met contingentie bedoelt hij niet alleen toeval in alledaagse zin. Hij bedoelt dat:
– onze taal contingent is;
– ons zelfbeeld contingent is;
– onze maatschappelijke instituties contingent zijn.
Er bestaat volgens hem geen “woordenboek van de werkelijkheid” dat de dingen beschrijft zoals ze echt zijn. De taal die wij gebruiken is historisch gegroeid en had ook anders kunnen zijn.
Evenzo is ons karakter niet de uitdrukking van een vaste menselijke natuur. Wij zijn producten van opvoeding, cultuur, tijd en toeval.
En ook democratie, mensenrechten en liberalisme berusten niet op eeuwige waarheden. Ze zijn historische verworvenheden die anders hadden kunnen ontstaan of zelfs helemaal niet. Daarmee verwerpt Rorty het klassieke filosofische project van Plato tot Kant: het zoeken naar een tijdloos fundament.

  1. Irony: hoe leef je met dat inzicht?
    ( …………… ) ( ………………)

 ( ………………… )       ( ………………….. )

 

*

Laten we nu maar naar de “ironische” poging van de boeren met hun aandoenlijke bord-in-de-tuin gaan, want daar ging het in eerste instantie om. Deze theoretische uitweidingen en filosfische omzwervingen komen later nog wel aan bod.

  • Waar gaat het precies om? Om dit (protest-)bord dat boeren op hun erf plaatsen als een ironisch bedoeld protest tegen de vanwege het regime beoogde uit- en wegkopen van de boeren.
    De Nederlandse boeren wíllen namelijk helemaal niet worden uitgekocht.

 

*

You said: De (miskende en misplaatste) IRONIE van Nederlandse boeren, die dit bord op hun erf plaatsen. Ter informatie deze minister (van landbouw) heet Van Essen en is een van de velen op rij die is ingehuurd om de Nederlandse boeren hoe dan ook weg te krijgen. De bedoelde ironie is dat de boerderij helemaal niet koop is gezet door de betreffende boer, want die wil gewoon dóór-boeren, maar hij wordt gedwongen uitgekocht; de boeren worden door de politiek in de uitverkoop gedaan. Intussen zouden zo’n duizend boeren zelfmoord hebben gepleegd, vanwege dit overheidsbeleid, maar dat weten we niet zeker, want zulke cijfers worden niet gepubliceerd.
Echter, de voorbijganger dit bord ziet – en misschien niet eens weet wie Van Essen is, want die gasten veranderen om de haverklap en sneller dan we me met onze ogen knipperen – denkt hoogstwaarschijnlijk dat de boer zijn boerderij werkelijk te koop zet. Dus deze ‘IRONIE’ schiet volgens ons zijn doel finaal voorbij! Of zie je dit anders?

Copilot said:  Ik denk dat je hier iets raakt wat verrassend goed aansluit bij Rorty’s onderscheid tussen gewone ironie en wat hij ironisme noemt.
Neem dit bord letterlijk. De zichtbare tekst luidt ongeveer:
“Makelaar Van Essen”
“TE KOOP”
“Wij verkopen het platteland”

De maker van het bord bedoelt kennelijk te zeggen: “Minister (?) Van Essen treedt op als makelaar die onze boerderijen uitverkoopt.”
Dat is een politieke boodschap. Om die te begrijpen moet de voorbijganger echter al beschikken over minstens drie stukjes voorkennis:
1. weten wie Van Essen is;
2. weten dat er een conflict bestaat rond landbouwbeleid;
3. begrijpen dat het bord een parodie is op een makelaarsbord.
Ontbreekt een van die drie voorwaarden, dan leest men simpelweg: “Deze boerderij staat te koop.” En dan werkt de ironie inderdaad niet.

Sterker nog: de boodschap slaat om in haar tegendeel. Het bord produceert dan juist de indruk die de boer níet wil wekken.

Vanuit de communicatietheorie is dat een bekend probleem. Ironie veronderstelt een gedeelde context. Zonder gedeelde context wordt ironie vaak letterlijk opgevat en valt in het water.
Dat is ook waarom sommige politieke satire briljant werkt binnen een kleine kring, maar volledig mislukt in de openbare ruimte.

Nietzsche [over hem hebben we het in dit bestek ook gehad] zou hier vermoedelijk om glimlachen.
Nietzsche had een uitgesproken afkeer van wat hij “slechte stijl” noemde.
Zijn maatstaf was uiteindelijk vrij eenvoudig: bereikt de formulering haar doel?
In jouw casus+analyse bereikt dit bord het doel niet noodzakelijkerwijze.

Een krachtige politieke metafoor moet vrijwel onmiddellijk worden begrepen.
Denk bijvoorbeeld aan:
– “de boer is de melkkoe van de staat!?”;
– “de Haagse Kaasstolp ……”;
– “de groeten uit Brussel”.
Daar zit weinig uitleg tussen.
Bij dit bord moet echter eerst de code worden gekraakt.

Rorty zou waarschijnlijk iets soortgelijks zeggen. Voor Rorty gaat taal niet om correcte representatie maar om effect.
De vraag luidt niet: “Is deze ironie theoretisch juist?”
maar: “Werkt deze beschrijving in de praktijk?”
Als de gemiddelde voorbijganger denkt of kan denken dat de boerderij werkelijk te koop staat, dan heeft het ‘vocabulaire’ (Rorty) gefaald in zijn politieke functie.
Eigenlijk is het zelfs geen ironie
Dat is misschien nog het interessantste.
Wat men gewoonlijk “ironie” noemt, is vaak een boodschap die het omgekeerde zegt van wat bedoeld wordt.
Maar hier wordt niet echt het tegenovergestelde gezegd.
Er wordt een fictieve werkelijkheid gecreëerd: Van Essen is makelaar.
Dat is eerder satire, parodie of persiflage dan ironie.
En zoals alle satire werkt zij alleen wanneer het publiek de verwijzing begrijpt.
Misschien kun je jullie kritiek samenvatten als: de makers hebben zich laten verleiden door de geestigheid van het beeld (volgens hen althans geestig), maar onvoldoende nagedacht over de ontvangst ervan door niet-ingewijden.

*

 – na deze theepauze we gaan verder – 

You said: Die handleiding van drie pagina’s is, zoals je opmerkt, voor zo’n ‘ironisch protest-bord’ op een boerenerf beslist nodig, ook al staat het ding volgepropt met symboliek, van top tot teen: de omgekeerde Nederlandse vlag , via de D66-ministers, naar de verkoop van de bewuste boerderij.
Wij hadden het nóg mooier, en nóg onbegrijpelijker gemaakt door er bijvoorbeeld op te zetten: ‘Ze verkopen het platteland per morgen, voor een land dat plat ligt van de zorgen.’ Dan moet je echter weten dat een ‘morgen land’ bijna en hectare is, en zo blijf je doormodderen …. met de zelfde kluitjes politici, die allen uit dezelfde klei zijn getrokken.

AI-Copilot said:  Ja, en juist jouw voorbeeld met die “morgen” laat mooi zien hoe taal zich soms tegen haar eigen bedoeling keert.
“Ze verkopen het platteland per morgen, voor een land dat plat ligt van de zorgen.”
Als woordspel is dat eigenlijk rijker dan het bord op de boerderij:
morgen als oude oppervlaktemaat;
morgen als tijdsaanduiding;
platteland versus plat liggen en plat leggen;
land als grondgebied én als landbouwgrond.
En dan kun je ook nogeens ‘het land hebben aan…’ bijvoorbeeld ‘politici’ die de kluit besuikeren?

Dat is erg rijk aan betekenis, maar precies daardoor wordt het nóg afhankelijker van voorkennis. Wie niet weet dat een morgen een oude landmaat is, ziet slechts een wat raadselachtige zin.
Eigenlijk functioneren de omgekeerde vlag, het Van-Essen-bord en jouw “morgen”-woordspel als een soort herkenningstekens. Voor ingewijden zit er een heel netwerk van betekenissen achter:
– de omgekeerde vlag (noodsignaal);
– het stikstofdossier (een onbegrijpelijk Nederlands ‘gebed-zonder-end’);
– de uitkoopregelingen;
– D66 (een ‘nieuwe partij’?);
– de landbouwgeschiedenis;
– de oude maten en gewichten;
– de teloorgang van familiebedrijven.
Echter, voor de toevallige, oningewijde, voorbijganger resteert slechts een decor van symbolen.
Dat is wat mij betreft ook waarom je de term “Ironie in een Bermuda” zo aardig vindt. Het is bijna een metafoor voor de metafoor zelf. De boodschap verdwijnt namelijk in haar eigen Bermudadriehoek van verwijzingen. In deze context staat ‘Bermuda’ vooral voor korte broek, dus de broek voor jongens die (nog) geen lange broek aanhebben.
Hoe meer betekenislagen worden toegevoegd, des te groter de kans dat de eigenlijke boodschap wordt opgeslokt.

En dat is eigenlijk een heel oude les uit de retorica. Aristoteles wist het al: een metafoor moet verrassen, maar niet zóveel dat de toehoorder eerst een handleiding nodig heeft.
Misschien zit hier zelfs een ironie die Rorty zou hebben gewaardeerd:

Mensen die zich verzetten tegen een politiek vocabulaire bouwen soms een eigen tegen-vocabulaire op dat zo intern en zelfreferentieel wordt dat buitenstaanders het niet meer kunnen lezen. Dan ontstaat er een soort gesloten taalspel.

Je laatste zin raakt daar ook aan: “zo blijf je doormodderen … met dezelfde kluitjes politici, die allen uit dezelfde klei zijn getrokken.”
Dat is retorisch sterker dan veel van de andere voorbeelden, omdat vrijwel iedereen onmiddellijk begrijpt wat er bedoeld wordt. Niemand hoeft te weten wie minister zus of partij zo is. De beeldspraak sluit rechtstreeks aan op bekend Nederlands idioom. Wat is er tenslotte Nederlandser dan modder, kluiten en klei, nog los van ‘gebeden-zonder-end’?

Dat is misschien wel de paradox van effectieve politieke taal: de slimste woordspeling is zelden de meest overtuigende. De krachtigste metafoor is vaak degene waarvoor géén uitleg nodig is. Zodra de toelichting langer wordt dan de slogan zelf, begint de boodschap al een beetje in haar eigen Bermudadriehoek, het zwarte gat, te verdwijnen. Hij wordt als het ware door het putje gespoeld.

*

 

 

 

Verkiezingen die niets uithalen en Jetten als kop van Jut?

 

 

*

Waar ging dat gesprek precies over? Ze hadden crowd funding gedaan onder oude buren van mevrouw en meneer Santpoort en in totaal zo’n duizend euro opgehaald, voor een nieuwe wasmachine?

  • Dat was de strekking ja, als ik het goed heb begrepen. Een van de grootset donoren zei nog: ‘Ze moesten over de grens wippen en dan per vliegtuig ingevlogen worden, zonder paspoort, en hup! naar Ter Apel “Ikke vragen asiel. Ikke niet spreken Nederlands, ikke geen paspoort. Ikke veel gemarteld en ikke erg zielig.” Dan hadden ze meteen alles kant en klaar gratis gekregen. Door de strot geduwd bovendien.’

Tja, de ergernis was op te dweilen. Meneer Santpoort is twee weken op de fiets naar een wasserette geweest met zijn verkeerd geopereerde heup en bijna van de fiets gedonderd. De laatste keer is hij zijn portemonnee ook nogeens ‘kwijt geraakt, ‘ in de wasserette. Daar worden we niet vrolijk van.

  • Inderdaad. Volgens mij zit dat die schelder en schimpers op Jetten dwars en gebruiken ze ‘homo’ als provocatie, want wie wordt er nou nog warm of koud van als ‘ie voor homo wordt uitgemaakt? Dat hoort er intussen zo’n beetje bij.

Intrigerend vind ik dat het AD meldt dat het ook om ambtenaren en politiemensen zou gaan.

  • Waarom niet? Dat zijn toch ook mensen met kinderen die geen woning kunnen krijgen? Of als je agent bent, dat jíj wordt geconfronteerd met de gevolgen van snert-beleid. Uit welke echelons zouden ze komen, die schelders? vast niet uit de hogere echelons, want een mevrouw Jannie Knol bijvoorbeeld, die zit waarschijnlijk meer bij de nomenklatoera op schoot dan dat ze hands-on het politiegebeuren bestiert en bestuurt.

Wat ik ook een interessant scenario vind: dit pseudo-event over de tweets naar meneer Jetten die worden uitvergroot naar homohaat, zou weleens kunnen dienen om onze aandacht af te leiden. Gaslighting? Want waar gaat dit per saldo over? Een paar mallotige en overbodige tweets; iedereen weet dat Jetten van de herenliefde is. Nou en? Oké, als je zo nodig moet: hang de vlaggen halfstok en kondig een week van nationale rouw af, want een paar pranklustige personen hebben meneer Jetten een homo genoemd. Het AD heeft het bericht zelfs het aanzien van een uitgebreide rouwadvertentie gegeven, alles zwart.
Waar zouden ‘ze’ onze aandacht van af willen leiden?

  • Wat dacht je van het Covid-gebeuren? Er staan geloof ik nog enkele ”’verhoren ”’ op de rol? Ik ben even in de AI-info uit die tijd gedoken. Let op wat AI zegt: ‘Al in het voorjaar van 2020 verschenen analyses die concludeerden dat aerosolverspreiding serieus genomen moest worden. Een veel geciteerd artikel uit mei 2020 stelde dat de beschikbare gegevens wezen op overdracht via kleine druppeltjes die uren in de lucht konden blijven hangen. [pmc.ncbi.nlm.nih.gov], [ncbi.nlm.nih.gov]Een belangrijk moment was 6 juli 2020, toen Morawska, Milton en een groep van 239 wetenschappers uit 32 landen een open brief publiceerden waarin zij de WHO opriepen luchttransmissie officieel te erkennen. Zij schreven dat virussen vrijkomen bij ademen, praten en hoesten in microdruppels die lang genoeg in de lucht blijven hangen om anderen te infecteren. [academic.oup.com], [pyure.com] 
    Waarom bleef handen wassen zo centraal?
    De WHO en veel nationale gezondheidsinstanties gingen aanvankelijk uit van het klassieke model van grote druppels + oppervlakken (fomites). Daardoor lag de nadruk op:
    – handen wassen,
    – desinfecteren van oppervlakken,
    – 1,5 à 2 meter afstand houden.
    Aerosolwetenschappers betoogden echter al vroeg dat slecht geventileerde binnenruimtes, koren, restaurants en andere “superspreading”-situaties beter verklaard konden worden door inademing van zwevende aerosolen. [scienceinsights.org], [nature.com], [academic.oup.com]Samengevat
    Als je vraagt:“wie zag het als eerste tijdens COVID?”, dan zijn Lidia Morawska en andere aerosolonderzoekers de belangrijkste namen. Zij waarschuwden al vroeg in 2020 dat SARS‑CoV‑2 zich via kleine, zwevende druppeltjes in de lucht verspreidde. [pyure.com], [academic.oup.com]Als je vraagt:“wie had het allereerste inzicht ooit?”, dan moet je veel verder terug in de tijd, naar onderzoekers als William F. Wells in de jaren 1930 en later Richard Riley, die al vóór COVID aantoonden dat luchtwegaandoeningen via aerosolen kunnen worden overgedragen. [publichealth.jhu.edu]You said: Wat is de reden dat dit zo lang ‘onder de pet’ bleef? Denk aan Elisabeth Noëlle-Neumann en haar ‘Schweigespiral’, of waren en andere, misschien vooral financiële belangen in het spel?

Copilot said:
De “spiral of silence” van Noelle-Neumann

Jouw verwijzing naar Elisabeth Noëlle-Neumann ligt in de rede – indien je er tenminste mee bekend bent.
Haar theorie stelt dat mensen minder snel afwijkende opvattingen uitspreken wanneer zij denken dat de meerderheid een andere mening heeft. Dat mechanisme kan uiteraard ook in wetenschap in werking treden:
– jonge onderzoekers willen hun reputatie niet schaden;
– tijdschriften publiceren makkelijker wat binnen het dominante paradigma past;
– beleidsmakers volgen eerder de meningen van ‘gevestigde experts.’

Dat hoeft niet te betekenen dat men bewust informatie verbergt, maar wel dat afwijkende visies minder snel doordringen. Dit is overigens mijn interpretatie van de situatie; ik ken geen bron die meldt en aantoont dat de aerosolcontroverse expliciet met Noelle-Neumanns theorie is onderzocht.
Praktische en economische consequenties
Hier wordt het interessanter. Als er in maart 2020 officieel was gezegd:”Het virus verspreidt zich vooral via de lucht in binnenruimtes”, dan zouden daar enorme beleidsconsequenties uit hebben moeten volgen:
– ventilatie-eisen voor gebouwen;
– dure luchtfilters plaatsen (zeker in verzorgingshuizen);
– mondmaskers hadden van hoge kwaliteit moeten zijn, en dus duurder;
– aanpassingen in scholen, kantoren, zorginstellingen en openbaar vervoer.
Dat alles zou organisatorisch en financieel veel ingrijpender zijn geweest dan handen wassen en oppervlakken reinigen.
Dit betekent niet automatisch dat vooral financiële belangen de wetenschap hebben gestuurd. Wel kan een organisatie onbewust meer terughoudend worden wanneer de beleidsimplicaties en de kosten enorm zijn.
Waarom handen wassen zo aantrekkelijk was (vooral als ritueel)
Handen wassen is: eenvoudig, goedkoop, zichtbaar, politiek makkelijk te communiceren.
Ventilatie is bijna het tegenovergestelde: grotendeels onzichtbaar, erg technisch, erg duur, moeilijk te controleren.
Daardoor kreeg de boodschap “was je handen” veel sneller maatschappelijke tractie dan “verbeter de luchtkwaliteit binnen”.
Mijn oordeel
Als je alle historische bronnen naast elkaar legt, lijkt de meest waarschijnlijke verklaring een combinatie van:
1. Volgens een verouderd wetenschappelijk paradigma werken;
2. institutionele traagheid;
3. groepsdenken en reputatierisico’s;
4. de enorme praktische consequenties van erkenning van luchttransmissie vergen een intelligente organisatie. Was die in huis?
Voor een bewuste doofpot of direct bewijs van financiële sturing heb ik in de wetenschappelijke geschiedschrijving rond COVID geen sterk onderbouwd bewijs gevonden. De kritiek van veel historici en onderzoekers richt zich eerder op De kritiek van veel historici en onderzoekers richt zich eerder op institutionele inertie dan op opzet. [nature.com], [scienceinsights.org]

Voor mij lijkt de COVID-discussie sterk op wat de wetenschapshistoricus Thomas Kuhn reuring rond een paradigmaverschuiving zou noemen: nieuwe waarnemingen pasten niet goed in het bestaande model, waardoor het oude model nog geruime tijd dominant bleef voordat het tenslotte toch moest kantelen.’

*

Zullen we het hier voorlopig bij laten? Het is al een tamelijk uitgebreide discussie en lange posting geworden. Als we de teksten naar aanleiding van Rorty en de cartoon van Jack Ohman hier ook nog bij doen, dan wordt het héééél erg lang.

  • Zeker, maar ook hééél interessant. Oké, laten we het voorlopig hierbij.

………….   ……………..   ………………….

………….   ……………..   ………………….

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

cannabis, postbodes, orca’s & octopussen, gokken – stoeien met nieuwsberichten, 2026.09.05

 

 

Parkeer

 

Die postbode in de UK had veel beter in de business van de grooming & raping gangs kunnen stappen, in plaats van dit gekruimel met cannabis op een nogal knullige manier. Hij is geloof ik geen Paki of Sikh, maar een gewone Indiër uit Bihari of zo’n tamme Indiase deelstaat…?

  • Ja, dat kan, weet ik niet, maar er schijnt een nieuw verdienmodel in deze sector aan het licht te zijn gebracht: kindhuwelijken. -> Children Under 5 Married off in UK: “Grooming Gangs All Over Again!” Hoe verzinnen de luitjes het, nietwaar? Zou dit  nou worden bedoeld met incompatibele culturen?
    Multiculti blijkt steeds opnieuw een nóg spannender avontuur te zijn dan we al dachten. Is Nederland eigenlijk wel  KOPLOPER en VOORTREKKER op dit gebied? Dat moet toch zeker wel? Anders ga ik me echt zorgen maken hoor. Eén moord op een meiske Lisa, dat houdt niet over. Hebben ze in Ter Apel geen sensationelere ‘events’ in de koker? Wat is dat nou! Duitsland en de UK lopen op ons uit en dat moet natuurlijk niet.

Wacht even! Wij zijn uniek op stikstofsukkelgebied, vergeet dat niet. Geen enkel land heeft zo’n verknipt en waanzinnig project als Nederland met Stikstof! Daarmee zijn we ongeëvenaard. En, natuurlijk ……. het Toeslagenschandaal. Dat mag er me dunkt ook wezen.

  • Hoe zat het ook alweer met Inky? In ieder geval is ‘ie stukken slimmer dat die schlemielen met hun cannabis-gekneuter. Moet je nagaan hè, deze Indiase scharrelaar krijgt een celstraf, terwijl zo’n Boris Johnson, die in Ankara vredesbesprekingen tussen Putin en Zelenski saboteerde daar vermoedelijk een bonus voor heeft opgestrken en straks, net als Keir en Tony tot zeur wordt geslagen.

Zeur? O, Sir bedoel je. Dat staat niet alleen deftig op je visitekaartje, maar je kunt er ook lid van deftige clubs en soiëteiten mee worden, waar je soortgenoten borrelen, zodat je kunt ‘netwerken’.
Zeg, octopussen zíjn slim. Dat staat buiten kijf. Ze gaan niet voor niets al 500 miljoen jaar mee. Het schijnt dat die slimme orca’s zo slim zijn, omdat ze zijn voorzien van octopus-hersenen, bedoeld om ze in te kunnen zetten bij zulke operaties zoals in de Straat van Hormuz; daar moeten ze dan Amerikaanse vliegdekschepen lekstoten. Ze zijn op afstand, per sateliet bestuurbaar. Alles kan tegenwoordig.

  • Gokken en gokverslaving valt wat mij betreft onder verdovende middelen. Dit kan dan nog maar voor een maand zijn – iedere dag kans op 100 euro! – maar it is the thin edge of the wedge, de voet tussen de deur. Kijken hoe erop wordt gereageerd en wanneer het eenmaal ‘gewoon’ wordt gevonden is het hatsjiekedééé!

 

Royal Mail worker is jailed for nearly seven years after making £1.2m from stealing cannabis-filled parcels   By DAILY MAIL REPORTER  Published: 23:05 BST, 4 September 2026

 

  One quiet night, an octopus named Inky pulled off one of the most incredible animal escapes ever recorded. No alarms. No witnesses. Just a trail of leading to freedom.

   Sep 3, 2026 –  What kind of government would push gambling, porn and drugs on its own population? Saagar Enjeti & Tucker Carlson, on who’s getting rich from the destruction of young men in America.   www.youtube.com/watch?v=wMAnOxKx3H4

*

 

 

 

 

 

 

 

 

Hermeneutiek, hersengymnastiek, pieter-peuter politiek, een getande vagina en een Oppenheimer-cartoon. Stoeien met AI.

 

 

*

Hebben jullie nog geholpen met het in repen knippen van de lakens, bij de familie Voolstra? Om mee te dweilen.

  • Binnen aan half uur hadden we kussensloop vol poetsdoeken en dweilen gestript.

Vreemd nietwaar. Dat mensen dweilen in de wasmachine gooien na ermee gedweild te hebben. Zelfs al spoel je ze grondig uit, dan nog blijven er onzichtbare dingen in hangen. Ik moet er niet aan denken: dweilen in de wasmachine en dan mijn beddenlakens en ondergoed in dezelfde wasmachine. Brrrrrrrrrrrrrrr, wat een smeerlapperij.

  • We hebben tegelijk vijftien kilo verse poetslappen besteld. Die dingen worden op hoge temperatuur gewassen, uitgespoeld, gedroogd en per gewicht in dozen verpakt.

Ze ruiken zo lekker vind ik. Dat is vast vanwege de anti-mot behandeling die ze ook nog krijgen. Tja dweilen, door de thuishulp. Die thuishulpconstructie, dat is ook weer zo’n knutselwerkje van deze overheid. Geen getraind personeel, want dat is te duur, maar loslopende studenten die hun eigen kamer nog niet eens kunnen uitmesten en huisvrouwen, die tachtig procent van de tijd koffie drinken en een sigaret roken. Je moet ze iedere keer, als ze nieuw zijn, weer instrueren en dan nog is het vaak ergernis en maagzuur. Genoeg over het Nederlandse overheidspersoneel, we gaan naar het leuke.

  • De vagina dentata. Is dat leuk?

Die kun je leuk máken met AI, heus, opleuken.

*

You said
Kun je vertellen wat een ‘vagina dentata’ is? Waar staat het voor? Is het concept, begrip, symbool, nog courant?

Copilot said
Vagina dentata is Latijn voor“getande vagina”. Het is geen biologisch of medisch verschijnsel, maar een mythisch en symbolisch motief dat voorkomt in verhalen, folklore en culturele verbeelding uit verschillende delen van de wereld.
Waar staat het voor?
De betekenis verschilt per context, maar meestal verwijst het naar:
Angst voor vrouwelijke seksualiteit: in veel interpretaties symboliseert het mannelijke angst voor seks, intimiteit of verlies van controle.
Macht en gevaar: de “tanden” maken vrouwelijke seksualiteit tot iets potentieel bedreigends of onvoorspelbaars.
Autonomie en zelfverdediging: moderne feministische interpretaties zien het juist als een symbool van vrouwelijke kracht en bescherming tegen seksuele dominantie of geweld.
In de psychoanalyse, vooral bij Freud en latere denkers, werd het vaak uitgelegd als een uitdrukking van zogenaamde castratieangst: de angst van de man om macht of identiteit te verliezen in een seksuele relatie.
Is het concept nog courant?
Niet als volksgeloof. Vrijwel niemand beschouwt het tegenwoordig als een letterlijk bestaand fenomeen. Maar als cultureel symbool leeft het zeker nog voort:
– in gender- en cultuurstudies;
– in feministische kunst en theorie;
– in literatuur, horror en populaire cultuur;
– als metafoor in discussies over seksualiteit, macht en angst.
Een bekend modern voorbeeld is de film Teeth (2007), die het oude motief gebruikt als allegorie voor consent, trauma en empowerment.
Kort gezegd: vagina dentata is tegenwoordig vooral een cultureel en psychologisch symbool, niet een letterlijk geloof. Het blijft relevant omdat het veel zegt over hoe samenlevingen denken over seksualiteit, macht, gender en angst.

You said: Kun je de ‘vagina dentata’ relateren aan deze cartoon van Ruben Oppenheimer? Hoe kun je seksualiteit relateren aan geld en (begrotings-)politiek?

Copilot said: Jazeker kan dat, maar dan wel als interpretatie en niet per se als wat Oppenheimer zelf bedoeld heeft.
De cartoon toont een “minderheidsbegroter” als een soort roofdier in de vorm van een begrotingskoffer met tanden. De koffer lokt kleinere dieren met schijnbare leegte, waarna de kaken dichtklappen. De verwijzing is evolutionair en biologisch vormgegeven: een begroting wordt een vleesetende val.
Dat sluit verrassend goed aan bij het motief van de vagina dentata. In beide gevallen zie je dezelfde symbolische structuur:
– een opening die uitnodigt;
– een belofte van toegang, voordeel of bevrediging;
– een verborgen gevaar;
– een mechanisme dat zich sluit zodra iemand naar binnen gaat.

In de mythologische vagina dentata wordt seksuele aantrekkingskracht verbonden met het risico op verlies, verwonding of castratie. Bij de Oppenheimer-cartoon wordt politieke aantrekkingskracht verbonden met het risico op financiële of politieke vernietiging. De “bek” van de begroting vervangt als het ware het seksuele motief.
Seksualiteit en geld
Dat verband is cultureel heel oud. Geld en seksualiteit hebben enkele opvallende overeenkomsten:
1. Verleiding. Beide draaien vaak om verlangen. Reclame, politiek en economie gebruiken regelmatig erotisch geladen beelden om aantrekkelijkheid, consumptie of succes te suggereren.
2. Uitwisseling.  Zowel seks als geld raken aan wederkerigheid, macht en afhankelijkheid. Wie bepaalt de voorwaarden? Wie heeft de macht om te geven of te onthouden?
3. Begeerte en schaarste. Economen spreken over voorkeuren en behoeften; psychoanalytici over verlangens. Beide systemen proberen te verklaren waarom mensen dingen najagen die niet volledig rationeel zijn.
4. Risico.  Verlangen kan mensen ertoe brengen risico’s te onderschatten. Dat geldt voor liefde, seks, beleggen én politiek.
5. Seksualiteit en begrotingspolitiek. Politieke commentatoren gebruiken vaak erotische of relationele metaforen voor coalitievorming:
– partijen “flirten” met elkaar;
– er is sprake van een “huwelijk” tussen partijen;
– een coalitie “valt uit elkaar”;
– men spreekt van “verleiding” van kiezers;
– partijen “slikken” bezuinigingen.
De cartoon lijkt vooral te spelen met het idee van een fatale verleiding. Een minderheidskabinet moet steun zoeken bij kleine partijen. Voor die kleinere partijen kan steun aan een begroting aantrekkelijk lijken, omdat zij invloed krijgen. Tegelijkertijd lopen zij het risico politiek te worden opgeslokt: kiezers kunnen hen mede verantwoordelijk houden voor impopulaire maatregelen.
De vagina dentata als politieke metafoor
Als je de cartoon door die lens leest, zou de begrotingskoffer bijna een bureaucratische variant van de vagina dentata kunnen zijn: een opening die toegang, invloed en bevrediging belooft, maar die voor degene die zich eraan overgeeft uiteindelijk verlies van autonomie, macht of identiteit kan betekenen.

Dat is precies wat veel interpretaties van de vagina dentata ook benadrukken: niet seksualiteit op zichzelf, maar de angst dat een begeerd object tegelijk een vernietigende kracht kan zijn.
Interessant is dat Oppenheimer de metafoor vervolgens volledig ontseksualiseert. De opening is geen lichaam maar een begrotingskoffer. Daardoor verschuift de aandacht van seksuele angst naar politieke angst: niet castratie, maar electorale zelfverminking ligt op de loer. Dat maakt de cartoon tegelijk grappig en wrang. De begroting wordt een roofdier dat leeft van de partijen die denken er voordeel uit te kunnen halen.

You said: Wat zegt deze cartoon over coalitievorming?

Copilot said: Vanuit het frame coalitievorming lees ik deze cartoon als behoorlijk cynisch.
De “minderheidsbegroter” overleeft volgens de begeleidende tekst doordat andere, kleinere soorten zich laten verleiden om naar binnen te kruipen. Zodra ze dat doen, klapt de val dicht. De metafoor suggereert dat een minderheidskabinet of minderheidscoalitie niet op eigen kracht kan bestaan, maar afhankelijk is van aanvullende steun van kleinere partijen.
Daarmee zegt de cartoon minstens drie dingen:
1. Coalitievorming is geen partnerschap van gelijken
De kleine partijen denken invloed te krijgen door steun te verlenen aan een begroting. In werkelijkheid komt de macht vooral terecht bij degene die de begroting controleert.
De tanden zitten niet bij de kleine partijen, maar bij de begrotingskoffer.
2. Invloed kan omslaan in medeverantwoordelijkheid krijgen opgedrongen
Een oppositiepartij die een begroting steunt, krijgt misschien beleidswinst, maar loopt ook het risico om afgestraft te worden voor impopulaire maatregelen.
De cartoon suggereert dat de “prooi” denkt iets te winnen, maar uiteindelijk zelf wordt opgegeten. Politiek vertaald: een partij verwerft invloed, maar verliest mogelijk profiel, geloofwaardigheid of kiezers.
3. Minderheidsregeringen kunnen leven van tijdelijke bondgenoten
In de begeleidende tekst staat dat de soort vooral voorkomt “waar een meerderheid ontbreekt”. Dat is bijna letterlijk een beschrijving van een minderheidskabinet.
De overleving hangt af van:
– wisselende steun;
– tijdelijke deals;
– losse begrotingsakkoorden;
– partijen die telkens opnieuw bereid zijn naar de open bek toe te lopen.
Coalitievorming wordt hier dus niet voorgesteld als een stabiel huwelijk, maar als een ecologisch spel van verleiding en consumptie.

You said: In combinatie en samenhang  met de vagina-dentata-metafoor?

Copilot said: Dan wordt het nog scherper. De centrale gedachte van vagina dentata is dat iets aantrekkelijk lijkt, maar tegelijk een verborgen bedreiging vormt. Toegepast op coalitievorming: steun aan een minderheidsregering belooft invloed, maar kan politieke zelfbeschadiging opleveren.
De cartoon lijkt daarom te kunnen zeggen dat sommige coalities of gedoogconstructies een riskante asymmetrische relatie vormen: de kleine partij denkt de regering te gebruiken voor invloed, terwijl in werkelijkheid de regering de kleine partij gebruikt om te overleven.
Zo zou je deze Oppenheimercartoon als een (politieke) spotprent kunnen lezen. De kern van de spotprent: in een minderheidsconstructie is de vraag niet alleen “wie vormt de coalitie?”, maar vooral “wie eet uiteindelijk wie op?”.

You saidKan jij seksualiteit relateren aan de tegenwoordige transactie-samenleving / kun jij de vagina dentata in deze geest aan de huidige politiek relateren?

Copilot said: Ja, dat kan, maar dan bewegen we ons op het niveau van politieke en cultuurfilosofische interpretatie.
De gedachte van de transactiemaatschappij is dat steeds meer relaties worden opgevat als ruilrelaties: wat krijg ik ervoor terug? Dat geldt niet alleen voor markten, maar ook voor vriendschap, liefde, sociale media, verkiezingen en coalitievorming.
In zo’n samenleving krijgt seksualiteit vaak een economische logica:
– aan bijna alles hangt een prijskaartje – zelfs drinkwater willen ‘ze’ tot token good maken;
– aantrekkelijkheid wordt een vorm van “kapitaal”;
– dating wordt een markt;
– relaties worden onderhandelingen (soms ontaardt het zelfs in sjacheren);
– aandacht wordt een pasmunt, een valuta;
– intimiteit kent een kosten-batenanalyse.
Natuurlijk denkt of handelt niet iedereen zo, maar het is een veelgehoorde kritiek op moderne maatschappijen.
Vagina dentata als kritiek op transactie denken
Traditioneel symboliseert de vagina dentata de angst dat achter een verlangen een prijs schuilgaat.
In een transactionele cultuur zou je dat kunnen herlezen als: wat gratis lijkt, blijkt uiteindelijk duurkoop. Verzonken kosten worden niet in de etalage gezet; die komen pas later uit de kast.
Dat geldt dan niet alleen voor seksualiteit, maar voor alle verleidingen:
– “gratis” diensten die met persoonsgegevens worden betaald;
– politieke deals die later verplichtingen blijken te scheppen;
– coalities die macht opleveren maar autonomie kosten.
De tanden symboliseren de verborgen rekening.
Toegepast op de huidige politiek
Menige moderne kiezer ervaart politiek van tegenwoordig als een markt van transacties:
– steun voor steun (do ut des);
– geld voor beleid;
– zetels voor ministersposten;
begrotingssteun voor specifieke concessies. Het is alles handels- en koopwaar.
Coalities worden dan minder gezien als gemeenschappen met gedeelde idealen en meer als contracten tussen belanghebbenden.

In die context wordt de metafoor van de vagina dentata interessant:
Een partij ziet een aantrekkelijke politieke mogelijkheid:
– há! regeringsdeelname;
– invloed;
– begrotingsmacht;
– mediabelangstelling.
Maar zodra zij “naar binnen stapt”, blijken er kosten:
– compromissen zijn noodzakelijk;
– verlies van geloofwaardigheid;
– interne verdeeldheid;
– verlies van kiezers.
De politieke beloning en de politieke verwonding komen tegelijkertijd.
Terug naar Oppenheimers cartoon
De open begrotingskoffer is dan geen seksuele metafoor in letterlijke zin, maar wel een structureel vergelijkbare metafoor. De boodschap zou kunnen worden gelezen als:
In een transactionele politiek lijken begrotingsdeals aantrekkelijke kansen voor kleine partijen, maar juist de deal waardoor zij invloed krijgen kan hen ook beschadigen.
De “tanden” zijn dan niet seksueel, maar politiek te duiden:
– electorale afstraffing;
– verlies van profiel en identiteit;
– afhankelijkheid van grotere partijen;
– medeverantwoordelijkheid voor impopulair beleid.
Nog een stap verder
Je zou zelfs kunnen zeggen dat de cartoon een spanning blootlegt tussen twee opvattingen van politiek:
Politiek als gemeenschap.
gedeelde visie;
– gezamenlijk bestuur;
– langetermijn vertrouwen en planning.
Politiek als transactie
tijdelijke deals gekruid met veel opportunisme;
– wederzijds ‘voordeel’;
– voortdurend onderhandelen en sjacheren.
De minderheidsbegroter uit de cartoon leeft uitsluitend in de tweede wereld. Hij heeft geen natuurlijke meerderheid, geen stabiele gemeenschap. Hij overleeft door transacties. Maar juist daardoor wordt elke deal een potentiële val.

In die zin wordt de vagina dentata een algemeen symbool voor een oud inzicht dat ook buiten seksualiteit geldt: daar waar verlangen, macht en ruil samenkomen, ontstaat altijd de angst dat degene die denkt iets te krijgen uiteindelijk zelf de prijs betaalt.
Dat maakt de metafoor verrassend bruikbaar voor hedendaagse begrotingspolitiek en coalitievorming. Niet omdat de cartoon over seksualiteit gaat, maar omdat zowel de vagina dentata als de “minderheidsbegroter” draaien om hetzelfde archetype: de verleidelijke opening die tegelijk een vileine val blijkt te zijn.

You said: Met een ‘platte’ term samengevat: ‘we zouden weleens flink verneukt kunnen worden, met deze begroting’ ? ‘We’ dat zijn in dit kader de kleine coalitie-partijtjes en – in commissie: we-het-grote publiek.

Copilot said: Ja, precies, in plat Nederlands zou je de onderliggende boodschap kunnen samenvatten als: “Pas op: als je met deze begroting in zee gaat, kun je wel eens flink verneukt of genaaid worden.”
Of nog iets preciezer: “Je denkt dat je iets wint, maar uiteindelijk ben jij degene die de rekening betaalt.”
Dat sluit goed aan bij zowel de cartoon als de vagina-dentata-metafoor.
Voor de kleinere partijen in de cartoon betekent dat: ze krijgen misschien invloed; ze mogen meepraten; ze halen een paar beleidswensen binnen;
maar vervolgens: worden ze mede verantwoordelijk voor impopulaire maatregelen; verliezen ze hun eigen profiel en identiteit; raken ze kiezers kwijt; worden ze politiek “opgegeten,” opgekauwd en doorgeslikt.
De tanden staan dan voor de verborgen kosten van de deal.
Vanuit een bredere cultuurkritiek kun je zeggen dat de cartoon een maatschappij tekent waarin alles transactioneel is geworden: geen loyaliteit en trouw, maar dealvorming; geen overtuiging, maar onderhandeling; geen gemeenschap, maar permanent uitruilen, waarbij je steeds op je hoede moet zijn.
De waarschuwing is dan dat transacties zelden neutraal zijn. Er is meestal een partij die  denkt slim te zijn, terwijl een andere partij de voorwaarden bepaalt.
Dat brengt ons terug bij de vagina dentata. Die gaat in veel interpretaties niet primair over seks, maar over een oeroude angst: “Wat aantrekkelijk lijkt, kan je uiteindelijk schade berokkenen.”
In seksuele termen: verleiding en gevaar.
In economische termen: rendement en risico.

In politieke termen: macht, invloed en medeverantwoordelijkheid.
De cartoon lijkt daarom minder te zeggen: “we worden financieel genaaid”, en meer: “De partijen die denken deze begroting handig te gebruiken, zouden wel eens zelf gebruikt kunnen worden.”
Dat is misschien de meest cynische lezing van Oppenheimers roofdiermetafoor. De vraag is niet wie de begroting maakt, maar wie er uiteindelijk door wordt opgeslokt.

You saidWat zegt deze cartoon, op onze manier gelezen en geduid, over politieke macht?

Copilot said: Deze cartoon op deze manier lezen, suggereert een nogal realistische, bijna machiavellistische opvatting van politieke macht:
Macht is niet zozeer het vermogen om anderen te dwingen, maar het vermogen om anderen vrijwillig in jouw afhankelijkheidsrelatie te trekken. Verleiden en lokken door propaganda, spin, pren loze beloftes.
Dat zie jeals het ware letterlijk gebeuren in de tekening. De prooi wordt niet gegrepen door achtervolging of geweld. De bek staat open. De prooi komt zelf dichterbij.
Dat zegt iets belangrijks over moderne democratische politiek: Macht door verleiding.
De sterkste speler hoeft niet altijd de grootste te zijn. Macht ontstaat ook wanneer anderen jouw steun nodig hebben.
Een minderheidskabinet heeft formeel onvoldoende zetels, maar kan toch machtig zijn als kleinere partijen: invloed begeren, verantwoordelijkheid willen tonen, een paar eigen plannen willen verwezenlijken, verzilveren.
Dan ontstaat een asymmetrie: de kleine partij denkt invloed te kopen, terwijl de grote partij haar steun koopt. Wie wordt er tenslotte bekocht en wie doet de grootste miskoop?
Macht door schuldverdeling
Een tweede laag is dat macht vaak bestaat uit het verdelen van verantwoordelijkheid.
Wie de begroting steunt, wordt mede-eigenaar van de gevolgen. Daardoor kan de regeringspartij zeggen: “Het was niet alleen ons beleid.”
De kosten worden verspreid over meerdere partijen.
Macht als absorptie
De biologisch-getinte begeleidende tekst spreekt over een organisme dat andere soorten aantrekt en vervolgens verteert. Dat lijkt op een bekend politiek verschijnsel: Grote partijen overleven soms door kleinere partijen tijdelijk invloed te geven en daarna hun thema’s, kiezers of politieke ruimte te absorberen. Dan wordt coalitievorming een modaliteit van de politieke voedselketen.
De diepere les
In relatie tot onze eerdere bespreking van de vagina dentata zou je kunnen zeggen dat beide beelden hetzelfde mechanisme verbeelden: Werkelijke macht zit vaak niet in de tanden zelf, maar in de aantrekkingskracht van de opening.
Of nog scherper: De machtigste speler is degene die anderen kan laten geloven dat toetreden tot de deal in hun eigen belang en voordeel is.
De cartoon is daarom uiteindelijk niet alleen cynisch over begrotingen of coalities. Hij is cynisch over macht zelf. Macht verschijnt hier niet als iets heroïsch of principieels, maar als een vermogen om verlangens van anderen te organiseren en manipuleren en vervolgens in je eigen voordeel om te zetten.
Dat maakt de cartoon bijna een illustratie van een oude politieke les: mensen worden zelden overheerst door pure dwang; veel vaker worden ze overheerst doordat zij hopen ergens beter van te worden.

You said: Doorbordurend op seks, in het Nederlandse idioom in relatie tot deze cartoon: “Samen de koffer induiken, kan je duur te staan komen.”

Copilot said: Dat is hier een heel geslaagde oneliner, juist omdat ze drie betekenislagen tegelijk activeert:
“Samen de koffer induiken kan je duur komen te staan.”
1. Letterlijk politiek:
partijen sluiten een begrotingsdeal. Ze “duiken de koffer in” om afspraken te maken. Achteraf blijken de politieke kosten hoog.
2.Economisch.
“Duur komen te staan” verwijst direct naar geld, begrotingen en financiële consequenties.
3.Seksueel-idiomatisch.
“Samen ergens induiken” roept in het Nederlands onder andere associaties op met “samen het bed, de koffer, induiken”. Daardoor ontstaat precies die spanning tussen verleiding en risico die we eerder bespraken.
Het mooie is dat dit zelfs beter aansluit bij Oppenheimers cartoon dan een expliciete verwijzing naar vagina dentata.
Een cartoon werkt vaak het sterkst wanneer de seksuele connotatie impliciet blijft. De open koffer met tanden suggereert al genoeg; de lezer legt zelf de verbinding tussen verleiding, intimiteit, transactie en gevaar.
Je zou de politieke boodschap dan kunnen parafraseren als: “Coalitievorming en begrotingsdeals lijken aantrekkelijk zolang de koffer openstaat. Pas wanneer de kaken dichtklappen blijkt wie de prijs betaalt.”
Of nog scherper: “Wie samen de koffer induikt, loopt het risico er politiek uitgekleed en afgetuigd weer uit te komen.”
Dat raakt aan een klassiek inzicht over macht: de grootste dreiging is vaak niet de openlijke vijand, maar de aantrekkelijke deal waarvan de werkelijke prijs pas later zichtbaar wordt. Dat is precies het mechanisme dat zowel in de cartoon als in de vagina dentata-symboliek terugkomt

You said: Kun je dit vergelijken met andere cartoons?

Copilot said: Zeker. Als je deze cartoon vergelijkt met andere politieke cartoons, valt op dat Oppenheimer een vrij klassieke techniek gebruikt: politiek wordt voorgesteld als een roofdier of valstrik.
Je ziet vergelijkbare motieven in cartoons waarin:
– een coalitie een spinnenweb is;
– een staatskas een zwart gat is;
– een minister een hengelaar lijkt, die partijen aan een haak slaat;
– een kabinet een huwelijk aangaat dat op een scheiding afstevent;
– politici dansen met een krokodil of tijger die hen later opeet.
Het terugkerende thema is steeds hetzelfde: Deelnemers denken controle te hebben over een situatie die hen uiteindelijk zelf controleert.
Wat Oppenheimer bijzonder maakt, is dat hij de begroting zelf biologiseert. De begroting is niet langer een document, maar een organisme met een eigen overlevingsstrategie.
Jouw formulering: “Samen de koffer induiken kan je duur komen te staan.”
zou in dat opzicht goed passen in de traditie van politieke cartoons waarin coalitievorming met seksuele of relationele metaforen wordt beschreven.

You said: Jij brengt hier het spinnenweb, dat twee maal in de cartoon is getekend, op een originele manier in onze dialoog in. De spin in de ‘vagina dentata’ is als het ware een dubbele-bodem-gevaar. Je gaat de getande bek in en daarna beland je nog eens in een spinnenweb en word je al bloedend (door de tanden) uitgezogen.

Copilot said:
Dat is een interessante uitbreiding, omdat je daarmee meerdere klassieke politieke metaforen over elkaar schuift.
De oorspronkelijke vagina dentata bevat al een dubbele laag:
– er is aantrekkingskracht;
– er loert verborgen gevaar.
Maar wat jij toevoegt met het spinnenweb maakt het gevaar niet alleen potentieel destructief, maar ook escalerend.
In jouw lezing verloopt het immers als volgt:
1. de verleiding lokt je naar binnen; 2. de tanden verwonden je; 3. het spinnenweb verhindert ontsnapping en immobiliseert je; 3. vervolgens word je langzaam leeggezogen.
Politiek vertaald: A. een partij wordt gelokt door de kans op invloed; B. Door een begrotingsdeal of coalitie loopt ze reputatieschade op; C. de eenmaal aangegane afspraken maken terugtrekking moeilijk; D. langzaam verliest de partij profiel, geloofwaardigheid of kiezers.
Dat lijkt op wat politicologen wel een coalitieval noemen: het probleem is niet dat je één compromis sluit, maar dat ieder compromis een volgend compromis noodzakelijk maakt.
Daarmee verschuift ook de symboliek van de krokodil naar de spin.
Een krokodil of tandenval doodt onmiddellijk. Een spinnenweb werkt anders: passief; geduldig; onzichtbaar; zelfversterkend.
Juist daarom past de spin eigenlijk verrassend goed bij bureaucratie en begrotingspolitiek. Begrotingen vernietigen zelden een partij in één klap. Het proces verloopt meestal geleidelijk: eerst een deal; daarna verantwoordelijkheid; daarna uitleg; daarna electorale schade.
De partij merkt vaak pas laat hoe afhankelijk zij is geworden. In die zin ontstaat een bijna kafkaëske politieke metafoor: De begroting is niet alleen een bek met tanden; zij is een ecosysteem van verstrikkingen.
Of, in de geest van Oppenheimer: Je denkt dat je een begroting steunt. In werkelijkheid ben je voedsel geworden voor een organisme dat zichzelf in stand houdt.
Dat is misschien wel de meest pessimistische interpretatie van macht: niet dat machthebbers hun tegenstanders vernietigen, maar dat politieke systemen tegenstanders verleiden om vrijwillig deel te worden van hun eigen vertering.
En dan krijgt jouw eerdere slogan nog een donkerder vervolg: “Samen de koffer induiken kan je duur komen te staan; eerst klappen de tanden dicht, daarna merk je dat de koffer al die tijd in een spinnenweb hing.”

Wat mij opvalt in jouw uitwerking is dat de metafoor verschuift van een val naar een systeem van opeenvolgende vallen (trap > trapping > getrapte val). Dat zie je ook in veel andere culturele en politieke metaforen.
1. De Venus-vliegenvanger Dat is misschien de meest directe vergelijking.
– De val staat open.
– De prooi wordt gelokt.
– De val klapt dicht.
– Daarna volgt het oppeuzelen, de vertering.
De cartoon van Oppenheimer lijkt hier sterk op. De begrotingskoffer zou in feite een politieke Venus-vliegenvanger kunnen zijn.
2. De Sirenen uit de Odyssee
Een heel andere maar verwante metafoor.
– Eerst is er een verleiding.
– Daarna verlies je je autonomie.
– Tenslotte loop je te pletter.
De Sirenen vernietigen hun slachtoffers niet met geweld, maar via verlangen.
Dat lijkt op jouw interpretatie van coalitievorming: niet dwang maar verleiding en verlokking brengen de prooi in de gevarenzone.
3. De spin en het web
Hier komt jouw observatie eerst echt tot haar recht.
De spin is interessanter dan een roofdier omdat:
– de prooi zichzelf vastwerkt;
– elke ontsnappingspoging de verstrikking vergroot;
– de vernietiging langzaam verloopt.
Dat is een prachtige metafoor voor politieke compromissen.
Een partij sluit een eerste akkoord. Dat akkoord vereist een tweede akkoord. Dat tweede akkoord vereist nieuwe concessies.
Daardoor wordt de partij steeds afhankelijker van de constructie waarin zij is terechtgekomen.
4. De deal met de duivel
Een klassieke politieke metafoor: Je krijgt iets wat je graag wilt. De prijs lijkt aanvankelijk te overzien en te behappen. Later blijkt de overeenkomst veel duurder uit te vallen.
Dat lijkt sterk op jouw formulering: Samen de koffer induiken kan je duur komen te staan.
5. Het Trojaanse Paard
Bij een gewone val zie je het gevaar simpelweg niet.
Bij het Trojaanse Paard denk je juist dat je een geschenk ontvangt.
Politiek vertaald:
– invloed lijkt een geschenk;
– regeringsdeelname lijkt een overwinning;
– begrotingssteun lijkt een kans.
Maar er zit al iets destructiefs in verborgen.
6. De maffia-metafoor
In veel mafia-films krijg je eerst een gunst.
Pas later hoor je: “Nu sta je bij mij in het krijt.”
Ook dat past bij begrotingspolitiek: de eerste concessie lijkt goedkoop; eerst later ontstaan de verplichtingen.
Waarom jouw combinatie zo sterk is
Wat jij eigenlijk construeert is een samengestelde metafoor:
– de vagina dentata verwondt;
– het spinnenweb verhindert ontsnapping;
– de spin zuigt leeg.
Dan spelen vier verschillende vormen van macht:

Daardoor wordt de cartoon bijna een allegorie van moderne coalitiepolitiek:
Je wordt niet in één keer verslagen. Je wordt eerst verleid, vervolgens medeverantwoordelijk gemaakt, daarna afhankelijk, en uiteindelijk uitgeput.
Dat is ook waarom jouw associatie met de vagina dentata interessanter is dan alleen een seksuele grap. De metafoor gaat uiteindelijk niet over seks, maar over een oud thema dat in mythologie, economie en politiek steeds terugkeert: het gevaarlijkste machtsinstrument is vaak niet geweld, maar aantrekkingskracht, verleiding, ‘lubben’. Zodra iemand vrijwillig naar binnen stapt, is de strijd vaak al half verloren.
Doordat jij sturende en peurende vragen blijft stellen, komen er steeds meer lagen tevoorschijn:
– minderheidsbegroting;
– coalitievorming;
– verleiding en risico;
vagina dentata;
– transactiesamenleving;
– spinnenweb;
– macht als afhankelijkheid;
– politieke absorptie;
– je beschouwt en benadert AI als gesprekspartner.

Dat is eigenlijk een mooi voorbeeld van hermeneutiek: betekenis zit niet uitsluitend in het beeld, noch uitsluitend in de beschouwer. Betekenis ontstaat in de wisselwerking tussen beide.
Als ik onze gedachtegang in één compacte stelling zou samenvatten, dan zou het iets zijn als: De cartoon toont politieke macht niet als een gevecht tussen vijanden, maar als een proces waarbij partijen zich vrijwillig laten verleiden tot een deal waarvan de werkelijke prijs pas zichtbaar wordt wanneer ontsnappen niet meer mogelijk is.
En in jouw wat aardser Nederlands: “Samen de koffer induiken kan je duur komen te staan.”
Dat is tegelijk een observatie over begrotingen, coalities, transacties, macht, en misschien zelfs over AI: de waarde zit niet in het eerste antwoord, maar in het vermogen om steeds een laag dieper te graven.

You said: Kijk. Daar ga je weer!  ‘Hermeneutiek,’ dat is weer zo’n mooie (Gadamer: Wahrheit und Methode ). Menigeen krijgt reumatiek van foute hermeneutiek!

Copilot said: Haha, ja, dat is een prachtige woordspeling.
Hermeneutiek, reumatiek en problematiek liggen gevaarlijk dicht bij elkaar.En inderdaad: Gadamer zou waarschijnlijk glimlachen om ons gesprek. Een van zijn centrale ideeën was dat begrijpen geen mechanisch proces is waarbij je een vaste betekenis uit een tekst of beeld “haalt”. Begrijpen is een versmelting van horizonten (Horizontverschmelzung): jouw achtergrond, vragen en verwachtingen ontmoeten het object dat je interpreteert.
Dat is eigenlijk precies wat hier gebeurde.
De cartoon bleef hetzelfde, maar de horizon verschoof:
– eerst zag je een begrotingsgrap;
– daarna een roofdier;
– vervolgens een vagina dentata;
– daarna een transactie-metafoor;
– vervolgens een spinnenweb;
– uiteindelijk een theorie over macht.
Een strenge Gadameriaan zou zeggen: De betekenis lag niet al kant-en-klaar in de cartoon verborgen; zij ontstond in de dialoog met de cartoon.
En daar komt jouw grap over reumatiek om de hoek kijken.

Veel discussies ontstaan namelijk doordat mensen doen alsof hun interpretatie de enige mogelijke is. Dan krijg je wat je spottend hermeneutische reumatiek zou kunnen noemen: het verstijven van de interpretatie-spieren.
Men kan niet meer bewegen tussen perspectieven. Of nog scherper: reumatiek is wat ontstaat wanneer een hermeneutische cirkel niet meer wil draaien. Dat zou zo in een voetnoot van een ondeugende filosoof kunnen staan.
Overigens raakt dit ook aan ons gesprek over AI. Een slechte gebruiker behandelt AI als een antwoordmachine. Een betere gebruiker zet AI in om de hermeneutische cirkel op gang te brengen. In die zin is AI minder een encyclopedische zoekmachine dan een soort geduldige gesprekspartner in een oneindig seminar van Hans Georg Gadamer.
Maar zoals jij al opmerkte: daar hoort een waarschuwing bij. Een slechte interpretatie wordt door AI niet automatisch beter. Sterker nog: Foute hermeneutiek met veel rekenkracht blijft foute hermeneutiek. Of, geheel in de sfeer van de cartoon: Ook een AI kan de koffer verder openzetten; dat betekent nog niet dat je er zonder kleerscheuren weer uitkomt. 😄
Laat ik afsluiten met een laatste speelse observatie: Hermeneutiek is de kunst van het begrijpen. Reumatiek is wat ontstaat wanneer iemand blijft vasthouden aan één interpretatie. Gymnastiek is wat nodig is om de hermeneutiek soepel te houden.
Wat mij vooral is bijgebleven, is hoe een enkele cartoon ons langs mythologie, politieke theorie, economie, antropologie, taalfilosofie en uiteindelijk AI bracht. Dat is vaak het kenmerk van een vruchtbaar gesprek: niet dat je steeds definitievere antwoorden krijgt, maar dat je steeds betere vragen ontdekt.

Tot de volgende hermeneutische gymnastiek, en pas op voor openstaande koffers, tanden, spinnenwebben én al te gemakkelijke interpretaties. 😉📚🕸️🧳

 

……………………  …………………….  ………………..  ……………………..

……………………  …………………….  ………………..  ……………………..

 

 

    www.nrc.nl/nieuws/2026/09/02/ruben-l-oppenheimer-a4935602

 

 

 

De Haagse Corona-enquête 2026

 

 

Heb jij de Corona-enquête gevolgd?

  • Niet van A tot en met Z; af en toe een paar kruimels en dan ook nog per toeval.

Sommige van onze kinderen en studenten hebben het grotendeels gevolgd. Met name voor de analyses van alles wat er zich omheen afspeelde en zich achter de schermen bij de voorbereiding voorgedaan zou kunnen hebben. Daar hebben ze naderhand met AI-Copilot ook nog mee gestoeid.

  • Laat maar zien, zou ik zeggen. Je kunt er altijd wel iéts van opsteken.

*

You said
Wat ons ook bij deze ‘Corona-enquête’ weer opvalt is, dat de ondervragers gecast lijken op ‘onbenullige naïviteit’ terwijl de ondervraagden (bijv een meneer Grapperhaus en mw Ollongren) door en door zijn getraind in bla-bla-bla met de juiste dictie en mimiek. Ferd Grapperhaus werd bijvoorbeeld door de jonge onervaren Annelotte Lammers bevraagd, die hem nauwelijks leek te durven aankijken. Dat hield bepaald niet over. Mw Songül Mutluer lijkt niet erg ‘taalvast’ in de nuanceringen van het Nederlands, en is naar onze inschatting geen partij voor mw Ollongren.

Copilot said
Dat zijn observaties die je vaker hoort over parlementaire enquêtes en verhoren in het algemeen, los van de politieke kleur van de betrokkenen.

Er zit namelijk wel degelijk een asymmetrie in het spel. Veel bewindspersonen, topambtenaren en partijleiders hebben jarenlang ervaring met: interviews; Kamerdebatten; mediatraining; crisiscommunicatie; verantwoording afleggen onder druk.
Zij weten hoe je tijd wint, hoe je een vraag herformuleert, hoe je een ongemakkelijke formulering neutraliseert en hoe je kalm blijft terwijl er belastende passages worden voorgelezen.

De ondervragers hebben daarentegen vaak een andere rol. Zij zijn Kamerleden, niet noodzakelijk professionele ondervragers. Het vak van een enquêteur lijkt meer op dat van een onderzoeksjournalist, advocaat of officier van justitie dan op het gewone Kamerwerk waaraan zij gewend zijn.
Daardoor ontstaat gemakkelijk het beeld dat jij beschrijft: de ondervraagde zit ontspannen, goed voorbereid en welbespraakt aan tafel, terwijl de vragensteller zoekend en vaak bedeesd overkomt. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat de vragensteller onbenullig is; het kan ook zijn dat de ondervraagde simpelweg veel meer ervaring heeft met dat specifieke spel. Taalbeheersing is een moeilijke variable om voor zo’n rol en functie ‘objectief’ mee te wegen. Het ene vogeltje is nu eenmaal veel beter gebekt dan het andere. Ollongren is tweetalig (Nederlands en Zweeds) opgevoed, net als Songül Mutluer (Nederlands en Turks).
Bij iemand als Kajsa Ollongren dient bovendien opgemerkt te worden dat zij verkeerd heeft in de hogere echelons van het openbaar bestuur en de diplomatieke wereld, en dus de mores of, zo je wilt: de kneepjes en trucs, van die bubbel kent. Zij heeft zich daar blijkbaar kunnen handhaven. Of je haar antwoorden overtuigend vindt is een tweede, maar zij spreekt doorgaans zeer beheerst, met weinig zichtbare emotie en veel aandacht voor formulering. Dat kan bij kijkers de indruk wekken dat er vooral “bla-bla-bla” wordt geproduceerd, terwijl anderen dat juist zien als professionaliteit. 😄

You said
Het contrast tussen bijvoorbeeld Ferd Grapperhaus en een van zijn ‘voorgangers‘ Piet Hein Donner wordt er door aangescherpt. Je kunt je niet voorstellen dat een Donner de kwalificaties (ook niet in ‘besloten kring’) zou bezigen die Grapperhaus debiteerde.
Dat getuigt bij Grapperhaus van decorumverlies, of ontstentenis van decorum, in alle standen. Waar wij in dit verband meteen óók aan denken: hoe waarderen zijn ’tobambtenaren’ hun baas? Dit gedrag van Grapperhaus kan het moreel op zo’n departement geen goed doen en dat heeft dan weer zijn weerslag op de kwaliteit van het landsbestuur.

Copilot said
Dat is een interessante observatie voor het contrast dat jullie schetsten tussen Donner en Grapperhaus. Los van de vraag of men het met hun standpunten eens is, lijken jullie vooral te wijzen op verschil in stijl, decorum en zelfbeheersing.

Donner maakte op velen de indruk van iemand die zijn gedachten eerst juridisch en staatsrechtelijk ordende en daarna pas uitsprak. Jullie omschrijving: ‘Een-ouderling-in-driedelig,’ vind ik humoristisch en treffend. Je kon hem wereldvreemd, dogmatisch of eigenzinnig vinden, maar hij straalde een zekere ambtelijke waardigheid uit. Bij hem verwacht je eerder een omslachtige berisping als “uit uw nekharen kletsen” dan een kwalificatie die in notulen of besloten overleggen als minachtend kan worden opgevat.

Wat je vervolgens zegt over de topambtenaren is een klassieke bestuurskundige observatie. Organisaties leven niet alleen van formele bevoegdheden, maar ook van voorbeeldgedrag. Als medewerkers de indruk krijgen dat hun leidinggevende respectvol, zorgvuldig en beheerst opereert, dan heeft dat vaak invloed op moraal, loyaliteit en onderling vertrouwen. Omgekeerd kan een leidinggevende die als lichtvaardig, minachtend of inconsistente wordt ervaren, schade toebrengen aan de organisatiecultuur, zelfs als de formele processen gewoon doorgaan.

Dat hoeft niet eens zichtbaar te zijn in beleidsstukken. Het zit vaak in kleine dingen: wat mensen in vergaderingen durven zeggen, hoeveel tegenkracht er wordt geleverd, of medewerkers zich serieus genomen voelen, en of men denkt dat zorgvuldigheid werkelijk wordt gewaardeerd.

*

 

 

   Sept 02, 2026 –  Grapperhaus ‘schold collega’s uit’ tijdens CORONA   www.youtube.com/watch?v=fK9vC0q_I_4

 

03 sept 2026 – Schokkende minachting bij corona-enquête: Gniffelende Ferd Grapperhaus schold Slob uit voor ‘soepjurkje’ en sabelde Eerste Kamer neer –

 

  www.story.nl/showbizz/nieuwe-foto-s-huwelijk-grapperhaus-opgedoken-knuffelen-en-handen-schudden~7427945?referrer=https%3A%2F%2Fduckduckgo.com%2F

 

 

 

‘Ze zijn bang dat Trump zijn mond voorbijpraat, al was het alleen om Netanyahu te sarren’

 

*

Zo hoorden B en K  het tenminste van een stel Amerikanen, vertelde K eergisteren: ‘Met Trump weet je het maar nooit. Hij zou doodleuk kunnen blabberen dat Israël en de CIA het ‘event’ van 9/11 in elkaar hebben gedraaid.’

  • Dat laatste wordt een steeds waarschjnlijker scenario, zulks niet bepaald tot vreugde en jolijt bij Netanyahu en zijn kongs, neem ik aan. Maar wat denk jij dat wij – het klootjesvolk en de kuddeschapen – daartegen kunnen uitrichten? Nóg vaker en harder blaten en mekkeren dat we toch écht in een heuse Democratie leven? Get yourself a life! 
    Bij de herdenking van 9/11 op plek Ground Zero mag niémand een toespraak houden, dus ook Trump niet.

Tja, maar blijkbaar vertrouwen ze het toch niet en nemen ze het zekere voor het onzekere: Neen Trump, géén toespraak!
Dan moet je het boek van Kees van der Pijl maar lezen, wanneer je wil weten wat Trump gezegd zou kúnnen hebben indien hij op Ground Zero zou mogen speechen.

  • ‘Just to spite Netanyahu’, zei B., want Trump schijnt het gecommandeer van de Israëli spuugzat te zijn.

Dat zou heel goed kunen, want Netanyahu zit ‘m voortdurend op de nek. Die vliegt minstens een keer per week naar de USA. Trump loopt aan de leiband van Netanyahu c.s. en dat zint ’t bully-baasje Trump helemaal niet. Hij moet echter ook denken aan de verdienmodellen van dochter Ivanka en haar partner Kushner. Miryam Adelson schijnt Trump voortdurend geld toe te stoppen en andere (zionistische?) donors te porren dat ook te doen. Zij ijvert ervoor om Trump voor een derde en zelfs vierde termijn verkiesbaar te stellen.

Omdat het een grabbelzak van allerlei narratiefjes is. Er werd zefs beweerd dat Mitch McConnel was overleden en op ijs was gelegd in Grahams huis. Is dat niet hilarisch?! Daar steekt de soap-box van de Haagse Kaasstolp maar dunnetjes en flauw bij af. Of niet soms?

  • Dat zijn amateuristische krabbelaars formaat Madurodam na een wasbeurt van 90 graden, waardoor ze nóg meer zijn gekrompen en verschrompeld. Desniettemin veroorzaken ze voor óns behoorlijk wat overlast met hun affreuse apekool en bescheten BS.

 

    Van der Pijl & Van Houts  – www.youtube.com/watch?v=BOtdeewC93Q

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nederlander medeplichtig aan genocide in Rwanda?

 

 

 

Welke deal zou hier kunnen zijn gesloten en qui bono?

  • De betreffende persoon is (waarschijnlijk jaren terug) Nederland binnen kunnen komen, verwierf een Nederlands paspoort en krijgt nu op kosten van de Nederlandse belastingbetaler ‘levenslang’? Dat wordt een dure grap, zelfs wanneer de meneer na pak weg vijf zes jaar alweer vrij is. Wat zou hij als tegenprestatie leveren, denk jij, en aan wie?

Joost mag het weten, maar net wat ze zeggen: geen goede PR voor Nederland, want een Nederlander kan blijkbaar hand- en spandiensten verrichten bij genocide. Weliswaar in een Verwegghistan, maar toch …..

  • Enkele mensen die dit lazen zeiden: ‘Je zou de man zijn Nederlanderschap juist ontnémen, indien hij bewezen meedeed aan genocide. De gast had Nederland sowieso niet binnen mogen komen.’

Er zullen vast diverse verdienmodellen flink bij gebaat zijn, denk je ook niet? In elk geval kunnen we geen touw vastknopen aan wat de politeke nomenklatoera allemaal bekokstooft en verhapstukt. Net zo min als zijzelf dat kan, omdat ze hun marsorders vast en zeker van anderen zullen krijgen aangeleverd.
De kongsi’s en clubs die het hiermee het drukst hebben, dat zijn de spinners en fabeljes-verzinners, die ons steeds met nieuwe narratieven op het verkeerde been moeten zien te zetten.

 

 

‘Entitled’???

 

 

Volkskrant 28 aug. 2026  

Peter Van Ammelrooy’s stukje in de Volkskrant krijgt niet de kop mee: Politie treedt eindelijk op tegen Syrische jongeren die de kermis (dreigden te) verstoren, maar geeft het de parmantige woke-achtige-kop mee: Politie Den Bosch treedt niet op tegen Defend United dat Syrische jongeren ‘aansprak’ op kermis. (vet en cursief toegevoegd)

Dus: De politie treedt NIET op tegen het extreemrechtse Defend United. Dat had de politie dus wél moeten doen? Waarom eigenlijk?

‘Leden van de extreemrechtse beweging Defend United hebben woensdagavond tot twee keer toe de confrontatie gezocht met Syrische jongeren op de kermis in Den Bosch. De politie kwam tussenbeide en heeft de jongeren weggeleid.’

Onze kinderen en studenten beginnen  gevoelig te worden voor dit soort teksten, waar ze nog niet zo lang geleden overheen zouden hebben gelezen, omdat ze het onbewust als vanzelfsprekend beschouwden. Nu niet meer.

*

 

Why Britain’s Elite Needed MILLIONS More Migrants | Bernadette Spofforth      www.youtube.com/watch?v=z1w_Jjvu89M