Het advies van Balzacs Vautrin en Thomas Piketty

Jerry Mager,
gepost op WorkInProgress – 2014 nov. 06,07

‘Against political tyranny and injustice Revolution is a weapon. But what counsels of hope can Revolution offer to sufferers from economic privation, which does not arise out of the injustices of distribution but is general? ….
The bankruptcy and decay of Europe, if we allow it to proceed, will affect every one in the long-run, but perhaps not in a way that is striking or immediate.’
John Maynard Keynes (1920:277): The economic consequences of the peace
Ik wil het niet pikken
Maar ik weet niet hoe
Dat gevoel maakt me treurig
En mateloos moe
Ik wil het niet pikken
Maar ik krijg het zuur
Ze sturen je toch van de kast naar de muur
Ze sturen je toch van de kast naar de muur
Cornelis Vreeswijk – Ik wil ’t niet pikken

In zijn Capital in the 21st Century wijdt Thomas Piketty nogal wat woorden aan de boef Vautrin, een personage uit Vader Goriot van Balzac. In hoofdstuk 7 citeert Piketty (239-40; ik verwijs naar de Engelse uitgave) een lange passage uit Balzac, waarin Vautrin de jonge, arme, edelman Eugène de Rastignac ervan probeert te overtuigen dat hij veel beter een rijke erfgename aan de haak kan slaan, dan inzetten op nijver studeren en hard werken om later een inkomen te verwerven.
Zelfs indien Rastignac na lang ploeteren een succesvolle jurist zou worden dan nog zou hij volgens Vautrin nooit kunnen hopen een inkomen te scoren dat zelfs maar in de buurt zou komen van het inkomen dat het kapitaal van Victorine zou opleveren.
Eugène heeft zeker oren naar Vautrins advies, maar hij is niet bereid tot een moord om zijn doel te bereiken. Want om Victorine van de erfenis van haar vaders fortuin te verzekeren, dient eerst haar halfbroer uit de weg geruimd te worden. Vautrin is bereid die klus te klaren, maar Rastignac vindt een moord te ver gaan.
Het boosaardige element in deze plot is de moord, niet het huwen-omwille-van-geld.
Piketty komt uit zijn boek naar voren als een sympathieke persoon, een econoom met gevoel voor humor en understatement, die het hart op de juist plaats heeft en er morele principes op na lijkt te houden. Dat maakt hem – zeker als romanpersonage – tegelijk ook ietwat naïef. Maar schijn kan bedriegen, en dat maakt Capital in the 21st Century toch weer de moeite waard.
Weliswaar beweert Piketty op pagina 241 dat Vautrins filosofie vandaag de dag geen opgeld meer doet, omdat de wereld is veranderd: ‘Today, even though all sorts of inequalities have reemerged, and many beliefs in social and democratic progress have been shaken, most people still believe that the world has changed radically since Vautrin lectured Rastignac’, maar volgens mij gelooft hij daar niets van en debiteert hij louter politiek correcte teksten in dienst van de humor. goriot-poster
Piketty: Want, wie zou vandaag de dag een jonge rechtenstudent aanraden zijn studie te staken en de strategie van een crimineel te volgen om vooruit te komen in de wereld? Er zullen best situaties denkbaar zijn dat iemand er verstandig aan doet om de kans op een grote erfenis niet te versmaden, maar …… in het overgrote deel van de gevallen zal het niet alleen moreel de voorkeur verdienen om te vertrouwen op studie, werk en succes in je werk, maar biedt dat ook de grootste zekerheid (‘ In the vast majority of cases, however, it is not only more moral but also more profitable to rely on study, work, and professional success.’).
Ik kan me niet voorstellen dat Piketty hier zijn lachen heeft kunnen houden en dit echt gelooft. Dat hij zulke dingen schrijft, draagt naar mijn overtuiging enorm bij tot het succes van zijn boek: hij beschrijft hoe rotzakken rijk worden, maar raadt meteen iedereen met klem af net zo te werk te gaan als de rotzakken. Althans, wanneer je niet in de positie verkeert waarin je dat ongestraft kunt flikken en er mee wegkomt.
Lees zo’n zin als deze (241) eens: ‘Indeed, Vautrin’s lesson to some extent ceased to be valid in twentieth century Europe, at least for a time’; tot op zekere hoogte en tenminste voorlopig. Om te smullen. Wat zou er in het Frans staan?
Waarom sappelen als wetenschapper, als je met veel minder moeite hun baas (manager) kunt zijn?
Vautrins advies aan Rastignac is namelijk helemaal van deze tijd, wanneer je het aanpast aan de tijdgeest: word manager en/of ga de polletiek in! Zou Balzac dit verhaal nu hebben geschreven, dan zou Vautrins advies aan Eugène de Rastignac luiden: maak je studie desnoods af, maar zorg er zo vroeg mogelijk in je leven voor dat je je bij alles richt op of manager worden, of de politiek ingaan (rechten is daarvoor een geschikte studie, want in Balzacs tijd bestond vakken als management en bestuurskunde nog niet).
Dat betekent dat je al tijdens je studententijd moet beginnen met netwerken, lid moet worden van de juiste verenigingen en clubs en je inwerken bij bepaalde coterietjes en kongsi’s. Je wordt namelijk vooral rijk door en via je kennissen en niet meteen vanwege je kennis. Want, zo pepert Vautrin het Rastignac in, zonder kruiwagens ben je ook met een dure en degelijke opleiding nog helemaal nergens. Met hard en eerlijk werken alleen kom je er niet. De vette benoemingen en profijtelijke posten worden namelijk onderling verdeeld door de leden van het establishment.
Dat de outlaw Vautrin zo wereldwijs blijkt, is niet verwonderlijk. Vautrin komt uit een andere biotoop, een andere wereld, hij staat als het ware buiten de beschaving. Hij is tevens ‘ervaringsdeskundige’.
Vautrin is vergelijkbaar met Magwitch uit Dickens’ verhaal ‘Great Expectations’. Ook in het verhaal van Dickens spelen erfenissen en opleiding een belangrijke rol. De ‘scholing’ van Pip komt neer op ‘getting an education’ d.w.z. Pip leert zich gedragen zoals dat in gegoede kringen betaamt en hij moet de juiste relaties en contacten opdoen – en t.z.t. een rijke erfgename trouwen.
Manager en beroepspoliticus, dat zijn tegenwoordig immers de meest profijtelijke ‘beroepen’ met uitgelezen kansen voor een handige jongen of slimme meid met een gelikte effectieve ‘performance’ om relatief snel een flink fortuin bij elkaar te scharrelen.
Piketty beweert dat ook, maar verspreid over het hele boek, zeer bedekt en uitermate impliciet. Joan Holloway
Lees bijvoorbeeld in ‘Capital’ de paragrafen over ‘The Illusion of Marginal Productivity ‘ (330-333), direct gevolgd door The Takeoff of the Supermanagers: A Powerful Force for Divergence (333-335; de obscene salarissen zijn bijna alleen vanuit ‘politieke’ posities te verklaren), ‘meritocratisch extremisme’ (416-418; meritocratie lees ik bij Piketty veelal in de betekenis van kleptocratie) en de paragraaf onder het bijna retorische kopje: ‘Do Educational Institutions Foster Social Mobility?‘ (484-487). Nou neen, niet zondermeer, je moet weliswaar voor veel geld formeel een diploma en titel kopen, maar dat is pas het begin en nog niet het halve werk. Zonder kruiwagens ben je met je opleiding en CV vervolgens nog nergens.
Piketty heeft het niet alleen maar over Franse (en Engelse) klassieken. Zo pakt hij in de paragraaf ‘The Society of Petits Rentiers’ (418) diverse Amerikaanse TV-series kwalificerend bij de kladden.
Ook aardig vind ik dat hij het bij de serie Mad Men (156), over een reclamebureau met de naam ‘Sterling Cooper’, alleen heeft over de overname door deftige Engelse aandeelhouders. Geen hint aan de zeepbellenblazerij waarmee het bureau miljoenen bijeen raust. Als je een toepasselijke metafoor voor zeepbellen zoekt, dan zit je bij Mad Men goed.
Ik herlees Capital momenteel met veel plezier en ik ben benieuwd welk lot het boek en de auteur zijn beschoren.
Tip:
vergelijk de dochters van Vader Goriot onder andere met de dochters van Shakespeares King Lear [Zie o.a. Jonathan Dollimore (1984): Radical Tragedy: Religion, Ideology and Power in the Drama of Shakespeare and his Contemporaries – i.h.b. hfst. 12: 189-203 / Chicago / ISBN: 0-226-15538-2] Lees bijvoorbeeld Ayn RandsAtlas Shrugged en bekijk de personages met hun filosofieën door Piketty’s bril.
Lezen:
Thomans Piketty (2014): Capital in the 21st Century / Cambridge, Mass. – London: Beknap Harvard U / ISBN: 978-0-674-43000-6
Robert M. Solow (april 2014): Thomas Piketty Is Right – Everything you need to know about ‘Capital in the Twenty-First Century’
http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Solow
http://www.newrepublic.com/authors/robert-m-solow

John Maynard Keynes (1920): The economic consequences of the peace / London: Macmillan; de tekst is vrij te lezen via Project Gutenberg –http://www.gutenberg.org/cache/epub/15776/pg15776.txt
Lezenswaardig zijn hoofdstuk 1 en hoofdstuk 6 tot het eind van het boek. Denk aan de situatie waarin ‘het Project Europa’ zich momenteel bevindt. Bijna griezelig, uncanny, unheimisch, hoe Keynes het lijkt te voorvoelen. Keynes (4) verwijst naar romans van Thomas Hardy (The Dynasts) en Leo Tolstoi (Oorlog en vrede).
Cornelis Vreeswijk – Ik wil ’t niet pikken  http://www.songteksten.nl/songteksten/60825/cornelis-vreeswijk/ik-wil–t-niet-pikken.htm  –   http://www.youtube.com/watch?v=hvzi_vidAdQ
mad-m-peggy-heinz
Interessant in dit verband:
Inside Job uit 2010 geregisseerd door Charles H. Ferguson over de financiële crisis die ontstaat aan het einde van van het eerste decennium van de 21e eeuw. De film gaat volgens Ferguson over “de systematische corruptie van de Verenigde Staten door de sector financiële dienstverlening en de gevolgen van die systematische corruptie.”    http://nl.wikipedia.org/wiki/Inside_Job
Jeff Madrick (sept. 2014): Seven Bad Ideas: How Mainstream Economists Have Damaged America and the World / Alfred A. Knopf. / ISBN 10: 0307961184 – ISBN 13: 9780307961181 (hbk)   http://en.wikipedia.org/wiki/Jeff_Madrick
Review door Paul Krugman in de NY Times van 25 september 2014  http://www.nytimes.com/2014/09/28/books/review/seven-bad-ideas-by-jeff-madrick.html?_r=0
Paul Krugman over Madricks boek: ‘Adam Smith used the phrase “invisible hand” only once in “The Wealth of Nations,” and he probably didn’t mean to say what most people now think he said. But never mind: Today the phrase is almost always used to mean the proposition that market economies can be trusted to get everything, or almost everything, right without more than marginal government intervention.
Is this belief well grounded in theory and evidence? No. As Madrick makes clear, many economists have, consciously or unconsciously, engaged in a game of bait and switch. On one side, we have elegant mathematical models showing that under certain conditions an unregulated free-­market economy will produce an efficient “general equilibrium,” in the sense that nobody could be made better off without making anyone worse off.
Yet as Madrick says, these assumed conditions — including the assumption that people “are rational decision makers, and that they have all the price and product information they need” — are manifestly not met in practice. What, then, do the elegant models tell us about the real world? ‘
Jeff Madrick: Innovation: The Government Was Crucial After All / NYRoBooks,  April 24, 2014    http://www.nybooks.com/articles/archives/2014/apr/24/innovation-government-was-crucial-after-all/
Paul Krugman: Why Weren’t Alarm Bells Ringing? NYRoB, october 23, 2014 / review van Martin Wolf: The Shifts and the Shocks: What We’ve Learned—and Have Still to Learn—from the Financial Crisis.

‘[R]eal democracy and social justice require specific institutions of their own, not just those of the market, and not just parliaments and other formal democratic institutions.’
Piketty (2014:424): Capital

 

Piketty: van een ‘gewone’ rentenier-maatschappij naar een maatschappij van manager-renteniers

door Jerry Mager gepost
op WorkInProgress 2014 oktober 31, november 01-03

‘To a large extent, we have gone from a society of rentiers to a society of managers, that is, from a society in which the top centile is dominated by rentiers … to a society in which the top of the income hierarchy, including to upper centile, consists mainly of highly paid individuals who live on income from labor. One might also say, more correctly (if less positively), that we have gone from a society of superrentiers to a less extreme form of rentier society, with a better balance between success through work and success through capital. ‘
Thomas Piketty (2014:278): Capital in the 21st Century

De onlangs afgeronde parlementaire enquête naar zelfverrijking van en door incompetente managers en blunders van (politieke) bestuurders die dat graaien faciliteerden, illustreert andermaal en nadrukkelijk waarom we het verhaal van Thomas Piketty liever serieus moeten nemen.
De voorzitter van de enquêtecommissie, onafhankelijk Kamerlid (ex-PVV) Roland van Vliet: ‘ “De verantwoordelijken kregen van ons de kans in het openbaar het boetekleed aan te trekken. … Het gebeurde veelal niet. Ondervraagden haalden hun schouders op en wezen naar anderen. Ontluisterend”.’
Deze verantwoordelijke individuen voor het debâcle bij de woningbouwcorporaties behoren nagenoeg allen tot de categorie grootverdieners (aspirant-supermanagers) die Piketty bedoelt als hij het met een understatement heeft over de minder extreme vormen van rentenieren die vandaag de dag gangbaar zijn. Immers, de veelverdieners ontvangen hun vorstelijke inkomens officieel en formeel weliswaar uit werk, maar het grote geld dat ze daarvoor wordt toegeschoven, staat in geen verhouding tot de toegevoegde waarde die zij middels hun baan genereren.Piketty (335): “If executive pay were determined by marginal productivity, one would expect its variance to have little to do with external variances. In fact, we observe just the opposite: it is when sales and profits increase for external reasons that executive pay rises most rapidly.” Dit fenomeen heet ‘pay for luck’.
Sterker nog: zoals de enquête naar de managers van woningcorporaties laat zien, veroorzaken onbetrouwbare beunhazen een grote financieel-maatschappelijke ravage, waarvoor ze blijkbaar niet materieel ter verantwoording kunnen worden geroepen.
De enquête is voorbij en een enkele journalist schrijft dat ‘ze onder uit de zak hebben gekregen’, maar die ‘ze’ mogen evengoed doodleuk in hun villa’s blijven wonen en in hun Maserati’s rondrijden, of op het pluche kleven van een riant-betaalde publieke functie. Ze fungeren als rolmodel voor vele aspirant-zwendelaars.Marx over Piketty
zware verantwoordelijkheid
Het meest gebruikte argument dat deze grootverdieners hanteren is dat zij zo’n zware verantwoordelijkheid torsen. Hun ontluisterende optreden bij de enquête bewijst onomstotelijk dat ze die loodzware last van verantwoordelijkheid helemaal niet hebben getorst. Wanneer aantoonbaar blijkt dat ze er een potje van hebben gemaakt, halen ze de schouders op en wijzen ze naar anderen.
Wel, wanneer ze achteraf die verantwoordelijkheden afwijzen of ontkennen moeten ze de kennelijk te veel en ten onrechte aan hen uitbetaalde salarissen maar teruggeven. Zo simpel is dat.
Desniettemin blijven lidmaten van die zelfde groep schreeuwen om meer geld vanwege de zware verantwoordelijkheden die ze zouden torsen. 170.000 euro, inclusief onkostenvergoedingen en pensioenbijdrage vinden ze zij een fooi … ‘ zo bleek gisteren. Willem van Hassel, sprekend namens het nationaal register van commissarissen, zei met zoveel woorden dat het hem niets verbaast dat mensen nu al proberen de regelgeving te omzeilen, bijvoorbeeld door zowel in dienst te zijn van een ziekenhuis als een woningcorporaties. Zo bereikt een bestuurder tenminste een ‘aanvaardbaar niveau’ in zijn salaris. ‘
Let wel, vlak na de ontluisterende resultaten van deze enquête beweert deze manager brutaal dat ‘mensen (!) nu al proberen de regelgeving te omzeilen, bijvoorbeeld door zowel in dienst te zijn van een ziekenhuis als een woningcorporaties.’
Oud CDA-staatssecretaris Yvonne van Rooij is nu voorzitter van de Vereniging van Ziekenhuizen en zij ‘ weet: “De verantwoordelijkheid als bestuurder van een ziekenhuis is vele malen groter dan die van een minister”. ‘
Wat valt hiertegen te doen? Massaal José Saramago’s boek ‘De stad der zienden’ kopen, of Paolo Virno’s ‘A Grammar of the Multitude’ (vrij op internet) en lezen, en niet meer naar de stembus?
In ieder geval staat het representatieve kiessysteem zoals we dat nog steeds hanteren, alweer ter discussie. We krijgen met stemmen op een politiek merk (een partij of lijsttrekker), niet de juiste personen op het pluche en achter de knoppen, en dat is intussen een zwaar understatement. (Zie David van Reybrouck: Tegen verkiezingen – http://www.youtube.com/watch?v=JG1w-SiFN4s)

‘The world to come may well combine the worst of two past worlds: both very large inequality of inherited wealth and very high wages inequalities justified in terms of merit and productivity (claims with very little factual basis, as noted). Meritocratic extremism can thus lead to a race between supermanagers and rentiers, to the detriment of those who are neither.’
Thomas Piketty (2014:417): Capital in the 21st Century

Thomas Piketty (in de Groene Amsterdammer 23.10.2014) gelooft niet dat het huidige neoliberale systeem op instorten staat. Daarvoor zijn de manipulatieve middelen waarover degenen beschikken die belang hebben bij het in stand houden van deze constellatie en gang van zaken, te effectief. Piketty: ‘Ik ben er niet zeker van dat we aan de vooravond staan van een ineenstorting van het systeem, althans niet vanuit een puur economisch gezichtspunt bezien. Veel hangt af van politieke reacties en van het vermogen van de elites om de rest van de bevolking ervan te overtuigen dat de huidige situatie aanvaardbaar is. Als er sprake is van een effectief overtuigingsapparaat is er geen reden waarom het systeem niet zou kunnen blijven bestaan zoals het is. Ik geloof niet dat strikt economische factoren de ondergang ervan kunnen bespoedigen.’
Piketty heeft ongetwijfeld een punt. In een maatschappij waar je als disc jockey en speelgoedwinkelier multimiljardair kunt worden met televisieprogramma’s als Big Brother en The Voice, bestaat weinig reden voor hoop op effectieve kritiek vanuit de massa van het klootjesvolk, laat staan een revolutie. Beluister ‘De bekommerde socialist’ van Cornelis Vreeswijk maar eens.
cornelis-vreeswijkbekommerde-socialist 35prct
verkommerende socialisten
Degenen die het van het oudsher voor dat volk werden geacht op te nemen, de Volksvertegenwoordigers, de politici, zijn evenmin in the picture. Zij hebben zich merendeels met hart en ziel aan de financiële poppenspelers verkocht en overgeleverd. Zij kiezen voor hun comfortabele baan met riante veilige inkomens en gezekerde financiële garanties. Het interview met oud PvdA-Staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend in de Trouw-bijlage Letter & Geest van zaterdag 1 november 2014 is illustratief.
Enkele citaten van de PvdA’er Vermeend uit dat Trouw-interview: “Welke verdeling van inkomen en vermogen goed is, is een kwestie van smaak, van ideologie. Voor de VS durf ik de stelling wel aan dat de ongelijkheid zo extreem is geworden dat het de economie schaadt. Dat zeggen ook het IMF en de Oeso. Maar in Nederland gaat dat niet op. Een gelijkmatiger verdeling kan beter zijn, maar niemand weet precies welke grens goed is, daar is geen wetenschappelijk bewijs voor.”
Ik heb zelf de grootste herziening van het belastingstelsel gedaan, samen met Gerrit Zalm [VVD], in 2001.  ….  We moeten wat anders verzinnen, dachten we, en dat was box 3. We zijn de vermogens volgens een fictief rendement, 4 procent, gaan belasten. Nu zijn de mensen boos, omdat ze op hun spaargeld maar 1 of 2 procent rente krijgen. Dat begrijp ik wel. Het systeem belast kleine vermogens van mensen die alleen maar banksparen relatief zwaar.”
Over de WRR-studie ‘Ongelijkheid in Nederland’, zegt Vermeend: “Dat was een slecht rapport. Ik ben echt heel kritisch over die WRR-studie en ik ben niet de enige. Dat was een puur politiek stuk, ze hebben de verkeerde auteurs gekozen.”
Vermeend is ongetwijfeld een kundig fiscalist en een bekwaam bureaucraat, maar mist de ideologische inhoud en het ideëen-goed dat je bij een sociaaldemocraat mag verwachten. Hier wordt het ideologische vacuüm bij de PvdA op een akelige manier zicht- en voelbaar. We zitten intussen opgescheept met dat belastingstelsel van Zalm-Vermeend. Het is met die PvdA intussen van kwaad tot erger gegaan. Dat merken we iedere dag opnieuw.
In de Volkskrant van 03.11.14 meldt Wilco Dekker: “Volgens het kabinet valt de vermogensongelijkheid in Nederland mee. De scheve vermogensverdeling is ‘fors gedaald gedurende de 20ste eeuw en de afgelopen twintig jaar stabiel’, schreven de bewindslieden Asscher (PvdA, Sociale Zaken) en Wiebes (VVD, Financiën) half september aan de Tweede Kamer.
Volgens de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel, die betrokken was bij het WRR-project, is die conclusie gebaseerd op ‘broddelwerk’. In de belangrijkste grafiek in de Kamerbrief, die over de vermogensverdeling vroeger en nu, worden volgens hem heel verschillende gegevens aan elkaar gekoppeld. ‘Dat kan echt niet’, aldus Van Bavel.”  goofy over Asscher
Engelse toestanden
In zijn laatste boek – The Establishment and How They Get Away with It – stelt Owen Jones onomwonden vast dat politici en leden van de Britse Arbeiderspartij (Labour) met de neoliberale wind meewaaien, omdat zulks ze in staat stelt hun eigen zakken te vullen: ‘Jones attempts to understand why the Labour Party became so drastically conformist in its politics, and comes to the conclusion that, although unmoved by neoliberalism as an ideology, it was quite comfortable with it as a means of lining pockets ‘ schrijft Owen Hatherley. Een uitvoerige bespreking van Jones’ boek door Owen Hatherley staat vrij toegankelijk op de site van de London Review of Books.
Nota bene! Owen Jones beschrijft Engelse toestanden. In Nederland zijn zulke toestanden natuurlijk ondenkbaar.

‘[T]he Italian Socialist Party is no different from the English Labour Party. It is revolutionary only in terms of general statements contained in its programme. It runs the permanent risk of becoming an easy prey for adventurers, careerists and ambitious men without politcial capacity or seriousness.
[T]he Socialist Party is exposed – just like the Popular Party, which represents the most backward classes in the Italian population – to all the pressures of the masses. It shifts and alters its colours as the masses shift and alter their colours.’
Antonio Gramsci (1929,1977:337): The Communist Party

Let wel, Gramsci schrijft niet over de Nederlandse PVV, VVD, D66, PvdA en die andere Haagse coterietjes die vandaag de dag politiek de dienst in Nederland lijken uit te maken, maar over Italië en Engeland, begin vorige eeuw.
Ook de politiek filosofe Chatal Mouffe (p.60) constateert dat in veel (Europese) landen ‘centrum-linkse regeringen een belangrijke rol speelden in het proces van deregulering en privatisering dat bijdroeg aan de consolidatie van de neoliberale hegemonie.‘ Dit is volgens haar een van de hoofdoorzaken voor het tenenkrommende geldverslindende gemodder en peperdure, gevaarlijke, geklungel bij de implementering van ‘Het Project Europa’.

‘[I]t is necessary to realize that the current crisis is a civilizational one, not restricted to economic and financial factors but also affecting our very model of development. What is at stake is a new vision which retrieves the positive aspects of social democracy in the field of social rights but goes much further in several crucial areas, integrating economic questions with social, environmental and political ones.’
Chantal Mouffe (2013:61): Agonistics

LEZEN   
Bart Zuidervaart – Trouw 31/10/2014: ‘Hoofdrolspelers haalden hun schouders op. Ontluisterend’
http://www.trouw.nl/tr/nl/4500/Politiek/article/detail/3779758/2014/10/31/Hoofdrolspelers-haalden-hun-schouders-op-Ontluisterend.dhtml
Romana Abels – Trouw 09/10/2014: Bestuurders publieke sector vinden ministerssalaris écht te weinig http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3764800/2014/10/09/Bestuurders-publieke-sector-vinden-ministerssalaris-echt-te-weinig.dhtml
Xander van Uffelen – Volkskrant 31 oktober 2014: Woningcorporaties: verwacht niet te veel van wettelijke wijzigingen http://www.volkskrant.nl/economie/woningcorporaties-verwacht-niet-te-veel-van-wettelijke-wijzigingen~a3779372/
Thomas Piketty (2014): Capital in the 21st Century / London – Cambridge, Mass.: Belknap Harvard UP / ISBN: 978-0-674-43000-6 (hbk)
Inmiddels is er een Nederlandse vertaling uit en zijn er een aantal ‘draagbare Piketty’s’ op de markt gebracht. Suggestie: een How to Bluff Your Way Through TP is ongetwijfeld een gat in de markt, voor met Sinterklaas-en-Zwarte-Piet
‘Tot de zon ontploft’. David Graeber en Thomas Piketty in gesprek over kapitaal, schuld en toekomst’ in de Groene Amsterdammer nr. 43; 23 oktober 2014: 18-21; gespreksmoderators: Joseph Confavreux en Jade Lindgaard. Nummers van De Groene zijn in pdf online neer te laden voor 3 of 4 euri
Owen Hatherley: Who will stop them? , een review van Owen Jones (2014): The Establishment and How They Get Away with It / Allen Lane / ISBN: 978 1 84614 719 7 London Review of Books, Vol. 36 No 20 · 23 October 2014 –   http://www.lrb.co.uk/v36/n20/owen-hatherley/who-will-stop-them
Chantal Mouffe (2013): Agonistics: Thinking the World Politically / London – New York: Verso / ISBN-13: 978-1-78168-103-9
Over Mouffe, zie o.a. Patrick De Vos (2006):Het politieke denken van Chantal Mouffe   http://www.dewitteraaf.be/artikel/detail/nl/3047
Antonio Gramsci (1929,1977): The Communist Party, staat in de Selections from the Political Writings (1910 – 1920) / 1977; London: Lawrence and Wishart / ISBN: 0 85315 386 8 (pbk); vertaling John Mathews, editor Quintin Hoare
Willem Vermeend: ‘Piketty is een doemdenker’ – interview met Esther Bijlo in Letter & Geest van Trouw 1 november 2014:10-13. Een aardig tussendoortje: lees het tweegesprek Piketty – Graber in De Groene naast dit Trouw-interview met Vermeend.
Luister daarbij naar het lied ‘De bekommerde socialist’ van Cornelis Vreeswijk.    http://www.widih.org/watch-video/2/a52dU5awByI/cornelis-vreeswijk-de-bekommerde-socialist.html
‘We kunnen Thomas Piketty maar beter serieus nemen’
http://nelpuntnl.nl/we-kunnen-thomas-piketty-maar-beter-serieus-nemen/
‘VVD & PvdA bewijzen Thomas Piketty’s gelijk: vermogensongelijkheid is een politiek product’
http://nelpuntnl.nl/vvd-pvda-bevorderen-vermogensongelijkheid-via-hypotheekrente-en-erfrecht/
 
 
inkomensongeijkheid
 
 
 

De moeder-zee en zee-moeder in “De vreemdeling” van Albert Camus

door Jerry Mager
gepost op nelpuntnl.nl, 2014 oktober 27-28

“The Oedipal incest occurs, or imagines that it occurs, or is interpreted as if it occurs, as an incest with the mother, who is a territoriality, a reterritorialization. Schizo-incest takes place with the sister, who is not a substitute for the mother, but who is on the other side of the class struggle, the side of maids and whores, the incest of deterritorialization”
Gilles Deleuze & Félix Guattari (1986/1975:67): Kafka: Toward a Minor Literature 

Het tragische voorval waardoor Meursault, de hoofdpersoon uit ‘De Vreemdeling’ van Albert Camus, in de gevangenis belandt en ter dood wordt veroordeeld, speelt zich aan zee en op het strand af. Meursault schiet daar een arabier dood. Tijdens het strafproces dat hij vervolgens ondergaat, verschuift het accent echter snel van de moord op de arabier naar de begrafenis van Meursaults moeder, waar het verhaal mee begint.
Uiteindelijk zal het feit dat Meursault volgens het franse koloniale establishment – het verhaal speelt zich in koloniaal Algerije af – in relatie tot zijn moeders dood en begrafenis niet de gepaste emoties etaleert, Meursault de das omdoen.

“The individual tends to treat the others present on the basis of the impression they give now about the past and the future. It is here that communicative acts are translated into moral ones.  ….
Since the sources of impression used by the observing individual involve a multitude of standards pertaining to politeness and decorum, pertaining both to social intercourse and task performance, we can appreciate afresh how daily life is enmeshed in moral lines of discrimination.”
Erving Goffman (1958:161): The Presentation of Self in Everyday Life

Maman Meursault domineert het verhaal en daar word je als lezer op subliminaal niveau van doordrongen in hoofdstuk 6. Tenminste, als je de tekst in het frans leest. Ik gebruik de franse editie van Gallimard, Folio in een druk uit 2014. Daarnaast de nederlandse vertaling van Adriaan Morriën in de dertigste druk uit 2011. Af en toe pak ik de nieuwste Engelse versie, die van Sandra Smith (2013: The Outsider) erbij.
Iedere vertaling van L’Étranger komt neer op een andere versie, omdat het frans van Camus onmogelijk precies kan worden overgezet in een andere taal.
la mer & la mère
In hoofdstuk 6 gaat Meursault met zijn vriendin Marie Cardona en buurman Raymond Sintès – een ongeletterde souteneur die onlangs een arabische vrouw die voor hem werkt, heeft afgetuigd – op een zondag naar zee. Daar op het strand, schiet hij de arabier dood. Die arabier is een broer van de afgetuigde vrouw.
De arabier is hoogstwaarschijnlijk in overtreding (hors territoire) door zich op dat strand te bevinden. In koloniaal Algerije waren recreatieve stranden verboden gebied voor inlanders en honden. Net als vele zwembaden in Nederlandsch-Indië dat waren. Het pikante is dat zee (la mer) en moeder (la mère) in het frans hetzelfde klinken, het zijn homoniemen en bovendien beide vrouwelijk. Een derde homoniem in dit rijtje is le maire, de burgemeester, maar dit woord is mannelijk, hoewel er curieus genoeg die vrouwelijke ‘e’ aan vast zit.
Bovendien personifieert Camus de zee: ‘la mer immobile’ / ‘la mer éclatante’ (p. 78) / ‘la mer haletait’ (p.89) / ‘La mer a charrié un souffle épais et ardent’ (p. 92).
la mer et nous_2
incest met de zee?
Op bladzijde 81 (franse editie) bedrijven Marie en Meursault de liefde in de zee : ‘Marie m’a dit que je ne l’avais pas embrassée depuis ce matin. C’était vrai et pourtant j’en avais envie. “Viens dans l’eau”, m’a-t-elle dit. Nous avons couru pour nous étaler dans les premières petites vagues. Nous avons fait quelques brasses et elle s’est collée contre moi. J’ai senti ses jambes autour des miennes et je l’ai désirée. ‘  Morriën vertaalt (p. 54) dit met: ‘Marie zei me dat ik haar de hele ochtend nog geen kus had gegeven. Dat was waar en toch had ik er zin in’ en de laatste zin als: ‘Ik voelde haar benen om de mijne heen, zodat mijn begeerte naar haar werd gewekt.’ In het frans staat ‘en ik begeerde haar’, en dat kun je helaas niet vertalen met ‘en ik bekende haar’. Ten eerste staat dat er in het frans bijna niet en ten tweede weet bijna geen nederlandse lezer meer wat het oudtestamentische ‘een vrouw bekennen’ betekent. ‘Embrasser’, betekent weliswaar ook kussen, maar tevens omhelzen.
Marie zegt tegen Meursault dat ze sinds de vroege ochtend nog niet hadden gevreën, en daar gevoelt Meursault wel lust toe ‘avoir envie’. Ze gaan in ieder geval zo ver de zee in dat ze nog kunnen staan, anders had Marie haar benen niet om die van Meursault heen kunnen slaan. Tijdens de omhelzing zouden ze hun armen niet kunnen gebruiken en kopje onder gaan. Je kunt je afvragen  hoe ver ze de zee ingaan: tot het water ze aan het kruis komt, lager, iets boven de knieën, tot aan de navel of nog hoger? Ze zullen het hoofd tijdens de exercitie toch in ieder geval boven water houden, vermoed ik.
Embrasser, want Camus kon onmogelijk het werkwoord baiser (neuken, naaien; le baiser = de kus, zoen) gebruiken, dat zou te vulgair zijn. Hij schept een atmosfeer, een suggestieve sfeer, door het verband, de volgorde en context waarin hij de woorden positioneert. Het centrale punt is dat Marie en Meursault elkaar in de zee (la mer), de moeder (la mère), omhelzen.
Meursault, Marie en mer-maman; een soort ménage à trois au bain-marie, dat je hier desnoods neutraal kunt ‘vertalen’ met: een natte, zilte, driehoeksverhouding.
frapperen
Aan het begin van hoofdstuk 6 kloppen Marie en Meursault op de deur van Raymond, als ze de trap aflopen, op weg naar buiten, de straat op. ‘En descendant, nous avons frappé à la porte de Raymond.’ Frapper = kloppen, slaan, treffen.
De achternam van Raymond is Sintès, net zoals de familienaam van Camus’ moeder (la mère) die Catherine Sintès heette. Aan het slot van het hoofdstuk (p. 93) klopt Meursault op de deur van het ongeluk: ‘Et c’était comme quatre coups brefs que je frappais sur la porte du malheur.’ Meursault lost vijf schoten, maar de laatste vier zouden hem fataal worden, omdat hij tussen het eerste schot en de volgende vier, even wacht. Dat maakt zijn moord op de arabier tot een moedwillige misdaad, die onmogelijk als impulsieve, toevallige, daad gekwalificeerd kan worden.
De slang bijt in haar staart : Meursault klopt op de deur van Sintès en daarmee klopt hij op de deur van het ongeluk, de narigheid (le malheur). Het klopt allemaal precies.
kuise Camus
 Camus is een keer nog preutser als het om seks gaat, en wel in hoofdstuk 2 van deel twee (in de nederlandse vertaling hoofdstuk 8, p. 79) p. 119. Meursault zit in de cel en beklaagt zich tegenover de hoofdcipier dat hij het onrechtvaardig vindt dat de gevangenen geen omgang met vrouwen mogen hebben. De cipier antwoordt dat dat onderdeel van de straf uitmaakt. Meursault antwoordt: ‘Dat is waar. Anders zou het geen straf meer zijn’. De cipier: ‘ “ Juist, u begrijpt hoe de zaken erbij staan. De anderen niet. Maar die helpen zich tenslotte zelf.” Daarna vertrok de cipier. De dag daarop volgde ik het voorbeeld van de anderen.’ In mijn franse druk heeft Camus dit laatste geschrapt. De cipier: “ ’Oui, vous comprenez les choses, vous. Les autres non. Mais ils finissent par se soulager eux-mêmes.“ Le gardien est parti ensuite.‘ Daarop volgt direct het zinnetje over het roken en de cigaretten.
Morriën heeft kennelijk vanuit een franse druk gewerkt, waarin de zin staat waaruit kan worden opgemaakt dat Meursault aan het masturberen slaat, net als de andere gevangen. Naderhand heeft Camus de zin eruitgehaald. Ook in de Engelse versie – versie is beter dan vertaling, omdat je het frans van Camus nooit één op één vertalen kunt – van Sandra Smith ontbreekt de zin die aan Meursaults onanie hint. Smith schrijft wel (p. 69): ‘I was tormented by the desire to have a woman.’ Dit staat er in het frans niet, maar het zou er evengoed hebben kunnen staan. Waarom niet. Dat is het leuke en verrijkende van vertalingen lezen naast het origineel: het complementeert of corrigeert vaak je eigen lezingen.
De hoofdcipier snijdt het onderwerp van vrouwen tegenover Meursault aan. Hij informeert Meursault dat dat het eerste is waarover de andere gevangen zich beklagen: ‘C’est lui qui, d’abord, m’a parlé des femmes. Il m’a dit que c’était la première chose dont se plaignaient les autres. Je lui ai dit que j’étais comme eux et que je trouvais ce traitement injuste.’ (p. 119) Meer schrijft Camus er niet over. Alleen benadrukt Meursault ook hier dat hij net alle andere mannen / mensen is en dat hij de opgelegde onthouding onrechtvaardig vindt. Onrechtvaardig.
‘De vreemdeling’ van Camus wordt steeds vreemder, naarmate hij mij als lezer vertrouwder wordt en dat is vreemd, en toch ook weer niet, want kan het ook niet zijn dat de lezer almaar vreemder wordt en dus steeds meer zichzelf?

* * *

Meer over l’Etranger op:
http://www.jerry-mager.nl/?s=meursault
http://nelpuntnl.nl/moet-meursault-worden-onthoofd/

literatuur:

Albert Camus (uitg. 2014): L’Étranger / Paris: Gallimard – Folio / ISBN: 978-2-07-036002-4 (pbk)
Nederlandse versie door Adriaan Morriën (2011): De vreemdeling / Amsterdam: De Bezige Bij / ISBN: 978 90 234 6257 6 (pbk)
Engelse versie door Sandra Smith (2013): The Outsider / Penguin Modern Classics / ISBN: 978-0-141-19806-4
Gilles Deleuze & Félix Guattari (1986/1975:67): Kafka: Toward a Minor Literature / Minneapolis & London: The University of Minnesota Press  /  ISBN: 978-0-8166-1515-5 (pbk); oorspronkelijk in 1975 verschenen in het frans bij Editions de Minuit, Paris 1975
Erving Goffman (1958): The Presentation of Self in Everyday Life  / Edinburgh: University of Edinburgh Social Sciences Research Centre, Monograph No. 2
kaart-algerije

Dat de euro onhoudbaar is, zal volgens Martin Wolf blijken

Hans Wansink in gesprek met Martin Wolf van de Financial Times in de Volkskrant van zaterdag 18 oktober 2014, 02:00 (verkorte weergave hieronder)

Martin Wolf ’s werelds invloedrijkste financieel commentator: De financiële crisis heeft nu al meer economische schade opgeleverd dan een wereldoorlog. En het wordt nog veel erger.

brekebeen-euroMartin Wolf staat onder wetenschappers, ministers van financiën en (centrale-) bankiers wel degelijk bekend als de invloedrijkste financiële journalist ter wereld. Als de economisch commentator van de Financial Times schrijft dat de westerse elites hebben gefaald, dan lezen zij mee. In The Shifts and the Shocks, zijn nieuwste boek, krijgen ze het van Wolf voor de kiezen.
De elites hebben de consequenties van de liberalisering van de financiële sector volkomen verkeerd beoordeeld. Ze hadden stevig toezicht moeten instellen, maar fantaseerden over zich vanzelf stabiliserende financiële markten. ‘Het geliberaliseerde financiële stelsel is nog altijd ongelooflijk fragiel’, waarschuwt Wolf. ‘Het moedigt nog steeds aan tot het nemen van grote risico’s en het aangaan van schulden.’ En de banken moeten veel meer worden ingetoomd.

Wansink: Vooral de bankiers zijn bij u de gebeten hond.
‘Op een enkele uitzondering na geef ik niet individuele bankiers de schuld. Ze stonden onder grote druk van aandeelhouders om de winsten op te krikken. Ze namen steeds grotere risico’s, terwijl ze deden alsof er geen risico was. De verhouding tussen eigen vermogen en financiële verplichtingen werd steeds schever. De toezichthouders stonden dat toe. Je moest wel heel erg sterk zijn om niet mee te doen; je zou dan waarschijnlijk ontslagen worden.
Uiteraard deden de bankiers graag mee, want ze verdienden er goed aan. Jamie Dimon van JP Morgan Chase was een van de weinigen die zich niet inliet met de rommelhypotheken. ‘Het probleem zit dus in het systeem: een afzonderlijke bank kan het moeilijk heel anders doen dan andere banken. Als het weer goed gaat, zal de druk om meer winst te maken opnieuw terugkomen. De financiële bedrijfstak blijft – ondanks alle regulering die in feite georganiseerd wantrouwen is – vatbaar voor rampspoed.’
Wansink: Wat doen we eraan?
‘De drijfveren moeten veranderd worden. Een bank moet een betrouwbaar nutsbedrijf zijn – het is tenslotte publieke dienstverlening. Winsten van 15 tot 20 procent in een economie zonder inflatie zijn veel te hoog. Aandelen in banken zouden net zoiets moeten zijn als aandelen in een geprivatiseerde elektriciteitscentrale, met een rendement van zo’n 5 tot 7 procent. ‘Bankiers moeten worden afgeschermd van de aandeelhouders. Die moeten veel minder te zeggen krijgen. Het belang van de klanten moet in de bank vertegenwoordigd zijn. De verhouding tussen uitgeleend kapitaal en eigen vermogen moet drastisch teruggeschroefd worden, van 20 op 1 naar als het even kan 3 op 1.
‘Het wegen van risico’s is als instrument om banken in het gareel te houden zeer onbetrouwbaar en zeer misleidend. Als een bank zegt: dit is niet zo riskant, dan stapt iedereen erin, waardoor het alsnog riskant wordt. Kortom: je moet reguleren op de manier waarop je een kerncentrale aan banden legt.’

eurowrak structureel gemankeerd

Wansink: U lijkt wel van uw geloof afgevallen. Bent u sociaal-democraat geworden?
‘Dat kan ik niet bepaald zeggen. Wat ik voorstel, doet geen enkele sociaal-democratische partij, voor zover ik weet. Sociaal-democratische regeringen hebben de afgelopen dertig jaar hetzelfde beleid gevoerd als iedereen. Ze hebben geen antwoord op de crisis. Of op de vraag wat voor soort markteconomie ze wel willen hebben.’ En dan is er nog de euro. Ook daar ziet Wolf elites die zonder goed na te denken in een riskant project zijn gestapt. Hij noemt de eurozone een polygaam huwelijk, aangegaan door partners die beter hadden moeten weten, zonder mechanisme voor een ordentelijke scheiding. Wolf: ‘Het is van belang onder ogen te zien hoe groot de schade is. De economische kosten van de crisis zijn enorm. Er zijn geweldige verliezen in productie, er is hoge werkloosheid in veel landen. Sinds 2008 is er in de eurozone geen economische groei geweest. Dat is ongelooflijk armoedig. De economische schade van deze crisis is groter dan die van een wereldoorlog. Een geweldige ramp, veel erger dan ik me kon voorstellen.’
falende beleidsmakers
De vergelijking met een wereldoorlog is voor Wolf niet zonder betekenis. Zijn vader was een Joodse toneelschrijver uit Wenen die vlak voor de oorlog naar Londen wist te ontvluchten. Zijn moeder was een Nederlandse Jodin die als een van de weinigen uit haar familie de Holocaust heeft overleefd. Deze achtergrond motiveerde Martin Wolf economie te gaan studeren. Het falen van de beleidsmakers na de beurskrach van 1929 is volgens Wolf een hoofdoorzaak van het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Zo ver ziet hij het nu niet meteen komen; hij benadrukt de verschillen met het verleden. Maar over de economische toekomst is hij zeker niet optimistisch.
De financiële elite verspeelde haar krediet door haar wangedrag, maar ook doordat zij door overheden gered moest worden. Die overheden hebben weliswaar aanvankelijk krachtig ingegrepen om instorting van het bankwezen af te wenden, Wolf heeft toch weinig warme woorden voor hen over. Ze konden niet voorkomen dat het Westen nu veel armer is dan iedereen zich tien jaar geleden kon voorstellen. Dat geldt zeker voor de eurozone, waarin de macht is verschoven naar de niet-gekozen bureaucratieën van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds, terwijl de gekozen politici machteloos toekijken.
Voor Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank, heeft Wolf waardering. ‘Mario is verreweg de beste politicus van de hele eurozone. Hij doet wat hij kan, maar het zal niet genoeg zijn.’
incompetente politici
De rest van de politici noemt Wolf ‘impotent en incompetent’. Ze hebben na 2010 ingezet op bezuinigen, in plaats van op stimuleringsmaatregelen om de economie weer aan de praat te krijgen. Ze hebben heel veel van het incasseringsvermogen van de burgers gevraagd, tot en met de ‘chemotherapie’ waarmee de Grieken te maken kregen (en waarvan het maar de vraag is of de patiënt het zal overleven). Wolf: ‘Ierland is er weer bovenop gekomen door tijdelijk terug te gaan naar negentiende-eeuwse toestanden: dalende lonen en prijzen en een harde sanering van de verzorgingsstaat. In de rest van de eurozone is het te veel gevraagd om de welvaartsstaat tijdelijk buiten werking te stellen’.
Populisme en tribalisme steken overal de kop op, signaleert Wolf: ‘De Engelsen en de Schotten hebben veel gemeen. De Schotten hebben bovendien een stem in het Britse parlement. Toch voelden zij zich niet vertegenwoordigd. In Europa speelt dat probleem in het kwadraat. Landen als België, Italië en Spanje zijn niet eens een samenhangende natiestaat. Laat staan dat ze genoeg gemeenschappelijks hebben voor een monetaire unie.
Democratisering van Europa brengt alleen maar meer tweespalt: het zou betekenen dat het noorden door het zuiden overstemd wordt.’ Omdat Duitsland de toon zet, ziet Wolf niet gebeuren wat hij nodig vindt: de inflatie omhoog naar 3 tot 4 procent, belastingen omlaag, afschrijven van de schulden, invoeren van euro-obligaties.

Dld moet uit Euro

Conclusie: de euro is onhoudbaar en instorting van de monetaire unie is ‘heel waarschijnlijk’.

 * * *

LEZEN:
Martin Wolf: The Shifts and the Shocks / Allen Lane, 488 pagina’s, euro 26,99. De Nederlandse vertaling: De shifts en de shocks verschijnt 17 oktober bij Spectrum, euro 34,99.
Geoffrey R.D. Underhill (Universiteit van Amsterdam): Van sprookjesverklaringen voor de eurocrisis naar reëel inzicht: waaraan schort het werkelijk in de eurozone? / Essay in Res Publica (Leuven, ISSN: 0486-4700) 2014, vol. 56, nr. 2, pp: 231-251
Michael Pettis (2013): The Great Rebalancing. Trade, Conflict, and the Perilous Road Ahead for the World Economy / Princeton and Oxford: Princeton UP / ISBN: 978-0-691-15868-6 (hbk);  H.6 (pp. 119-135): ‘The Case of Europe’ >  “Germany must stimulate domestic consumption and reverse its trade surplus, as difficult as this will be. But Germany refuses to do so, implicitly insisting that most of perpheral Europe’s problems were caused by misguided policies in those countries, and also insisting that all the adjustments be made by Spain and peripheral Europe.
The only solution that can minimize the pain for Spain and the rest of Europe requires that the countries that have suffered most from the unbalanced growth of the past decade band together and force all of Europe, including Germany, to make the necessary adjustments. By threatening to leave the euro together unless Germany adjusts, they will effectively force Germany to adjust anyway. Their abandonment of the euro and devaluation will push up the value of the euro sharply and cause a collapse in the german export machine, but this adjustment will be much more disorderly. ” (pp. 125-27)
David Van Reybrouck (2013): Tegen verkiezingen. De Bezige Bij, Amsterdam, 176 blz. € 14,90 – ‘Loten is democratischer dan stemmen’ / Co Welgraven in Trouw 06/10/2013, 11:00
 

link: nelpuntnl.nl

Vermoordt Meursault zijn vader en wil hij met zijn moeder trouwen?

Jerry Mager
op nelpuntnl.nl, 2014 september 20, 21

‘Alles welbeschouwd is de beste manier om te praten over wat men liefheeft, er luchthartig over praten. Wanneer het over Algerije gaat ben ik altijd bang een gevoelige snaar in mijn innerlijk te raken, waarvan ik het blinde en plechtige lied ken. Maar in ieder geval kan ik zeggen dat Algerije mijn echte vaderland is en dat ik, waar ook ter wereld, haar kinderen en mijn broeders herken aan die vriendschappelijke glimlach die ik in mij voel opkomen als ik hen ontmoet.’
Albert Camus (1998:561): Kleine gids voor steden zonder verleden

Bijna iedereen die deze titel leest, denkt direct aan het verhaal van Oedipous (hij met de doorboorde / gezwollen voeten) en aan Sigmund Freud. Oedipous doodt zijn vader Laios zonder te weten dat het zijn vader is. Vervolgens overwint hij de sfinx waardoor Thebe gered is. Als beloning trouwt hij met zijn moeder, koningin Iocaste. Volgens Sigmund Freud beschouwt het mannelijke kind in de oedipale ontwikkelingsfase, zijn vader als rivaal, concurrent, om moeders gunst.
Meursault is de protagonist, het hoofdpersonage, in het verhaal L’Étranger van Albert Camus. Deze Meursault staat terecht en wordt veroordeeld voor het doodschieten van een ander mens, een Arabier. Het verhaal is gesitueerd in Algerije toen dat een kolonie van Frankrijk was. Het verhaal begint met de informatie, de vaststelling: Vandaag is moeder dood / ‘Aujourd’hui, maman est morte.‘ Dit wordt altijd vertaald met: Vandaag is maman/moeder gestorven/overleden. Er staat echter: ‘est morte’ en bijvoorbeeld niet ‘mourût’ (passé simple). Ik ben tot de slotsom gekomen dat ‘is dood’ voorlopig nog de beste vertaling is. Maar, dat kan veranderen. Moreau Oedip_sfinx
Meursault constateert: Vandaag is moeder dood. Hij meldt dat aan de lezer, maar ook aan zichzelf. Wanneer zijn moeder precies overleed is niet vast te stellen. Meursaults vader is al dood en Meursault realiseert zich dat hij dus wees is. Dat wil zeggen dat zijn maatschappelijke status is veranderd.
identiteit
Je kunt je Meursault aan het begin van het verhaal als een Oedipous voorstellen, maar dan in omgekeerde richting gaande.
Koning Laios laat zijn zoontje Oedipous met doorboorde voeten in het bos aan een boom binden, opdat wilde dieren hem zouden verscheuren. Een herder vindt het jongetje en redt zijn leven waardoor de verschrikkelijke profetie kan worden verwerkelijkt en bewaarheid. Langzamerhand wordt duidelijk wie Oedipous is en wat hij (onwetend) heeft gedaan. Oedipous werd grootgebracht zonder te weten wie zijn echte ouders zijn, maar komt daar allengs achter. Oedipous bevestigt zijn tragische identiteit door de gruwelijke daden die hij begaat, waarbij hij zware maatschappelijke taboes doorbreekt en heilige voorschriften overtreedt.
Meursault wordt weliswaar grootgebracht door een moeder, maar beseft allengs dat hij steeds minder weet wie zijn ouders werkelijk zijn – en dus wie hij is. De dood van zijn moeder (‘Maman est morte’) maakt zijn identiteit definitief onbestemd, zet zijn bestaan op losse schroeven. Zijn tragische lot wordt net zo bepaald door het toeval als dat van Oedipous.
Het woordje ‘hasard’ komt op de relevante momenten veelvuldig voor (Fo, 144), net als ‘malheur’ (een ongeluk), maar de juristerij wil daarvan niets weten, kan daar immers niets mee. Het is haar taak het toeval te vonnissen en per-ongelukjes uit te schakelen. Zij wil motieven horen en probeert achter drijfveren te komen. Bij Meursault is ze daarvoor echter aan het verkeerde adres. ‘Alles en niets is waar’ / ‘Tout est vrai et rien n’est vrai.’ Om motieven voor je daden te hebben, moet je immers weten wie je bent en een omlijnd doel nastreven, in ieder geval kunnen formuleren en motiveren.
Meursault laat zich niet plaatsen, hij laat zich niet onderbrengen in de daar ter plekke en dan geldende categorieën, hij is vreemd, hoort nergens bij. Meursault wordt daarom als een bedreiging beschouwd en ervaren. Zijn proces, berechting en vonnis zijn een ontkenning van zowel de identiteit en individualiteit van Meursault als van die van de arabier. De Franse koloniale overheerser, in de persoon van juristen en clerus, dicteert de werkelijkheid en definieert de waarheid.
Nog een omgekeerde identiteitsontwikkeling in het verhaal is die van de naamloze autochtoon tot Algerijn. Meursaults slachtoffer is een naamloze arabier, een inlander, die geen naam heeft. Aan de inlanders wordt in L’Étranger gerefereerd als arabieren of moren. Zij vormen en bevolken de vijandige en bedreigende buitenwereld. Ook als zij onverschilligheid veinzen, vooral dan. Alleen de Fransen/europeanen hebben namen. Meursault heeft slechts een achternaam, die tevens soortnaam is.
Algerije bevecht haar onfhankelijkheid op Frankrijk. Alle pied noirs – een bonte verzameling landslui – zullen Meursaults blijken te zijn, die zich noch Algerijn noch Fransman kunnen voelen en noemen. Tussen wal en schip geraakt, ontworteld en ontheemd, misschien vergelijkbaar met de sans papiers van tegenwoordig. Julia Kristeva extrapoleert dit verder, door ons allemaal tot Meursaults op deze planeet te bestempelen.
Zou Meursault zijn moeder dood gehad willen hebben? Meursault is van mening: ‘Alle gezonde naturen hadden in meerdere of mindere mate naar de dood verlangd van de mensen van wie ze hielden.’ (AM, 66; Fo, 100 > AM = Adriaan Morriën, vertaler; Fo = Folio, Franse tekst). Of hij van zijn moeder hield? ‘Ja, net als iedereen’/ ’Oui, comme tout le monde.’ / ‘Wat ik wel met zekerheid kon zeggen was dat ik liever had gezien dat moeder niet was gestorven.’ / ‘Ce que je pouvais dire a coup sûr, c’est que j’aurais préféré que maman ne mourût pas.’ (AM, 66; Fo, 100) Het is Meursault allemaal om het even. Zou Meursault zijn vader hebben willen doden? Dat weten we niet, maar ik acht dat niet onmogelijk. Alleen niet op de ‘normale’ manier vermoorden, maar toevallig, per ongeluk, niet wetende dat het zijn vader was en zonder dat er een bedoeling, een intentie, een motief, aan zijn daad ten grondslag zou liggen. Precies zoals hij de arabier doodschoot..Orientalism_50prct
oriëntalisme
L’Étranger bestaat uit twee delen: vóór en ná de moord. Na de moord wordt Meursault gevangen gezet en door de mangel gehaald van het Franse penitentiaire systeem en de katholieke kerk. De aanleiding voor zijn proces en uiteindelijke veroordeling tot de guillotine, sneeuwt snel onder en komt eigenlijk niet meer ter sprake. Alle aandacht richt zich op de gevoelloosheid die Meursault bij de dood van zijn moeder tentoon spreidt. Dat is ongepast en buitenissig, bijna exotisch en oriëntaals onaangedaan.
Lees maar hoe de manier van kijken van de Arabieren projecterend wordt beschreven (AM, 51; Fo, 77): ‘Ils nous regardaient en silence, mais à leur manière, ni plus ni moins que si nous étions de pierres ou des arbres morts.‘ / Ze bekeken ons zwijgend, zoals zij dat doen, alsof we niet anders waren dan stenen of dode bomen. [mijn vertaling; jm]
Het verband met Oedipous drong zich aan mij op toen ik het verhaal voor de zoveelste maal herlas, terwijl ik kort daarvoor een tekst van Michel Foucault had gelezen. Op de relatie met Foucault ga ik hier niet verder in, dat komt ongetwijfeld in een volgende blog, maar ik heb het dus niet zelf bedacht of verzonnen. Foucault trouwens ook niet.
misselijke vader
In afwachting van zijn onthoofding denkt Meursault aan zijn vader (AM, 114; Fo, 165-166) door een verhaal dat zijn moeder hem over zijn vader heeft verteld: ‘Ik had hem niet gekend. Het enige dat ik met zekerheid over deze man wist, was misschien wat moeder me toen over hem had verteld, namelijk dat hij een keer naar de terechtstelling van een moordenaar was gaan kijken. Hij was al ziek geworden bij de gedachte dat hij erheen zou gaan. Toch was hij gegaan en na zijn terugkeer had hij de halve ochtend moeten braken. Dat verhaal had me toen een zekere afschuw voor mijn vader bezorgd. Maar nu begreep ik. Het was zo natuurlijk.
Hoe was het mogelijk dat ik niet had ingezien dat er niets belangrijker was dan een terechtstelling en dat die in zekere zin voor een mens zelfs het enige werkelijk belangwekkende betekende. Als ik ooit uit de gevangenis zou komen, dan zou ik naar alle terechtstellingen gaan kijken.’
Meursault wil zijn vader overtreffen en maakt hem daarbij tegelijk tot karikatuur. Meursault wil dat wat niet kan en dwingt zichzelf daarmee in de onzijdige positie, de onaangedane toeschouwer voor wie niets en alles even belangrijk en dus onbelangrijk is.
bedouinemeisjes-1
humor
Afhankelijk van de stemming waarin verkeer, lees ik die bovenstaande passage over de vader als humor, als het-de-lezer-op-de-hak-nemen, als tongue-in-cheek-bewijs van Meursaults morbide verdorvenheid, als index voor het feit dat Meursault helemaal niet onverschillig is jegens de gebeurtenissen des levens, als sneer naar de doodstraf en dan in het bijzonder middels de Franse valbijl, het justitiële systeem, de kerk, de maatschappij en verder nog wat andere zaken misschien?
Waarom eigenlijk voelt Meursault afschuw jegens zijn vader? Is het omdat de man naar een onthoofding is gaan kijken, omdat hij niet tegen het schouwspel kon, beide, om iets anders? Meursault stelt zich voor hoe het moet zijn om de rol van toeschouwer bij een publieke executie te vervullen en daarna te kunnen braken. Na dat beeld krijgt hij het verschrikkelijk koud en krimpt onder zijn deken ineen: ‘Mijn tanden klapperden zonder dat ik het kon tegenhouden.’
Freud revisited
Meursault heeft zijn vader nooit gekend en hij heeft dus de oedipale fase met de bijbehorende conflicten die samenhangen met de strijd om moeders gunst, niet doorlopen. Hij hoort nota bene van zijn moeder dat zijn vader is gaan kijken naar een publieke onthoofding. Meursault senior was als het ware getuige van de toekomstige terechtstelling van zijn zoon. Meursault junior wordt immers tot de guillotine veroordeeld. Meursault junior delft dus na de dood van zijn moeder en vader alsnog het onderspit in de strijd tegen zijn vader, die hij nooit als sparring partner in een normale ontwikkeling is tegengekomen.
Mevrouw Meursault is weduwe, une veuve (ook de guillotine werd la veuve genoemd). In het verhaal uit de krant die Meursault in zijn cel vindt (zie hierna), vermoordt een moeder haar zoon. Ik meen dat Vladimir Nabokov ergens (Invitation to a Beheading ?) de geslachtsdaad tussen man en vrouw metaforisch verbeeldt als een onthoofding – maar dit zou ik moeten nazoeken. Van hieruit kun je relaties leggen met castratie-angst, incest (Oedipous – Iocaste), homosexualiteit (Laios en Chrysippus, de zoon van Pelops) en een oeverloze zee van andere (psychoanalytische) interpretaties. Bijzonder boeiend om er op deze manier over na te denken en spannend om mee te stoeien.sigm-freud 3 meesters
spelbreker
Meursault is allesbehalve gevoelloos. Hij is onverschillig, en wel jegens de foute dingen, in die specifieke context. Meursault vertikt het – zijns ondanks – om de Franse instituties houvast aan hem te verschaffen. De Franse juristerij en de clerus willen hem determineren, identificeren, maar Meursault is spelbreker en dus moet hij vernietigd worden, ausradiert.
De volgende passage over identiteit is humor (AM, 89; Fo, 132): ‘Nog eens moest ik mijn naam, beroep en woonplaats opgeven en ondanks mijn geprikkeldheid vond ik eigenlijk dat het nogal vanzelf sprak, want het zou al te erg zijn wanneer de verkeerde veroordeeld werd.’ De impliciete vraag in dit verhaal is voor mij als lezer, of inderdaad de juiste persoon wordt veroordeeld, want waar gaat het proces eigenlijk over?
juristerij
Die vraag stelt de advocaat van Meursault ook (AM, 99; Fo, 145): ‘Ik vraag u, wordt hij beschuldigd zijn moeder te hebben begraven of een man te hebben gedood?’ Na het proces van Meursault zal een vadermoordenaar worden berecht en de openbare aanklager verbindt die twee strafzaken op een manier die Oedipous op z’n kop zet. [vignet > moeder vermoordt zoon] De aanklager (AM, 99; Fo, 146): ‘ik beschuldig deze man een moeder te hebben begraven met het hart van een misdadiger.’ / ‘ …. d’avoir enterré une mère avec un coeur de criminel.’ Nota bene: ‘une mère, niet: ‘sa mère’ en bovendien weet ik niet op wie dat misdadige hart betrekking heeft: op de moeder of op Meursault? Op bladzijde 105 AM (Fo, 154) legt de aanklager expliciet het verband tussen de vadermoordenaar en Meursault: ‘ “Ik ben ervan overtuigd mijne heren … dat gij mijn gedachten niet al te vermetel zult vinden wanneer ik zeg dat de man die hier op deze bank zit ook schuldig is aan de moord die dit hof morgen zal hebben te berechten. Hij dient overeenkomstig te worden gestraft”.‘
dubbele moord
Volgens de aanklager is Meursault dus ook een vadermoordenaar. Hij moet worden berecht voor maar liefst twee moorden: die op zijn moeder en op zijn vader. Terwijl hij een arabier heeft doodgeschoten. Blijkbaar heeft Meursault zwaar gezondigd tegen de taboes, regels, codes en geboden die in dat koloniale wereldje angstvallig in acht genomen worden. De Fransen in hun koloniën zijn blijkbaar beducht om hun identiteit en superioriteit en Meursault laat zich niet paaien hun kant te kiezen.
Meursault heeft de Arabier naar zijn zeggen zonder opzet en per ongeluk gedood, net als Oedipous zijn vader per ongeluk doodde. Misschien is dat ‘per ongeluk’ en ‘bij toeval’ een extra verzwarende omstandigheid, want moedwillig een Arabier vermoorden, zou wellicht (off the record natuurlijk) teminste nog als de daad van een ware Fransman hebben kunnen worden aangemerkt. Het zou in die koloniale context in ieder geval begrijpelijk gevonden kunnen worden. Zelfs een criminele Fransman is tenminste een Fransman en een crimineel. Maar Meursault wil niets en alles tegelijk zijn en daar hebben de autoriteiten geen geduld en geen genade mee.
Oedipous ondersteboven vanwege het vignet (AM, 81; Fo, 122-23) over de zoon die door zijn moeder en zuster vermoord wordt vanwege zijn geld. Meursault leest het verhaal in een stukje krant dat hij in zijn cel onder zijn matras vindt. De beide vrouwen uit het krantenbericht herkennen hun zoon en broer niet, die zich – om hen te verrassen – niet aan hen bekend maakt. Als ze achteraf de waarheid te horen krijgen, hangt de moeder zich op en de zuster verdrinkt zich. camus 2 redenen-30 prct
huwelijk = zelfmoord
Meursault: ‘ “dat verhaal moet ik wel duizenden malen hebben overgelezen. Aan de ene kant leek het onwaarschijnlijk, maar aan de andere kant was het volkomen natuurlijk. In elk geval vond ik dat de reiziger zijn lot een beetje had verdiend en dat men er nooit een spelletje van moet maken.” ‘
Meursault heeft iedere steen in zijn cel uit het hoofd geleerd, maar hij leest dit verhaaltje duizenden malen? Wil hij de plaats van de vermoorde zoon innemen, of voelt hij zich door zijn moeder vermoord? Een omkering: zijn moeder heeft hem geestelijk vermoord. Wat is er natuurlijk aan het vermoorden van een onbekende in zijn slaap met het doel hem te beroven? Meursault vindt dat je met identiteit geen spelletjes moet spelen. In ieder geval is het hier een moeder die (per ongeluk) haar zoon doodt, zonder zijn ware identiteit te kennen, of omdát zij niet wist wie hij was. Iemand in zijn slaap vermoorden om zijn geld is niet netjes, maar blijkbaar minder erg als het geen familie is.
Trek je deze redenering door dan vindt Meursault zijn eigen veroordeling ook niet zo vreemd, want hij kan immers niet duidelijk maken wie hij is, men gelooft hem niet als hij zegt dat hij net als ieder ander mens is. (AM, 67; Fo, 101) Niemand wil tot een Meursault worden bestempeld. Meursault is een melaatse – net als de arabische verpleegster, die bij zijn dode moeder waakt  / ‘ … j’ai vu qu’elle portait sous les yeux un bandeau qui faisait le tour de sa tête. À la hauteur du nez, le bandeau était plat.’ (Fo, 14-15); zij heeft onder het verband blijkbaar geen neus meer. Daarom verwerpt Meursault ook zelf zijn gratieverzoek. Hij ziet er de logica van in dat hij onherroepelijk moet verdwijnen. Hij past niet in het pulletje. Had hij die man niet doorgeschoten dan was Meursault vermoedelijk blijven doorsudderen in de dodelijke sleur en routine zoals die in het eerste deel van het verhaal beschreven worden.Totdat hij onder tram zou zijn gekomen, of met Marie trouwt. mariage_algerien_1
Over het huwelijk schijnt Camus ooit een grapje in deze trant te hebben gemaakt. Op de vraag wat volgens hem de zekerste manier van zelfmoord was, zou hij hebben geantwoord: een vaste baan + een pistool, of het huwelijk. Meursault bekent Marie dat hij niet van haar houdt, maar geen bezwaar heeft tegen een huwelijk met haar. Het formele huwelijk betekent een administratieve status, en daar is Meursault allergisch voor. Als het huwelijk hem echter overkomt, kan hij daar niets tegen doen.
breisters
Het is haast jammer om bepaalde informatie te gebruiken om het verhaal sluitend te interpreteren, zoals het felle licht in het vertrek waar zijn moeder ligt opgebaard en dat Meursault niet kan uitdoen of dimmen; het is aan of uit, digitaal dus. Dat licht doet me denken aan de tropenzon die Meursault fataal zal worden. Meursault banjert uren in de tropische middagzon en heeft natuurlijk een zonnesteek opgelopen. In die toestand schiet hij iemand dood. Van een zonnesteek moet je meestal braken. Meursault relateert het braken van zijn vader aan zijn zonnesteek.
De breiende Arabische verpleegster, die vermoedelijk melaats is, fungeert als voorafje voor het guillotineren. Aan de voet van de guillotine in Parijs zouden namelijk altijd breisters, tricoteuses, zitten.Er blijft gelukkig nog genoeg over om je als lezer door te laten verrassen.
tricoteuses de la veuveactuele absurditeit
L’Étranger wordt als absurde vertelling beschouwd. Hoe vaker en nauwkeuriger je het verhaal echter leest, hoe minder absurd het allemaal wordt. Ik merk tijdens het lezen dat ik vaak tussen ‘karikatuur’ en ‘absurditeit’ zit. Ik geloof dat het voor een belangrijk deel aan de (culturele?) context ligt of je iets als absurd of karikaturaal ervaart.
In de tijd waarin Camus en Meursault leefden, was kolonialisme een gangbaar en gebruikelijk paradigma. Meursaults opstelling en houding zou je vanuit dat oogpunt als absurd kunnen typeren. Nadat kolonialisme úit was en de meeste koloniën zelfstandig waren geworden, kon je het optreden van het koloniale machtsestablishment – in L’Étranger wordt dat verpersoonlijkt door de magistratuur en de clerus – als absurd bestempelen. Camus steekt trouwens ruimhartig de draak met beide instituties, getuige de manier waarop hij juristerij en clerus neerzet. Hij lijkt te karikaturaliseren, maar het absurde ligt ‘m dan weer in het gegeven dat hij gelijk kan hebben en vaak ook gelijk heeft. Absurd dat er zulke juristen/rechters en geestelijken rondlopen.
Hoe kijken wij over 50 jaar terug op bijvoorbeeld het ‘project Europa’, de invoering van de euro, het vrijemarkt-fundamentalisme, de NAVO, de IS en de kwestie Rusland-Oekraïne? Voor mij is de agressieve, onbekookte, snelle uitbreiding van de EU absurd. Ik beschouw het als een vorm, een modaliteit, van achterhaald, financieel gedreven winstgericht neokolonialisme-met-oogkleppen.
Voor de EU-craten echter is de ‘het project Europa’ een dikke goedbelegde boterham, gesneden koek. Personen die niet zo hard van stapel wensen te lopen, zijn in hun ogen waarschijnlijk abjecte absurdisten, Meursaults die verdienen geneutraliseerd te worden. De massa van ons bestaat in toenemende mate uit vreemdelingen en heeft geen invloed op de gang van zaken. Die wordt in Brussel, Washington en waar al niet verder, bedisseld. De meesten van ons zijn Meursaults, niettegenstaande de geavanceerde communicatiemiddelen en –mogelijkheden die ons ten dienste staan.
Krantenberichten kunnen we maar beter met kilo’s zout nemen en dubbelchecken waar mogelijk. We stemmen, omdat het bij ‘de Democratie’ schijnt te horen. De anonieme arabier uit L’Étranger snijdt nu voor de camera mensen de keel door en heeft een eigen staat, de IS, gesticht. Ons antwoord: bombarderen. Die ander, die beangstigende vreemdeling, maakt echter deel van onszelf uit, étrangers à nous-mêmes.
Met Rusland is het bijna hetzelfde verhaal: zij zijn de vijand, wij zijn de good guys, die het beste met de wereld voorhebben. Gaan wij het winnen? Tot de volgende 9/11 en met nog hoeveel MH17s ertussen? Absurd.
Een troost: L’Étranger behoort in ieder geval tot het genre voordelige boeken. Het is een koopje. Je leest iedere keer een ander verhaal. Daarom kun je L’Étranger best in meerdere uitgaven en vertalingen aanschaffen, hetgeen een extra dimensie toevoegt aan het leesplezier, want ieder vertaling resulteert opnieuw in een ander verhaal.

* * *

Meer over L’Etranger:
http://www.jerry-mager.nl/leuke-dingen-voor-de-mens/de-moeder-zee-en-zee-moeder-in-de-vreemdeling-van-albert-camus/
Gebruikte uitgaven:
Franse tekst L’Étranger, Gallimard: Folio (2014/1942), ISBN: 978-07-036006-4 (paperbackje)
Vertaling Adriaan Morriën (2011/1949): De vreemdeling, bij de Bezige Bij (Amsterdam), ISBN: 978 90 234 6257 6 (paperback)
Referenties
Camus: ‘De zomer’ in de Bezige Bij bundel uit 1998 / Amsterdam / ISBN: 90 234 3756 x CIP; Franse tekst uitgave Gallimard (1959/1967/1936,1937,1938/; nr. 30-33-2154-01): Noces / L’Été / het citaat aan het begin staat op bladzijde 134: ’ ….. Mais je puis bien dire au moins qu’elle est ma vraie patrie et qu’en n’importe quel lieu du monde, je reconnais ses fils et mes frères à ce rire d’amitié qui me prend devant eux.’
Het vignet over de moeder die haar zoon vermoordt, uit de krant in L’Étranger, gebruikt Camus voor zijn toneelstuk Le Malentendu (1942, Théâtre Mathurins, met Maria Casarès in de hoofdrol)
Julia Kristeva (1988): Étrangers à nous-mêmes / Paris: Fayard / ISBN: 2-213-02177-5
Nederlandse vertaling: ‘De vreemdeling in onszelf’ / 1988; Amsterdam: Contact / ISBN: 90 254 6831 4 / NUGI 644
[Pro memorie: Meursault doet denken aan Boldwood > hardhout, uit Thomas Hardy’s Far from the madding crowd, maar Boldwood is schematischer, karikaturaler, dan Meursault].
[PM: Meursault spelbreker > Huizinga > Homo Ludens]
 
 

link >  nelpuntnl.nl