Jukken, jukte, gejukt? “ En het zal geschieden, wanneer gij u krachtig inspant, dat gij zijn juk van uw hals zult afrukken.” (Gen. 27:40).

 

  *  Parkeer  *

 

‘ Dit gaat over Jacob die Esau zijn eerstgeboorterecht aftroggelt, met een bokkenpoot. Toch? Jacob vlucht naar Mesopotamië en krijgt er een vrouw van Saddam Hoesein. Dat was vóórdat de Amerikanen de zaak in Irak platbombardeerden omdat Saddam WoMDs zou hebben. Quod non. Wijlen Colin Powell af als useful idiot. Kan Powell in de rol van Esau?’

  • ‘ Ja hoor, jij hebt Genesis weer eens creatief geredigeerd en samengevat. Fraai. Vooral die bokkenpoot. De verteller voert het belangrijkste personage – te weten Satan met zijn bokkepoten – meteen, vrijwel aan het begin van het narratief op. Bijna beter dan het origineel. Welk origineel trouwens?’

‘ Ik kon het niet laten. Ik word zo balorig van dit gezeur en gepriegel van die pratende hoofden, en dat vanwege Kamerzetels. Brrrrrrrrrrrrrr….. een broedertwist op Madurodamformaat in de polder, op de vierkante millimeter, op klompen, achter de dijken, terwijl elders maar nabij medemensen elkaar naar het leven staan, elkaar kelen, doodschieten, het leven zuur maken, en wat al niet. Ze geven er geen zier om, net zo min als om de armen in Nederland. Het zal ze allemaal aan de bochels jukken.’

  • ‘ Tja, het zijn gediplomeerde Farizeeërs en gecertificeerde Schriftgeleerden, dus het is onvermijdelijk. Het gaat tenslotte om veel geld, poen dus, sjekels of euro’s of dollars, poen wat je daar al niet mee kun doen ….. want Kamerzetels betekenen Staatssubsidies en dát willen ze toch allemaal. Maar, zo beweer jij, als Pieter Omtzigt met zijn NSC het juk van het CDA, de SGP en de CrisisUnie afschudt, zou hij een eigen stam kunnen stichten, zich vermenigvuldigen en de rest? Iets dergelijks? Mwah, zo kun je het reframen. Voor de heidenen.’

‘Parels voor de zwijnen. Salomé kreeg er van Herodes een snoer, of string, van. Soenieten, Sjiïten, Alewieten, Grefo’s (onderverdeeld in hun bonte en schilderachtige denominaties), Refo’s, Roomsen, roept u maar!’

………   ……………   ……………..