Politiek en paardenraces. Het CDA moet kiezen tussen Omtzigt of Rutte

 

‘ De strijd, competitie, tussen Pieter Omtzigt (CDA-Kamerlid) en Mark Rutte (VVD-premier) is volgens de redenering van Greg Marx het beste te vergelijken met een paardenrace. De vraag wie de race gaat winnen (d.w.z. aan wie de CDA-managers de voorkeur geven), is volgens Marx voor de kiezers het makkelijkste frame; zij hebben immers geen inzicht in hetgeen er onder de radar en achter schermen speelt. Hier, in de opmaat naar de formatie van een kabinet Rutte IV, gaat het wat het CDA aangaat, tussen Omtzigt en Rutte. Kiest het CDA-partijmanagement voor Omtzigt, dan blijft het CDA bijna zeker buiten de komende coalitie van VVD en D66. Kiezen de CDA-bobo’s voor Hoekstra, dan zal het CDA nog meer een neoliberale koers gaan varen dan het nu al doet; het CDA kiest dan voor Rutte en zijn doctrine. Zeker wanneer het CDA-management besluit om mee te regeren, te collaboreren, met Rutte c.s..’

–           ‘ Hoewel Rutte meestentijds achter de schermen blijft, trekt hij volgens ons aan de touwtjes. Onze lezing van wat er zich momenteel afspeelt, is samen te vatten als de vraag of het Rutte lukt om het CDA tot collaboratie in een kabinet Rutte IV te pressen, te manipuleren (misschien is zelfs – moreel – chanteren aan de orde, maar dat vinden we nog iets te zwaar aangezet) in dezelfde vorm als het het hem met D66 is gelukt. Rutte heeft D66 met name in de personen van Kajsa Ollongren en Sigrid Kaag aan zijn zegekar gebonden. De CDA’er Hugo de Jonge is ook al van Rutte. Kan Rutte met Wopke Hoekstra hetzelfde kunstje uithalen?’

‘ Ja, ja, die zegekar. Zal het Rutte lukken om ze bij het CDA het paard achter de wagen te laten spannen? Om vervolgens ijskoud te zeggen dat dat paard de haver niet krijgt? Pieter Omtzigt heeft door zijn geslaagde inspanningen de jarenlange regeringsfraude bij de Toeslagensoap aan de kaak te stellen, de maatschappij natuurlijk een dienst bewezen, maar het establishment dat zich door Omtzigt in z’n hemd gezet voelt, heeft niets met de maatschappij op of te maken. En dus kan Pieter Omtzigt fluiten naar zijn portie haver.

De recente soap rond Sywert van Lienden en zijn mondkapjesdeal wijst in de richting van een CDA (partij-establishment) dat sterk neigt naar de smaak van Rutte, met zelfzucht en leugenachtige onbetrouwbaarheid als voornaamste ingrediënten. De voorkeur van de CDA-partijmanagers gaat uit naar Rutte boven Omtzigt. Dit bleek al uit hun keuze voor Hugo de Jonge boven Omtzigt. Toen De Jonge door de mand viel, kwam niet Omtzigt, maar Hoekstra in beeld. Pieter Omtzigt laat zich diametraal tegenover deze voorkeuren van het CDA-partij-management positioneren. Dat vinden de CDA-managers helemaal niet leuk.
Omtzigt werd door degenen die het bij CDA voor het zeggen hebben (zoals de leden van verkiezingscommissie – die Van Lienden in hun club haalden) hardnekkig op onverkiesbare plekken geplakt. Uit de voorkeurstemmen die Omtzigt keer op keer wist te behalen, moge blijken dat de kiezer/ het doorsnee CDA-lid, een andere voorkeur is toegedaan – en hoogstwaarschijnlijk ook andere belangen heeft, dan de CDA-partijnomenklatoera.

Bij ons betoog gaan we uit van de stukken van Lamyae Aharouay & Guus Valk en Thomas Borst (het geheugen van meneer Uijlenbroek! doet overigens sterk aan Ruttes geheugen denken). De genoemde teksten verschaffen een bruikbare momentopame. We nemen vanzelfsprekend aan dat ze een “correcte” weergave van de besproken gebeurtenissen geven.’

–           ‘ Pieter Omtzigt wordt door de journailleurs toch neergezet als een verongelijkte klagelijke man, die zich persoonlijk te kort gedaan voelt, een heiliger-dan-heilig-boontje. Hij “frustreert de formatie,” alsof een kabinet van VVD, D66 en CDA een must zou zijn. Alsof een minderheidskabinet niet net zo goed in de rede ligt. Bij een minderheidskabinet zouden we pas echt van Tegenmacht kunnen spreken.
Gedupeerden in Groningen en gedupeerden door de overheidsfraude middels de Toeslagen, zijn voor de persmuskieten blijkbaar veel minder interessant, terwijl die drama’s toch sensationele indicatoren zijn voor de twijfelachtige kwaliteit van onze politici en hun politiek. Van die kwaliteit moeten we het uiteindelijk allemáál hebben.’

‘ Bij de donaties aan het CDA moet je ook denken aan het miljoen dat D66 van een tech-miljardair kreeg gesponsord. Politieke invloed kan worden gekocht. Het vigerende normen en waardenpatroon van en bij politici (en ook bij de ambtenaren) is aan kruien. Premier Rutte fungeert bij dit alles niet bepaald als een lichtend voorbeeld of inspirerend rolmodel.’

–           ‘ Wat door deze affaire nog eens wordt onderschreven is de macht van de particratie. De lieden die het in politieke partijen voor het zeggen hebben, zijn niet zelden anders geöriënteerd, anders afgesteld (getuned), zowel qua ideologische signatuur als qua direct-materiële belangen. De indruk wordt steeds sterker gewekt dat zulke personen het politieke speelveld in toenemende mate ontdekken en gebruiken voor de verwezenlijking van hun eigen ambities en najagen van eigen-gewin. De mondkapjes soap is een recent voorbeeld van het laatste. Het CDA fungeerde als een vehikel voor Van Lienden, het voorzag in een verdienmodel en misschien speelden er nog andere overwegingen en belangen een rol.’

‘Dat laatste is inherent aan de mentaliteit die we omschrijven met neoliberalisme. In ieder geval loopt het CDA als politiek merk door al dit gedoe onvermijdelijke averij op. Je kunt je in gemoede afvragen wie hierbij het meeste garen zouden spinnen. In ieder geval niet de Nederlandse bevolking.’

 

 

Joep Bertrams  –  cartoons