Bedrukt blauw. De Nederlandse politie, ‘a House of Cards’ ?

 

 

Citaat (vet toegevoegd).
[D]e vernietigende kritiek van Cyrille Fijnaut, emeritus hoogleraar Strafrecht en Criminologie en een van de auteurs van een standaardwerk over de geschiedenis van de Nederlandse politie. Fijnaut, die overigens een warm voorstander was van een landelijk georganiseerde politie, liet in twee interviews in NRC Handelsblad (op 10 februari) en BN/De Stem (op 13 februari) werkelijk geen spaan heel van het ontwerpplan en andere documenten die hij had gelezen. ‘Een amateuristisch plan,’ oordeelde hij.

‘En dan zijn die plannen ook nog miserabel geschreven. Van een bureaucratisch gehalte. Ik heb ze drie, vier, vijf keer moeten lezen. Dat is klunen. Je komt er niet doorheen.’ Fijnauts inhoudelijke kritiek ging vooral over de robuuste basisteams, die volgens hem onvoldoende geworteld waren in de plaatselijke gemeenschap, en over het concept van ‘professionele ruimte’. Dat vond Fijnaut zelfs ‘ronduit gevaarlijk’: ‘Het plan spreekt voortdurend over politiemensen als professionals die de professionele ruimte moeten krijgen. Dat is staatkundig onaanvaardbaar. Een politieman heeft een zekere ruimte nodig om te bekijken wat hij het beste kan doen. Maar dan nog moet hij binnen de gezagsverhoudingen opereren. Hij kan niet zomaar zijn eigen zin doen en het gezag van burgemeester of officier van justitie negeren. Dat is vloeken in het kwadraat in de kerk van de rechtsstaat. Je valt van je stoel als je dat leest. Dat de toekomstige politieleiding zoiets opschrijft.’ Zijn niet malse oordeel over de kwartiermakers luidde: ‘…dat er in de leiding mensen zitten die niet zwaar genoeg zijn. Die niet voldoende gekwalificeerd zijn. Die behendig hiphoppend als managers de top van de politie hebben bereikt.’ Fijnaut waarschuwde de politiek: ‘Het parlement dreigt een kapitale blunder te begaan.’ [ einde citaat]

*

‘Wanneer de fundamenten van een complexe organisatie als de politie niet deugen, dan zal het altijd pappen en nathouden blijven; van de ene stoplap naar de andere.’

  • ‘Dat zogenaamde burgerpolitie-initiatief klinkt en oogt heel sympathiek, maar is een zwaktebod; de politie heeft gewoon, doodgewoon, geen kennis en expertise meer in huis. Die moet ze van buiten betrekken. Zo simpel is dat.’

‘ “Het mag nog een godswonder heten dat dit Frankensteinmonster nog steeds de illusie van een werkende organisatie kan projecteren; een kwestie van impression- en perception-management.” Natuurlijk kan dit niet eeuwig zo doorgaan. Dat begrijpt inmiddels zelfs de diender met maar een werkende hersencel.’