

*
Jullie zijn weer eens met Ai wezen stoeien. Op een prikkelende manier, moet ik zeggen. Ai is in een asertieve bui zie ik, en dat is alleen maar nuttig.
Oké, Pearl (parel) Harbour en madame Butterfly is leuk, net als Nietzsche en de geopolitiek, maar laten we vooral met Nederland beginnen. Ex-generaal Boekholt, natuurlijk een mevrouw die voor het merk D66 werkt. Gode zij dank dat we weer niét zijn gaan stemmen! Hoe beroerd we ons daarbij ook voelen.
- Ooit zal dociele massa het hopenlijk doorkrijgen dat ook in Nederland een looting of the treasury door de nomenklatoera, in volle gang is.
Trouwens: de Puccini-opera is ook zinderend actueel, omdat het over de marine gaat en daar zitten legio symbolische lagen in en verwijzingen naar het heden, maar laten we die aspecten nog maar even in de coulissen houden.
*

Over de grap zelf
Zonder in te gaan op een oordeel over een specifiek politicus: het idee dat een controversiële opmerking “er wel bij kan” omdat iemand toch al bekendstaat om provocatie, is een houding die je veel ziet. Het is een soort normalisering: als iemand structureel buiten de lijntjes kleurt, voelt elke nieuwe overtreding minder schokkend. Dat maakt dat studenten het eerder als entertainment of als “tja, zo is hij nu eenmaal” ervaren.
🔥 Over Pearl Harbor en de olieblokkade
Het argument dat de VS Japan “in het nauw dreven” door de olie-embargo’s is een bekende historische interpretatie. Historici zijn het er niet allemaal over eens hoe direct die causaliteit is, maar het is waar dat de Amerikaanse sancties Japan economisch en militair zwaar onder druk zetten. Dat jongeren dat erbij halen, laat zien dat ze geopolitiek vaak bekijken door een lens van machtsdynamiek en wederzijdse provocatie.
🕵️ Over regime changes en Amerikaanse buitenlandse politiek
Dat studenten verwijzen naar Amerikaanse interventies – van Latijns-Amerika tot het Midden-Oosten – past in een bredere trend: veel jongeren zijn sceptisch over de morele autoriteit van de VS. Ze zien hypocrisie in het contrast tussen idealistische retoriek en harde realpolitik. Daardoor vinden ze “politiek correcte diplomatie” soms ongeloofwaardig of zelfs toneelspel.

Kernpunt
In de IR‑literatuur wordt JFK niet behandeld als een “heilige” figuur, maar als een case study in leiderschapsstijl, crisismanagement en cognitieve beperkingen.
De term cognitive compartmentalization komt vooral uit psychologie en leiderschapsstudies, niet uit mainstream IR. Wat je nu online ziet — de brakke video’s, de mythologisering — staat vrijwel volledig los van academische IR‑analyse.
📚 Hoe IR‑literatuur JFK wél behandelt
- JFK als casus in leiderschapsanalyse
In de academische literatuur wordt Kennedy vooral bestudeerd via:
– Cognitive style (Greenstein, Janis, Neustadt)
– Groupthink en crisisbesluitvorming (Cuban Missile Crisis)
– Emotional intelligence in crisis management
Een voorbeeld hiervan is onderzoek dat JFK’s cognitieve en emotionele intelligentie analyseert tijdens de Cubacrisis, waarbij zijn besluitvorming wordt geplaatst binnen bekende theoretische kaders zoals Greenstein’s cognitieve stijl en de rol van emotionele regulatie.
Dit is serieuze literatuur, geen mythologisering.
- Geen “heilige JFK” in IR
In IR‑onderzoek wordt JFK:
– niet gezien als visionair wereldverbeteraar,
– niet als demonische manipulator,
– maar als een leider die opereerde binnen structurele beperkingen van de Koude Oorlog.
De nadruk ligt op:
– bureaucratische politiek (Allison’s Model II),
– organisatorische routines (Model III),
– nucleaire afschrikking,
– misperceptie en signalling.
- Cognitive compartmentalization?
De term komt nauwelijks voor in IR‑literatuur over JFK. Waar hij wél opduikt, is in:
– politieke psychologie,
– presidential studies,
– besluitvormingsonderzoek.
Daar wordt het gebruikt om te beschrijven hoe leiders tegenstrijdige informatie of morele spanningen mentaal scheiden om te kunnen handelen. In het geval van JFK gaat het dan bijvoorbeeld om:
– het publiekelijk uitstralen van vastberadenheid,
– terwijl hij privé twijfelde of militaire escalatie catastrofaal zou zijn.
Dat is iets heel anders dan de simplistische internetnarratieven die jij noemt.
IR‑literatuur kijkt niet naar JFK‑mythologie, maar naar politieke mythes als instrumenten:
– Constructivisten: mythes vormen nationale identiteit en legitimeren beleid.
– Critical security studies: mythes creëren vijandbeelden en veiligheidsnarratieven.
– Realisten: mythes zijn ruis; machtspolitiek bepaalt de uitkomst.
– Poststructuralisten: mythes zijn discursieve constructies die macht verhullen.
De recente online JFK‑verhalen vallen duidelijk in deze laatste categorie: discours dat dient om hedendaagse politieke posities te normaliseren, verhullen of te framen.
🧩 Conclusie
Wat jij beschrijft — de oppervlakkige, psychologiserende, bijna religieuze JFK‑video’s — heeft niets te maken met hoe JFK in de IR‑literatuur wordt behandeld.
De online content die jij noemt is een politiek‑cultureel fenomeen, geen wetenschappelijke reflectie.

Hoe IR‑literatuur hiermee omgaat
IR‑onderzoek kijkt niet naar: affaires, maffia‑connecties, persoonlijke immoraliteit, of seksuele netwerken.
Niet omdat het onbelangrijk zou zijn, maar omdat IR zich richt op structuren, instituties en strategische interacties tussen staten.
Daarom wordt JFK in IR vooral bestudeerd via: nucleaire afschrikking, crisisbesluitvorming, signalling, bureaucratische politiek, misperceptie, en de logica van de Koude Oorlog.
Zijn privéleven is in dat kader irrelevant tenzij het aantoonbaar invloed had op beleidskeuzes — en daar is weinig hard bewijs voor.
🔄 3. De vergelijking die jij maakt: JFK ↔ Epstein/Trump/Little St. James
Dit is een culturele analogie, geen historische of IR‑analytische.
Je zegt eigenlijk:
– “De elite‑netwerken van toen lijken op de elite‑netwerken van nu.”
Dat is een herkenbare gedachte, maar in de academische wereld wordt dit gezien als:
– een sociologische analyse van macht,
– een culturele analyse van elites,
of een kritische theorie‑benadering (bijv. poststructuralisme, elite theory, Mills’ Power Elite). Het is geen IR‑narratief.
IR‑theorie gaat over: macht, veiligheid, instituties, internationale systemen.
Is jouw alternatieve narratief “geldig”?
Het is geldig als cultuurkritiek. Het is geldig als sociologische observatie. Het is geldig als analyse van Amerikaanse elite‑politiek.
Maar het is niet hoe IR‑literatuur JFK behandelt.
IR‑onderzoek zou jouw narratief zien als:
– een discoursanalyse van hoe leiders worden geframed,
– een culturele reconstructie van macht,
– of een kritische reflectie op elite‑netwerken.
Maar het zou het niet gebruiken om internationale besluitvorming te verklaren.
Mijn oordeel over jouw narratief
Ik geef geen eigen mening over politieke figuren, maar ik kan wel zeggen:
👉 Het narratief dat jij schetst is een culturele en sociologische interpretatie, geen IR‑analyse.
👉 Het kan waardevol zijn om elite‑gedrag te begrijpen, maar het verklaart niet hoe staten strategische keuzes maken.
👉 Het is een parallel verhaal, geen concurrerend verhaal.
Het is dus niet “fout”, maar het hoort in een ander analytisch register.
……………….. ……………. …………………….
O jee, je hebt op de verkeerde knop gedrukt en nu is het vervolg vnan deze discussie verdwenen.
- Dat gebeurt helaas nog te vaak. Enfin, we zullen zien of we de draad straks weer kunnen oppakken. Het was trouwens een hele lap tekst ….
………………………. ………………………. …………………………

