
Entlassung und öffentliche Degradierung von Professoren – Heike Egner.
*
‘ Een van mijn zussen (Heike Egner lijkt sprekend op haar) ging ooit uit idealisme een Eerstegraads lerarenopleiding doen, om te helpen het lerarentekort te lenigen – dacht ze tenminste. Ze had al tig jaar aan diverse universiteiten in diverse buitenlanden gedoceerd, maar dat was in Nederland niet toereikend: “Wij stellen hier hoge eisen aan ons pedagogisch personeel, want onze jeugd gaat ons ter zeer harte.” Aldus werd zij door een onderwijsmanager toegesproken. Zij ging dus die opleiding doen en daarna lesgeven. De lerarenopleiding op zich vond ze ook een boeiende ervaring: “Een koddig kindercircus, met een heleboel overtolligheden om maar de tijd en roosters vol te krijgen. Het zoveelste verdienmodel in de onderwijs-biotoop.” ’
- ‘ Dat gaat vast niet goed.’
‘ Voor wie niet? Mijn zus had er geen centje pijn aan, want die vond het allemaal leerzame ervaringen en ze is altijd gewoon blijven onderwijzen, zij het buiten het officiële circuit van de onderwijsnomenklatoera om – een vorm van “hagenpreken,” waar heel veel mensen op afkomen. Ze doet nog volop volwassenen-onderwijs en komt tijd te kort. Zij vond en vindt het ontzettend leuk om te doen, en haar pupillen vinden het ook.’
- ‘ Maar ons onderwijs wordt daar niet wijzer van.’
‘ Neen, maar dat wordt het al jááááren niet. Hoe het zij, op een bepaald moment werd het toch te veel en te gek – ze bleef er opgeruimd en vrolijk onder, maar mijn zwager zag het met lede ogen aan. Ze werkte hem te hard.’
- ‘ Jouw zwager heeft een origineel gevoel voor humor, dus vertel.’
‘ Mijn zwager is ook professor en hij gaf soms ook bijles aan middelbare scholieren, die eigenlijk niet voor die middelbare school geschikt waren, maar die ouders met een torenoog ambitieniveau hadden.’
- ‘ Daar weet ik alles van. Arme schapen.’
‘ Goed. Mijn zwager ging mijn zus vaak afhalen van haar werk (anders bleef ze te lang “overwerken”) en ging dan meestal babbelen met docenten, collega’s van haar, in de kantine (een school met ruim 1200 ! leerlingen – gruwelijk). Hij gaf desgevraagd ook weleens (gratis) advies over lesboeken en aanverwante.
Op een gegeven ogenblik werd hem gevraagd, vanwege het management, om een klein speechje voor het docentencorps te houden, vooral met het oog op de nieuwe docenten en ouders van leerlingen. Een peptalk, en wat dit toch wel niet voor een geweldige school was en dat soort prietpraat. Mijn zus en hij waren tenslotte prestigieuze “pronkstukken.” ’
- ‘ Ik ben benieuwd. Humor?’
‘ Voor mij – en jou – wel. Mijn zwager begon zijn speech met een anekdote. “Stel u voor: een doorzonwoning in een Vinexwijk. Een moeder staat ’s ochtends vroeg het ontbijt voor haar gezin te maken. De een na de ander vertrekt naar het werk of naar school, alleen de oudste zoon verschijnt maar niet. Zij gaat tenslotte naar de kamer van de jongen. Klopt en gaat naar binnen. De jongen ligt in bed en zodra hij zijn moeder hoort binnenkomen trekt hij de dekens over zijn hoofd en roept: “Ik ga niét naar school, nóóit meer!”
Zij gaat op de rand van zijn bed zitten en zegt rustig: “Waarom wil je niet naar school, geef mij een goede reden.” Hij: “Ik ga nooit meer naar die rotschool. Ik kan je tientallen redenen geven maar heb er meteen drie paraat: 1) Ik háát die fabriek die school heet, dat naargeestige bouwwerk, 2) ik ben doodsbang voor de leerlingen; het klamme zweet breekt me uit als ik aan de leerlingen denk en 3) de docenten hebben een bloedhekel aan me, die háten me. Dus ik ga nooit meer naar school! Nou jij weer.”
Zij: “Ik weet minstens drie redenen waarom je wél naar school moet: ten eerste moeten alle kinderen naar school, jij bent mij zoon dus ook jij moet naar school; ten tweede ben je 38 jaar en ten derde ben je ook nogeens directeur van die school.” ’
- ‘ Geen speld tussen te krijgen. En?’
‘ Men vroeg mijn zus naderhand dringend en met klem om “afstand te nemen” van de opvattingen van haar echtgenoot en hem over te halen een corrigerend verhaal te komen houden. Voor de moraal. Mijn zus moest alleen maar onbedaarlijk proestlachen toen ze zich de anekdote herinnerde.’
- ‘ Dat was einde oefening?’
‘ Ja, want ze kreeg te vaak de slappe lach als ze die onderwijsmanagers op school zag of tegenkwam. Ze deden haar onweerstaanbaar denken aan Hermans’ “Beertjes Bombast-zijn.” [Onder professoren]. Dat werd een onwerkbare situatie, hoewel een erg vrolijke – voor haar dan. De leerlingen zagen haar node gaan, maar zo lopen die dingen gewoon.’
…………….. ……………… …………………..
…………….. ………………. ………………………
