* PARKEER *

*
% citaat % De Staat was in de Middeleeuwen gewrocht door een klasse van mannen die wel zeer veel van de „burgers” verschilden; het waren de edelen, lieden die bewonderenswaardig waren om hun moed, hun talent als aanvoerders en bevelhebbers, en hun verantwoordelijkheidsbesef. Zonder hen zouden de Europeesche naties niet tot stand zijn gekomen. Doch hoe groot al die deugden van hun hart ook waren, met het hoofd van de edellieden was het kwaad gesteld, en is het ook steeds kwaad gesteld geweest. Zij lieten zich in het leven niet door hun verstand, maar door hun gevoelens leiden. Zij waren van een zeer beperkte intelligentie, zij waren sentimenteel, zij handelden instinctmatig, zij richtten zich naar hun intuïtie; in één woord, zij waren „irrationeel”. Het buskruit is niet door hen uitgevonden. En dit had voor hen kwade gevolgen. Terwijl zij niet in staat waren nieuwe wapenen te bedenken, lieten zij de burgers het kruit, dat dezen uit het Oosten of van elders hadden gekregen, ten nutte maken, en hierdoor wonnen deze burgers den strijd op den adellijken krijgsman, den ridder, die zich nauwelijks kon bewegen in zijn zware harnas, dat hem toch niet meer kon baten. Hij was nooit op de gedachte gekomen dat het eeuwig geheim van den oorlog niet zoozeer bestaat in de verdedigingsmiddelen, als wel in de aanvalswapenen (een geheim dat Napoleon weer zou ontdekken). % einde citaat %
Ortega y Gasset (1947:188) De opstand der horden {vertaling door J. Brouwer; voor vertaling door Diederik Boomsma (2016:149), zie ISBN: 978 90 477 0808 7}

The story, set in the mid-16th century, is simple, then increasingly complex. It tells how Michael Kohlhaas, a horse dealer from what is now northeastern Germany, became “one of the most righteous and appalling individuals of his time” when “he followed one of his virtues to excess” and “his sense of justice led him to robbery and murder”.
Taking his horses to market one day, he is stopped and asked to show a pass and pay a new toll to the local Junker (nobleman), Wenzel von Tronka. Kohlhaas demurs, and two of his horses are held as security when he leaves. But they are mistreated in his absence, and Kohlhaas is determined to have the wrong righted: first by others, then by himself; first under the law, finally by any means.
